El País toont samen met Lighthouse Reports de tegenstrijdigheden aan in de officiële versie van de ramp die op 14 juni het leven kostte aan meer dan zeshonderd mensen. Verschillende officiële verklaringen van overlevenden zijn volkomen identiek, alsof ze gekopieerd en geplakt zijn.
Enkele seconden voordat hij in zee viel, keek Kamal, een zevenentwintigjarige Syrische vluchteling, op zijn horloge. Het was 14 juni, 02:05 uur. Zijn lichaam zonk weg in de duisternis, samen met zo’n zevenhonderdvijftig mensen die met hem meereisden aan boord van een oude blauwe vissersboot met Italië als bestemming. ‘De kustwacht sleepte ons met hoge snelheid weg en we kapseisden,’ zegt hij. Het water, tot dan toe kalm, lag vol met mensen die wanhopig probeerden zichzelf te redden. Er klonk geschreeuw, mannen scheurden hun kleren van hun lijf om zich te bevrijden van de drenkelingen die zich aan hen vastklampten om het hoofd boven water te houden…
De boot van de Griekse kustwacht was van dichtbij getuige van de gebeurtenis. Toen de jongeman weer op zijn horloge keek – inmiddels aan boord van het superjacht dat te hulp was gekomen – was het 04:15. ‘Ik heb meer dan twee uur gezwommen,’ verklaart hij.
Kamal is een van de overlevenden van de tragische schipbreuk die drie weken geleden plaatsvond op de Ionische Zee op minder dan tachtig kilometer van de Griekse kust. Maar zijn getuigenis staat haaks op de versie van de Griekse autoriteiten. Kemal staat daarin niet alleen. Voor een gezamenlijk onderzoek van El País met Lighthouse Reports, Reporters United, Monitor, SIRAJ en Der Spiegel werden zeventien getuigen afzonderlijk ondervraagd. Zestien daarvan gaven dezelfde beschrijving: toen de motor van de vissersboot ermee ophield, sleepte een boot van de kustwacht het schip met hoge snelheid weg aan een touw. De vissersboot kapseisde. Sommigen denken dat het mislukte optreden van de kustwacht een ongeluk was, anderen vermoeden opzet. Twee overlevenden zeggen dat ze de sleepactie met hun mobieltjes hebben gefilmd, maar dat de Griekse kustwachten hun apparaten in beslag hebben genomen. Allemaal willen ze uit angst voor represailles dat hun naam wordt veranderd.
Twijfel
Het schip, dat vijf dagen eerder uit Libië was vertrokken, vervoerde zo’n zevenhonderdvijftig mensen: Syrische, Afghaanse, Egyptische en Pakistaanse vluchtelingen. Mannen en vrouwen – van wie enkele zwanger waren – maar ook tieners en kinderen die vastzaten in het ruim van de boot en op geen enkele manier konden ontkomen. Slechts tweeëntachtig lichamen zijn geborgen. Door het vermoedelijke aantal slachtoffers, zeker meer dan zeshonderd, is dit het op een na ergste scheepsongeluk in de Middellandse Zee, na dat van april 2015, waarbij elfhonderd doden vielen.
Voor degenen die het overleefden, was het verschil tussen leven en dood een kwestie van honderd of tweehonderd euro. Dat bedrag rekenden de mensenhandelaren extra voor de vluchtelingen die aan dek wilden reizen en niet in het ruim.
De Griekse regering, die elke verantwoordelijkheid ontkent, heeft op de volgende cruciale vraag geen antwoord: hoe is het mogelijk dat honderden mensen verdronken terwijl de kustwacht zich urenlang in de buurt van de vissersboot begaf? Er liggen serieuze beschuldigingen op tafel. Is de kustwacht verantwoordelijk voor het zinken van het schip? Werd redding uitgesteld, zelfs toen er mensen verdronken? Probeerde de kustwacht koste wat kost te voorkomen dat honderden migranten Grieks grondgebied zouden bereiken?
Tot op de dag van vandaag is er geen definitief bewijs dat de Griekse versie kan weerleggen. De enige juridische procedure die nu loopt, is gericht tegen negen vermeende Egyptische smokkelaars die zich aan boord van het schip bevonden.
Het gezamenlijke onderzoek van El País, Lighthouse Reports en partners levert nieuwe informatie op die de beschuldigingen aan het adres van de Griekse autoriteiten bekrachtigt. Het onderzoek legt de ontberingen bloot van een reis waarbij passagiers urine en zeewater moesten drinken – de modus operandi van de smokelaarsmaffia – en werpt vooral licht op het optreden van de kustwacht. Interne rapporten van Frontex – dat met een vliegtuig en een drone over het gebied vloog –, documenten van de rechtszaak en de zeventien interviews met de hoofdrolspelers in deze tragedie, suggereren dat de redding van de opeengepakte en uitgeputte passagiers nooit prioriteit had voor de Griekse autoriteiten.
Enkele uren na ontscheping nam de kustwacht de verklaringen van negen overlevenden op. Analyse suggereert echter dat sommige identieke getuigenissen tot stand zijn gekomen via knippen en plakken – een indicatie van mogelijke manipulatie van de feiten.
Het alarm zou bijna een half uur na het zinken zijn verzonden
Meer dan veertien uur nadat maritieme coördinatiecentra van Griekenland en Italië de vissersboot in precaire omstandigheden hadden gelokaliseerd, kwam de Griekse kustwacht pas in actie. Dat gebeurde toen de vissersboot, Adriana genaamd, al aan het zinken was.
Voorafgaand aan de schipbreuk bood Frontex de Griekse autoriteiten luchtsteun aan, zo bevestigt een woordvoerder. ‘Maar we kregen geen reactie,’ zegt ze. Ze gingen wel in op het aanbod om een drone in te zetten, maar stuurden die naar een ander schip, voor de kust van Kreta, waar ‘tachtig mensen direct gevaar liepen’. Toen de drone terugkeerde, was de redding van de Adriana al in volle gang.
Cruciaal in de door Griekenland gecoördineerde operatie was de rol van een luxe jacht van 93 meter – de Mayan Queen IV – die haar reddingsboot liet zakken en hielp bij het zoeken naar overlevenden. Wij hadden inzage in de getuigenis die de Britse kapitein Richard Kirkby heeft afgelegd bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat hij om 02.30 uur bericht van de schipbreuk ontving en om 02:55 uur als eerste commerciële schip in het gebied arriveerde. Als dat tijdstip correct is (de kapitein van een olietanker die ook aan de zoekactie deelnam, beweert om 02:12 een noodsignaal te hebben ontvangen), zou het alarm bijna een halfuur na het zinken zijn verzonden.
De kapitein verklaart dat zijn bemanning na noodkreten vijftien schipbreukelingen uit zee heeft gehaald. Later namen acht grote schepen deel aan de zoektocht naar meer overlevenden, zonder veel succes. Toen ze aankwamen had de zee alles opgeslokt en leek het alsof er niets was gebeurd.
Om zes uur ’s ochtends kreeg de Brit via de radio opdracht om de mensen op te pikken die in afwachting waren van de kustwacht en hen naar de haven te brengen. Daarna gingen honderd mensen en vier kustwachters op weg naar Kalamata, vier uur rijden verderop. Op de vraag of hij nog iets aan zijn verklaring wil toevoegen, knikt Kirkby. ‘Ja, ik wil gezegd hebben dat naast de tien tot vijftien mensen die we hebben gered, mijn bemanning me heeft meegedeeld dat er nog veel meer mensen aan de oppervlakte dreven.’
Omgekomen van de honger
De interviews met zestien overlevenden tijdens ons onderzoek leveren vergelijkbare versies op van wat er die ochtend gebeurde, toen amper honderdvier mensen het overleefden, terwijl er zo’n zeshonderd verdronken in een van de diepste delen van de Middellandse Zee. Getuigen zeggen dat ze, in tegenstelling tot de versie van de Griekse autoriteiten, herhaaldelijk en wanhopig om hulp hebben gevraagd. ‘Rond 13.00 uur vloog er een vliegtuig over ons heen. Met onze handen gebaarden we om hulp. Al eerder waren twee mensen omgekomen van de honger. Hun lichamen hebben we boven op de kapiteinshut gelegd, zodat het vliegtuig ze kon zien,’ zegt Amin, een Syrische overlevende van in de veertig.
Drie getuigen verzekeren ook dat de kustwacht hen beval hun reis naar de Italiaanse reddingszone voort te zetten, dus buiten hun jurisdictie. ‘Onze afspraak met de Griekse kustwacht was dat we hun schip zouden volgen naar Italiaanse wateren, waar een reddingsschip zou liggen dat ons naar Italië kon brengen. [Het Griekse schip] kreeg groen licht en we volgden het totdat onze motor het begaf,’ herinnert Manhal zich, een Syrische metselaar van in de dertig. Hij verloor zijn broer bij de schipbreuk.
Aanvankelijk ontkende de kustwacht een touw naar het schip te hebben gegooid, maar toen overlevenden hun versie aan journalisten konden navertellen, werd de hypothese dat de kustwacht het schip inderdaad had gesleept steeds aannemelijker. Degenen die verantwoordelijk waren voor de reddingsoperatie erkenden uiteindelijk gebruik van het touw, maar zeggen dat ze niet van plan waren de boot te slepen. En al helemaal niet naar Italië. De Griekse autoriteiten beweren onder meer dat de Italiaanse zoek- en reddingszone zich op meer dan honderddertig kilometer afstand bevond, een afstand van twee tot drie dagen varen.
Hassan, een drieëntwintigjarige Syriër, geeft details over de riskante operatie. ‘Ze vertelden dat ze ons naar het [Italiaanse] reddingsschip zouden brengen en dat het maar twee uur varen naar het westen was. Ze sleepten ons voort als een auto. Een keer eerder stond onze boot op het punt om te slaan, maar bleef ze overeind. De tweede keer helde de boot naar rechts en kapseisde ze. Ik had niet eens de tijd om te besluiten in het water te springen. Het touw werd doorgesneden en de boot van de kustwacht draaide om.’ Verschillende getuigenissen bevestigen dit verhaal.
‘Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden’
Maher, een zesentwintigjarige Syrische tandarts, deelt zijn herinneringen aan die vroege ochtend vanuit het vluchtelingenkamp Malakasa, veertig kilometer buiten Athene. ‘Ik was op het dek toen we kapseisden. Ik viel in het water en de boot veroorzaakte een enorme golf die me zo’n dertig meter verderop stuwde. Het was erg donker. Het Griekse schip stopte ongeveer vijfhonderd meter verderop, misschien meer. Ik ben er nog steeds van in de war… Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden.’
Het is niet de eerste keer dat de Griekse kustwacht – berucht om het verdrijven van migranten en vluchtelingen uit zijn wateren – van soortgelijke daden wordt beschuldigd. Vorig jaar veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de acties van Griekenland tegen een schip met zevenentwintig Afghaanse, Syrische en Palestijnse vluchtelingen dat in januari 2014 voor het Griekse eiland Farmakonisi voer. Griekse kustwachten probeerden het overbelaste schip mee te slepen totdat het kapseisde. Bij die schipbreuk kwamen elf vrouwen en kinderen om. Ook toen beweerde de Griekse kustwacht dat paniek en plotselinge bewegingen van de vluchtelingen aan boord het schip hadden doen zinken.
Acties van de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee zijn al langer reden tot zorg voor Frontex. Schendingen van het internationaal recht in Griekse wateren hebben ertoe geleid dat de functionaris van het grensagentschap dat belast is met grondrechten, heeft aanbevolen om niet langer met Athene samen te werken. Vooral de bewezen praktijk om groepen vluchtelingen in reddingsboten de zee op te slepen en ze naar Turkse wateren te brengen is zorgwekkend. De functionaris, aldus The New York Times, heeft opgeroepen tot de ‘sterkst mogelijke maatregelen’ om te zorgen dat Griekenland zich aan de wet zal houden.
Volgens documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’
De kustwacht beweert dat getuigenissen van overlevenden, die in eerste instantie spaarzaam waren, zijn aangedikt onder invloed van externe actoren. ‘De aanpassingen van de verklaringen volgden op de overplaatsing van getuigen naar Malakasa, een kamp waartoe – in tegenstelling tot wat ze zelf beweren – leden van ngo’s en advocaten snel toegang hadden’, schreef het Griekse dagblad I Kathimerini deze week.
Maar analyse van de verklaringen van de overlevenden aan de kustwacht wijst juist op andere vormen van interventie. In de officiële interviews staan minstens vier vrijwel identieke verklaringen over een belangrijk moment van de reis en de schipbreuk, ook al zijn ze door vier verschillende mensen afgelegd aan verschillende vertalers. In een van de gevallen trad bovendien een van de kustwachten als vertaler op. Enkele nagenoeg identieke zinnen suggereren dat één verklaring is gekopieerd en in verschillende ondervragingen is geplakt. Volgens officiële documenten zouden de vier letterlijk hebben gezegd: ‘Mensen begonnen te klagen omdat we zonder voedsel en water zaten en veel passagiers dachten dat de kapitein verdwaald was en niet wist hoe hij in Italië moest komen, dus was hij genoodzaakt om hulp te vragen.’
Twee verklaringen – waarin elke verantwoordelijkheid van de kustwacht is weggelaten – vertonen letterlijke overeenkomsten wat betreft het moment van de schipbreuk. De twee zouden ten overstaan van verschillende tolken en op verschillende tijdstippen woordelijk hebben gezegd: ‘Op een bepaald moment kwam er ’s nachts een boot van de kustwacht om te helpen, maar plotseling kapseisde de boot (…) Toen hebben ze ons gered met een rubberboot. Daarna kwamen er nog twee of drie boten (…) Bij zonsopgang hebben ze ons op een van die boten gezet en naar de haven gebracht waar we nu zijn. Ze gaven ons ook water.’ Volgens deze documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’.
Van de negen verklaringen aan de kustwacht die wij inzagen, noemt slechts één het slepen van de vissersboot als oorzaak van de ramp. Maar van de verklaringen die diezelfde getuigen voor de officier van justitie aflegden, zijn er zes die uitvoeriger beschrijven hoe hun boot werd gesleept voordat ze kapseisde.
Voor het onderzoek hebben we gesproken met twee van de negen overlevenden die een verklaring hebben afgelegd, eerst bij de kustwacht en daarna bij de officier van justitie. Allebei zeggen ze dat de kustwacht het deel van hun getuigenis heeft weggelaten waarin ze melding maken van het slepen van de trawler. ‘Ze vroegen me wat er met het schip was gebeurd en hoe het zonk. Ik heb ze verteld dat de kustwacht kwam en een touw aan onze boot vastbond, ons begon te slepen en het schip liet kapseizen,’ zegt een van hen. ‘Dat deel van mijn verklaring is niet genoteerd,’ vervolgt hij. Deze overlevende beweert ook dat hij zich onder druk gezet voelde om ten onrechte mensenhandelaren aan te wijzen. ‘Ze vroegen me naar de Egyptische mensenhandelaren (…) Ik was moe, dus ik vertelde ze wat ze wilden horen.’
Groen licht
Aangenomen wordt dat toen de Adriana zonk, veel van de slachtoffers al dood waren. De zevenhonderdvijftig mensen aan boord van het schip betaalden vijfenveertighonderd euro voor de overtocht, en ondergingen voorafgaand aan de reis maanden van mishandeling en afpersing. Het Libische netwerk dat de reis organiseerde, met vestigingen in Libanon en Syrië, hield een deel van de passagiers vast in een loods bij Tobroek, een stad op honderdvijftig kilometer van de grens met Egypte. Ze konden geen contact onderhouden met de buitenwereld, hun paspoorten waren ingenomen en ze kregen per dag slechts een portie brood en een stuk kaas te eten. De bewakers, zeggen de overlevenden, sloegen en beledigden hen en vermoordden iedereen die problemen veroorzaakte. ‘Als ze rond de pakhuizen van Tobroek zouden gaan graven, zouden ze veel lichamen vinden,’ zegt Kamal. Sommigen zaten acht maanden opgesloten, in afwachting van groen licht van de maffia voor het vertrek van het schip.
Zowel Griekenland als de Europese Commissie als Frontex geeft de smokkelaarsmaffia de schuld van de tragedie, maar alle verzwijgen dat de gangsters in sommige gevallen niet alleen profiteren van migrantengeld, maar ook van Europees geld dat ze krijgen in ruil voor de belofte de komst van mensen te verhinderen. Drie verschillende bronnen bevestigen dat een van de belangrijkste leiders van het netwerk dat het vertrek van de Adriana organiseerde voor de Libische marine werkt, onder leiding van generaal Khalifa Hafter, de krijgsheer die het oosten van het land controleert. Volgens een Libische bron werd op de avond van het vertrek van de Adriana een avondklok afgekondigd om de operatie te vergemakkelijken. Niets van wat er in dat gebied gebeurt, ontgaat de generaal. Hafter is onlangs door Italië en Malta gevraagd naar een oplossing om illegale immigratie naar de Europese Unie een halt toe te roepen.
Eenmaal op zee ontstonden er al snel problemen. De reis zou maximaal drie dagen duren, op de tweede dag werd duidelijk dat de kapitein was verdwaald. Het schip stond onder bevel van een tiental Egyptenaren die voor het criminele netwerk werkten en die, aldus de verklaringen van enkele overlevenden, de passagiers sloegen en beledigden. ‘Angst en paniek maakten zich van ons meester,’ herinnert Kamal zich. ‘We vroegen om redding, ook al was het aan de Libische kustwacht, want we waren in gevaar,’ zegt Manhal.
Op de derde dag raakten het voedsel en het water op en werden mensen ziek of begonnen ze flauw te vallen. Overdag was het extreem warm en ’s nachts erg koud. Als eersten stierven een Egyptenaar en een Pakistaan van de dorst. Vervolgens stierf de kapitein aan een hartaanval, wordt gezegd. De passagiers dronken zeewater dat was gezoet met dadels en vermengd met urine en vuil water uit een radiator.
‘We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen’
Toen in de namiddag van de vierde dag twee olietankers op verzoek van de kustwacht de Adriana naderden om voorraden af te leveren, ontstond er verwarring en paniek. Er werd gevochten om voedsel en water. ‘We vertelden aan de tweede boot die kwam (de Faithful Warrior) dat we geen water en voorraden wilden; toen er flessen naar ons werden gegooid ontstond er paniek. We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen,’ beweert Manhal. Dit verhaal staat haaks op de officiële versie, volgens welke er nooit om hulp is gevraagd.
Toen de boot op 14 juni rond twee uur ’s nachts kapseisde, klommen tientallen mensen op de romp die ondersteboven lag. De schipbreukelingen klampten zich zo goed mogelijk vast aan wat er nog restte van de Adriana. Maar de golven – veroorzaakt door de zinkende vissersboot en door de bewegingen van de boot van de kustwacht – maakten het moeilijk om grip te houden. Vier getuigenissen bevestigen dat het Griekse schip, in plaats van direct tot redding over te gaan, nog meer slachtoffers veroorzaakte door rond het schip te cirkelen en grote golven te genereren.
‘Het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf’
‘Ik was uitgeput en zwom naar onze boot. Ik hield me ongeveer tien minuten vast aan een stuk metaal, maar het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf. Mensen die zich vasthielden, vielen in het water,’ zegt Samir, een zevenendertigjarige Syriër. Na een tweede golf verdween de vissersboot. ‘Alsof er niets was gebeurd,’ zegt hij. ‘Het Griekse schip deed bijna een halfuur niets,’ volgens Maher. ‘Ik heb er geen verklaring voor. Waarom kwamen ze niet meteen terug? Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze veel vluchtelingen kunnen redden die nog in leven waren.’
‘Het duurde lang voordat ze een kleine boot stuurden,’ beaamt Nassim, een twintigjarige vluchteling uit Syrië. Hij beweert dat de boot die hij ervan beschuldigt hen tot zinken te hebben gebracht, alles van een afstand in de gaten hield. ‘We waren bang om dichterbij te komen en zwommen weg totdat we zagen dat ze met reddingen begonnen.’ Een van de Egyptenaren die de schipbreuk overleefde vertelt dat hij twee uur in het water dreef en bleef wachten. ‘De Griekse boot lag op ongeveer vijftig meter afstand, maar een halfuur lang deden ze niets.’
Manhal, de metselaar die zijn broer verloor, herinnert zich wel een snelle interventie van de kustwacht na de schipbreuk, maar vreesde al voor zijn leven toen het touw aan de boeg van de trawler werd vastgebonden. ‘We wisten dat slepen gevaarlijk zou zijn. Zelfs iemand die onervaren is, kan je vertellen dat je om een boot te stabiliseren touwen aan beide kanten van de boot moet vastmaken en niet alleen aan de voorkant… Dit zijn mensen van de kustwacht. We dachten dat ze wisten wat ze deden.’
Lees ook:

