Wacht ons in de toekomst een duurzamer, efficiënter en gemakkelijker leven of zullen onze huizen worden overgenomen door veiligheidssystemen en controlerende apparatuur?
Stel je, als je kunt, een kleine, blauwige kamer voor. Snoeren, schermen, sensoren. Een paar aandenkens aan de oude wereld. De bewoonster van de kamer, aan huis gekluisterd door een zoönotische pandemie, greenwasht vanuit haar bed een bedrijf voor datamining [gegevensdelving]. De overheid heeft haar verboden de deur uit te gaan.
Aan het eind van de gang is een gemeenschappelijke keuken, die ze deelt met een paar onbekenden die ze online heeft ontmoet, maar meestal bestelt ze haar maaltijden via een interface en eet ze die hier op. Microfoons registreren haar interacties. Een bewegingssensor om haar pols herinnert haar eraan dat ze haar activiteit moet optimaliseren. Uit verlangen naar de stervende wereld buiten heeft ze een paar regenwoudplanten gekocht om de ruimte wat op te fleuren. Haar zaksurveillanceapparaat herinnert haar eraan dat ze die water moet geven. Ze vangt een nieuwsflits op: de rijkste man ter wereld heeft zojuist de atmosfeer van de aarde verlaten.
Tot zover het huis van 2021. En het huis van 2050? Zou dat een hoopvoller visioen van huiselijkheid bieden dan de dystopische nachtmerrie die sommigen van ons de afgelopen jaren hebben beleefd? Stevenen we onverbiddelijk af op een wereld van surveillance, klimaatcrisis en woningcrisis, en verdrinken we in eenzaamheid terwijl onze Metaheadset de data uit onze ziel zuigt.
‘Onze woonsituatie wordt steeds geraffineerder aangepast aan onze eigen wensen en behoeften’
Misschien allebei een beetje, zegt Sarah Douglas, directeur van de designadviesbureau The Liminal Space. Zij stond aan de basis van de expositie Tomorrow’s Home in het Museum of the Home in Londen, die liet zien hoe we over drie decennia misschien zullen wonen. ‘Het huis van de toekomst zou ons kunnen helpen onze woonsituatie steeds geraffineerder aan te passen aan onze eigen wensen en behoeften,’ zegt ze. ‘Maar het wordt een hele klus om te leren omgaan met de enorme voordelen en de ethische problemen die gepaard gaan met nieuwe, interactieve technologieën.’
Natuurlijk zullen we niet elke toekomstige trend met open armen ontvangen. ‘Het kan zijn dat je een groep mensen krijgt die overal voor in is, een groep die erachteraan sukkelt en een groep die zich geheel en al afzijdig houdt,’ zegt Rachel Coldicutt, directeur van Careful Industries, dat onderzoek doet naar de interactie tussen technologie en mensen. Mensen die hun huis als een privéheiligdom blijven zien, zullen het niet gemakkelijk krijgen, waarschuwt ze. De machtigste techbedrijven ter wereld hebben hun focus al verlegd van telefoons naar huizen: Google heeft zijn scala aan Nest-producten op het gebied van intelligente veiligheidssystemen, Amazon heeft octrooi aangevraagd op apparatuur die onze ‘emotionele data’ kan lezen en Facebook lanceert zijn metaverse.
Surveillance
Deze technologieën weten de aanvankelijke bedenkingen die we er misschien tegen hebben op de een of andere manier weg te nemen. ‘Mensen kopen Alexa [de virtuele assistent van Amazon] niet omdat het een surveillanceapparaat is,’ zegt Coldicutt. ‘Ze kopen het omdat het fijn is om een handsfree tijdschakelaar in de keuken te hebben. Maar het blijft een surveillanceapparaat.’
Sommigen van ons zullen zich erbij neer moeten leggen. Als er in de toekomst sociale huisvesting bestaat, zouden de betrokken bewoners zich dan enigerlei vorm van monitoring moeten laten welgevallen om te ‘bewijzen’ dat ze van die huisvesting gebruik mogen maken? Als je in de toekomst een bijstandsuitkering geniet en je ligt om half negen nog in bed, wordt dat dan een probleem? Coldicutt denkt van wel.
‘De huizen zullen harder hun best moeten doen’
Maar vanbuiten zullen huizen er tenminste nog grotendeels hetzelfde uitzien. Er is geen reden om aan te nemen dat de Britse voorliefde voor victoriaanse rijtjeshuizen in 2050 verdwenen zal zijn. ‘De huizen zullen alleen harder hun best moeten doen,’ zegt architect Piers Taylor. ‘Er zullen werkruimtes en wellnessruimtes komen, evenals plekken om te eten en te slapen, en die zullen ook flexibeler moeten worden.’
Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot bij de bouw komt van beton en staal, dus zullen er in nieuwe huizen duurzamere materialen zoals hout worden gebruikt en zal er lager worden gebouwd. Taylor: ‘Alles minder dan twee verdiepingen is niet compact genoeg, alles meer dan vijf vergt te veel grondstoffen.’ We zullen modulaire interieurs nodig hebben die snel kunnen veranderen om berekend te zijn op bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, of op de komst van een klimaatvluchteling. En zoals we nu op Netflix geabonneerd zijn, zullen we in de toekomst misschien abonnementen nemen bij bedrijven die meubilair, huishoudelijke apparatuur en voertuigen leveren.
Het huis van de toekomst zou er als volgt uit kunnen zien.



De woonkamer
Sensoren, microfoons, camera’s, beeldschermen: allemaal zullen ze tot 2050 waarschijnlijk hand over hand toenemen, maar wel in een veel discretere vorm; in een kandelaar of een vaas. Alexa zou kunnen inhaken op de trend om meer natuurlijke materialen te gebruiken (hout, hennep, stro et cetera) en ze zal niet alleen meer reageren op wat je zegt, maar ook op de toon en het volume van je stem, zodat ze weet wanneer je tegen je kinderen schreeuwt.
Maar zolang we de baas blijven over onze eigen data hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn. ‘We kunnen ons hier concentreren op de dystopische aspecten,’ zegt Yvonne Rogers, hoofd Computerwetenschap van University College London, ‘maar als we abstracter nadenken over hoe we de data kunnen gebruiken die deze apparaten verzamelen, kunnen we er allerlei interessante dingen mee doen.’ Zoals digitaal behang maken dat zijn kleur aanpast aan de emoties in huis. Het zou een liveopname kunnen tonen van een stuk regenwoud dat door jouw huishouden wordt gesponsord. Misschien zal het ook reageren op de aanwezigheid van een baby of een huisdier.
Misschien kunnen we zelfs overleden dierbaren op onze bank projecteren
Nu wij steeds meer thuiswerken (of werkloos thuiszitten als gevolg van de automatisering) en misschien minder kunnen reizen, zullen we naar nieuwe manieren zoeken om virtueel contact te leggen. Star Wars-achtige hologramprojecties van dierbaren in 3D zijn niet meer zo ver weg. ‘Nu kun je met behulp van augmented reality al Ikea-meubels in je eigen woonkamer uitproberen. Die technologie zal zich verder ontwikkelen. Er zal misschien nog steeds een augmentedrealitybril aan te pas komen, maar het aanbrengen van een digitale laag in een fysieke ruimte zal vermoedelijk steeds meer ingang vinden,’ zegt Rogers.
Misschien zullen we zelfs overleden dierbaren op onze bank kunnen projecteren. Dit zou een manier kunnen zijn om de eenzaamheid van een vergrijzende bevolking te verlichten. ‘Je kunt je voorstellen dat je voor zoiets een abonnement kunt nemen bij een bigtechbedrijf,’ zegt Douglas. ‘En dat je daarbij kunt worden verleid tot een upgrade als je ook gesprekken wilt kunnen hebben over voetbaluitslagen, of over een filosofische theorie.’
De keuken
Dit deel van het huis heeft in de afgelopen generaties ingrijpende veranderingen ondergaan: van een kombuisachtig vertrek, ontworpen voor een bediende, tot een grote, gemeenschappelijke ruimte die het middelpunt van het gezinsleven vormt en de eetkamer overbodig maakt. Niet dat we meer zijn gaan koken. Door dronebezorging, kweekvlees en voedingstechnisch geoptimaliseerde kant-en-klaarmaaltijden zal de bevolking het koken steeds meer verleren en wordt het een nog exclusievere hobby dan nu. En dieren eten? Dat wordt mogelijk net zoiets als roken eerder al werd: passé, ongezond en een beetje rebels.
Of stel je voor dat je vuilnisbak zou kunnen berekenen hoeveel je weggooit en je beloont met korting op de afvalstoffenheffing (of je straft met een verhoging). Een andere tentoongestelde innovatie is de ‘slimme mok’, een drinkbeker die je vitale functies checkt en het verraadt als je verboden middelen hebt gebruikt.
Maar een echt intelligent huis zou niet per se vol glanzende, nieuwe gadgets hoeven te staan. De nieuwe ‘recht op reparatie’-wetgeving toont aan dat gekozen leiders eindelijk bereid zijn onze spilzieke consumptiemodellen aan de kaak te stellen. ‘Dit zal waarschijnlijk leiden tot het gebruik van meer natuurlijke en herbruikbare materialen, en tot een grotere tweedehandscultuur,’ zegt Bishop, door items zodanig te ontwerpen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.
De badkamer
De toekomst wordt gewoonlijk afgeschilderd als een glanzende, witte, steriele ruimte. Maar het zijn de ‘schone witte ruimten van het modernisme’ waartegen we moeten vechten, zegt Richard Beckett, die prijzen heeft gewonnen met wat hij ‘probiotische architectuur’ noemt. ‘Nu we zo’n 90 procent van onze tijd binnenshuis doorbrengen, missen we de blootstelling aan wat we de “diverse natuur” noemen, waarin we in de loop van honderdduizenden jaren zijn geëvolueerd,’ zegt hij. ‘We krijgen niet de bacteriologische diversiteit die ons lichaam nodig heeft, en dat leidt tot veel nieuwe chronische ziekten.’
Om dit tegen te gaan ontwikkelt hij bouwmaterialen die de natuur binnenshuis brengen: denk aan badkamertegels die sporen met heilzame microben bevatten, het keramische equivalent van zuurkool. ‘Bouwmaterialen moeten misschien weefselachtiger, poreuzer worden,’ zegt hij. ‘En we zouden misschien anders moeten omgaan met onze muren of oppervlakken. Zoals we onze planten met water besproeien, zouden we onze muren met voedingsstoffen kunnen besproeien. Ondertussen zal je slimme wc natuurlijk zich ervan vergewissen dat je darmflora en hormonen in orde zijn.
‘Maar wat verliezen mensen als ze ervoor kiezen die dingen niet te gebruiken? Als je je data niet doorgeeft aan het toiletbedrijf, loop je dan de verstrekking van magnesiumsupplementen mis?’
De slaapkamer
Hoe je slaapt zal in de gaten worden gehouden door je deken of misschien je matras. ‘Als we momenteel aan draagbare technologie denken, denken we aan iPhone-achtige apparaten met een scherm,’ zegt Sarah Douglas. ‘Maar in werkelijkheid zullen we zien dat deze data-verzamelende items steeds menselijker worden.’
Ook voorziet Douglas een grote toekomst voor abonnementen. In plaats van online snelle mode te kopen, zullen we volgens haar ‘gemeenschappelijke kleerkasten’ krijgen, virtuele kasten die ons in staat stellen gemakkelijk kleding te ruilen met vrienden en buren. ‘Het zou heel nuttig zijn om te kijken of we een punt kunnen bereiken waarop huishoudtechnologie echt huiselijke problemen oplost,’ zegt Coldicutt. ‘Een van de moeilijkste technische dingen ter wereld is lakens opvouwen. De was doen blijft een activiteit die fysieke inmenging vereist. Een robot die bij elkaar passende sokken sorteert, lijkt verre toekomstmuziek. Dus zullen we de dingen blijven doen die robots niet kunnen.’
De speelkamer
Als computerwetenschapper is Yvonne Rogers geneigd tot optimisme. ‘Er is zo veel technologie die is ontworpen rond traceren en tellen,’ zegt ze. ‘Het zou goed zijn om na te denken over apparaten die echt iets toevoegen aan het spel en kinderen creatief laten zijn in hun kamer.’ Ze denkt dat speelgoed nog veel leuker zal worden dankzij de steeds vagere scheidslijnen tussen fysiek en digitaal. Stel je voor dat je een zee op je slaapkamervloer kunt projecteren, of een kleed als vliegend tapijt kunt gebruiken; of dat je interactieve knuffels kunt maken, wat een grote troost voor zieke kinderen zou zijn. ‘Het zou echt goed zijn om te bedenken hoe we thuisleren leuker kunnen maken en technologie kunnen ontwikkelen die kinderen stimuleert om nieuwsgieriger en creatiever te worden.’
Ook de tomeloze energie van kinderen hoeft niet verloren te gaan. Kathryn Bishop van het Future Laboratory wijst op het werk van een laboratorium in Zürich, dat hout heeft ontwikkeld dat statische elektriciteit opslaat wanneer je eroverheen loopt. ‘Leg zoiets op de vloer van een kinderspeelkamer en je hebt energie voor een paar speeltjes,’ zegt ze.
De tuin
Misschien zullen we ook meer voedsel zelf verbouwen. En we zouden zulke dingen vaker gemeenschappelijk kunnen doen. In de ruimten tussen huizen liggen volgens architect Taylor de meest veelbelovende oplossingen. ‘Ook al hebben we nog auto’s, zal het idee van eigenaarschap zal moeten veranderen,’ zegt hij. Zodra je ze weghaalt, worden steden er een stuk leefbaarder op.
Tomorrow’s Home was te zien in het Museum of the Home in Londen, museumofthehome.org.uk
Meer weten? Luister naar futureoflivingpodcast.com
