terrorisme bedreigt 500 eurobiljet


Grote coupures als het 500-eurobiljet zijn razend aantrekkelijk voor criminelen en terroristen. Daarom overweegt de Europese Centrale Bank ze af te schaffen.

De Europese Commissie heeft een nieuw front geopend in de strijd tegen het terrorisme. Niet op een slagveld, zoals je zou verwachten, maar binnen de meestal zo mistroostige wereld van de Centrale Bank. De komende paar maanden zal het uitvoerend orgaan van de EU onderzoeken of het biljet van 500 euro, de grootste coupure die binnen de eurozone in circulatie is, door terroristen in het Midden-Oosten wordt gebruikt om grote sommen te transporteren. ‘Bij criminele elementen zijn die bankbiljetten zeer in trek’, rapporteerde de Commissie in februari, ‘vanwege hun hoge waarde en geringe volume.’

Wat gebeurt er als de Commissie op een sterk verband met terrorisme stuit? Dan houdt de Europese Centrale Bank misschien op die biljetten te printen – en ze uiteindelijk zelfs te accepteren.

Naarmate de dreiging van IS en andere terroristische groepen de afgelopen jaren is toegenomen, hebben westerse veiligheidsfunctionarissen manieren proberen te bedenken om de logistieke operaties van die organisaties te ondermijnen. Strengere bankvoorschriften invoeren om te voorkomen dat terroristen geld overmaken via elektronische betaalsystemen is één tactiek geweest.

Dat is natuurlijk heel verstandig, maar het probleem is dat deze benadering slechts van toepassing is op de helft (als het al zo veel is) van de terroristische geldmachine. Tegenwoordig vindt een belangrijk deel van de financiële geldstromen naar terroristische groepen plaats via ouderwets contant geld, vooral in grote coupures.

Juist vanwege de beperkende maatregelen op elektronische betalingen en vanwege de regelgeving waaraan banken zijn onderworpen, zou papiergeld almaar belangrijker kunnen worden. Een verbod op grote coupures, zoals de Europese Commissie overweegt, zou die geldstromen kunnen ondermijnen. Beschouw het maar als het financiële equivalent van zand gooien in de wielen van de contante transfers: een verbod maakt misschien geen einde aan alle illegale manieren waarop geld wordt doorgeschoven, maar het zal de pogingen logistiek moeilijker maken.

Om 1 miljoen in biljetten van 500 euro te vervoeren, heb je maar een klein tasje nodig

Waar het baar geld betreft, zijn praktische details belangrijk. Om het equivalent van 1 miljoen dollar in biljetten van 500 euro te vervoeren, heb je maar een klein tasje nodig. Als je datzelfde bedrag omzet in biljetten van 100 dollar moet er een simpele aktetas aan te pas komen, zo’n koffertje dat niet moeilijk mee te nemen is in een vliegtuig, trein of auto. Maar het wordt iets heel anders als je 1 miljoen dollar in biljetten van 20 dollar wilt vervoeren: daarvoor heb je vier aktetassen nodig, die niet gemakkelijk met de hand te dragen zijn.

Het gebruik van contant geld neemt in vele landen toe, ondanks alle nieuwe financiële technologie en geraffineerde vormen van cyberfinanciering. In Japan is bijvoorbeeld de hoeveelheid contant geld die in omloop is gelijk aan 20 procent van het bnp, waar het in 2010 18 procent was. In de VS staat het op 8 procent en is het ook toegenomen in de afgelopen zes jaar, terwijl het in Zwitserland en de eurozone 10 procent bedraagt, ook enigszins hoger dan in het verleden. De enige regio waarin het gebruik van contant geld de afgelopen tien jaar is afgenomen, is Scandinavië.

Kleine coupures

Die gewoonten zijn interessant, maar wat het meest onthullend – en alarmerend – is, zijn de coupures. Uit de weinige studies die economen hebben gedaan naar het gebruik van contant geld, blijkt dat huishoudens over het algemeen kleine coupures gebruiken voor alledaagse transacties. Als het om grotere sommen gaat, maken ze gebruik van hun bankrekening. Het komt zelden voor dat een gewone burger voor een pak melk met een biljet van 100 euro betaalt, of een briefje van 500 neerlegt om een spijkerbroek te kopen. De meeste inwoners van de Europese Unie zeggen dat ze zelfs nog nooit een paars biljet van 500 euro hebben gezíén. Maar als je naar de statistieken van de Centrale Banken kijkt, zou je denken dat er overal grote coupures te vinden zijn.

Volgens gegevens die zijn verzameld door de Bank voor Internationale Betalingen [de bank van de Centrale Banken] bestaat 80 procent van de in omloop zijnde Amerikaanse dollars uit 100-dollarbiljetten.

Bijna een derde van het contante geld in de eurozone vind je in de vorm van 500-eurobiljetten. Voor het Zwitserse 1000-francbiljet is het aandeel 60 procent en voor de Japanse 10.000 yen ligt het boven de 90 procent. Dit wijst erop dat het grootste deel van dit contante geld niet wordt gebruikt voor normale, dagelijkse transacties. In plaats daarvan dient het om grote hoeveelheden vermogen te verbergen of te verplaatsen, vaak over de grens. Amerikaanse functionarissen schatten bijvoorbeeld dat twee derde van de biljetten van 100 dollar zich buiten de Amerikaanse grenzen bevindt, op plekken als het Midden-Oosten, China, Rusland en Latijns-Amerika. Intussen menen ambtenaren van de Europese Commissie dat veel van de 500-eurobiljetten naar Rusland of het Midden-Oosten gaan.


Het is moeilijk na te gaan op welke schaal dit gebeurt. Maar om enig idee te krijgen van wat er aan de hand is, is het de moeite waard om naar Luxemburg te kijken. In 2013 (het laatste jaar waarvan gegevens beschikbaar zijn) bracht dit kleine land ongeveer 79 miljard dollar in omloop in de vorm van biljetten van 500 euro, het equivalent van twee keer het Luxemburgse bnp.

Een deel van deze overdracht en opslag van contant geld is ongetwijfeld legaal. Griekse spaarders hebben bijvoorbeeld euro’s verzameld om het hoofd boven water te houden in de huidige crisis. Maar het komt hoe langer hoe vaker voor dat potentiële terroristen als ze gearresteerd worden in het bezit blijken te zijn van dollars of euro’s in grote coupures. In februari maakte de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) de arrestatie van vier drugsmokkelaars bekend die cocaïne uit Latijns-Amerika hadden gesmokkeld om wapens voor Hezbollah te financieren. De politie trof luxeauto’s aan waarin overal grote geldcoupures waren verstopt.

Maar niet iedereen is vóór het idee om grote coupures in de ban te doen. Geenszins zelfs. Binnen Europa schrikt het vele Duitse economen en investeerders af. Zij vinden dat een verbod riekt naar excessieve overheidsbemoeienis. In de VS is het concept van contant geld lang geassocieerd met privacy en vrijheid; libertariërs voelen dan ook niets voor het idee.

Toch is het al eerder voorgekomen. In de jaren zestig maakte Washington een einde aan het biljet van 500 dollar, de Britse overheid is al tientallen jaren geleden gestopt met het gebruik van haar 100-pondbiljet en Singapore heeft zijn biljet van 10.000 dollar in 2014 teruggetrokken. Er deden zich geen rampen voor; investeerders pasten zich heel snel aan. En dit was in een tijd vóór iemand zich kon voorstellen dat je met je telefoon boodschappen of taxiritjes betaalde.

In een wereld met elektronisch geld hebben banken momenteel de middelen (en een reden) om nog verder te gaan. Nu Europa de strijd tegen terrorisme en misdaad intensiveert, moet Washington, met zijn biljet van 100 dollar, daar goede nota van nemen.

Het kan zijn grote coupure uit de circulatie halen, óf het ministerie van Financiën en de Centrale Bank kunnen terroristen en drugsmokkelaars een open doel blijven bieden.

Auteur: Gillian Tett
Vertaler: Tineke Funhoff

Foreign Policy
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.


Deel dit artikel


Recent verschenen