De enige manier om de oorlog in Jemen te beëindigen, is om het land in tweeën te delen, schrijft Saoedi-Arabië- expert Simon Henderson.
Het beleid van Saoedi-Arabië ten opzichte van Jemen stoelt sinds lange tijd op paranoia. Eerst betrof het paranoia ten aanzien van de Jemenieten zelf, nu zijn het de Iraniërs. De Houthi-rebellen in Jemen worden afwisselend ‘geholpen’, ‘gesteund’ of ‘geregisseerd’ door Iran. Het is duidelijk dat de Houthi’s een directe bedreiging vormen voor de internationaal erkende Jemenitische regering van president Abdu Rabbo Mansur Hadi, die nauwe banden heeft met Saoedi-Arabië. De rebellen hebben hem gedwongen het land te ontvluchten, nadat ze de krachten hadden gebundeld met de voormalige Jemenitische president (en lange tijd de grote tegenstander van de Saoedi’s) Ali Abdullah Saleh (die aanvankelik tegen de Houthi’s was, tot hij in 2012 onder dwang opstapte). Maar het valt sterk te betwijfelen of die rebellen, los van de Saoedische paranoia, echt een directe bedreiging vormen voor Riyad.
Desalniettemin heeft Riyad in ruil voor Amerika’s herstel van de betrekkingen met Teheran de VS om steun gevraagd bij de pogingen van de door de Saoedi’s geleide coalitie om Hadi weer aan de macht te brengen. (Vooralsnog prefereert Hadi nog even de veiligheid van een hotelsuite in Riyad.) Daarvoor heeft Riyad nog een extra troef in handen: Washington wil betrokkenheid en goedkeuring van de Saoedi’s bij de strijd tegen Islamitische Staat in Syrië en Irak, een strijd die wordt gevoerd door een coalitie onder aanvoering van de VS.
Angst, zo niet regelrechte paranoia, kenmerkt de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen
Angst, zo niet regelrechte paranoia, zou ook de omschrijving kunnen zijn van de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen. In het rotsgebergte van Jemen heeft Al-Qaida zijn regionale trainingskampen voor het Saoedische schiereiland, waar de acties werden voorbereid van de ‘ondergoed’-terrorist die in 2009 een vliegtuig van Northwest Airlines wilde opblazen en van de mannen die in 2015 de aanslag op Charlie Hebdo uitvoerden. Een in Jemen voorbereide terroristische aanslag is een reële mogelijkheid, en de Amerikanen zijn bereid heel te ver te gaan om zoiets te voorkomen. Ook een succesvolle aanslag op een Amerikaans marineschip, zoals in 2000 met een zelfmoordduikboot op de USS Cole in de haven van Aden, zou als zeer ernstig worden ervaren.
Tot vorig jaar de oorlog met de Houthi’s uitbrak, opereerden Special Forces van de VS vanuit de luchtmachtbasis Anad, even ten noorden van Aden. Ze speelden een kat-en-muisspel met de jihadi’s en waren soms wat succesvoller, zoals bij de moord met een Hellfire-raket op Anwar al-Awlaki, de fanatieke prediker (en Amerikaans staatsburger), in 2011. Nu worden VS-operaties opgezet vanuit het Afrikaanse Djibouti, aan de andere kant van de Rode Zee. De acties worden nog steeds voornamelijk door drones uitgevoerd. Ook zijn er verscheidene half-illegale operaties van Amerikaanse Special Forces op de grond.
Maar een cruciaal verschil tussen de belangen van Saoedi-Arabië en die van de VS springt meteen in het oog. Terwijl de aandacht van Riyad zich voornamelijk richt op de Iraanse steun aan de Houthi-rebellen die de hoofdstad en Noord-Jemen onder controle hebben, focussen de VS hun bezorgdheid op het zuiden.
Die twee aparte oorlogen van Riyad en Washington zijn met elkaar verbonden op een manier die voor buitenstaanders misschien niet meteen duidelijk is. De Saoedische en de Amerikaanse luchtmacht delen het luchtruim van Jemen. De twee landen moeten dus samenwerken en daarom het gedrag van de andere partij tolereren.
Maar die tolerantie staat onder druk. Al voor het afschuwelijke bombardement op een uitvaartcentrum in Sanaa op 8 oktober, met meer dan 140 doden en honderden gewonden, had de Amerikaanse bezorgdheid over de Saoedische gevechtstactiek al geleid tot het terugschroeven van de samenwerking. Er werd minder informatie uitgewisseld over de zwaarte van de bommen, en over van welke hoogte, uit welke richting en op welk moment van de dag deze zouden worden ingezet (belangrijk bij het beperken van de collateral damage, ofwel het aantal burgerslachtoffers). De Saoedi’s hadden al klinieken en scholen gebombardeerd, en hun rechtvaardiging daarvan, namelijk dat de Houthi’s daar (of er vlakbij) militaire opslagplaatsen en hoofdkwartieren hadden gevestigd, was zeer discutabel.
Verstandig
Het bombarderen van een begrafenisplechtigheid op 8 oktober was zowel een humanitaire ramp als een grote tactische catastrofe voor de oorlog tegen de Houthi’s. Ook al was het doelwit een politicus die nauwe banden had met de Houthi’s, het bombarderen van zo’n plechtigheid was strijdig met de ethiek van het Amerikaanse leger. De Saoedi’s lieten alleen weten dat er een ‘vliegtuig van de coalitie’ bij betrokken was, een formulering die ongelukkigerwijs suggereerde dat het om door Amerika geleverde F-15’s ging, die munitie van Amerikaanse makelij bij zich hadden. De machtscentra in Washington – het Witte Huis, het Congres en de media – schreeuwden moord en brand.
De opdeling van Jemen, een wens die Ibn Saud [de stichter van Saoedi-Arabië] op zijn sterfbed uitsprak, zou voor alle partijen de verstandigste oplossing zijn. Het Zuiden wil het. Hadi geeft er zelf waarschijnlijk ook de voorkeur aan. De cruciale buitenlandse macht in de regio, de Verenigde Arabische Emiraten, zou het ook de beste optie vinden. Omdat Iran het druk heeft met problemen elders, is dat land er waarschijnlijk ook niet tegen. Dan hangt het er dus waarschijnlijk van af of Saoedi-Arabië, en in het bijzonder Mohammad bin Salman (de minister van Defensie en plaatsvervangend kroonprins), van de wijsheid van zijn grootvaders laatste woorden overtuigd kan worden. Om een volgende catastrofe met burgerslachtoffers in Jemen of een terroristische aanslag in de Verenigde Staten te kunnen voorkomen zal Washington waarschijnlijk te veel in beslag worden genomen door de presidentswisseling. Maar het probleem van Jemen, of van de twee Jemens, ligt al te wachten op de volgende president.
Auteur: Simon Henderson
Vertaler: Paul Bruijn
Foreign Policy
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

