Columnist van de politieke nieuwssite Politico krijgt soms het gevoel dat het coronavirus, of de reactie van de maatschappij daarop, voor zijn gezegende generatie de toekomst aan het schrappen is.
Tot begin maart was ik een gezonde, dynamische, iets ouder dan 65-jarige man, die nog minstens twintig jaar actief leven voor zich had, met parttime werken, reizen en rondtrekken met mijn iets ouder dan 70-jarige vrouw, elke week een partijtje tennissen, concerten en theatervoorstellingen bezoeken, zorgen voor kinderen en kleinkinderen en aan onze eettafel bij te veel wijn met vrienden de wereld verbeteren. Ik werd boos bij als ik ‘senior’ werd genoemd, ook al heb ik een seniorenpas. Wie ik, senior? Schei toch gauw uit! Plotseling werd ik een ‘kwetsbaar iemand’, en mijn vrouw een ‘nog kwetsbaarder iemand’.
Ook als de lockdown voor de rest van de maatschappij wordt versoepeld, staan ons nog meer maanden thuisblijven te wachten, ‘voor ons eigen bestwil’ wordt ons afgeraden met de trein, de bus, de tram of het vliegtuig te reizen als deze hun dienst hervatten, mogen we onze kleinkinderen alleen nog op onze smartphone zien, ‘anders besmetten ze je’.
In meelevende, maar strenge bewoordingen vertellen onze kinderen ons dat we in de nabije toekomst absoluut niet op onze kleinkinderen kunnen passen, niet in hun huis of in ons eigen huis. Nu niet, in mei niet, in juni niet en ook niet in de zomervakantie. Als we naar de supermarkt gaan, spreken ze ons bestraffend toe, natuurlijk uit liefdevolle bezorgdheid voor onze veiligheid. Ik voel me als een puber die huisarrest heeft omdat hij stiekem heeft gerookt of gedronken.
In hun jacht op een nieuwe consumentenmarkt hebben Amerikaanse adverteerders de term ‘tieners’ bedacht om die personen te beschrijven die tussen kind en volwassene in zitten. Onlangs is er de term ‘pre-tieners’ bijgekomen voor de fase tussen kind en tiener. Maar voor mijn groep van fitte, nog-nooit-zo-drukke niet-stillevenden ontbreekt een mooie omschrijving om ons te onderscheiden van de senioren. Misschien moeten we deze mensen ‘pre-senioren’ noemen.
Verwend
Maar hoe we ons ook noemen, we zijn met velen en we zijn gewend om onze zin te krijgen. Westerse babyboomers vormen de meest verwende generatie. De econoom John Kenneth Galbraith muntte de term ‘The Affluent Society’ (de welvaartstaat) om ons te beschrijven. Onze generatie is geboren tussen 1946 en begin jaren zestig – tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de komst van de anticonceptiepil. Opgegroeid in dertig jaar buitensporige economische groei, consumentengemak en steeds betere sociale voorzieningen, hebben we een zorgeloos leven geleid, zonder oorlog, onderdrukking, massale werkeloosheid, honger of ziekte. Na de pil en voor aids konden we ongeremd leven.
Als journalist versloeg ik oorlogen, dictaturen, religieuze conflicten, hongersnoden en pestilentiën van andere, minder fortuinlijke mensen. Maar in Europa vonden we al dat overvloedige eten en drinken vanzelfsprekend; net als het hebben van een eigen huis, de universele uitstekende gezondheidszorg, de langdurige stabiele banen met betrouwbare pensioenen, gesubsidieerde cultuur en – en dat is misschien wel de meest ondergewaardeerde vorm van vrijheid – het recht om goedkoop en onbeperkt te kunnen reizen.
Die vrijheid lijkt nu te worden bedreigd. Deze week zou ik bij voorbeeld in Oezbekistan zijn om met een groep gelijkgestemde ‘pre-senioren’ de turquoise betegelde moskeeën en krioelende Aziatische bazaars te bezoeken. Nu weet ik zelfs niet of we dat avontuur volgend jaar wel kunnen ondernemen, of de epidemie dan al is uitgewoed.
President Macron kaartte in zijn laatste televisietoespraak de barmhartige opsluiting aan toen hij tegen de Fransen zei: ‘Om hen te beschermen vragen we de meeste kwetsbaren onder ons, de ouderen, de ernstig gehandicapten, de chronisch zieken om ook na 1 mei thuis te blijven, in ieder geval voorlopig.’
Ik stelde me voor dat hij vooral doelde op bewoners van verzorgingshuizen en de ernstig zieken, maar de volgende dag legde het hoofd van de wetenschappelijke adviescommissie met betrekking tot covid-19, Jean-François Delfraissy, de senaat uit dat ‘18 miljoen mensen van een bepaalde leeftijd, boven de 65 of de 70’, thuis zouden moeten blijven als de overheid de strikte nationale lockdown op 11 mei iets gaat versoepelen. Om het even in perspectief te zetten, dat is meer dan een kwart van de Franse bevolking.
Op de vraag hoelang deze kwelling zou kunnen voortduren, antwoordde Delfraissy: ‘Dat weet ik niet. Misschien tot we een preventief medicijn hebben gevonden.’
Leeftijdsdiscriminatie
Pas toen prominente babyboomers in opstand kwamen en met juridische stappen dreigden vanwege een ongrondwettelijke aantasting van hun individuele vrijheid, krabbelde Macron terug en verzekerde hun – voor wat dat waard is – dat er geen sprake van leeftijdsdiscriminatie zou zijn. Alain Minc, een invloedrijke consultant met ook veel invloed bij de president, werd de megafoon van de grijze generatie.
‘Zijn de ouderen besmettelijker? Nee. Lopen ze meer risico? Ja, maar de beslissing over dat risico maakt deel uit van hun persoonlijke vrijheid,’ bulderde de 71 jarige zoon van Poolse immigranten, wiens ouders in de Tweede Wereldoorlog hebben gevochten in het Franse verzet en wiens grootouders werden vermoord in de Holocaust. ‘U zult zien dat in de komende maanden de ouderen in opstand komen, een opstand van de grijze hoofden,’ voorspelde Minc.
Ik doe mijn uiterste best om het grotere plaatje te zien en mijn egoïstische frustraties los te laten. Anders dan miljoenen andere mensen ben ik nooit mijn baan of mijn inkomen kwijtgeraakt. Anders dan tienduizenden anderen waag ik niet dagelijks mijn leven bij de zorg voor coronapatiënten, het ophalen van huisvuil of het werken in een supermarkt. Anders dan de jongeren zie ik niet mijn opleiding of carrièrevooruitzichten door de pandemie oplossen in het niets. Ook zit ik niet opgehokt in een overvol klein appartement met schreeuwende kinderen zonder een plek om rustig te werken of na te denken.
“Verwacht niet dat we onze vrijheid om te reizen opofferen”
Nu ik niet kan reizen naar Arctische landen om verslag te doen van de impact van de rivaliteit tussen de grootmachten en de klimaatverandering op de veiligheid in het Hoge Noorden, heb ik juist harder gewerkt vanuit huis, en via Zoom, WhatsApp en Skype heb ik interviews afgenomen en videovergaderingen bijgewoond.
Of en wanneer ik mijn rondreizende, niet-stillevende bestaan kan hervatten, heen en weer kan reizen tussen Parijs, de Provence en Brussel, is een bron van opkroppende ergernis – maar niet echt levensbedreigend. Misschien moet ik gewoon mijn zegeningen tellen en niet meer zeuren. Maar er sluimert ook een onderliggend sociaal conflict dat me grote zorgen baart.
In het begin van de pandemie werd in de VS een bepaalde meme veel gedeeld waarin het coronavirus de ‘boomer remover’ (boomerruimer) werd genoemd. Het was de grote sloper, de man met de bejaardenzeis, die ‘de curve komt afvlakken’ van de pensioenaanspraken en komt snijden in de kosten van de mondiale vergrijzing.
Taalvondsten
De term ‘boomer doomer’ (boomerdoder) haalde zelfs het Urban Dictionary – het onofficiële onlinebestand van Amerikaanse jongerentaal – als synoniem voor de huidige epidemie. Eerste definitie: ‘Het zal alle boomers vermoorden’.
Die taalvondsten zijn tekenen aan de wand, voorboden van intergenerationele ruzies over wie wiens toekomst heeft verziekt en wie de enorme rekening van de pandemie gaat betalen. Reken maar dat de pre-senioren weerstand zullen bieden. Wij boomers, gewend om onze politieke belangen veilig te stellen omdat ons opkomstpercentage bij verkiezingen hoger is, zullen financiële offers moeten brengen. Dat weten we. Verwacht alleen niet van ons dat we dat leuk vinden. En verwacht alsjeblieft niet van ons dat we onze vrijheid om te reizen opofferen. Het gaat om onze eigen gezondheid, dus laat ons dan zelf de risico’s afwegen tussen affectie en infectie, tussen het zien van onze vrienden en kleinkinderen en thuisblijven.
Pas op als je de ouderen opsluit: met de verkiezingen nemen ze wraak.
Auteur: Paul Taylor
Politico
Brussel | politieke nieuwssite | politico.eu
Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

