LaNirva 10.01 8 2


Het personeel van koekjesfabriek La Nirva werd maanden niet betaald en ging de barricade op. Uiteindelijk namen de arbeiders de hele operatie over. En deden het nog beter ook. Kom je aan de alfajores, de nationale trots van Argentinië (en van koningin Máxima), dan zwaait er wat.

Het is een regenachtige dag, en de stakende arbeiders schuilen waar het maar kan – sommigen staan dicht opeengepakt onder een kleine partytent; anderen hebben hun toevlucht gezocht onder strandparasols. Ze zijn bang en ze hebben het koud, maar hier hebben ze voor gestemd. Ze hebben hun kamp opgeslagen voor de La Nirva-fabriek, waar ze jaren achtereen lange uren hebben gemaakt en allemaal hun eigen bijdrage hebben geleverd aan de productie van de alfajor el Grandote, ofwel ‘De grote’, een driedubbeldik koekje met een karamelvulling en een chocoladecoating, misschien wel de populairste zoetigheid in Argentinië. Maar de Grandote ligt inmiddels al meer dan vijf maanden niet in de schappen. Voor de mensen die een groot deel van hun leven hebben gewijd aan de productie van deze koeken was er een grens bereikt. Ze hadden geen van allen ooit eerder zoiets gedaan, maar het water stond hun aan de lippen.

Grofweg tachtig procent van het personeel in de fabriek is vrouw, van wie het merendeel kostwinner. Velen werken al meer dan tien jaar in de fabriek. Maar de laatste tijd kostte het steeds meer moeite om voor brood op de plank te zorgen. Ze hadden al maanden hun loon niet volledig uitbetaald gekregen. In mei 2020, toen het coronavirus het land binnendrong, stond er een landelijke staking op stapel. Terwijl het overgrote deel van de bevolking binnen bleef om niet te worden blootgesteld aan het virus, sloegen de La Nirva-medewerkers hun kamp op in een allerlaatste poging hun recht te halen. Ze hadden nog geen idee over wat voor woelige baren hun gemeenschappelijke reis zou voeren.

De La Nirva-fabriek is een drie verdiepingen hoge kolos aan de rand van Buenos Aires. In de fabriek worden niet alleen alfajores gemaakt, maar ook andere koekjes. Met 120 werknemers had de fabriek in 2018 een productiecapaciteit van zo’n 1,6 miljoen eenheden per dag. Aangezien de meeste werknemers in de hoofdstad of de nabijgelegen steden wonen, komen ze naar het werk met de trein, de bus of de auto.

Carmen Gómez, een 42-jarige kokkin en operateur, was elke dag een uur onderweg naar haar werk. Het werk in de alfajorfabriek was Carmens eerste echte baan nadat ze van school was gegaan om voor haar familie te zorgen. Niet lang nadat ze hier was begonnen, trouwde ze en kreeg haar eerste kind, dat inmiddels twintig is. Ze heeft vaak gezegd dat La Nirva haar ‘tweede huis’ is.

In 2017 stevende Argentinië af op een zoveelste economische crisis. De marktvriendelijke hervormingen die door de nieuwe presidentiële regering in gang waren gezet, hadden de economie niet weten aan te zwengelen, maar hadden juist geleid tot een ongeëvenaarde inflatie en een ongekende schuldenlast, én tot een scherpe stijging van zowel de armoede als de werkeloosheid. Tussen december 2015 en december 2019 gingen er 24.505 Argentijnse bedrijven over de kop. Nadat de oorspronkelijke eigenaars La Nirva meer dan dertig jaar draaiende hadden weten te houden, verkochten ze de fabriek aan Grupo Blend, een conglomeraat dat in het bezit was van twee zakenmannen, Matías Pérez Paradiso en Marcelo Iribarren.

Vakbondskwesties

‘De eerste paar maanden bleef alles bij het oude. Er waren geen problemen met de betalingen,’ zegt Marcelo Cáceres, een 36-jarige La Nirva-werknemer die in 2008 bij de fabriek is komen werken, toen hij net van school kwam. Hij werkte in het laboratorium van de fabriek totdat hij vanwege rugproblemen werd overgeplaatst naar de schoonmaakafdeling. Hij is ook de afgevaardigde van de vakbond, sinds zijn tweede jaar bij La Nirva. Waarom? ‘Ik ben een beetje gek en ik kan slecht tegen onrecht,’ zegt hij.

Tijdens Marcelo’s eerste tien jaar bij de fabriek bleef dat onrecht meestal beperkt tot standaard vakbondskwesties, zoals te korte lunchpauzes. Vlak na de overname door Grupo Blend veranderde er het een en ander, zegt Marcelo. Er werd gekort op werktijden, overuren en bonussen. De werknemers zeggen dat ze begin 2018 nog maar drie dagen per week werkten. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts.

Mónica Moyano, die 22 jaar in de fabriek heeft gewerkt, viel het op dat de koopwaar geen aftrek leek te vinden. ‘We produceerden nog wel gewoon, maar alles bleef in het pakhuis liggen,’ vertelt ze. ‘Soms moesten we dozen alfajores openmaken en weggooien omdat ze niet goed meer waren.’ In de twee decennia daarvoor had ze dat nog nooit meegemaakt.

Vervolgens werden de elektriciteit, het gas en het stromende water afgesloten. Kennelijk hadden de eigenaren de rekeningen niet betaald. De werknemers konden bijna een jaar lang niets produceren. Ze kregen in deze periode nog wel betaald, maar slechts zo’n 4000 peso (destijds iets van 140 dollar) per vijftien dagen, een fractie van hun normale salaris.

‘We zagen de fabriek aftakelen,’ zegt Noelia, die al twaalf jaar in de fabriek werkt als inpakster. ‘Toen begonnen we ons echt zorgen te maken: “Als hij de rekeningen niet kan betalen, hoe moet hij ons dan betalen?” vroegen we ons af.’

Noelia’s zorgen waren zonder meer terecht. Niet lang hierna zette Grupo Blend niet alleen de betalingen stop aan het personeel, maar ook aan de leveranciers. Ondertussen waren de klanten ook niet blij. La Nirva had lange tijd alfajores geleverd aan supermarkten en tankstations, die de leveringen vooruit hadden betaald. Toen Grupo Blend de boel overnam, bleven de winkels vooruitbetalen – maar nu kregen ze er geen koeken voor terug.

Vervolgens werd meer dan de helft van het personeel ontslagen. Marcelo, de vakbondsvertegenwoordiger, liet van zich horen en probeerde het op te nemen voor zijn ontslagen collega’s. Maar hij zegt dat hij op een dag een anoniem telefoontje kreeg: ‘Hou je erbuiten of je krijgt een kogel door je kop,’ hoorde hij aan de andere kant van de lijn.

In oktober 2019, toen de fabriek al bijna een jaar dicht was en het personeel nog maar een deel van hun salaris ontving, kwam het tot een staking. ‘We noemden het een asamblea permanente,’ zegt Marcelo, een permanente vergadering, wat wil zeggen dat ze in de fabriek waren om de situatie te bespreken. Paradiso, de nieuwe mede-eigenaar en grootaandeelhouder, beloofde de productie weer op te starten en bezwoer dat hij alle achterstallige salarissen zou uitbetalen.

Hij hield zijn belofte maar half: tegen het einde van die maand was de fabriek weer in bedrijf. Het personeel beëindigde de staking en maakte enorme hoeveelheden alfajores. Uiteindelijk stemde het bedrijf ermee in het personeel het achterstallige loon uit te betalen en werden er cheques uitgeschreven voor maar liefst 300.000 peso (5000 dollar). Het personeel ging hoopvol gestemd de feestdagen in – maar het einde van de ellende was nog niet in zicht.

De banken waren gesloten, dus veel werknemers hielden hun cheque nog even bij zich. Anderen, die meteen geld nodig hadden, gingen ermee naar een wisselkantoortje of ruilden de cheque bij vrienden of familieleden in voor contant geld. Uiteindelijk kwamen ze allemaal tot dezelfde ontdekking: de cheques waren niet gedekt. Het bedrijf had geen tegoeden.

Er waren minstens 290 ongedekte cheques uitgeschreven, wat neerkomt op zo’n 1,2 miljoen dollar

Volgens Argentiniës officiële kredietregistratie zijn er door La Nirva minstens 290 ongedekte cheques uitgeschreven, wat neerkomt op zo’n 52,2 miljoen Argentijnse peso, destijds ruwweg zo’n 1,2 miljoen dollar. Niet alleen stond het bedrijf in het krijt bij het personeel – er was ook een schuld van 6 miljoen dollar bij de voormalige eigenaars en een schuld van 370.000 dollar bij banken en andere financiële instellingen.

‘Ik wist niet wat ik hoorde,’ zegt Carmen, die haar zussen om geld had gevraagd voor eten, en hun wilde terugbetalen nadat ze haar cheque had geïnd. Marcelo had zijn cheque ingewisseld bij een vriend en moest later zijn auto en andere spullen verkopen om die vriend terug te betalen. Hij kreeg wat extra tijd om terug te betalen, maar dat geluk had niet iedereen. ‘Ik heb een collega die een serieus probleem had omdat hij zijn cheque op straat had ingewisseld. Bij mensen die niet van geintjes houden,’ zegt Marcelo ernstig. ‘Ze dreigden hem te vermoorden.’

Het was een stressvolle kerst voor het personeel. Sommigen gingen op zoek naar ander werk, maar velen vreesden dat ze inmiddels te oud waren, al helemaal omdat door de economische crisis de banen in Buenos Aires niet voor het oprapen lagen.

In februari 2020 besluit het personeel dat ze niet langer werkloos kunnen toekijken. Ze besluiten voor de deuren van de fabriek te gaan demonstreren. Naarmate het nieuws over hun strijd de ronde doet, krijgen ze steeds meer steun van leraren, buren, studenten, leden van linkse politieke partijen, en vele anderen. Er worden ook veel donaties gedaan aan het fondo de lucha, ofwel het strijdfonds.

Sympathiserende buren wijzen de werknemers op een nieuwe ontwikkeling: ze hebben gemerkt dat er ’s nachts een vrachtwagen is gekomen en dat er allerlei apparatuur is ingeladen. Het lijkt erop dat Grupo Blend de machines probeert te verkopen en de fabriek in haar geheel wil sluiten. Het personeel is niet van plan dat te laten gebeuren. Dit is het moment waarop ze besluiten de fabriek dag en nacht te bewaken. De protesten van overdag gaan over in een nachtelijk kampement. 

Het personeel van La Nirva verdedigt een nationaal icoon

Het personeel van La Nirva komt niet alleen op voor hun eigen levensonderhoud. Ze verdedigen een nationaal icoon. Waarschijnlijk heeft niemand de culturele waarde en de vele aspecten van alfajores zo goed weten vast te leggen als Facundo Calabró, ofwel de Alfajor Taster (@alfajorperdido) zoals hij heet op Twitter, waar hij zijn bevindingen post over de verschillende versies van de zo geliefde koek.

‘Alfajores roepen, net als andere cultuuruitingen zoals voetbalwedstrijden of het geloof, irrationele gevoelens op,’ zegt Calabró. Volgens hem maakt de haast onvoorwaardelijke liefde die velen koesteren voor de verschillende merken alfajores een wezenlijk onderdeel uit van de Argentijnse identiteit. Bepaalde regio’s van Argentinië hebben hun eigen merk, er zijn sjieke alfajores die je in een restaurant krijgt voorgeschoteld en eenvoudige versies die je op elke straathoek kunt krijgen. Er zijn versies die je in de schoolkantine koopt en versies die je zelf maakt.

‘Welke alfajores je eet zegt iets over wie je bent, waar je woont, waar je vandaan komt,’ aldus Calabró.

La Nirva maakt twee van deze identiteitsbepalende alfajores: La Recoleta, hun duurdere alfajor, en de Grandote, de alfajor voor de gewone man. Die laatste wordt in het informele circuit verkocht aan forenzen in de trein of de bus. De drie lagen koek en de dubbele laag dulce de leche vullen elke rammelende maag. Misschien is het niet ieders lievelingsalfajor, maar vele generaties Argentijnen herkennen deze grote koek en kennen ook de bijbehorende reclameleus uit hun hoofd: Ya probaste el chiquito, ahora probá el Grandote. (‘De kleine heb je al geproefd, nu is het tijd voor De grote.’)

Volgens Calabró dreigt het hele Argentijnse volk iets van haar identiteit te verliezen als de Grandote zou verdwijnen. ‘Als een dergelijk product verdwijnt, verliest de Argentijnse cultuur iets waardevols.’

’s Nachts bemannen de werknemers om beurten de plek van het protest. Hun familieleden helpen: Antonella Llanos, een alleenstaande moeder van 31 die in de fabriek werkt, sluit zich aan bij het protest, en als zij naar huis moet om voor haar pasgeboren dochtertje te zorgen, valt haar vader voor haar in bij de fabriek. Sympathiserende buren stellen hun huis open voor wie naar de wc moet, en ze brengen koekjes en yerba mate – een zeer Argentijnse manier om het lichaam te voorzien van warmte en energie.

In de nacht van 10 mei neemt het verhaal een andere wending. De arbeiders hebben een week lang vredig gedemonstreerd als de plaatselijke politie besluit hun een bezoek te brengen.

‘Ineens doken er uit het niets politieauto’s op. Het waren er wel een stuk of tien,’ vertelt Marcelo. Ze komen met getrokken wapens op de werknemers af en zeggen dat ze weg moeten in verband met de coronalockdown. De werknemers zeggen dat ze geen keus hebben. ‘We zijn de discussie aangegaan met de politiecommissaris,’ zegt Noelia. Het mag allemaal niet baten.

Kookpot

Uiteindelijk drijven de politieauto’s de demonstranten uiteen. ‘De ene groep eindigde in het park, een andere groep midden op de weg,’ zegt Marcelo. ‘En ik belandde op het politiebureau.’ 

Na een paar uur wordt Marcelo vrijgelaten en tarten de werknemers het gezag door terug te keren naar de plek van het protest.

Twee dagen na de confrontatie met de politie helpt Barrios de Pie, een non-gouvernementele organisatie die veel maatschappelijke projecten in arme wijken organiseert, met het opzetten van een olla popular bij de ingang van de fabriek. Een olla popular is vrij vertaald een ‘gemeenschappelijke kookpot’, wat letterlijk en figuurlijk betekent dat de plaatselijke gemeenschap samenkomt en dat iedereen wat te eten meebrengt, meestal voor een goed doel. De werknemers voelen zich gesterkt, en hun buik wordt gevuld met warme chocolademelk als ontbijt en een traditionele pastaschotel voor de lunch.

Voor velen is het eten meer dan een gebaar; het is broodnodig. ‘Sommigen namen alle restjes van de olla popular mee naar huis om hun gezin te eten te geven,’ zegt Paula Rojas, een 32-jarige werkneemster die nog maar twee jaar bij het bedrijf werkte toen het conflict oplaaide.

Terwijl de werknemers de buurtbewoners voor zich weten te winnen, gaan de eigenaren nog een stap verder en spannen een kortgeding aan wegens openbare ordeverstoring op het terrein bij de fabriek. Dat is olie op het vuur voor de werknemers. Ze voeren de druk op met een mars naar het ministerie van Werkgelegenheid. Pas na drie maanden protesteren komt er een hoorzitting op het ministerie, maar de fabriekseigenaren nemen niet de moeite daarbij aanwezig te zijn.

Eindelijk, na maanden vruchteloos onderhandelen, weten de overheid, het personeel en de eigenaren een overeenkomst te sluiten. Het is een betere deal dan de werknemers ooit hadden kunnen dromen: Paradiso (de baas met wie de werknemers al deze tijd het meeste contact hebben gehad) belooft de helft terug te betalen van het bedrag waarop ze recht hebben. En er wordt ook afgesproken dat hij, als hij die verplichting niet nakomt, de werknemers de sleutels van de fabriek moet overhandigen zodat ze zelf de boel kunnen runnen.

De deadline verstrijkt en Paradiso betaalt geen peso. Ook overhandigt hij de sleutels niet. De werknemers zijn doodop en gefrustreerd en willen gewoon weer aan het werk, ook als dat betekent dat ze de fabriek zelf draaiende moeten houden en zelf moeten zien dat ze de koeken produceren en verkopen.

En dat is precies wat ze doen.

‘Onze juristen zeiden dat we naar binnen konden gaan en ons protest daar konden voortzetten,’ zegt Noelia.

Dus gaan ze naar binnen. Alles is er nog, min of meer zoals ze het zich herinneren: de drie lopende banden, de reusachtige ovens, de machines om de chocolade- en suikerlaag aan te brengen, zelfs hun witte schorten.

‘We dachten: Nou, het is ons gelukt om binnen te komen. Hoe nu verder?’ zegt Paula.

Er zijn nog genoeg grondstoffen om weer aan het werk te gaan, en ze hebben voldoende mankracht om de productie weer op te starten. Dus gaan ze weer koeken maken. Natuurlijk hebben ze nog wel klanten nodig. Dus worden de werknemers van La Nirva niet alleen hun eigen baas, maar ook hun eigen salesmanager. ‘We namen allemaal alfajores mee om in eigen beheer te verkopen,’ zegt Paula. ‘Ik ging ermee naar alle winkels in mijn buurt en zette bordjes voor mijn huis, zodat iedereen wist dat ik ze verkocht.’

Het idee om van de fabriek een coöperatie te maken krijgt geleidelijk vorm. Ze snuffelen in oude archieven en paperassen, op zoek naar de namen van klanten en groothandels om daar weer aan te kunnen verkopen. Met hulp van het Movimiento Nacional de Empresas Recuperadas (Nationale beweging voor herstelde bedrijven) zoeken ze de samenwerking met een overheidsinstelling die coöperaties steunt. Officiële erkenning van de regering is een belangrijke stap om ook wettelijk gezien de leiding over de fabriek te krijgen.

In juli 2020 krijgen ze eindelijk bericht: ze worden officieel erkend als coöperatie.

‘Alle offers, alle inspanningen, hebben uiteindelijk geloond,’ zegt Noelia.

Er komt een stemming en Marcelo wordt gekozen tot hoofd van de coöperatie. Dan krijgen ze hun eerste grote klant. Een verkoper die vroeger met La Nirva heeft samengewerkt neemt contact op met de kersverse coöperatie, met de vraag of ze alfajores kunnen leveren voor een nieuw merk. Die afnemer zal zelfs de grondstoffen leveren. Dit betekent een geweldige kans om de weg terug te vinden naar een volledig operationeel bedrijf.

‘Iedereen had afschuwelijke situaties meegemaakt,’ zegt Noelia. ‘We dachten dat alles verloren was, en het was een onbeschrijflijk gevoel dat we onze baan terug hadden.’

La Nirva is niet het eerste bedrijf in Argentinië dat ‘erbovenop is geholpen’ door gedupeerde werknemers, maar het is het meest recente voorbeeld van een beweging die eind jaren 1990 op gang is gekomen. In die tijd had Argentinië een torenhoge buitenlandse schuld en het land was meer en meer afhankelijk van goedkope geïmporteerde goederen, wat betekende dat lokale fabrieken zich in allerlei bochten moesten wringen. Het was niet ongebruikelijk dat fabriekseigenaars hun pand leeghaalden, alle machines verkochten en het personeel op straat zetten.

Maar niet alle arbeiders waren bereid zomaar hun biezen te pakken. Overal in het land namen arbeiders allerhande bedrijven over (zelfs een viersterrenhotel in het centrum van Buenos Aires) met de bedoeling het bedrijf nieuw leven in te blazen en zo banen te behouden. Als ze geluk hadden, lieten de autoriteiten hen met rust. Als ze pech hadden, maakte de politie met grof geweld een einde aan hun protest. ‘Destijds was het heel moeilijk voor arbeiders om iets van erkenning te krijgen,’ zegt Juan Pablo Hudson, een socioloog en journalist die zich zeven jaar in dit soort herstelde bedrijven heeft verdiept voor het schrijven van zijn boek Acá no, Acá no me manda nadie: Empresas recuperadas por obreros 2000-2010 (Hier is niemand de baas: bedrijven die door werknemers nieuw leven zijn ingeblazen).

Roerig jaar

De beweging vond geleidelijk navolging en in 2001, aldus Hudson, ‘kreeg het fenomeen veel aandacht van de politiek en van burgers.’ 2001 was zacht gezegd een roerig jaar in Argentinië. Het jaartal roept meteen de rellen van 19 en 20 december in herinnering, toen duizenden demonstranten, uit vrijwel alle sociale klassen, de straat op gingen om politieke en economische veranderingen te eisen. Het kwam tot confrontaties tussen demonstranten en politie, de toenmalige president Fernando de la Rúa kondigde de staat van beleg af en er kwamen 39 burgers om het leven. ‘De gemoederen waren nog niet tot bedaren gekomen toen De la Rúa, nog voor het einde van dat jaar, gedwongen zijn ontslag indiende.

Twee jaar later kwam de centrumlinkse regering van president Néstor Kirchner met nieuw beleid in reactie op de eisen die de demonstranten in 2001 hadden gesteld. In 2004 kwam het ministerie van Werkgelegenheid met een programma voor zelfbesturende arbeiderscollectieven en sindsdien is er een structuur opgezet waarbinnen bedrijven die nieuw leven zijn ingeblazen kunnen worden gelegaliseerd. Maar het is nog altijd niet makkelijk om een coöperatie erkend te krijgen. De wettelijke procedures die de arbeiders daarvoor moeten doorlopen zijn zwaar en de eigenaars van de bedrijven geven het natuurlijk ook niet zomaar op.

In de nacht van 7 december 2020 krijgen de arbeiders een groepsbericht van de weekendbewaker bij de fabriek. Hij is er net uit geschopt door ‘een stelletje tuig’, waarvan hij vermoedt dat ze door de eigenaars zijn gestuurd. Het nieuws doet de ronde en de arbeiders trekken naar de fabriek, verzamelen zich weer voor de ingang. Ook nu weer zijn ze niet alleen. Buren, leden van linkse groeperingen en zelfs hun advocaat komen naar het hek. Het is duidelijk dat de zaak nijpend is. Paradiso is niet van plan zich te houden aan de mondelinge overeenkomst die ze hebben bereikt op het ministerie van Werkgelegenheid, en juridisch gezien is de overeenkomst dermate schimmig dat het moeilijk zal worden een van beide partijen uit het pand te zetten. ‘Onze advocaat zei: “Als jullie die lui er niet uit schoppen, nemen ze de fabriek weer over,”’ zegt Marcelo. Ze moeten wel naar binnen.

De fabriek zit van binnenuit op slot, en afgaande op de beschrijving van de bewaker zijn de mannen die binnen zitten bepaald geen doetjes. Terwijl de arbeiders overleggen wat ze moeten doen, dringt ineens tot hen door dat Marcelo is verdwenen. Hij is in zijn Fiat 147 gestapt, heeft een aanloopje genomen en is met zijn auto bij een hoek op het hek van het pakhuis ingereden.

‘Het was net een film,’ zegt Marcelo tegen ons. De overige arbeiders kijken geschokt toe. Ze hadden nooit gedacht dat hij tot zoiets in staat zou zijn. Maar hij doet het gewoon, hij rijdt keer op keer met zijn auto in op het hek, net zolang tot er een opening is ontstaan. Meteen stormen de arbeiders en hun buren naar binnen, de vrouwen voorop. Marcelo komt erachteraan, met een ijzeren staaf in zijn hand.

‘Op die momenten heb je geen tijd om bang te zijn,’ zegt Noelia. ‘Je weet niet wat je binnen zult aantreffen. Het was erop of eronder: het gevecht aangaan of alles kwijtraken.’

Dan zien ze hun tegenstanders. ‘Het waren net uitsmijters in een club,’ zegt Paula later. ‘Echt van die kleerkasten.’ Maar de arbeiders beschikken over een wapen dat hun tegenstander niet heeft: ‘Wij kennen de fabriek op ons duimpje.’

‘De arbeiders zijn verenigd, en wie het niet zint kan oprotten’

De arbeiders hebben een strategie uitgedacht en ze hebben de plekken waar ze binnendringen met zorg gekozen. Al snel hebben ze de overhand en weten hun tegenstander in een hoek te dringen. Opgezweept door de adrenaline van de hele situatie weten de arbeiders en hun buren het tuig de fabriek uit te jagen. Daar worden ze opgewacht door een woedende menigte van nog meer arbeiders en buren, die scanderen: Unidad de los trabajadores, y al que no le gusta se jode, se jode. Vrij vertaald: ‘De arbeiders zijn verenigd, en wie het niet zint kan oprotten.’

Meer dan een jaar na die confrontatie in de fabriek is La Nirva nog altijd een arbeiderscoöperatie en is er op de werkvloer duidelijk het nodige veranderd. Alle kamers die werden gebruikt door de eigenaars en de managers blijven leeg, behalve de kamer die de arbeiders gebruiken voor vergaderingen. Velen hebben nieuwe taken en verantwoordelijkheden. Noelia, de koekinpakster die nu deel uitmaakt van het uitvoerende comité, zegt dat het leren van de administratieve kant het moeilijkste van de hele overname is geweest. ‘Wij waren arbeiders die nog nooit een verkoop hadden gedaan, of een winst- en verliesrekening hadden opgesteld,’ zegt ze.

Paula, die voorheen alleen aan de lopende band stond, heeft nu ook de leiding over de betalingen – wat ze volgens haarzelf veel beter doet dan de vorige administrateur. Hoe hebben arbeiders die geen enkele ervaring hadden met iets als boekhouden dat allemaal geleerd? ‘Het is gewoon een beetje van alles. Je moet er vol voor gaan,’ zegt Paula. ‘We hebben mensen van andere coöperaties om raad gevraagd… en veel instructiefilmpjes op internet bekeken. Het is heel bevredigend. Je leert elke dag wel weer iets, maar niet alleen voor jezelf. Je leert ook voor al je partners.’

‘De hele productie is volledig in onze handen,’ vervolgt Paula. ‘Er is niet één iemand die opdrachten geeft. Elke beslissing stoelt op een meerderheidsstem in de vergadering.’

Nu de arbeiders precies weten hoe het er binnen het bedrijf aan toe gaat, blijven ze meestal nog wat langer als hun dienst is afgelopen. ‘We weten dat het bedrijf van ons is, dus vragen we ook meer van onszelf,’ zegt Noelia.

Ze werken met de helft van het oorspronkelijke aantal mensen, en op machines die soms hard aan onderhoud toe zijn, en zo produceren ze rond de 200.000 alfajores per dag. Dat is nauwelijks genoeg om van rond te komen, maar ze hopen op groei. Ze hebben zelfs een nieuw product opgenomen in hun catalogus: Carmen heeft voorgesteld om panettone te maken, zoet brood dat traditioneel tijdens de kerstdagen wordt gegeten.

Kwaliteit

Wat de alfajores betreft: kunnen consumenten het verschil proeven tussen een koek die wordt gemaakt door een private onderneming of door een bedrijf dat in handen is van de arbeiders zelf? Nou, volgens Marcelo wel: ‘We hebben op elk vlak de kwaliteit verbeterd, in vergelijking met de vorige eigenaren. Zij kochten van alles het slechtste. Maar wij niet: Wij kopen goede chocolade, goede dulche de leche; we gebruiken goede bloem.’ Het is niet alleen een kwestie van eersteklas ingrediënten, zegt hij – het is een volkomen andere filosofie. ‘We zijn geen zakenmannen die alleen maar op geld uit zijn. Wij leveren kwaliteit,’ zegt hij vol trots. 

Calabró, de zogeheten Alfajor Taster, zegt verbaasd te zijn over de arbeidersvariant van deze beroemde koek. ‘Hij is verfijnder,’ beaamt hij. ‘Ik vind het geweldig dat de koek is gered en nieuw leven is ingeblazen door een coöperatief en niet door een private onderneming. Het is een soort erkenning van de collectieve waarde van de alfajor.’

Marcelo’s functie als voorzitter van de arbeiderscoöperatie brengt veel meer verantwoordelijkheid met zich mee, maar hij is blij met zijn nieuwe rol. ‘Het is mijn strijd. Het is de strijd van mijn partners. En we hebben de strijd nog niet gewonnen. Elke dag opnieuw word je wakker en bind je de strijd aan. Sinds dit is begonnen hebben we geen rustig moment gekend.’

Geen rustig moment – zeg dat wel. Op 30 december 2021 kregen de arbeiders een bericht in een WhatsAppgroep. Rechter Fernando D’Alessandro had een uitzettingsbevel afgegeven, op grond van een klacht van onrechtmatige inbezitname, ingediend door Paradiso. (Grupo Blend en Paradiso hebben laten weten niet te willen reageren op dit artikel).

‘We sluiten het jaar af met een bittere nasmaak,’ zegt Noelia, die weer voor de fabriek staat te demonstreren. ‘Er is de gedachte dat we straks misschien weer op straat staan, en er is de woede dat een man die zo veel personeelsleden een loer heeft gedraaid, het rechtssysteem aan zijn kant vindt.’

Het feit dat de arbeiders mogelijk uit de fabriek worden gezet, eist zijn tol van de coöperatie. ‘We waren echt op de goede weg,’ zegt Marcelo. ‘We hadden projecten op stapel staan om 2022 goed te beginnen, maar nu staat overal een rem op. Je krijgt problemen met leveranciers en kopers… Ze zeggen: “Er ligt een uitzettingsbevel, kunnen jullie straks wel betalen? Kunnen jullie wel leveren?”’

De juristen van de coöperatie zijn in beroep gegaan tegen het uitzettingsbevel, en daarmee winnen ze wat tijd. De arbeiders zijn weer gaan protesteren, nog altijd gesteund door hun buren en sympathisanten. Op 6 januari houden ze een bijeenkomst voor de deuren van de fabriek, waar zo’n tweehonderd man op afkomt. Op 29 januari wordt dat gevolgd door een festival, compleet met livemuziek, springkastelen en tafels met eten. Er komen zo’n vierhonderd mensen. Op 10 februari is er een indrukwekkende mars vanaf de Obelisk, een belangrijk markeerpunt in het hart van Buenos Aires, naar het Nationale Hof voor Commerciële Zaken, waar het verzoek tot uitzetting van Paradiso wordt behandeld. Voor het gebouw staat een opgewonden menigte arbeiders, activisten en buurtgenoten, klappend, handen hoog in de lucht gestoken, springend en scanderend: ‘Matías Paradiso is een oplichter. De arbeiders van La Nirva blijven werken zonder baas! We staken de strijd pas als we hebben gewonnen – we laten ons niet uitzetten!’

Te midden van al het tumult lopen Marcelo, Paula en een derde arbeider, Lorena Pereira, naar het gerechtsgebouw, waar ze te horen krijgen dat ze, vanuit wettelijk oogpunt, de fabriek illegaal bezetten – in ieder geval totdat officieel het faillissement van La Nirva is uitgeroepen.

Verbeurdverklaring

Ondertussen hebben gemeenteraadsleden die achter de arbeiders staan een verbeurdverklaring ingebracht waarmee de fabriek op wettige wijze kan worden opgeëist voor de arbeiders. Als Marcelo het gebouw uit komt, spreekt hij de menigte sympathisanten toe die in gespannen afwachting zijn van wat hij gaat zeggen.

‘We hebben veel moeten doorstaan om dit punt te bereiken,’ zegt Marcelo tegen hen. ‘We hebben kou doorstaan, we hebben honger doorstaan. Maar ik zie dat we niet alleen zijn.’ Hij geeft de microfoon aan een aanvankelijk aarzelende Paula, die hem uiteindelijk toch pakt en zegt: ‘Namens de 55 gezinnen die afhankelijk zijn van deze fabriek, wil ik zeggen dat we doorgaan met onze strijd… La Nirva is van de arbeiders en zal dat ook blijven.’

De menigte herhaalt Paula’s laatste woorden en opnieuw laaien de strijdkreten op. Onder een felle zomerzon, die de arbeiders er nog eens extra van doordringt wat een lange weg ze hebben afgelegd sinds die koude en regenachtige nachten, zijn ze strijdbaarder dan ooit.


Deel dit artikel


Recent verschenen