visuals 2TS23o0 pUc unsplash 1 scaled


Avishai Adrai laat zien hoe een simpele tweet even verwoestend kan zijn als een bom, omdat ‘elk beeld, elke zin, elke letter de voorbode kan zijn van een dood die we ervaren terwijl we nog leven’.

Wanneer Avishai Adrai ’s nachts een bericht stuurt, bevat dit niet alleen foto’s van doelwitten die het Israëlische leger wil bombarderen, maar zet hij er ook teksten bij die afkomstig lijken uit een roman over zinloos doden of uit het vervolg van een horrorserie. Hij voegt muziek toe en noemt de namen van de slachtoffers, alsof het een scène betreft uit Gabriel García Márquez’ roman Kroniek van een aangekondigde dood, waarin iedereen weet wanneer de dood nadert, behalve wijzelf. We dragen als het ware ons eigen overlijdensbericht op onze rug, leven voortdurend in spanning, en vragen ons bitter af: waarom is, te midden van al het nepnieuws dat dagelijks de wereld rondgaat, die ene tweet die onze dood voorspelt de enige waar we niet aan twijfelen? Waarom lijkt de aankondiging van onze dood in elke tweet definitief te zijn?

Het begon met eenvoudige pieperberichten in Libanon en groeide uit tot moorden die tot in de kleinste details werden gepland. Deze operaties waren niet alleen bedoeld om stemmen te smoren, maar doen denken aan een repetitie voor ‘De Grote Exodus’. 23 september kondigde een tijdperk aan van terreur. Een dag vol angst, waarop onze paniek steeds andere vormen en maten aanneemt maar de bittere nasmaak blijft en de impact enorm is. Vormen deze operaties onderdeel van een groot plan, of simpelweg een hoofdstuk in ons dagelijks leven? Houdt die klootzak van een Avishai ons voor de gek?

Valstrikken

Als hij schrijft: ‘Voor uw veiligheid, houdt u 500 meter afstand van deze gebouwen’, vragen wij ons af: wat voor ‘veiligheid’ bedoelt hij? Willen ze daadwerkelijk de gebouwen ontruimen voordat deze op hun bewoners neerstorten? Maakt deze vorm van openlijke spionage ons niet belachelijk? Wanneer je vijand je dwingt je huis te ontvluchten, zaait hij niet alleen angst, maar plant hij ook het idee dat je nu een doelwit bent geworden. Je loopt rond met een denkbeeldig doel op je rug, je ervan bewust dat je elk moment kunt sterven.

Elke avond schetsen ze een nieuwe kaart, niet alleen van huizen en gebouwen, maar ook van herinneringen. Bekende plekken worden valstrikken, elke hoek waar je ooit elkaar groette of gedag kuste is vanaf nu verdacht. Tussen de zorgvuldig gekozen woorden en beelden ligt iets krachtigers verborgen dan bommen. Avishai betreedt de berichtendienst als een sluipschutter, die de steegjes kent en weet waar hij kan toeslaan en ontsnappen. Zijn tweets sluipen binnen zoals de dood zich in onze gedachten nestelt: langzaam en stilletjes. Ze zijn geen simpele dreigingen van vernietiging, maar pogingen om onze ziel te vernietigen voordat de fysieke vernietiging plaatsvindt. Deze berichten doden ons keer op keer, nog voordat de raketten gelanceerd worden. Elke keer dat we zo’n tweet lezen, beginnen we het beeld te analyseren: is dit datzelfde gebouw dat ik elke ochtend passeer? Is dit de straat waar ik loop? Hoe kan één foto zo veel dood en verderf bevatten?

Hoe kan een vluchtige post op het internet uitgroeien tot een nachtmerrie voor duizenden gezinnen?

Deze foto’s, die enkel militaire mededelingen zouden moeten zijn, worden iets veel angstaanjagenders. Elk gebouw dat wordt getoond verwordt tot symbool van mogelijk verlies. Achter al die muren wachten mensen, gezinnen, hele levens die hopen te bloeien. Hoe kan één tweet zo veel angst veroorzaken? Hoe kan een vluchtige post op het internet uitgroeien tot een nachtmerrie voor duizenden gezinnen die hun huizen ontvluchten?

Elk herkenningspunt, elke muur wordt een onbekende ruimte vol vragen waarvan we nooit hadden gedacht dat we ze zouden moeten stellen: ‘Is dit mijn huis? Ben ik de volgende naam op de lijst van slachtoffers?’ Deze duistere tweets zijn een vast onderdeel van ons dagelijks leven geworden. Deze tweets, die ferme betonnen gebouwen herleiden tot fragiele objecten, veranderen ons gevoel van veiligheid in iets tijdelijks, alsof we een wapenstilstand sluiten met de dood: ‘Geef me alsjeblieft nog één dag.’

Hoop

Zodra Avishai weer van zich laat horen, komen de vragen opnieuw op: wordt deze plek de volgende? Hebben we echt tijd om te vluchten? Er is geen tijd om te denken, geen tijd om te treuren. We worden overspoeld door vragen: wat zal er morgen gebeuren? Zal iemand die we liefhebben het niet overleven? Zal de volgende tweet het einde aankondigen? We zijn voortdurend in afwachting van onze dood, als de protagonisten van een tragedie waarvan we het einde al kennen, maar niet kunnen veranderen. Zoals in Kroniek van een aangekondigde dood leven we met de wetenschap dat de dood komt, zonder te weten hoe of wanneer. Toch blijven we naar de foto’s kijken, op zoek naar een sprankje hoop: ‘Misschien is het deze keer toch vals alarm?’

In een wereld vol leugens zouden we willen dat het nieuws over onze dood ook vals was, slechts een gerucht, een misplaatste grap. Maar de enige waarheid die ons vandaag rest, is dat we onder constante dreiging leven: elk beeld, elke zin, elke letter kan de voorbode zijn van een dood die we ervaren terwijl we nog leven. Meer dan ooit is tot ons doorgedrongen dat voor angst geen bommen nodig zijn. Soms zijn 280 tekens genoeg. 


Deel dit artikel


Recent verschenen