ANP 353219181 2


Leerlingen in Kenia uiten massaal hun onvrede over het corrupte, rigide en ongelijke onderwijs dat ze dagelijks ervaren. Sinds de scholen weer opengingen werden al ruim 65 kostscholen in brand gestoken. Een andere manier om de aandacht te trekken zien ze niet. ‘Dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’

Toen de pandemie in 2020 toesloeg, maakten leerlingen, ouders en opvoeders in Kenia zich zorgen over de gevolgen van de schoolsluitingen voor het welzijn en de vorderingen van de kinderen. Nadat de sluitingen begin 2021 werden opgeheven, werd de grootste zorg of leerlingen opnieuw hun scholen in brand zouden steken.

En die zorg was niet ongegrond, aldus Elizabeth Cooper, universitair docent Internationale Studies aan de Simon Fraser University. Haar boek Burning Ambition: Education, Arson, and Learning Justice in Kenya, over onderwijs en schoolbranden in Kenia, wordt komend jaar gepubliceerd.

In een artikel voor African Arguments schrijft Cooper: ‘In de eerste maand dat de scholen weer open waren, staken leerlingen in Kenia minstens vijfentwintig middelbare kostscholen in brand. In oktober en november werden er nog eens ten minste veertig scholen getroffen door brandstichting. Tragisch genoeg is één leerling omgekomen bij een van de branden van dit jaar.’

Elk jaar worden tientallen pogingen tot brandstichting ondernomen

‘Honderden anderen kregen de schrik van hun leven toen ze wakker werden en hun slaapzalen in brand zagen staan, hun persoonlijke bezittingen zagen afbranden en door de autoriteiten bedreigd werden om verantwoordelijkheid te bekennen. Tientallen middelbare scholieren zijn gearresteerd en wachten op mogelijke strafvervolging. Diverse scholen zijn gesloten in afwachting van nieuwe financiële middelen (voornamelijk afkomstig van ouders) om beschadigde gebouwen te herstellen.’

Natuurlijk is elke vorm van brandstichting angstaanjagend, schrijft Cooper, maar de trend van schoolbranden in Kenia noemt ze ‘niet langer schokkend’, gezien de frequentie. Volgens haar onderzoek, gebaseerd op berichten van de overheid en in de media, vonden er tussen 2008 en 2018 minstens zevenhonderdvijftig pogingen tot brandstichting plaats op Keniaanse middelbare kostscholen. De hoeveelheid per jaar verschilde, met als hoogtepunt 2016 toen er sprake was van 239 brandstichtingen, maar elk jaar worden er tientallen pogingen ondernomen.

Oorzaken

Cooper las ook elk jaar weer ‘een stortvloed van analyses’ over de oorzaken van deze branden. Zo deed een parlementaire commissie in 2008 onderzoek naar de onrust onder middelbare scholieren, waarbij drieëndertig openbare hoorzittingen werden gehouden waar duizenden Kenianen aan deelnamen. Tijdens onderzoek door een andere parlementaire commissie in 2016 werden mensen op zevenennegentig scholen ondervraagd.

De factoren en verklaringen die in die onderzoeken werden genoemd gingen volgens Cooper alle kanten op. In het rapport dat verscheen na het onderzoek van 2008 bijvoorbeeld werden maar liefst negenenveertig ‘mogelijke hoofdoorzaken’ genoemd en honderdenvierentwintig aanbevelingen gedaan.

Ook de commissie van 2016 somde een reeks van oorzaken op, aldus de Keniaanse krant The Standard: ongedisciplineerd gedrag van studenten, alcohol- en drugsmisbruik, druk van medeleerlingen, wanbeheer op school, opstoppingen in slaapzalen, te veel examens, criminele bendes, tribalisme, slechte opvoeding, invloed van sociale media en sensationele berichtgeving in de media.

‘Keniaanse leerlingen gaan tot brandstichting over omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten’

‘Ik heb sinds 2013 onderzoek gedaan in Keniaanse internaten, waarbij ik tientallen leerlingen, oud-leerlingen, leraren en directeuren heb geïnterviewd’, schrijft Cooper. ‘Deze instellingen richten zich voornamelijk op examenvoorbereiding, en dat vertaalt zich vaak in beruchte rigide en pijnlijke omstandigheden voor leerlingen. Dit is niet uniek voor Kenia, maar bijna iedereen met wie ik sprak, erkende dat Keniaanse leerlingen tot brandstichting overgaan omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten.’

Cooper verwijst naar de simpele uitleg van een van de studenten die ze sprak: ‘Er is een ideeënbus, maar weet je, dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’ Een ander vertelde haar: ‘Je begint met de ideeënbus. Maar als ze dan weigeren te reageren, ga je over op een andere tactiek, zoals een rel. En als dat niet werkt, dan een brand. Dan worden ze het wel met ons eens dat ze iets moeten gaan ondernemen.’

Een vijandige overheid

Middelbare scholieren zijn over veel dingen ontevreden, schrijft Cooper. ‘Ze grijpen naar brandstichting omdat ze denken dat het hun enige optie is om serieus genomen te worden. Toch is de typische reactie van de regering op schoolbranden het intensiveren van discipline en straffen. Jarenlang hebben ministers van Onderwijs ultimatums gesteld, leerlingen “primitief” genoemd, of “hooligans”, en gezworen hen “hard aan te pakken” met strengere straffen.’

Dat leidde volgens Cooper ook tot uitspraken van ‘grote mannen’, zoals de huidige minister van Onderwijs, die pleit voor toestemming om studenten te slaan. ‘Het hele jaar al haalt George Magoha de kranten door te verklaren dat hij “de stok wil terugbrengen”. Hij stelt dat “we leraren de macht moeten geven om te straffen” omdat er kinderen zijn “die horens hebben gekweekt”.’

Lees ook:

Met dergelijke retoriek sluit je de mogelijkheid uit om de daden van studenten serieus te nemen, stelt Cooper. Door studenten weg te zetten als slecht en irrationeel, proberen politici zichzelf te vrijwaren van elke vorm van verantwoordelijkheid voor de boze, uit wanhoop geboren acties van studenten. Ze citeert met instemming wetenschapper Wandia Njoya: ‘Het geweld tegen kinderen wordt vaak toegeschreven aan de kinderen zelf, waardoor Keniaanse volwassenen de realiteit kunnen ontlopen dat het echte probleem het schoolsysteem is.’ Bovendien, voegt Cooper eraan toe, kunnen politici door deze beschuldiging aan het adres van ‘onhandelbare’ leerlingen, zich voordoen als de ordehandhavers van het land.

‘Jonge Kenianen moet geleerd worden dat geweld niet de enige manier is om invloed uit te oefenen’

Om het probleem van de schoolbranden aan te pakken, zal de regering harder zijn best moeten doen, betoogt Cooper. Daadwerkelijk luisteren, medeleven tonen, kritisch denken en systematische hervormingen doorvoeren zijn volgens haar hard nodig om het probleem aan te pakken van ‘de bestraffende logica van kostscholen die Kenia’s intens concurrerende onderwijssysteem voortbrengt. Ze zijn nodig om jonge Kenianen te laten zien dat geweld niet de enige manier is om invloed te verwerven in het openbare leven.’

Cooper signaleert wel wat tekenen die op verandering zouden kunnen wijzen. ‘Ten eerste gaan er steeds meer stemmen op om de kostscholen geleidelijk af te schaffen, hoewel Magoha heeft gezegd dat deze mogelijkheid “op dit moment geen punt van discussie is”. Ten tweede is de regering bezig met de invoering van een nieuw “competentiegericht curriculum” dat naar eigen zeggen meer op de leerling gericht zal zijn.’ Verwijzend naar de argumenten van onderwijsexperts en ouders, heeft Cooper daar zo haar vraagtekens bij: ‘Deze veranderingen lijken er eerder toe te leiden dat het onderwijs nog minder rechtvaardig wordt naarmate er meer mogelijkheden voor privatisering binnensluipen.’

Misschien is er na die honderden schoolbranden verandering op til, schrijft Cooper. Maar ze wijst er wel op dat de status quo eigenlijk prima werkt voor degenen die in Kenia aan de top zitten, met ‘een onderwijssysteem dat georganiseerd is rond felle concurrentie en ongelijke kansen’. Voor ‘een hiërarchische en dwingende manier van regeren die de aspiraties van de burgers indamt’ is het dan heel handig om ‘onhandelbare studenten’ als eeuwige zondebok aan te wijzen en zo ‘de legitimiteit van disciplinair handelen te versterken’.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen