FIB training 22 9311333487 2


Sarah was zeventien toen een VN-soldaat haar verkrachtte in Oost-Congo. Meer dan tien jaar later wacht ze vergeefs op gerechtigheid van de organisatie die haar had moeten beschermen. De vrouwen in de Democratische Republiek Congo die melding maken van seksueel misbruik of uitbuiting, worden soms weggezet als ‘opportunisten’ en ‘profiteurs’.

Sarah was zeventien toen ze voor het eerst werd benaderd door Gabriel. Ze was onderweg om water te halen aan de rand van haar dorp in het oosten van de Democratische Republiek Congo en herkende hem als de man die klusjes deed voor de vredesmacht van de Verenigde Naties die in het gebied gelegerd was. Gabriel vertelde haar dat een van de vredeshandhavers een vrouw zocht en haar wilde ontmoeten. Sarah, een goedlachs, mollig meisje met vlechten tot op de schouders, was geïntrigeerd. Eerder was ze van school gegaan omdat haar ouders het schoolgeld niet konden betalen en ze zag dit als een kans om haar leven te veranderen.

De volgende dag trok ze haar mooiste jurk aan en ze ontmoette Gabriel in een houten hut waar een oude vrouw illegaal gestookte alcohol per glas verkocht. Nerveus wachtte ze in een kleine kamer achter de bar en ze werd nog nerveuzer toen Gabriel arriveerde, vergezeld van een jonge soldaat in uniform. Ze herinnert zich dat hij werd voorgesteld als ‘J’ uit Zuid-Afrika.

Gabriel liet Sarah en J alleen. Aanvankelijk communiceerde Sarah, die Swahili spreekt, door verlegen te lachen en handgebaren te maken. J gaf haar een pak koekjes en bijna 100 dollar – veel geld, als je bedenkt dat de meeste mensen in Congo moeten overleven van nog geen 2,50 dollar per dag. Vervolgens probeerde hij Sarahs borsten aan te raken. Ze schreeuwde van schrik, waardoor hij terugdeinsde en Gabriel de kamer binnenstormde.

‘Hij was heel zwaar en ik was dronken. Ik kon me niet bewegen’

Geschrokken keerde Sarah huiswaarts. Maar ze was toch ook blij met het geld en mogelijk zelfs een huwelijk met een buitenlandse soldaat. Ze zou J een paar dagen later weer zien in dezelfde bar. Maar die keer was het alleen Gabriel die verscheen. Hij had een fles bij zich en vertelde Sarah dat het vruchtensap was. Toen J later die ochtend arriveerde, was ze in slaap gevallen. De drank bevatte alcohol en Sarah was nog nooit dronken geweest.

Toen ze bijkwam, lag J boven op haar. ‘Hij was heel zwaar en ik was dronken. Ik kon me niet bewegen. Toen hij klaar was, had ik pijn en er was veel bloed.’ Ze zegt dat hij geen condoom gebruikte.

Zwak, verward en nog steeds onder invloed kostte het Sarah moeite om op te staan. Dat baarde J zorgen. Hij gaf haar koekjes en melk, en bleef de rest van de dag bij haar. Toen ze enigszins was bijgekomen, ging ze alleen naar huis. Sarah zag Gabriel twee dagen later; ze begon tegen hem te schreeuwen omdat hij haar had bedrogen. Gabriel excuseerde zich voor het verzwijgen van J’s bedoelingen, maar volgens Sarah raadde hij haar ook aan om met de soldaat te blijven afspreken. In de optiek van Gabriel was zij nu toch al ‘onteerd’ doordat ze haar maagdelijkheid had verloren, en hij meende dat het haar financieel ten goede zou komen als ze een relatie met J zou hebben.

Vertrokken

In de maanden erna ontmoette Sarah J nog vier keer en hadden ze seks. Telkens gaf hij haar snoep en geld, waarmee ze eten voor haar ouders en nieuwe kleren voor zichzelf kocht. (VN-vredeshandhavers mogen geen seks hebben met iemand onder de achttien jaar. Het Congolese wetboek van strafrecht verbiedt bovendien betaalde seks met iemand onder de achttien.) Ze probeerde te vergeten hoe haar relatie met J was begonnen en begon te fantaseren dat hij haar man was; ze hoopte dat hij met haar zou trouwen en haar zou meenemen naar zijn vaderland.

Toen werd ze meerdere keren niet ongesteld. Ze besefte dat ze zwanger moest zijn en vroeg Gabriel om contact op te nemen met J, van wie ze niet eens het telefoonnummer had. De volgende dag, herinnert Sarah zich, vertelde Gabriel haar dat J opgetogen was over het nieuws en dat hij een huis voor hen wilde kopen in Goma, een stad met twee miljoen inwoners op zo’n 80 kilometer van haar dorp.

Sarah ging regelmatig naar Goma. Omdat ze bang was dat de mensen in het dorp haar zwangerschap zouden opmerken, besloot ze bij haar oudere zus in die stad te logeren in afwachting van nieuws van Gabriel of J. Maar er gingen drie maanden voorbij zonder dat ze iets hoorde. Ze zegt dat ze terugkeerde naar haar dorp om de mannen te zoeken, maar van een taxichauffeur hoorde dat Gabriel plotseling was vertrokken. Sarah vertelt dat de chauffeur haar een foto gaf die hij met Gabriel en J had gemaakt. Ze hoopte dat ze daarmee de vader van haar kind kon opsporen.

Ze kon zichzelf al amper voeden, waardoor het een opgave was om genoeg moedermelk voor de baby te produceren

In de zomer van 2012 werd Sarahs dochter Christine geboren in Goma. Hoewel Sarah dol was op haar kind, had ze moeite om voor haar te zorgen: ze kon zichzelf al amper voeden, waardoor het een opgave was om genoeg moedermelk voor de baby te produceren.

Sarah hoopte nog steeds dat J met haar zou trouwen en dus ging ze een jaar na de geboorte van Christine weer naar hem op zoek. Ze keerde terug naar haar dorp, maar zag dat de basis van J was gesloten. Toen ging ze naar Minova, een stad op bijna 50 kilometer van Goma, om hem te zoeken in een andere kazerne van de VN-vredesmacht. Ze had nog steeds de foto van J die de taxichauffeur haar had gegeven. Met de hulp van een jongeman die beltegoeden verkocht (en zowel Engels als Swahili sprak) kon ze buiten de basis aan een witte soldaat duidelijk maken wie ze zocht. De soldaat zei dat hij haar zou helpen, hield de foto van J bij zich en zei dat ze de volgende dag terug moest komen.

Het werd al laat en Sarah kon geen vervoer meer vinden om terug te keren naar het centrum. De jongeman die als tolk had gefungeerd, vertelde haar dat ze wel in een houten hut met een eenpersoonsbed kon slapen. Ze viel in slaap, maar werd midden in de nacht gewekt door getik tegen het raam. Vermoeid trok ze het gordijn opzij en zag de soldaat van eerder die dag. Hij zwaaide met J’s foto. Ze deed de zaklantaarn op haar telefoon aan en deed de deur open, in de hoop dat hij misschien nieuws had.

Stil

De soldaat liep de hut binnen, pakte Sarahs telefoon af en deed het licht uit. ‘Hij zei niets, maar begon zijn kleren uit te trekken,’ vertelt Sarah. ‘Toen hij probeerde mijn kleren uit te trekken begon een hevig gevecht.’ En toen, zegt ze, verkrachtte hij haar.

De rest van de nacht lag ze huilend wakker, wachtend tot het buiten licht genoeg was om terug te keren naar het huis van haar zus. Toen ze daar aankwam, verscheurde ze J’s foto; ze had besloten om niet langer naar hem of welke andere vredesbewaker dan ook op zoek te gaan.

Sarah schaamde zich voor wat haar was overkomen en hield het stil. Maar in de weken erna werd ze weer niet ongesteld. ‘En het was al een lijdensweg om voor mijn dochter te zorgen,’ zegt ze. ‘Ik wilde niet meer op deze wereld zijn.’

Twee keer probeerde ze haar zwangerschap af te breken: eerst met pillen, daarna met een drankje van citroen en bleekmiddel. Ze lag vervolgens drie dagen op bed, maar de poging slaagde niet. In 2014 beviel ze van een tweeling, Denise en Olive. De buren van haar zus begonnen te roddelen; voor hen betekende de geboorte van Christine en de tweelingzusjes, die allemaal een lichte huidskleur hadden, dat Sarah een sekswerker was die het met buitenlanders deed.

De op twee na duurste vredesmissie ter wereld

De VN-vredesmacht arriveerde voor het eerst in Congo in 1999, een jaar nadat de Tweede Congolese Burgeroorlog was uitgebroken. Het conflict trok milities aan uit diverse Afrikaanse landen, waarvan sommige erop uit waren om de lucratieve voorraden diamant, goud en coltan (dat tantalum bevat, een metaal dat wordt gebruikt voor elektronica) van het land te plunderen. Niemand weet precies hoeveel mensen er zijn omgekomen tijdens die oorlog, die officieel eindigde in 2003, en in de nasleep ervan. (Schattingen lopen uiteen van minder dan een miljoen tot meer dan vijf miljoen.)

In sommige delen van het land zijn nog steeds rebellengroepen actief die dorpen aanvallen, burgers vermoorden of ontvoeren en huizen plunderen. Alleen al in 2022 hebben milities in Oost-Congo meer dan tweeduizend mensen gedood. Sommige waarnemers vrezen dat een militie met de naam M23 dit jaar Goma zou kunnen veroveren. Deze rebellengroep heeft op weg naar die stad al zeven miljoen mensen op de vlucht gejaagd.

De VN-vredesmissie in Congo (ook wel bekend als MONUSCO) moet dergelijke milities ontmantelen en zorgen voor stabiliteit in het land. Voor de missie met veertienduizend soldaten uit VN-lidstaten is er jaarlijks een budget van ruim 1 miljard dollar beschikbaar. Daarmee is het de op twee na duurste vredesmissie ter wereld. De Veiligheidsraad heeft overwogen om MONUSCO op te heffen, omdat duidelijk is dat het zijn mandaat niet heeft vervuld. Zowel het budget als het aantal soldaten dat aan de missie meedoet is inmiddels verminderd.

Vanwege de enorme machtsongelijkheid mogen vredeshandhavers niet betalen voor seks

In de loop der jaren is MONUSCO berucht geworden vanwege incidenten zoals met Sarah, waarbij soldaten het hadden voorzien op de mensen die zij juist moesten beschermen. Van 2015 tot 2022 zijn er 184 beschuldigingen van seksueel wangedrag ingediend tegen MONUSCO-soldaten; in 55 gevallen gaat het om seksueel misbruik (waaronder verkrachting en aanranding) en in 129 gevallen om seksuele uitbuiting (waaronder seks tegen betaling en misbruik). Waarschijnlijk zijn er nog veel meer gevallen van wangedrag die niet zijn gemeld.

Op papier eist de VN dat de troepen zich aan strikte regels houden. Vanwege de enorme machtsongelijkheid tussen soldaten en burgers in conflictgebieden mogen vredeshandhavers (of blauwhelmen, zoals ze ook wel worden genoemd) niet betalen voor seks, noch met geld, noch met goederen. Dergelijke relaties worden beschouwd als uitbuiting.

De regels worden echter vaak overtreden, en vooral MONUSCO lijkt een ernstig probleem te hebben. Volgens de eigen gegevens van de VN is deze organisatie momenteel goed voor ongeveer een vijfde van alle vredestroepen ter wereld, maar is bijna een derde van het totale aantal beschuldigingen van seksueel wangedrag tegen haar gericht. (Toen we om commentaar op deze statistieken vroegen, zei een woordvoerder van de VN-vredesmacht vanuit het hoofdkwartier in New York dat de meeste beschuldigingen van seksueel wangedrag tegen MONUSCO betrekking hebben op seks tegen betaling, wat in Congo veel voorkomt vanwege de extreme armoede en de slechte veiligheidssituatie in het land.)

Instructies

De bases van MONUSCO hangen vol met posters waarop staat dat de troepen niet mogen betalen voor seks en dat slapen met minderjarige meisjes verboden is. Soldaten krijgen bij aankomst bovendien een geplastificeerde kaart met deze instructies. Om seksueel wangedrag systematischer aan te pakken richtte de VN in 2005 binnen verschillende vredesoperaties op, waaronder MONUSCO, Gedrag en Discipline-units. Deze regionale kantoren fungeren als eerste aanspreekpunt voor lokale bewoners die klachten hebben over vredeshandhavers.

Maar het personeel van deze units kan zelf geen onderzoek doen naar vermeende misdrijven; dat is de taak van het controleorgaan van de VN, het Office of Internal Oversight Services (OIOS). En ook het OIOS kan niet zomaar zelf een onderzoek beginnen: eerst moet het thuisland van een vredeshandhaver besluiten om een klacht tegen hem in te dienen. Pas daarna kan het OIOS dat land helpen bij het onderzoek, of het onderzoek namens het land uitvoeren.

De VN heeft zelf weinig mogelijkheden om vredeshandhavers te straffen voor wangedrag: de organisatie heeft geen bevoegdheid om vervolging in te stellen. Als het OIOS een claim geloofwaardig acht, is het enige wat de VN kan doen de soldaat naar huis sturen. Verdere juridische stappen, mochten die noodzakelijk zijn, moeten door de eigen regering van de soldaat worden ondernomen. Landen die troepen leveren doen dat echter zelden; de slachtoffers zijn niet hun eigen burgers, waardoor de druk om er echt wat aan te doen ontbreekt.

Telkens als er een blauwhelm langsliep, kwamen er pijnlijke herinneringen boven

Om die redenen is het onwaarschijnlijk dat VN-soldaten die burgers seksueel misbruiken of uitbuiten te maken krijgen met ernstige repercussies. Van 2015 tot 2022 werden slechts 28 MONUSCO-soldaten in hun thuisland gestraft (met degradatie, gevangenisstraf of geldstraffen). 71 zaken werden uiteindelijk geregistreerd als ‘UN pending’; dat betekent dat de soldaten nog niet zijn ontslagen of gerepatrieerd, ook al zijn de beschuldigingen tegen hen gegrond verklaard. Sommige van deze ‘hangende’ zaken bij MONUSCO zijn al meer dan zeven jaar oud, en het lijkt onwaarschijnlijk dat er ooit een straf zal worden opgelegd. In totaal hebben slechts elf zaken binnen MONUSCO geleid tot een gevangenisstraf.

Ik ontmoette Sarah voor het eerst in 2020 via Umoja Wa Congo (Swahili voor ‘Samen in Congo’), een steungroep voor vrouwen met kinderen die verwekt zijn door vredeshandhavers. Op dat moment had Sarah al enkele jaren een kapsalon in Goma. Maar door de pandemie gingen de zaken slecht: Christine, toen acht jaar oud, en Denise en Olive, toen zes, moesten van school en het gezin kon nauwelijks de huur betalen of zich zelfs maar één maaltijd per dag veroorloven. Sarah was ook steeds vaker ongerust als ze vredestroepen in de stad zag; telkens als er een blauwhelm langsliep, kwamen er pijnlijke herinneringen boven.

In 2021 benaderde Sarah de MONUSCO-unit voor Gedrag en Discipline in Goma; ze had gehoord dat die vrouwen hielp die seksueel waren uitgebuit of misbruikt door vredeshandhavers. In dergelijke gevallen is het officieel beleid van de VN om onmiddellijk medische en psychologische zorg, juridische ondersteuning en materiële bijstand te verlenen, ongeacht of er een onderzoek loopt. Soms doet de VN uit de bescheiden middelen van een missie ook een kleine betaling aan slachtoffers, om in dringende behoeften te voorzien of hen in staat te stellen om deel te nemen aan een onderzoek.

Vaderschapsclaims

Vermeende kinderen van vredeshandhavers hebben ook recht op deze basissteun. In sommige gevallen dekt een VN-fonds voor slachtoffers van seksuele uitbuiting en misbruik, bedoeld om hulp- en beroepsprogramma’s van de gemeenschap te financieren, de kosten voor onderwijs en schoolmaaltijden. Maar uiteindelijk zal elke substantiële vorm van steun aan kinderen moeten komen van de vader van een kind, of van de regering. De VN kan helpen bij vaderschapsclaims, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van DNA om vaderschap te bewijzen, maar kan geen regelmatige toelagen verstrekken aan een vrouw of haar kinderen.

Veel vrouwen met klachten weten niet precies wat de VN hun formeel wel en niet kan bieden. Bovendien vertelden sommige slachtoffers die ik sprak dat het personeel van Gedrag en Discipline, dat zelf de bevoegdheid heeft om hulp toe te wijzen, niet altijd even meegaand is.

In juni 2021 werd Sarah uitgenodigd op het hoofdkwartier van MONUSCO voor een formeel gesprek met Gedrag en Discipline. Ze hoopte dat de ambtenaren haar wat geld zouden geven om rond te komen – ze wilde vooral graag het schoolgeld van haar dochters kunnen voldoen – en haar misschien konden helpen de vaders van haar kinderen te vinden.

Over wat er daarna gebeurde lopen de verhalen van Sarah en de VN uiteen. Volgens Sarah stelde een man bij de receptie zich aan haar voor en vroeg haar niemand te vertellen waarom ze daar was. Vervolgens bracht hij haar naar een noodgebouw, waarna hij weer wegging. Toen ze twee witte soldaten langs het raam zag lopen, werd ze misselijk. ‘Alles begon te draaien toen ik die vredeshandhavers zag,’ vertelt ze. De herinneringen aan wat er gebeurd was kwamen terug.

Hij zei dat ze naar de gevangenis zou worden gestuurd als ze zou liegen

Na bijna een uur verscheen er een jonge Congolese man om met Sarah te praten. Ze zaten tegenover elkaar aan een bureau. Sarah herinnert zich dat hij haar vroeg of ze hem de waarheid ging vertellen. En dat hij zei dat ze naar de gevangenis zou worden gestuurd als ze zou liegen. Sarah was doodsbang. Toen ze vertelde wat er met haar was gebeurd – haar eerste, pijnlijke ontmoeting met J, de daaropvolgende relatie, en haar verkrachting door de tweede vredesbewaker – barstte ze in huilen uit. Volgens haar zei de interviewer tegen haar dat de missie niet zou spreken met huilende vrouwen. Halverwege het gesprek voegde de man van de receptie zich bij hen in het noodgebouw en ging achter zijn computer zitten, half luisterend naar Sarahs verhaal en met een schuin oog op het scherm.

Toen Sarah klaar was met praten, vertelden de twee mannen haar dat ze hun de naam en rang van haar verkrachters moest geven om hulp van de missie te kunnen krijgen. Volgens hen was het VN-beleid om eerst een vaderschapstest af te nemen, voordat ze haar geld konden geven.

Maar het achterhalen van de namen van de soldaten was een onoverkomelijk obstakel voor Sarah. Ze wist niet hoe de tweede soldaat heette en kende J’s achternaam niet. En, zo vertelde ze, ze zou de tweede soldaat niet eens kunnen herkennen, want zijn gezicht was destijds in duisternis gehuld.

Vrees

De twee ondervragers raadden Sarah aan om terug te gaan naar Minova, de stad waar ze door de tweede soldaat was verkracht; mogelijk kon ze daar iemand vinden die hem misschien had gekend. Ook raadden ze haar aan om met Gabriel te praten. Dat was onmogelijk – Sarah had geen idee waar Gabriel zich bevond en geen geld om haar eigen onderzoek te beginnen –, maar, zegt ze, ‘ik stemde met alles in om daar maar weg te kunnen’.

Geschokt door alles wat haar was gevraagd kon ze die nacht niet slapen. De ondervragers hadden een foto van haar identiteitskaart en haar adres, en ze vreesde dat ze achter haar aan zouden komen. Ze besloot de zaak helemaal te laten vallen. ‘Ik dacht dat ze me zouden helpen,’ vertelt ze later. ‘Ik was diep teleurgesteld.’

Yewande Odia, hoofd van MONUSCO’s Gedrag en Discipline-units en manager van de mannen die Sarah ondervroegen, betwist haar versie van het gesprek. Volgens haar is de bewering van Sarah dat de hoofdondervrager ‘onsympathiek was, dat hij haar vertelde dat ze naar de gevangenis zou gaan en geen hulp zou krijgen als ze geen andere informatie gaf’ apert onjuist. Odia zegt dat sommige vrouwen na hun aangifte een beroepsopleiding krijgen aangeboden, waaronder naai- en kooklessen, maar Sarah houdt vol dat haar tijdens het interview geen enkele vorm van hulp is aangeboden. De VN-woordvoerder voor vredeshandhaving in New York stelt dat de aanpak die Sarah beschrijft niet in overeenstemming is met het beleid van de organisatie en benadrukt dat slachtoffers ‘centraal staan in onze zorgen en onze respons’.

MONUSCO-kind

Het officiële beleid van de VN ten aanzien van vrouwen die zich melden met beschuldigingen van seksueel wangedrag klinkt ruimhartig. Deze vrouwen hebben recht op directe ondersteuning, zelfs als ze geen bewijs hebben van het incident of als ze de identiteit van de dader niet kennen. Wie de dader kan identificeren en kinderen heeft gebaard, kan uiteindelijk in aanmerking komen voor extra steun.

In de praktijk lijkt de houding tegenover de klagers echter van bureau tot bureau te verschillen. Christine Besong, een hoge functionaris voor de rechten van slachtoffers, die op een ander kantoor in Congo werkte, zegt: ‘Als je me komt vertellen dat dit een MONUSCO-kind is, zal ik je onmiddellijk bijstand verlenen. En ook als de soldaat niet kan worden geïdentificeerd, bieden we toch hulp.’ In verschillende interviews sprak Odia nadrukkelijk over vrouwen die seks tegen vergoeding hebben gehad en die om hulp vragen zonder bewijsmateriaal te hebben. ‘De VN beschouwt seks zonder instemming als verkrachting’, schreef ze in een e-mail. Bij Sarah lijkt het erop dat ‘één geval een relatie met instemming betrof’ (verwijzend naar J) en het andere ‘mogelijk zonder instemming was. Maar alleen een onderzoek kan dat duidelijk maken.’

Later die zomer kreeg Sarah verschillende telefoontjes van de VN-missie in Goma. Aanvankelijk was ze te bang om op te nemen. Toen ze dat uiteindelijk toch deed, kreeg ze een ander lid van de Gedrag en Discipline-unit aan de lijn. Hij vroeg of ze haar zaak persoonlijk wilde komen bespreken.

Sarah dacht dat ze elke maand 50 dollar zou krijgen als schoolgeld voor haar kinderen

Toen ze een afspraak hadden gemaakt, luisterde de man met medeleven naar haar verhaal en vertelde hij Sarah herhaaldelijk hoezeer het hem speet. Hij gaf haar 50 dollar – genoeg voor een paar weken eten – plus wat schriften en schooltassen voor de meisjes en een lap kleurrijke stof die bekendstaat als pagne en die als deken of rok kan worden gebruikt. Toen ze vervolgens langs het noodgebouw liepen waar haar twee eerdere ondervragers werkten, stak de man zijn hoofd naar binnen en vroeg hun hoe het mogelijk was dat ze het verhaal van Sarah hadden aangehoord, maar niets hadden gedaan om te helpen. Sarah zegt dat de man die haar de eerste keer had bedreigd, tegen haar zei dat ze ‘geluk’ had dat ze dit keer geld had gekregen.

Sarah besefte niet dat de betaling eenmalig was, ze dacht dat ze elke maand 50 dollar zou krijgen als schoolgeld voor haar kinderen. Toen ze vier weken later naar de missie terugkeerde, ‘vertelden ze me dat ze niets meer voor me konden doen’, zegt ze.

Sarah is niet de enige vrouw die het moeilijk vond om een klacht in te dienen bij de Gedrag en Discipline-unit van Goma. Ik sprak met een andere steungroep voor vrouwen met kinderen van vredeshandhavers, in Mubambiro, een stad bij Goma waar een VN-basis is gevestigd. Alle vijftien vrouwen zeiden dat zij het bureau om hulp hadden gevraagd. Drie vertelden dat ze erin waren geslaagd een eenmalige betaling te krijgen; de anderen zeiden geen hulp te hebben gekregen. ‘Elke keer zeggen ze hetzelfde,’ zegt de moeder van een tweejarig jongetje dat volgens haar door een Zuid-Afrikaanse soldaat werd verwekt. Ze vertelt dat ze de afgelopen twee jaar zestien keer naar het bureau is geweest, maar dat het niets heeft opgeleverd. Volgens haar ‘zeggen ze dat de vaders er niet meer zijn en dat we ze niet moeten lastigvallen. Ze zeggen dat wij opportunisten en profiteurs zijn, die uit zijn op geld.’

Krap bij kas

Nadat we de VN hadden benaderd om een reactie op Sarahs zaak, belden medewerkers van de Gedrag en Discipline-unit van Goma haar meer dan twintig keer op. Sarah zegt dat ze haar aanspoorden om naar het kantoor te komen zodat ze haar konden helpen, maar ook dat een ambtenaar haar vertelde dat ze niet meer met journalisten over haar ervaringen mocht praten. Ze blijft bang en voelt zich nog steeds lastiggevallen.

Het is nu bijna twee jaar geleden dat Sarah de VN om hulp vroeg. Ze zit krap bij kas: opnieuw zijn haar dochters gedwongen van school gegaan en zitten ze vaak dagenlang zonder eten. Nadat Sarah haar huur – 20 dollar per maand voor een huisje van golfplaat – niet meer kon betalen, nam haar hospita de matras in beslag die door de vier gezinsleden werd gedeeld.

Daarop bracht Sarah haar dochters naar het huis van haar zus in Minova; ze wist dat ze daar goed verzorgd zouden worden. Ze keerde alleen terug naar Goma en logeert nu bij haar andere zus, terwijl ze probeert geld te verdienen met het vlechten van haar in haar oude salon, die nu door een vriend wordt gerund. Het werk is onregelmatig en ze weet niet wanneer ze genoeg geld zal hebben verdiend om haar dochters weer naar school te kunnen sturen.

Ze zijn eraan gewend om mzungu (‘witte’ in Swahili) genoemd te worden

Denise en Olive zijn nu ondeugende meisjes van negen; de elfjarige Christine is stil en teruggetrokken. Ze zijn eraan gewend om mzungu (‘witte’ in Swahili) genoemd te worden. Als ze terugkomen in Sarahs dorp, rennen kinderen hun huis uit om de lichte huid van de meisjes aan te raken. ‘Het brengt hen in verlegenheid,’ zegt Sarah. ‘Het zijn kinderen, en ze willen er gewoon bij horen.’ Vooral Christine heeft het er lastig mee. Op een middag, toen ze nog naar school ging, kwam ze in tranen thuis omdat haar klasgenoten haar de klas uit hadden gewerkt nadat ze bij geschiedenis hadden geleerd hoe Congolese leiders hun witte Belgische onderdrukkers uit het land hadden verdreven.

Sarah probeert haar meisjes te troosten, maar heeft moeite met het beantwoorden van hun vragen over de identiteit van hun vader. ‘Ik vertel ze dat hun vader Jezus Christus is,’ biecht ze op, terwijl ze ongemakkelijk giechelt. Uiteindelijk is ze van plan alle drie de meisjes de halve waarheid te vertellen: dat ze zijn verwekt door soldaten die naar hun land van herkomst moesten terugkeren. Het belangrijkste voor haar is nu om genoeg geld te verdienen om hen te kunnen onderhouden. ‘Mijn kinderen moeten studeren,’ zegt ze. ‘Mijn ouders hebben niet gestudeerd en ik moest vroegtijdig van school. Ik wil niet dat zij net zo’n leven krijgen als ik.’


Deel dit artikel


Recent verschenen