Honderd jaar geleden doodde een luipaard in India 125 mensen, waarop de Britse jager Jim Corbett (1875-1955) het dier doodschoot. Anno 2018 gaat het nog steeds zo, en de laatste jaren neemt het aantal confrontaties toe.
Met zijn ogen halfdicht leek het of het luipaard sliep. De kogel zat nog in zijn schouder. Toen Jim Corbett het dier bekeek waarop hij al zo lang had gejaagd, bedacht hij dat het geen monster was. Het beest had 125 mensen gedood, misschien wel meer. Maar, zo noteerde Corbett in zijn boek The Man-Eating Leopard of Rudraprayag, ‘het had geen misdaad begaan tegen de wetten van de natuur, maar tegen die van de mens.’
Op 9 juni 1918, iets meer dan honderd jaar geleden, maakte het luipaard van Rudraprayag zijn eerste menselijke slachtoffer. Het spoor van doden dat het in de volgende acht jaar naliet, betekende zijn doodvonnis en vestigde zijn reputatie als – in de woorden van Corbett – ‘het meest gehate en gevreesde dier van heel India’. Mensenetende luipaarden waren in die tijd zeldzaam, in tegenstelling tot mensenetende tijgers.
Dat is veranderd. Onder de 182 grote katachtigen die in de afgelopen dertien jaar in de staat Uttarakhand menselijke slachtoffers maakten, bevonden zich 166 luipaarden. Zes van de elf dieren die in het afgelopen half jaar tot levensbedreigend werden bestempeld, waren luipaarden. Volgens een studie uit 2016 vonden er tussen 1998 en 2012 in de staat jaarlijks zo’n zestig aanvallen van luipaarden plaats.
In december 2016 vaardigde een rechter in Uttarakhand een verbod uit op het doden van gevaarlijke grote katachtigen. In plaats daarvan zouden ze gevangen en opnieuw uitgezet moeten worden. Maar in 2017 hief het hooggerechtshof dat verbod weer op omdat er ‘mensenlevens in gevaar waren’.

Er is nog iets veranderd. Volgens de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) is het luipaard tegenwoordig ‘kwetsbaar’. Het dier komt alleen voor in Afrika en Azië en bewoont nog maar 25 tot 37 procent van zijn oorspronkelijke territorium. Van de 260 luipaarden die dit jaar werden gedood – op een totale populatie van 12.000 tot 14.000 – stierven er 90 door toedoen van stropers. In Uttarakhand waren in maart dit jaar al 28 dieren gedood, waarvan 10 door stropers.
Corbett geloofde dat het luipaard in Rudraprayag op mensen ging jagen nadat het dier de lijken had gegeten van slachtoffers van de wereldwijde griepepidemie in 1918, waaraan zeventien miljoen Indiërs stierven. Nu is het grootste probleem dat het leefgebied van de dieren snel kleiner wordt. Alleen al de voorbije twee jaar ging in de staat 778 vierkante kilometer bos verloren. De luipaarden die daar woonden trekken niet weg, maar passen zich aan aan hun nieuwe omgeving.
Het verzoek het luipaard van Rudraprayag op te sporen kreeg Corbett in 1925 van zijn vriend William Ibbotson, toentertijd adjunct-commissaris van Garhwal [berggebied in Uttarakhand]. Voor die tijd had de Britse regering al van alles geprobeerd om het beest te vangen – onder meer een legertje Ghurka’s inzetten – maar tevergeefs. Corbett werkte in die tijd als aannemer, maar genoot nog steeds een reputatie als jager omdat hij zestien jaar daarvoor drie mensenetende wilde dieren had gedood.
Slaperig dorp
In april 1926 arriveerde hij in het dorp Bhainswara, waar het luipaard net een twaalfjarige jongen had gedood. ‘Wat heeft mijn zoon misdaan?’ vroeg de moeder hem. Een vraag waarop Corbett geen antwoord had. De jongen was aangevallen toen hij achter zijn moeder en zus aan slenterde, die water gingen halen bij de enige pomp in het dorp. Op 14 april 1926 deed Corbett drie pogingen om het luipaard te vangen – zonder succes.
Een kleine eeuw later is Bhainswara nog steeds een slaperig dorp. Het ligt tussen heuvels en terrasvormige velden en beschikt slechts over enkele moderne voorzieningen, zoals mobiele telefoons, tv-antennes en, sinds kort, toiletten. In 2009 maakte een luipaard er voor het laatst een dodelijk slachtoffer, een man die zijn geiten aan het hoeden was.
Tussen 1918 en 1926 doodde de menseneter van Rudraprayag zes mensen in het nabijgelegen dorp Chopta, dat slechts bereikbaar is via een bergpaadje. Maar tegenwoordig zouden de dorpelingen willen dat er meer luipaarden waren. In de buurt van Chopta leeft nog maar één luipaard, een volwassen mannetje. Het dorp kijkt met angst en beven toe hoe het dier aan het aftakelen is, want na zijn dood ligt de weg open voor een ernstiger bedreiging: wilde zwijnen. ‘We zijn gewend aan apen en herten. Maar wilde zwijnen komen in kuddes en vernielen onze oogst. De bossen zijn verwoest, daar is geen voedsel meer te vinden. Daardoor komen de zwijnen, die niet meer in toom worden gehouden door luipaarden, in de buurt van onze huizen,’ vertelt dorpshoofd Ramesh Tripathi (52), die voor de veiligheid Himalayaanse herdershonden houdt.
‘Evenwicht is zoek’
Uit het Forest Survey-rapport uit 2017 blijkt dat 778 vierkante kilometer bos, dat als buffer diende tussen het oerwoud en de landbouwgrond in de staat, is weggekapt. Zo’n 50.000 bomen hebben moeten plaatsmaken voor de door de regering-Modi aangekondigde Char Dham-snelweg [een weg van in totaal 900 kilometer die de belangrijkste plaatsen in de staat verbindt].
In het dorp Dharkot, waar het luipaard van Rudraprayag één slachtoffer heeft gemaakt, zegt dorpshoofd Narender Negi (54): ‘Het evenwicht is zoek. Het bos is verdwenen, dus daar is geen voedsel meer voor de dieren. Die komen nu naar de velden toe, gevolgd door luipaarden.’
Vidya Athreya van de Wildlife Conservation Society (WCS) zegt dat er niet genoeg gegevens zijn om het aanvalspatroon van de luipaarden te begrijpen. ‘Niemand weet precies waarom ze zo vaak toeslaan in Uttarakhand. Het komt niet alleen doordat luipaarden en mensen de ruimte moeten delen. Dat gebied valt onder Bosbeheer. Die mensen moeten beter getraind worden om confrontaties met wilde dieren te vermijden.’
In zijn biografie over Corbett, die Carpet Sahib heet (want zo werd de jager door de plaatselijke bevolking genoemd), schreef [de Britse schrijver en dichter] Martin Booth dat de schrijver-jager zich zorgen maakte over de ontbossing en de introductie van uitheemse, snelgroeiende bomen. In een van de eerste nummers van het tijdschrift Indian Wildlife, dat Corbett in 1936 oprichtte, schreef hij: ‘Stop! Stelletje idioten! Stop!’ Daar werd kennelijk niet naar geluisterd.
Snelweg 58, van Delhi naar Rudraprayag, loopt door het Rajaji National Park. Een plan om daar tunnels en viaducten aan te leggen om te zorgen dat de dieren zich kunnen verplaatsen, is sinds 2011 in behandeling. Intussen zijn er sinds 2014, op een stuk weg van 5 kilometer, door luipaarden al 21 mensen gedood, van wie 4 in de afgelopen 3 maanden. Het laatste slachtoffer, dat op 9 juli werd gedood, was de 56-jarige Surat Singh Negi. Op 11 juli maakten de autoriteiten bekend dat het luipaard die hem had aangevallen, gedood was door de daartoe bevoegde jager Prashant Singh.
‘Het gaat er niet alleen om dat je aangevallen kunt worden door een dier. Het gaat om het besef dat jij en je kinderen niet meer zijn dan voedsel’
De driejarige Nirjhala Singh werd op 16 juni gedood. Buren zeggen dat het luipaard haar vroeg in de avond wegsleepte. Het gezin is daarna verhuisd. ‘Het gaat er niet alleen om dat je aangevallen kunt worden door een dier. Het gaat om het besef dat jij en je kinderen niet meer zijn dan voedsel,’ zegt buurman Ramesh Rathuri.
In het dorp Harinagri in Bagheshwara kwam op 23 maart de tweejarige Karan en op 12 juni de tienjarige Deepak Ram om. Na het laatste incident brandden de dorpelingen tien hectare bos af. Beide jongens kwamen uit arme dalitfamilies, die met een inkomen van minder dan tweeduizend roepie aan de rand van het dorp woonden. Op die juni-avond ging Deepak even naar buiten om een luchtje te scheppen. Vader Diwan Ram zegt dat het in hun hut, zonder ventilator en licht, heel bedompt kan worden. Het luipaard viel rond zeven uur aan. De dag nadat Deepak was gestorven, legde de overheid van Uttarakhand een elektriciteitsleiding aan naar hun huizen. Nu er stroom is, heeft het gezin één peertje opgehangen.

Met zijn bril op zijn neus en gekleed in een verschoten poloshirt met een gerafelde kraag maakt Lakhpat Singh Rawat een totaal andere indruk dan de in koloniaal jachtkostuum gestoken Corbett. Toch claimt de 51-jarige wiskundeleraar dat hij Corbetts record al verbeterd heeft. ‘Corbett doodde 33 dieren, waarvan er maar 12 menseneters waren. Ik heb 50 dieren gedood, allemaal menseneters.’ Bosbeheer heeft bevestigd dat hij, vanaf 2002, 48 luipaarden en 2 tijgers om het leven heeft gebracht.
Rawat houdt zijn jachtpartijen nauwkeurig bij op zijn laptop. Hij bewaart ook kopieën van zijn vergunningen voor elke jacht. Het eerste luipaard dat hij afschoot, had twaalf schoolkinderen in zijn geboortedorp gedood. Hij geniet duidelijk van zijn dubbelleven, maar vindt het toch jammer dat de regering alleen aan hem denkt als er ‘een luipaard afgemaakt moet worden’. ‘Waarom gebruiken ze me als beul? Ik zou ook kunnen helpen om die dieren te redden. Wat hebben ze misdaan? We hebben ze hun eten en hun leefomgeving afgenomen.’
Corbett schoot het luipaard van Rudraprayag uiteindelijk neer op 2 mei 1926 aan de oever van de Alaknanda. Toen hij het lichaam opmat, vielen hem de versleten tanden van het dier op. Ook miste het beest een deel van een teen en een klauw, en had het een zwarte tong van de pogingen die waren gedaan om het te vergiftigen. In zijn boek schreef Corbett over de lessen die hij had geleerd bij de jacht. Zo maakte het een luipaard volgens hem niet uit ‘of er dekking was of niet’.
Laag aangeschreven
Ook heden ten dage is er nog veel onbekend over het luipaard. ‘Het probleem is dat luipaarden heel heimelijk te werk gaan. Ze laten geen sporen achter. Dat heeft de evolutie ze geleerd. Op dit moment bekijken we alle factoren die leiden tot aanvallen op mensen: de teloorgang van bossen en prooi, toenemende ontwikkeling van leefgebieden van het luipaard, en stroperij,’ zegt een functionaris van Bosbeheer.
Jager Rawat meent dat het luipaard sowieso niet hoog staat aangeschreven: het kan niet in de schaduw staan van zijn gevierde neef de tijger. Hij vertelt over de keer, in 2011, dat hij een tijger doodde. ‘Eerst wilde iedereen dat ik de tijger afmaakte. Maar toen hij dood was, kwamen er protesten. Dat zou bij een luipaard nooit gebeuren.’
Ramesh Singh, boswachter in het Rajaji National Park, merkt op dat het lot van het luipaard ook wordt bezegeld doordat het goedkoper is het dier te doden dan het te vangen en elders weer los te laten. ‘Een luipaard verdoven kost 500.000 roepie. Het luipaard doden en compensatie betalen voor de dood van een mens kost maar 300.000.’
Auteur: Aniruddha Ghosal
The Indian Express
India | dagblad | oplage 550.000
Deze in 1931 opgerichte krant is de grootste concurrent van de Indiase Times. Staat bekend om zijn strijdlust en journalistieke moed en duikt graag in politieke en financiële schandalen. De zondagseditie heeft extra aandacht voor cultuur.

