Onderwerpen: Technologie

  • Alles wordt beslist door mensen die niet van mensen houden

    Alles wordt beslist door mensen die niet van mensen houden

    Techgiganten proberen de menselijke factor zo veel mogelijk uit hun producten te verwijderen, dit keer de taxichauffeur. ‘Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat “gemak”.’

    In het begin schiep God de mens en de mens schiep steden. En in deze steden werd een dienst in het leven geroepen om de mens door de stad te loodsen: de taxi. En zo was het goed. Zo goed dat de dienst door de eeuwen heen nauwelijks veranderde. Bezoekers van het oude Rome konden een cisium aanhouden, een open tweewielige wagen. In het zeventiende-eeuwse Frankrijk was er voor hen de fiacre, een huurkoets met tweespan. De negentiende-eeuwse Engelse versie van dit vervoermiddel heette hackney. Uiteindelijk verscheen de auto op het toneel en maakte de paardenkoets overbodig. Maar de ervaring bleef hetzelfde: passagiers wenkten een chauffeur en die hielp hen met het inladen van hun bagage en vertelde misschien iets over de stad terwijl hij ze naar hun bestemming bracht.

    Vervolgens schiep de mens in 2009 de app voor het delen van ritten. En zo was het heel goed. Veel van de tot dan onvermijdelijk lijkende overlast door taxi’s verdween van de ene dag op de andere: wachten met een opgestoken hand in de vrieskou, chauffeurs die je weigeren ergens heen te brengen nadat je al bent ingestapt, taxi’s die aan je voorbij rijden vanwege je huidskleur, je spullen kwijtraken en nooit meer terugzien – allemaal ongemakken die ineens tot het verleden behoorden. Voortaan zouden we ons geheel anders door de steden bewegen.

    Maar het delen van ritten heeft ook zo zijn nadelen: hoge prijzen bij slecht weer, voortdurende tariefverhogingen, verlate of afgezegde ritten. Maar bij alle manieren die ik heb bedacht om het moderne taxivervoer te verbeteren, kwam het afschaffen van chauffeurs nooit bij me op. Toch proberen de machtigen van Silicon Valley en hun geldschieters dit voor elkaar te krijgen.

    De taxi zonder chauffeur

    Tesla heeft al een taxidienst zonder bestuurder. Daarnaast kondigde het bedrijf eerder dit jaar aan dat zijn Gigafactory in Texas robotaxis zou gaan produceren zonder stuurwielen of pedalen. Waymo, de zelfrijdende taxidienst van Alphabet die in 2020 werd gelanceerd, haalde onlangs 16 miljard dollar aan investeringen op en is van plan uit te breiden naar meer dan twintig steden. Sinds november mogen Waymo-voertuigen in Los Angeles en San Francisco, waar het al actief was, zich ​​op snelwegen begeven en naar sommige luchthavens rijden. Waymo heeft nu zijn zinnen gezet op het taximekka van de Verenigde Staten: New York.

    Net als bij veel recente technologische ontwikkelingen in Silicon Valley is het bedoeling dat we onmiddellijk dolenthousiast raken van de taxi zonder bestuurder, want het gaat hier immers weer eens om een ‘toekomstdroom’ die eindelijk werkelijkheid wordt. O, dat gevoel van onvermijdelijke vooruitgang! Dat vooruitzicht van een veiligere, comfortabelere toekomst!

    Zelfrijdende taxi’s zijn de volgende stap in de realisering van de technologische hoop op een brede toepassing van zelfrijdende auto’s. Uri Levine, medeoprichter van Waze, voorspelt dat Generatie Beta niet zal rijden. ‘Als je tegen een jongere van een volgende generatie zegt dat je zelf auto hebt gereden, zal die je niet geloven,’ beweerde hij in Business Insider

    Uri Levine, medeoprichter van Waze, voorspelt dat Generatie Beta niet zal rijden

    Een van de genoemde voordelen van zelfrijdende auto’s is dat ze bevrijd zouden zijn van menselijke fouten die tot ongelukken leiden. ‘Het wordt zo’n geweldige technologie,’ zegt Sebastian Thrun, de roboticus en voormalig hoofd van het zelfrijdproject van Google. ‘Denk aan de 1,2 miljoen levens die we elk jaar verliezen door auto-ongelukken, met als oorzaak vaak onoplettendheid. Denk je eens in hoeveel van die levens we kunnen redden.’

    Dat aantal van 1,2 miljoen klopt. Maar het is mondiaal gemeten, en meer dan 90 procent van de verkeersdoden valt in lage- en middeninkomenslanden, die geen deel uitmaken van de uitbreidingsplannen van Waymo of Tesla. Handelsorganisaties zoals de Autonomous Vehicle Industry Association, die pleiten voor ‘veilige en tijdige inzet van autonome rijtechnologie’, stellen dat zelfrijdende auto’s levens zullen redden. Organisaties zoals de Union of Concerned Scientists zijn evenwel sceptischer en wijzen op studies waaruit zou blijken dat geautomatiseerde voertuigen minder goed in staat zijn mensen van kleur en kinderen te detecteren. Ze vrezen ook dat de auto’s ‘miljoenen chauffeurs brodeloos zullen maken, een negatieve invloed zullen hebben op de financiering van het openbaar vervoer en de onrechtvaardigheid van het huidige transportsysteem in stand zullen houden’.

    Zekerder dan de veiligheid zijn de winsten. Wanneer bedrijven het over veiligheid hebben, is dat ook een verkooppraatje. In 2030 zal de markt voor zelfrijdende auto’s naar verwachting 87 miljard dollar waard zijn. De gerobotiseerde ‘passagierseconomie’, met onder andere zelfrijdende taxi’s en robotbezorgdiensten, zou in 2050 zo’n 7 biljoen dollar kunnen genereren.

    Wat zijn de voordelen van deze ontwikkeling? De kans is klein dat de gemiddelde Amerikaan veel van die winsten zal zien. Erger: Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat ‘gemak’.

    Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat ‘gemak’

    De meesten van ons leven in bubbels. We gaan vooral om met mensen die op ons lijken in termen van werk, opleiding, inkomen, taal en levensovertuiging. Er is niet al te veel gelegenheid om andere levenswijzen te leren kennen, om contact te leggen met mensen die een andere achtergrond hebben. De momenten waarop dat wel gebeurt zijn waardevol. En doen zich niet zelden voor in een taxi. 

    Steeds als ik in een vreemde stad ben, word ik ingewijd door een taxichauffeur. Zoals die ene die vroeger stunts deed in Hollywood en nu moet bijklussen, en mij verhalen vertelde over sterren en actiefilms in een tijd dat Los Angeles nog meer te besteden had. Of die zestiger, een veteraan van de Navy, die chauffeur werd toen zijn eethuizen door de pandemie over de kop gingen. Terwijl hij me naar het vliegveld in Pittsburgh reed, vertelde hij dat hij kort daarvoor contact had gelegd met een zoon van wie hij het bestaan niet had geweten, en die hem had gevonden via Ancestry.com. Of de jonge Pakistaanse chauffeur die bijzonder zenuwachtig was voor zijn bruiloft. Hij kreeg gratis advies en een mooie fooi.

    Veel taxichauffeurs zijn immigranten. Velen zijn economisch achtergebleven – ze zijn gaan rijden vanwege een noodzakelijke financiële aanvulling op hun reguliere baan of op hun noodlijdende bedrijfjes, of omdat ze zorgtaken moeten combineren met hun werk. Misschien denkt Big Tech dat ze niet zullen worden gemist als ze weg zijn. 

    Ja, chauffeurs kunnen je op je zenuwen werken. Ze zijn soms praatziek, spelen muziek die je niet aanstaat. Maar ze kunnen ook genereus en innemend zijn en je verrassen. Interactie, hoe onvolmaakt ook, maakt ons menselijk.

    Veel taxichauffeurs zijn immigranten. Misschien denkt Big Tech dat ze niet zullen worden gemist als ze weg zijn

    En misschien is dat wel het probleem voor de titanen van Silicon Valley. Voor mensen moet je veel meer moeite doen dan voor robots. ‘Ik kan me niet voorstellen hoe ik een pasgeborene had moeten grootbrengen zonder ChatGPT’, zei Sam Altman, de CEO van OpenAI, onlangs. Artisan, een AI-startup, adverteert zijn diensten met de expliciete slogan ‘Stop met het inhuren van mensen’. Wat we nu meemaken, is de ultieme wraak van de nerds, een groep sociaal onhandige techbro’s die niet zullen rusten voordat de maatschappij waar ze nooit echt in pasten is vernietigd.

    Willen we werkelijk dat deze mensen ingrijpende veranderingen in onze samenleving teweegbrengen? Technologie ontwikkelt zich deels doordat een klein aantal ondernemers of wetenschappers geweldig warm loopt voor iets, en een klein aantal investeerders zo mogelijk nog enthousiaster is over de enorme financiële mogelijkheden. Maar de rest van ons heeft wel degelijk iets in te brengen: we kunnen kiezen of we die technologie willen gebruiken of niet. We kunnen onze voorkeuren en de maatschappelijke gevolgen op de lange termijn overdenken. We kunnen weerstand bieden aan die ouderwetse hebzucht van bedrijven, een hebzucht verpakt in menslievende aanprijzingen van maatschappelijke vooruitgang en zorg.

    Al twintig jaar zie ik hoe we blind in het ene na het andere verkooppraatje trappen. Elke app en noviteit gaat vergezeld van beloftes over ‘vooruitgang’, ‘connectiviteit’ en ‘gemak’. En ooit leverde Silicon Valley inderdaad handige toepassingen, zoals apps voor het delen van autoritten. Maar het rendement neemt af. We leven inmiddels in de toekomst van Silicon Valley, en die maakt ons eenzamer, angstiger en verdeelder dan ooit. Zijn de toepassingen beter? Veiliger? Misschien. Maar degenen die ze toepassen voelen zich ondertussen beroerd.

  • VK: toezichthouder waarschuwt voor hightech fraude bij schoolexamens

    VK: toezichthouder waarschuwt voor hightech fraude bij schoolexamens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oorlog in Oekraïne: Poetin wijst voorstel van Zelensky af

    » VS: Republikeinse staten dopen ‘Pride Month’ juni om tot ‘maand van het gezin’

    Leerlingen gebruiken steeds verfijndere technieken om te spieken

    Het toenemende gebruik van slimme technologie kan het moeilijker maken om fraude bij examens op te sporen. Daarvoor waarschuwt sir Ian Bauckham, de directeur van Ofqual, de Engelse instantie die verantwoordelijk is voor schoolexamens. Daarom worden surveillanten erop getraind om verborgen apparatuur te herkennen, zoals slimme brillen, verborgen oortjes en pennen met ingebouwde schermen.

    Uit gegevens van Ofqual blijkt dat het gebruik van mobiele telefoons en slimme apparaten de meest voorkomende vorm van fraude bij examens is geweest tijdens elke zomerexamenreeks sinds 2018. Vorig jaar was dat verantwoordelijk voor 44 procent van alle gevallen van fraude door studenten, aldus de BBC.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens het hoofd van Ofqual vertellen scholen dat leerlingen steeds geavanceerdere apparaten gebruiken om een ​​oneerlijk voordeel te behalen. ‘Sommige van deze apparaten worden openlijk op internet aangeboden, specifiek als hulpmiddel om te frauderen,’ aldus Bauckham.

    Examencommissies bieden surveillanten en examenfunctionarissen training en begeleiding om verdachte apparaten en gedrag in examenlokalen te kunnen herkennen. De directeur van Ofqual waarschuwt dat de kans groot is dat leerlingen betrapt worden op spieken en dat dit kan leiden tot ‘zeer zware sancties’. ‘In het ergste geval kunnen ze al hun eindexamencijfers kwijtraken. Dat kan hun toekomst ingrijpend veranderen.’

  • Door AI kom je nu om in de klusjes

    Door AI kom je nu om in de klusjes

    Tips van AI-chatbots maken het mogelijk om huishoudelijke en administratieve taken zelf te regelen, zonder behoefte aan een professional. Maar is dat wenselijk? AI verplaatst arbeid niet alleen van werknemer naar machine, maar ook van werknemer naar consument.

    Laatst zagen mijn vrouw en ik een rat in onze tuin. Normaal zou ik de ongediertebestrijding hebben gebeld, maar nu won ik eerst advies in bij ChatGPT, dat me aanraadde een val te zetten, een kooi met vlees erin. Dus deed ik dat, en het gaf een korte voldoening – het tevreden gevoel dat je zelf iets hebt opgelost, zonder daar een vakman voor te moeten betalen en te moeten wachten tot die komt opdagen. (Het loste niks op. De rat liet mijn kooi links liggen.)

    Uit de ervaringen van één academicus in Oxford kun je geen algemene conclusies trekken, maar ik weet dat ik niet de enige ben die de laatste tijd zijn eigen ongediertebestrijder, klusjesman of boekhouder is geworden. Een kwart van de Amerikanen heeft gebruikgemaakt van kunstmatige intelligentie bij het invullen van hun belastingaangifte. Uit een analyse van 1,1 miljoen ChatGPT-gesprekken bleek dat bijna driekwart van de berichten niet werkgerelateerd was. Mensen wendden zich vooral tot de chatbot voor praktische tips in hun dagelijks leven: over gezondheid, klusjes in huis, financiële beslissingen en meer van zulke zaken waarvoor ze vroeger hadden aangeklopt bij een vakman.

    We horen altijd dat AI de banen van mensen gaat inpikken. Wat niemand erbij zegt, is dat we veel van dat werk nu op ons eigen bordje krijgen. De AI-revolutie brengt een grote arbeidsverschuiving teweeg: niet van werknemer naar machine, maar van werknemer naar consument. Dat we alles zelf kunnen, schenkt misschien voldoening, maar met al die klusjes kunnen we onszelf ook ongemerkt gaan overbelasten. Werk dat vroeger werd uitbesteed, wordt nog steeds gedaan. Het is alleen overgeheveld van de arbeidsmarkt naar het huishouden, in de vorm van nieuwe soorten onzichtbare, onbetaalde arbeid.

    Werk dat vroeger werd uitbesteed, wordt nog steeds gedaan. Het is alleen overgeheveld van de arbeidsmarkt naar het huishouden

    De tendens richting zelfbediening is een van de krachtigste en meest veronachtzaamde ontwikkelingen in de geschiedenis van arbeid. In de negentiende eeuw was in veel steden de reiniging van kleding een belangrijk beroep, en een van de zwaarste. Water sjouwen, hout hakken, wasgoed koken in loog, elk kledingstuk met de hand op een wasbord schoon schrobben, uitwringen, drogen en stijven, strijken met zware, op de kachel opgewarmde strijkbouten. Daar ging bijna de hele week aan op. Wasvrouwen werkten overal. Zelfs in gezinnen waar de vrouw des huizes zelf kookte en al het naaiwerk deed, werd een ander betaald om de was te doen. Toen in Atlanta in de jaren 1880 de zwarte wasvrouwen staakten, hoopte de vuile was zich op en liep de hele stadseconomie vast.

    Aan deze wereld kwam langzaam een einde met de komst van de wasmachine en de infrastructuur die deze mogelijk maakte: elektriciteit, stromend water, synthetische wasmiddelen. Maar daarmee was het werk niet verdwenen. Consumenten kochten nu een wasmachine en deden het zelf. De wasvrouw was vervangen door haar voormalige klanten.

    Historicus Ruth Schwartz Cowan wijst op nog een ander ironisch gevolg: dat de huisvrouw per saldo vaker en meer huishoudelijk werk is gaan doen, waarbij de lat hoger kwam te liggen – en allemaal onbetaald. Mannen droegen geen losse kragen en manchetten meer, zodat het hele overhemd in de was moest. Kinderen kregen voortaan elke dag schone kleren aan in plaats van elke week. De wasvrouw verloor haar baan. De huisvrouw kreeg er een berg werk bij.

    Dat patroon herhaalt zich steeds. Met zelfscankassa’s wordt het scannen van de artikelen een klusje voor de klant. Via internet kunnen reizigers nu zelf de vluchtschema’s en hotelbeoordelingen bekijken waar vroeger alleen de reisagent bij kon. Met online beleggingsdiensten heeft iedereen een effectenmakelaar in zijn broekzak. En dankzij de smartphone is de bankmedewerker vervangen door jouzelf.

    We zijn eraan gewend geraakt om onze eigen kassabediende, reisagent en bankmedewerker te zijn

    We zijn eraan gewend geraakt om onze eigen kassabediende, reisagent en bankmedewerker te zijn. Het is vaak efficiënter om deze dingen zelf te kunnen doen. Maar door AI begint de zelfbedieningseconomie zich uit te breiden naar vakgebieden die een jarenlange opleiding vergen, zoals geneeskunde en rechten. In januari werden wereldwijd dagelijks door 40 miljoen mensen vragen aan ChatGPT gesteld over zaken rond gezondheidszorg: van symptoomherkenning tot onbegrijpelijke facturen en conflicten met verzekeraars.

    Dat kan tastbare resultaten opleveren. Er is een man die zegt dat zijn gezin met hulp van Claude een ziekenhuisrekening van 195.000 dollar heeft kunnen verlagen tot nog geen 33.000 dollar, door het opsporen van verkeerd gebruikte codes en dubbel opgevoerde kosten. De chatbot gaf boekhoudadvies dat ze anders misschien nooit hadden gekregen. Toen de wasmachine goedkoop genoeg werd voor de middenklasse, had dat een democratiserend effect. Op slag konden miljoenen gezinnen dagelijks over schone kleding beschikken. Dat effect zie je nu ook.

    Maar zelfbediening levert niet automatisch hetzelfde resultaat op als advies van een vakman. De financieel specialist ziet codes waar de patiënt niet bij zou stilstaan. De accountant wijst op aftrekmogelijkheden waarvan de belastingbetaler het bestaan niet eens vermoedt. De chatbot geeft antwoord op wat je vraagt, de expert vertelt je wat je moet vragen. De voor- en nadelen van AI in een notendop: de geboden expertise is breder toegankelijk, maar ook oppervlakkiger.

    De AI-revolutie heeft je baan misschien nog niet ingepikt. Maar ze heeft je al wel aan het werk gezet. 

    Bovendien voelt elk afzonderlijk geval van zelfbediening nooit als een grote belasting. We denken aan het geld dat we op een accountant besparen, maar staan meestal niet stil bij de avond die we zelf aan die klus besteden. Daar bestaat een term voor: het negeren van opportuniteitskosten – de goed gedocumenteerde neiging om over het hoofd te zien wat iets ons kost wanneer de prijs niet in geld maar in tijd wordt betaald.

    Naarmate steeds meer consumenten gebruikmaken van AI, worden vakmensen wellicht steeds moeilijker te vinden: het is nu al zoeken naar een kassa of een bankloket waar nog iemand achter zit.

    Wanneer het werk verschuift naar de consument, verdwijnt het uit de arbeidsstat istieken. Een bedrijf kan een werknemer vervangen door een machine, of de taak doorschuiven naar de klant; in beide gevallen verdwijnt een betaalde baan. Als jij het werk thuis doet, registreert niemand jouw uren. Daarom verhoogt de digitale revolutie de arbeidsproductiviteit – en de bedrijfswinsten –, terwijl mensen zich tegelijk steeds zwaarder belast voelen.

    Al lang voordat de wasvrouw uit het collectief geheugen verdween, was ze uit de statistieken verdwenen. Voor veel beroepen dreigt hetzelfde lot. De AI-revolutie heeft je baan misschien nog niet ingepikt. Maar ze heeft je al wel aan het werk gezet. 

  • Wereldnieuws: smartphoneverbod voor tieners & meer

    Wereldnieuws: smartphoneverbod voor tieners & meer

    Bangladesh in de ban van blonde buffel

    Een albinobuffel van 700 kilo is in Bangladesh een onwaarschijnlijke mediasensatie geworden nadat hij de bijnaam ‘Donald Trump’ kreeg vanwege zijn goudkleurige hoofdhaar en lichtroze huid, meldt de Bangkok Post.

    WN koe

    Bezoekers stroomden massaal naar de boerderij net ten zuidoosten van Dhaka om het beest te fotograferen en aan te raken. Een bezoeker die eerst nog twijfelde aan de gelijkenis, gaf na aankomst toe dat het dier veel van Trump wegheeft. Volgens het boerderijpersoneel is de buffel een ‘kalm en zachtaardig’ dier.

    Het beest heeft veel aandacht getrokken in aanloop naar het islamitische offerfeest Eid al-Adha op 27 mei. Het dier is al verkocht voor 3,86 euro per kilo vlees en aan de nieuwe eigenaar afgeleverd.


    Hoe Rusland AI als wapen inzet

    Rusland gebruikt steeds meer AI-gegenereerde nepvideo’s om de indruk te wekken dat Rusland succes boekt op het slagveld in Oekraïne, aldus The Kyiv Post. Zo zijn er clips gemaakt waarin Russische vlaggen worden gehesen in Oekraïense dorpen, aldus het Institute for the Study of War (ISW). Het ISW ziet de trend als een onderdeel van de bredere Russische informatieoorlog, die sinds de winter van 2025 is geïntensiveerd. Analisten brengen de trend in verband met de trage Russische vooruitgang aan het front. Volgens de monitoringgroep DeepState heeft Rusland in april 141 km² aan Oekraïens grondgebied veroverd – een van de magerste maandresultaten in meer dan een jaar.

    Rusland voert een psychologische oorlogscampagne om de werkelijkheid te verdraaien en verschillende doelgroepen te manipuleren. Analisten waarschuwen dat het uiteindelijke doel informatiechaos is – een situatie waarin synthetische content zo wijdverspreid raakt dat zelfs echt bewijsmateriaal als nep kan worden afgedaan.


    Iers dorp verbiedt smartphones voor tieners

    Greystones, een Ierse kustplaats net ten zuiden van Dublin, heeft zich wereldwijd op de kaart gezet met het radicale initiatief It Takes a Village. Het doel daarvan is kinderen te beschermen tegen sociale media door smartphones te verbieden voor kinderen onder de twaalf jaar, meldt The Telegraph. Ouders tekenen een contract met hun basisschool waarin ze beloven hun kinderen geen mobiel te geven totdat ze rond hun dertiende naar de middelbare school gaan.

    ‘Het gaat erom dat we het moment waarop ze een smartphone krijgen, uitstellen totdat we ze de vaardigheden hebben bijgebracht die ze nodig hebben om in de online wereld te navigeren,’ aldus Rachel Harper, basisschooldirecteur in Greystones, die het initiatief heeft opgezet.

    WN kinderen compressed

    Ze bedacht het concept toen leerlingen na de covid-lockdowns weer naar school gingen. ‘Ouders vertelden me hoe hun zoon of dochter, die het op school goed deed, ’s avonds thuis helemaal de controle verloor. Kinderen hadden moeite met slapen na tot in de late uurtjes op hun telefoon te hebben gezeten. Door berichten van de avond ervoor kwamen ze dermate uitgeput of overstuur op school dat ze zich niet konden concentreren.’ Op het eerste gezicht klinkt het initiatief draconisch en onwerkbaar, maar ouders, leerkrachten en vooral de kinderen zijn er zeer over te spreken. Zo vertelt een moeder: ‘Ik zag enorm op tegen de dag dat mijn dochter thuis zou komen smeken om een smartphone, omdat iedereen er al een had. Maar dankzij dit schoolinitiatief hebben moeders zoals ik daar geen last meer van.’

    En een jongen verklaart: ‘Wat ik tot nu toe van de workshops heb geleerd, is dat socialemediaplatforms zo zijn ontworpen dat ze een eindeloze hoeveelheid content bieden, waardoor het moeilijk is er afstand van te nemen. Ze zijn verslavend en ik wil niet dat mij dat overkomt.’


    Franse filmproducent verbreekt banden met 600 filmartiesten

    De topman van Canal+, de grootste filmproducent van Frankrijk, heeft onlangs bekendgemaakt dat de groep niet langer zal samenwerken met zeshonderd professionals uit de filmindustrie die een petitie tegen de conservatieve miljardair Vincent Bolloré hebben ondertekend, aldus Le Monde. De aankondiging, gedaan tijdens het filmfestival van Cannes, zal naar verwachting voor grote opschudding zorgen in de Europese filmwereld.

    ‘Ik ervaar die petitie als een onterechte bejegening van de teams van Canal+, die zich inzetten voor de onafhankelijkheid van Canal+ en de volledige diversiteit van haar keuzes. Ik zal niet langer samenwerken met en ik wil niet langer dat Canal+ samenwerkt met de mensen die deze petitie hebben ondertekend,’ aldus CEO Maxime Saada.

    De petitie riep mensen op zich te mobiliseren tegen ‘de toenemende greep van extreemrechts’ op de filmindustrie onder invloed van Bolloré en de Canal+-groep. De agressieve expansie van Bolloré in de Franse media de afgelopen jaren wordt door conservatieven toegejuicht, omdat het volgens hen het machtsevenwicht – dat naar links doorslaat – weer in balans brengt.

    De miljardair Bolloré, een vrome katholiek die zijn fortuin verdiende in de logistieke sector, wordt door commentatoren vaak vergeleken met de in Australië geboren Amerikaanse mediamagnaat Rupert Murdoch, omdat zijn nieuwszender CNews overeenkomsten vertoont met de Amerikaanse zender Fox News.


    Toerist krijgt compensatie voor gebrek aan ligruimte

    Een Duitse toerist heeft ruim 900 euro teruggekregen omdat hij er tijdens zijn vakantie in Griekenland niet in slaagde een ligstoel te bemachtigen, aangezien alle stoelen met handdoeken waren gereserveerd. De man, die in 2024 met zijn gezin een pakketreis maakte naar het Griekse eiland Kos, zei tegen de BBC dat hij elke dag twintig minuten bezig was naar een ligstoel te zoeken, terwijl hij om 06.00 uur al wakker werd.

    WN strandstoelen compressed edited scaled

    Vervolgens klaagde hij zijn touroperator aan omdat hij het reserveringssysteem had toegestaan en gasten die ligstoelen met handdoeken reserveerden niet hierop had aangesproken. Volgens de toerist waren de ligbedden zo vaak gereserveerd dat ze onbruikbaar waren en zijn kinderen op de grond moesten liggen. De rechter stelde hem in het gelijk en oordeelde dat de familie recht had op een restitutie van 986,70 euro.


    Vogeltapijt

    Elk jaar sterven naar schatting zo’n miljard vogels in Noord-Amerika omdat ze tegen ramen aan vliegen, meldt Colossal. Dat komt volgens de vogelbescherming omdat de meeste vogels hun spiegelbeeld niet herkennen of zelfs denken dat hun rivaal recht voor ze vliegt. Kunstenaar en docent Holly Greenberg raakt gefascineerd door dit treurige fenomeen. Nadat bijna duizend vogels omkwamen in een botsing met één gebouw in Chicago, lanceerde ze een initiatief om precies 10.863 stoffen vogels te maken, het aantal dat in 2023 dood werd aangetroffen in de straten van de stad. Via meer dan 140 workshops verspreid over de VS en Canada naait een groeiende gemeenschap met de hand vogels na op basis van echte exemplaren. Uiteindelijk zullen alle vogels samen één groot tapijt vormen.

    WN vogels compressed
  • VK: radiostation maakt per ongeluk de dood van koning Charles bekend

    VK: radiostation maakt per ongeluk de dood van koning Charles bekend

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israëlische luchtaanvallen op Libanon eisen negentien levens

    » SpaceX verwacht in juni zijn entree op de beurs te maken

    De misser was het gevolg van een computerfout

    Een Brits radiostation heeft zijn excuses aangeboden voor ‘het ongemak dat is veroorzaakt’ nadat het per ongeluk had bekendgemaakt dat koning Charles was overleden. De foutieve afkondiging werd dinsdagmiddag gedaan als gevolg van een computerfout in de hoofdstudio van Radio Caroline in Essex, meldt The Guardian.

    Stationsmanager Peter Moore schreef op Facebook: ‘Door een computerfout in onze hoofdstudio werd de procedure voor het overlijden van een monarch, die alle Britse stations paraat hebben staan ​​in de hoop deze niet nodig te hebben, per ongeluk geactiveerd op dinsdagmiddag (19 mei). Hierdoor werd ten onrechte bekendgemaakt dat Zijne Majesteit de Koning was overleden. Radio Caroline viel vervolgens stil, zoals vereist, wat ons erop attendeerde de programmering te hervatten en onze excuses op de radio aan te bieden.’

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In het Facebookbericht werd niet vermeld hoe lang het duurde voordat de fout werd ontdekt, maar woensdagmiddag was de uitzending van dinsdag tussen 13:58 en 17:00 uur niet meer terug te luisteren op de website van het station.

    Radio Caroline, opgericht in 1964, is een voormalig piratenradiostation dat uitzendingen maakte vanaf schepen voor de Britse kust. Nadat wetgeving in 1967 veel piratenzenders dwong te stoppen, gingen ze met tussenpozen door voordat ze in 1990 definitief stopten met uitzendingen vanaf zee.

  • Is het leren van een vreemde taal nog nodig in het tijdperk van AI?

    Is het leren van een vreemde taal nog nodig in het tijdperk van AI?

    Dankzij de snelle ontwikkeling van AI en de nieuwste AirPods kunnen gesprekken simultaan worden vertaald. Volgens techjournalist Brian X. Chen breekt daarmee een nieuw tijdperk aan waarin taalbarrières misschien wel voorgoed verdwijnen. Maar twee taalwetenschappers waarschuwen dat vertalen niet hetzelfde is als een taal begrijpen.

    Nee: ‘Deze AI-technologie is écht bruikbaar voor een groot publiek’

    ‘Ik raakte laatst aan de praat met een kennis. Hij vertelde me dat hij met zijn vriendin op bezoek was geweest bij familie in Arizona. Zijn nichtje had hem meegesleept naar de bioscoop en hij werkte sinds kort bij een start-up. Hij vertelde dit allemaal in het Spaans, een taal die ik nooit heb geleerd, maar ik verstond elk woord’, schrijft techjournalist Brian X. Chen in The New York Times.

    Chen kon hem verstaan omdat hij de AirPods Pro 3 droeg. De Apple-oortjes gebruiken kunstmatige intelligentie en kunnen een gesprek vertalen terwijl je het voert. ‘Dit is het beste voorbeeld dat ik tot nu toe heb gezien van AI-technologie die niet alleen naadloos werkt, maar ook écht bruikbaar is voor een groot publiek.’ Volgens Chen kan de technologie bijvoorbeeld helpen op vakantie. Zo kunnen toeristen taxichauffeurs, hotelpersoneel en luchthavenmedewerkers verstaan, ook als ze elkaars taal niet spreken. 

    Ook in zijn persoonlijke leven ziet hij voordelen: ‘Veel immigranten in mijn omgeving, waaronder mijn oppas en schoonmoeder, voelen zich meer op hun gemak als ze in hun moedertaal spreken, maar ze vinden het niet erg als ik in het Engels antwoord. Als ik hen ook zou kunnen begrijpen, zou dat een wereld van verschil maken.’

    ‘Je hoeft slechts een gebaar te maken om de digitale tolk te activeren’

    Vertaalapps zoals Google Translate en Microsoft Translator bestaan al meer dan tien jaar. Gebruikers richten daarvoor de microfoon van hun telefoon op de ander en wachten tot de vertaling verschijnt of wordt uitgesproken. ‘Als je de AirPods draagt, hoef je slechts een gebaar te maken om de digitale tolk te activeren,’ jubelt de techjournalist. 

    ‘Voor een echt vloeiend gesprek is het ideaal als beide personen AirPods dragen,’ tipt Chen. ‘Gezien de populariteit van de Apple-oordopjes – wereldwijd zijn er al honderden miljoenen verkocht – denk ik dat dat binnenkort heel gewoon wordt.’

    Brian X. Chen is techjournalist bij The New York Times. Hij schrijft onder andere de rubriek Tech Fix, waarin hij ingaat op de maatschappelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen. 


    Ja: ‘Humor, toon en lichaamstaal bepalen wat iemand écht bedoelt – en of die boodschap aankomt’

    ‘Wat ooit sciencefiction leek, is werkelijkheid geworden’, schrijven hoogleraar Taalwetenschappen Gabriel Guillén en hoogleraar Taalkunde Thor Sawin aan het Middlebury College in The Conversation. Dankzij AI, zoals de vertaalfunctie in Apples nieuwe AirPods, lijkt het leren van een vreemde taal steeds minder noodzakelijk. Zonde, vinden de taalwetenschappers. ‘We hebben onze carrières gewijd aan dit vakgebied omdat we geloven in de toegevoegde waarde van het leren en spreken van een vreemde taal.’

    Het is niet de eerste keer dat technologie het taalonderwijs op zijn kop zet. Apps zoals Duolingo probeerden door middel van gamificatie het leren van een taal toegankelijker te maken, maar volgens Guillén en Sawin slagen zulke platforms er nog altijd niet in het sociale karakter van taal volledig na te bootsen. AI is daar volgens hen evenmin toe in staat.

    Volgens de hoogleraren is de vertaaltechnologie vooral nuttig bij korte, praktische interacties. Denk aan uitchecken in een hotel, een treinkaartje kopen of de weg vragen aan een local. Elke combinatie van talen, gebaren of AI-hulpmiddelen kan daarbij helpen, schrijven ze. 

    ‘Iemand die de moeite neemt om een taal te leren, straalt respect en betrokkenheid uit’

    Maar volgens Guillén en Sawin gaat menselijke interactie in veel gevallen over meer dan alleen woorden. Een gesprek met je schoonfamilie of een belangrijke presentatie op je werk draait niet alleen om informatieoverdracht, maar ook om vertrouwen, sociale codes en context. ‘Humor, toon en lichaamstaal bepalen wat iemand écht bedoelt – en of die boodschap aankomt. Bovendien straalt iemand die de moeite neemt om een taal te leren respect en betrokkenheid uit.’ 

    Daarnaast wijzen de onderzoekers op de cognitieve voordelen van meertaligheid, zoals meer mentale flexibiliteit, creatiever denken en het hebben van minder vooroordelen. ‘Het leren van een taal ontwikkelt precies de vaardigheden die in het AI-tijdperk steeds belangrijker worden.’

    Gabriel Guillén is hoogleraar Taalwetenschappen en Thor Sawin is hoogleraar Taalkunde aan Middlebury College in Vermont.

  • De toekomst zag er altijd al somber uit

    De toekomst zag er altijd al somber uit

    Zo slecht als nu heeft de wereld er toch nog nooit voorgestaan? Niets van waar: de mensheid heeft de toekomst altijd al somber ingezien. En precies daarom zoekt ze naar betere oplossingen. Een korte leidraad voor optimisme.

    Raad eens over welk decennium dit gaat: in de VS is een controversiële president aan de macht, in het Midden-Oosten woedt een oorlog, iedereen vreest een kernoorlog en ‘onzekerheid’ is het woord van het jaar. Het antwoord: nee, niet de jaren twintig van deze eeuw, maar de jaren zeventig van de vorige. Een decennium waarin toekomstangst de bestsellerlijsten bereikte met boeken als Ein Planet wird geplündert (Herbert Gruhl, 1975), De atoomstaat (Robert Jungk, 1977) en Das Ende der Vorsehung (Carl Emery, 1972).

    De jaren tachtig waren overigens niet veel beter, al denkt 52 procent van de Duitsers van wel. Nooit was de wereld zo dicht bij een kernoorlog als in 1983, toen de Sovjet-Unie de NAVO-oefening Able Archer aanzag voor een aanval. Tegelijkertijd stierven honderdduizenden mensen aan hiv, raakte de economie in recessie en liep het werkloosheidscijfer in 1984 op tot acht procent. De oorlog van dit decennium, die tussen Iran en Irak, kostte een miljoen mensen het leven en in China werden bij vreedzame protesten op het Plein van de Hemelse Vrede tienduizend demonstranten gedood. (Om nog maar te zwijgen van alle andere: het waren ook de jaren van de Libanese burgeroorlog, de eerste Intifada, de oorlog van de Sovjets in Afghanistan en de Falklandoorlog.)

    En de jaren negentig dan? Die gelden vaak als optimistisch: de Sovjet-Unie viel uiteen, de democratie begon aan een wereldwijde zegetocht, Francis Fukuyama verkondigde ‘het einde van de geschiedenis’ en Bill Clinton was de eerste Democratische president in meer dan tien jaar. Dat kan allemaal waar zijn, maar ook dit decennium kende diepe crises. In Rwanda stierven binnen drie maanden bijna een miljoen mensen. In Tsjetsjenië tachtigduizend. En ook de economie zat in de knel: in 1992 zag slechts 40,5 procent van de Duitsers de toekomst met vertrouwen tegemoet.

    In 1995 werd de American Dream door 85 procent van de Amerikanen doodverklaard

    Dat gevoel leefde breder. In 1995 werd de American Dream door 85 procent van de Amerikanen doodverklaard; in 1997 geloofde maar een luttele 17 procent dat de volgende generatie het beter zou hebben dan zijzelf. En het boek dat de tijdgeest het beste leek te vatten, was niet Francis Fukuyama’s rooskleurige toekomstvisie, maar Samuel Huntingtons Botsende beschavingen

    Zelfs de jaren vijftig, vaak herinnerd als een optimistische periode, waren in werkelijkheid een decennium vol angst: voor een kernoorlog, het communisme, economische neergang en moreel verval – soms toegeschreven aan rock-’n-roll.

    De conclusie: geen enkel decennium werd beleefd als een zorgeloze tijd waarin de toekomst vanzelf rooskleurig leek. Het is namelijk volstrekt normaal om je zorgen te maken over de toekomst: iedere generatie doet dat. 

    Net als nu was elke generatie vóór ons ervan overtuigd dat de situatie nooit eerder zo slecht was geweest. Vandaag de dag is het Peter Thiel die in Zero to one: creëer de toekomst (2014) het einde van innovatie verkondigt. Maar hij staat in een lange traditie. In 1918 schreef de Duitse filosoof Oswald Spengler De ondergang van het Avondland, waarin hij beweerde dat het tijdperk van de grote ontdekkingen en culturele innovaties voorbij was. Eind jaren veertig klonk een vergelijkbaar geluid bij de Britse historicus Arnold Toynbee, die meende dat de westerse beschaving tekenen van creatieve uitputting en spiritueel verval vertoonde. En in de jaren zestig verkondigde Daniel Bell in The End of Ideology aan dat de grote ideologische vernieuwing was uitgeput – een gedachte die later opnieuw opduikt bij denkers als Fukuyama en Thiel.

    De geschiedenis gaat door

    De ironie is dat op al die boeken telkens een periode volgde die precies het tegenovergestelde liet zien. De tien jaar na Spenglers doemscenario brachten ons radio en televisie, kern- en kwantumfysica, antibiotica, luchtvaart, kunststoffen, bioscopen, jazz, Bauhaus, modernisme, democratie, dekolonisatie en vrouwenkiesrecht. 

    Toynbee werd weerlegd door de ruimtevaart, computers, de anticonceptiepil, de ontdekking van het DNA, het begin van een wereldwijde financiële orde en de Europese Unie. Op Bell volgden de revolutie van de personal computer, de opkomst van de biotechnologie en de explosie van het internet – allemaal gedreven door de ondernemersvisie waarvan hij dacht dat die aan het verdwijnen was. En in de twaalf jaar sinds Peter Thiel het einde van de innovatie verkondigde, kregen we privéruimtevaart, nieuwe vaccins, kunstmatige intelligentie, zon- en windenergie en de smartphone. 

    Hebben deze auteurs zich dan zonder aanleiding laten meeslepen door toekomstangst? Nee. Ze zijn onderdeel van de algemene productiecyclus die de toekomst kenmerkt. Ze hebben het juist mis, omdat de vrees tegenmaatregelen uitlokt.

    De toekomst ontwikkelt zich als volgt. Mensen – wellicht de enige soort die zich een tijd die nog niet voorbij is levendig kan voorstellen – zoeken naar aanwijzingen uit het verleden en heden en construeren daaruit mogelijke toekomsten, zowel gunstige als ongunstige. Die toekomst roept twee reacties op: de wens haar te realiseren of angst wanneer zij ongewenst lijkt. 

    COL Cassandra cover1
    De Trojaanse prinses Cassandra, was begiftigd met profetie door god Apollo. Toen zij zijn liefde verwierp, vervloekte hij haar en werden haar voorspellingen door niemand geloofd.– © Wikimedia

    Dat is een gevoelsmatig continuüm, en op welk punt daarvan je terechtkomt, hangt minder af van kennis en intellect dan van je persoonlijkheid. Gevoelens hebben bovendien maar een beperkte voorspellende waarde. Optimisten hebben de neiging betere resultaten te behalen, dat is waar. Maar ook een zekere mate van angst kan mensen tot actie aanzetten – zolang die niet omslaat in verlamming, bekend als het Cassandra-effect. En juist die actie verandert hoe de toekomst eruit gaat zien. Eenvoudiger gezegd: de toekomst wordt beter dan het heden, omdat we vrezen dat zij slechter zal zijn.

    De geschiedenis biedt daar talloze voorbeelden van. De sombere voorspellingen in Paul Ehrlichs The Population Bomb (1968) voorzagen miljoenen hongerdoden in de jaren 1980. Maar Ehrlich had geen rekening gehouden met de technologische en maatschappelijke vooruitgang, die zijn scenario doorkruiste. Dankzij de Groene Revolutie verviervoudigde de maïsproductie en doordat veel meer mensen leerden lezen en schrijven, gingen de geboortecijfers omlaag. 

    Films als Soylent Green (1973) en Day of the Animals (1977) schetsten een toekomst van milieuvervuiling en zonder ozonlaag, en droegen zo bij aan strengere milieuwetgeving. Die zorgde er niet alleen voor dat de ozonlaag werd beschermd, maar ook dat de lucht in veel westerse steden nu schoner is dan in 1850.

    De mens heeft het vermogen zich een voorstelling te maken van de toekomst, zodat hij in het heden kan handelen

    De NAVO heeft zich decennialang voorbereid op het ergste scenario: een oorlog met de Sovjet-Unie. Juist die paraatheid droeg eraan bij dat die oorlog uitbleef. Hetzelfde geldt voor de voortdurende angst dat de democratie verloren zou gaan – een terugkerend thema sinds haar ontstaan. In elk decennium van de afgelopen eeuw laaide de bezorgdheid op zodra maatschappelijke polarisatie, economische neergang en constitutionele kwetsbaarheid samenkwamen. En hoewel we ons nu opnieuw in zo’n fase bevinden, vergeten we gemakkelijk dat democratie ooit een kwetsbaar minderheidssysteem was dat zich tegenover allerlei dictaturen moest bevechten en toch haar weg heeft gevonden. Ze heeft bewezen niet alleen veerkrachtig te zijn, maar ook in staat zich na tegenslagen te vernieuwen. Zie bijvoorbeeld Malawi, Polen en Brazilië.

    Dit alles betekent niet dat de angst voor en over de toekomst ongegrond is – integendeel. Maar ons onbehagen mag niet verhullen dat die angst een doel dient. De mens heeft het vermogen zich een voorstelling te maken van de toekomst, zodat hij in het heden kan handelen. 

    Dat betekent dat die vrees volkomen normaal is en onlosmakelijk deel uitmaakt van hoe we de toekomst vormgeven. We hebben er geen recht op om ervan gevrijwaard te blijven – we worden ermee geboren. De vraag is wat we ermee doen. In plaats van te blijven stilstaan bij wat er mis kan gaan, moeten we handelen, zodat het niet mis gaat.

  • Wereldnieuws: gokkers bedreigen journalisten & meer

    Wereldnieuws: gokkers bedreigen journalisten & meer

    Klimaatopwarming verlengt pollenseizoen met twee weken

    Als gevolg van klimaatverandering duurt het pollenseizoen in Europa sinds de jaren negentig één tot twee weken langer. In de periode 2015-2024 begon het voor berken, elzen en olijfbomen één tot twee weken eerder dan in de periode 1991-2000. Dat blijkt uit het meest recente onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid in Europa. Warm weer en hoge concentraties koolstofdioxide zorgen ervoor dat planten meer pollen produceren, wat allergische reacties veroorzaakt bij mensen met hooikoorts en leidt tot symptomen die variëren van lichte irritatie tot levensbedreigend, , schrijft The Guardian.

    De bevinding is misschien minder dramatisch dan de overstromingen en bosbranden die doorgaans met een opwarmende planeet worden geassocieerd, maar toch betekent ze een enorme toename van het gezamenlijke leed van tientallen miljoenen mensen, aldus de onderzoekers.

    WN pollen compressed edited scaled

    Hoe minder technologie, hoe meer concentratie

    Steeds meer scholen zetten in op digitale leermiddelen, maar dat pakt niet altijd goed uit. Toen een Amerikaanse docent alle schermen uit zijn klas verwijderde, verbeterden de concentratie en prestaties van zijn leerlingen merkbaar, schrijft The Atlantic.

    De docent besloot laptops en tablets volledig te bannen en terug te keren naar pen en papier. Binnen korte tijd merkte hij dat leerlingen alerter waren, minder afgeleid en actiever deelnamen aan de les. Ook maakten ze meer opdrachten af en werd het voor hem makkelijker om te zien waar leerlingen vastliepen.

    Volgens hem zorgen schermen er vaak voor dat leerlingen sneller afhaken of zich achter technologie verschuilen. Digitale tools kunnen handig zijn, maar leiden in de praktijk regelmatig tot multitasking en verlies van focus.

    Daarnaast maakt werken op papier het denkproces van leerlingen zichtbaarder: aantekeningen, fouten en verbeteringen zijn direct te volgen, wat gerichtere begeleiding mogelijk maakt. Dat zou niet alleen het leerproces verdiepen, maar ook de betrokkenheid vergroten.


    500.000 roze bloemen

    In het Fuji Motosuko Resort in Japan bloeien van half april tot eind mei zo’n 500.000 shibazakura, ook wel mossvlox genoemd, in oogstrelende tinten roze, paars en wit. Anders dan kersenbloesems groeien ze op de grond en vormen zo een tapijt dat wekenlang blijft liggen. My Modern Met beschrijft de bloemenvelden die ongeveer 15.000 vierkante meter beslaan, vergezeld door kunstinstallaties zoals de reflecterende Sparkling Flower Drop Mirror en het Door to Happiness-uitkijkpunt dat de Mount Fuji omlijst. De overgefotografeerde berg wordt vanaf de bekendste instagramhoek afgeschermd voor het toerisme met een groot zwart scherm.

    WN Sakura compressed edited 1

    Duitse NSDAP-zoekmachine razend populair

    Die Zeit heeft in samenwerking met Duitse en Amerikaanse archieven een online zoekmachine ontwikkeld waarmee mensen kunnen achterhalen of hun voorouders lid waren van de nazipartij. Met de tool kunnen mensen miljoenen ledenkaarten van de NSDAP doorzoeken. Sinds de lancering begin april is de zoekmachine ‘miljoenen keren geraadpleegd en duizenden keren gedeeld’, aldus Die Zeit.

    De NSDAP-ledenkaarten werden bijna vernietigd tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog, maar op het nippertje gered en aan de Amerikanen overhandigd, die ze in 1994 overdroegen aan het Duitse federale archief.

    WN Nazispeldje compressed edited

    Tot voor kort konden mensen de ledenkaarten alleen raadplegen door een formeel verzoek in te dienen bij het Duitse archief. In maart dit jaar is het Amerikaanse archief begonnen zijn archiefstukken online beschikbaar te stellen.


    Hoe de gokmarkt de vrije pers kan bedreigen

    De journalist Emanuel Fabian meldde op 10 maart op het liveblog van The Times of Israel dat er een raket was neergekomen in de Israëlische plaats Bet Shemesh en dat daarbij geen gewonden waren gevallen.

    Kort daarop kreeg Fabian meerdere berichtjes en mailtjes binnen waarin hij onder druk werd gezet om zijn nieuwsbericht aan te passen. Het betrof geen raket, maar de brokstukken van een onderschepte raket. De journalist begreep niet waarom mensen dat detail zo belangrijk vonden. Totdat hij ontdekte dat de afzenders actief waren op het gokplatform Polymarket.

    Wat was het geval? Mensen hadden geld ingezet op een weddenschap dat Iran op 10 maart een luchtaanval op Israël zou uitvoeren. Raketten en drones die onderweg werden onderschept, golden echter niet als een aanval, ook niet als ze in Israël landden of schade aanrichtten. Door bij de journalist erop aan te dringen zijn verslag te wijzigen, wilden degenen die ‘nee’ hadden gegokt alsnog hun gelijk halen en hun prijzengeld in de wacht slepen.

    De berichtjes ontaardden op den duur in doodsbedreigingen. De journalist besloot aangifte te doen bij de politie. Hoewel Fabian zijn rug recht hield, laat zijn verhaal zien onder welke druk journalisten in onze tijd soms hun werk moeten doen.


    Precieze locatie van Shakespeares huis in Londen ontdekt

    Fans van William Shakespeare weten dat de grote toneelschrijver afkomstig was uit Stratford-upon-Avon. Maar hij maakte naam in Londen – hoewel er in de Britse hoofdstad nog maar weinig sporen van hem te vinden zijn.

    Een recent ontdekte kaart uit de zeventiende eeuw werpt nieuw licht op het Londense leven van de toneelschrijver, schrijft The Independent. Voor het eerst is de exacte locatie bekend van het enige huis dat Shakespeare in de stad kocht, en waar hij mogelijk aan zijn laatste toneelstukken werkte. Volgens Shakespeare-onderzoeker Lucy Munro, die de kaart vond, voegt hij ‘extra stukjes van de puzzel’ van Shakespeares leven toe.

    Historici wisten allang dat Shakespeare in 1613 een stuk grond kocht in de buurt van het Blackfriars Theatre, maar de exacte locatie was een mysterie. Een plattegrond van het Blackfriars-complex toont echter in detail Shakespeares huis: een aanzienlijke L-vormige woning, uitgehouwen uit het voormalige middeleeuwse Dominicanenklooster.

    WN Shakespeare compressed edited

    Het is niet zeker of Shakespeare in zijn Londense woning woonde of deze alleen verhuurde. Volgens Munro suggereren de grootte van het huis en de ligging op vijf minuten loopafstand van het Blackfriars Theatre dat hij aan het einde van zijn leven mogelijk meer tijd in Londen heeft doorgebracht dan algemeen wordt aangenomen.

    Shakespeare liet het pand na aan zijn dochter Susanna, en het bleef nog een halve eeuw in de familie. In 1666 brandde het gebouw tot de grond toe af in de Grote Brand van Londen, die een groot deel van de middeleeuwse stad verwoestte.

    In dit gebied, dat nu deel uitmaakt van het financiële district van de Britse hoofdstad, zijn nog maar enkele overblijfselen van Shakespeares Londen te vinden, waaronder een fragment van een muur van het voormalige Dominicanenklooster. Vlakbij herinnert de naam Playhouse Yard eraan dat hier ooit een theater stond.

  • Humanoïde robots gaan bagage afhandelen op Japanse luchthavens

    Humanoïde robots gaan bagage afhandelen op Japanse luchthavens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taylor Swift wil haar stem als handelsmerk laten registreren

    » VS: Witte Huis geeft links en de media de schuld van aanslag op galadiner

    De robots moeten het personeelstekort opvangen

    Volgens The Guardian start Japan Airlines in mei met een test op luchthaven Haneda in Tokio, waarbij robots bagage en vracht verplaatsen op het platform. De proef loopt tot 2028 en moet de fysieke werkdruk voor personeel verminderen.

    De robots, ontwikkeld door het Chinese bedrijf Unitree, kunnen zelfstandig werken maar moeten na enkele uren worden opgeladen. Belangrijke taken zoals veiligheidscontrole blijven in handen van mensen.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De inzet van robots komt op een moment dat Japan kampt met een snel vergrijzende bevolking en een groeiend tekort aan arbeidskrachten. Tegelijkertijd neemt het aantal toeristen sterk toe, wat extra druk legt op luchthavenpersoneel.

    Volgens betrokken bedrijven kunnen robots helpen om zwaar en repetitief werk over te nemen, terwijl ze ook op termijn voor andere taken kunnen worden ingezet, zoals het schoonmaken van vliegtuigen.

  • ‘Robots hebben jouw lichaam nodig’

    ‘Robots hebben jouw lichaam nodig’

    Biologen, natuurkundigen en computerwetenschappers sluiten zich aan bij platform RentAHuman.ai om hun expertise aan te bieden.

    Stel dat je nieuwe baas je vraagt duiven te tellen in Washington Square Park in New York of een nieuw Italiaans restaurant uit te proberen. Dat zijn slechts enkele van de opdrachten die mensen krijgen via RentAHuman.ai – een platform waarop gebruikers hun tijd en vaardigheden kunnen aanbieden aan AI-agenten. Inmiddels beginnen ook wetenschappers hun expertise via de website aan te bieden.
    De website werd begin februari gelanceerd door de software-ingenieurs Alexander Liteplo en Patricia Tani, die het project oprichtten. Liteplo vertelde aan Business Insider dat hij het systeem in ongeveer anderhalve dag vrij intuïtief in elkaar zette.

    Het idee is eenvoudig, zoals op de homepage van de website staat beschreven: ‘robots hebben jouw lichaam nodig’. Gebruikers kunnen een profiel aanmaken om hun vaardigheden aan te bieden voor taken die een AI-tool niet zelfstandig kan uitvoeren – zoals vergaderingen bijwonen, experimenten uitvoeren of een instrument bespelen – en daarbij aangeven wat ze ervoor vragen.

    Mensen – of ‘meatspace workers’, zoals de site ze noemt – kunnen vervolgens reageren op opdrachten die door AI-agenten worden geplaatst, of wachten tot ze door een AI-agent worden benaderd. Volgens de website hebben inmiddels meer dan 450.000 mensen hun diensten aangeboden.

    Menselijke onderzoekstaken

    Tot nu toe heeft een handvol wetenschappers hun diensten aangeboden op RentAHuman.ai. In hun profiel vermelden ze vaardigheden op het gebied van wiskunde, natuurkunde, informatica, immunologie en biologie. Een van de meest bekeken profielen op de site is van AI-ingenieur David Montgomery uit Denver, Colorado. Hij noemt onder meer AI-evaluatie en de programmeertaal Python als vaardigheden, maar ook allerlei praktische klusjes en fotografie.

    Montgomery zegt dat hij zich oorspronkelijk bij de site aansloot omdat hij zelf aan een vergelijkbaar platform werkt. De meeste verzoeken van AI-agenten die hij tot nu toe via RentAHuman.ai heeft ontvangen, blijken spamberichten met mogelijk gevaarlijke links, vertelt hij. ‘Het lijkt erop dat er maar weinig serieuze opdrachten rondgaan,’ zegt hij, en geen daarvan is ‘echt relevant voor mij’.
    Hij heeft wel op enkele taken gereageerd – zoals een opdracht van 1 dollar om een bericht op sociale media te upvoten – maar daar nog geen reactie op ontvangen.

    Voorlopig staan er onder de openbaar geplaatste opdrachten van AI-agenten geen taken die specifiek gericht zijn op mensen met wetenschappelijke of onderzoeksvaardigheden. In één bericht wordt programmeren genoemd, maar dat is een oproep aan de makers om een bug op de site te fixen. Het platform richt zich vooralsnog niet op wetenschappelijke of onderzoeksgerelateerde taken.

    Publiciteitsstunt

    Voorlopig is het ook de vraag of je wel kunt zeggen dat AI-systemen mensen inhuren, zegt Chris Benner, die technologische verandering en economische herstructurering onderzoekt aan de University of California, Santa Cruz. De AI-agenten, die door mensen zijn gebouwd, lijken hun opdrachten namelijk te krijgen op basis van menselijke instructies, merkt hij op. Ook de betaling voor die taken komt uiteindelijk van de maker van de AI-agent.

    Volgens Michael Wellman, computerwetenschapper aan de University of Michigan in Ann Arbor, verschilt het platform niet zo veel van bestaande websites zoals Upwork, Taskrabbit en Amazon Mechanical Turk – platforms die opdrachtgevers in contact brengen met zelfstandige werkers om specifieke taken uit te voeren.

    Nu AI-agenten steeds vaker worden ingezet, is het volgens hem niet meer dan logisch dat ze ook op dit soort netwerken verschijnen. ‘Mensen kunnen AI gebruiken om via vrijwel elke website diensten in te huren,’ zegt Wellman. ‘Dit platform maakt het alleen iets makkelijker om AI-agenten eraan te koppelen.’

    Provocerend

    Hoewel de naam zeker provocerend is, voelt RentAHuman.ai volgens Benner vooral als een publiciteitsstunt of een vorm van sociaal commentaar. ‘Op dit moment is er in onze samenleving een grote fascinatie voor AI – en ook de angst dat AI al onze banen zal overnemen, autonoom wordt en uiteindelijk de samenleving gaat domineren,’ zegt hij. ‘Dit concept speelt daar op een bepaalde manier op in, door te suggereren: “Ja, computers gaan ons straks in dienst nemen.”’

    De oprichters van RentAHuman.ai reageerden niet op verzoeken van Nature om commentaar. Liteplo reageerde echter wel op een recente tweet waarin het hele idee als dystopisch werd bestempeld, met de woorden: ‘lmao yep’ [Yep, laughing my ass off].

  • Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    De Serenity Social Club in Nairobi laat zien hoe verbinding tot stand komt: door in een persoonlijke setting offline te gaan.

    In Karen, een rijke, groene buitenwijk van Nairobi, levert een dertigtal mensen om 10 uur ’s ochtends hun mobiele telefoon in. Het is regel nummer 1 van ‘Disconnect’, een event van de Serenity Social Club: een hele dag zonder scherm of digitale meldingen. In plaats daarvan: yoga, pottenbakken, haken, gesprekken met onbekenden – of simpelweg een dutje doen op het gras.

    Wanjiru Wanjohi richtte Disconnect een jaar geleden op uit behoefte aan verbondenheid, aan een toevluchtsoord in geval van digitale vermoeidheid. ‘Ik had het gevoel dat ik nergens echt contact kon maken met mensen,’ vertelt ze. Het event vindt plaats in Afrika House, een drie verdiepingen tellende kunstgalerie die wordt omringd door een weelderige tuin. De dag begint met een yogasessie onder leiding van Victor Alfayo. ‘Je wordt er soepel oud mee,’ houdt hij de groep voor. ‘Door yoga leer je te aarden, en leer je hoe je te midden van de chaos de wereld kunt bezien.’

    Dutje op het gras

    Na de rekoefeningen is het tijd voor soloactiviteiten, waarbij de deelnemers verspreid door de tuin gaan zitten haken of schrijven. Eén deelnemer doet doodleuk een dutje op het gras.

    ICT’er Marvin Denis werd even bevangen door lichte paniek toen hij zijn telefoon moest inleveren, maar dat gevoel sloeg al snel om, zegt hij. ‘Ik heb een nieuwe kijk gekregen op wat offline-zijn inhoudt: het is terugkomen bij jezelf, weer contact maken met je innerlijke kind en met andere mensen.’

    Alice Kimani ontdekte het event op TikTok. Ze werkt als programmamanager vanuit huis en haar sociale leven was geslonken tot een venstertje in Zoom. ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten,’ vertelt ze.

    ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten’

    In een wereld waarin alles draait om productiviteit, had nietsdoen – en je daarvoor niet te hoeven te schamen – bijna iets radicaals.

    Nancy Maina woont in Meru, een stadje aan de voet van Mount Kenya, 220 kilometer ten noorden van de hoofdstad. ‘In Meru sta ik in contact met mezelf,’ zegt ze. ‘Maar ik weet niet wat er precies gebeurt als ik in Nairobi ben, op een of andere manier raak ik hier mijn balans kwijt.’ Om haar heen wordt er driftig geknikt: iedereen lijkt het gevoel te herkennen. Maina komt hier om te haken, wat haar helpt te aarden.

    Vieze handen

    In de middag is er een sessie pottenbakken bij keramist Lorine Otieno. Ze moedigt de deelnemers aan hun handen vies te maken, te vertrouwen op het proces en niet meteen te willen toewerken naar een eindproduct. ‘Werken met klei vraagt om vertraging en aandacht.’ Terwijl de kommen langzaam vorm krijgen, komen de tongen los. Eén deelnemer vertelt over zijn keuze voor een kinderloos bestaan, een ander over een pijnlijke beslissing uit het verleden. Met onbekenden die bereid zijn te luisteren, zonder steeds te worden afgeleid, voelt de ruimte verrassend veilig. Aan het eind van de middag is de workshop uitgemond in een groepsgesprek over burn-out, genezing en manieren voor een aangenamer leven in de hoofdstad.

    ‘Ik geef het event dubbel en dwars een tien. Ik ben echt helemaal opgefrist,’ zegt Denis, terwijl de telefoons aan het eind van de dag weer worden uitgedeeld. ‘Ik voel me als herboren.’

    Voor oprichter Wanjohi, die de weekends ooit afrekende op het aantal flessen dat ze had weggeklokt, is de aanblik van onbekenden die tijdens het haken en pottenbakken een band opbouwen het bewijs dat je geluk ook anders kunt vormgeven. ‘In Nairobi kun je makkelijk kopje-onder gaan,’ zegt ze. Het is haar droom om de gemeenschap verder te laten groeien en uiteindelijk een lotgenotengroep op te zetten voor mensen die worstelen met alcohol.

  • Vinyl, magazines en cassettebandjes: de renaissance van analoge media

    Vinyl, magazines en cassettebandjes: de renaissance van analoge media

    Steeds meer mensen zoeken hun toevlucht in een analoge cultuur. Dat zijn geen nostalgische boomers, maar juist de generatie die is opgegroeid met schermen en smartphones. Martin Gelin ziet hoe zij de macht proberen terug te winnen van de techgiganten uit Silicon Valley.

    In het hartje van Amsterdam stap ik Athenaeum Boekhandel binnen, een van mijn favoriete plekken in Europa. De hele begane grond is gewijd aan tijdschriften. Kleine bladen niches en torenhoge ambities.

    Ik koop enkele edities van Pleasant Place, een Nederlands fanzine met essays over de botanische wereld. Het zijn literaire en kunsthistorische uitweidingen, geïllustreerd met een visuele speelsheid die het tijdschrift zelf even charmant en levendig maakt als een bloementuin in de voorzomer.

    De meeste tijdschriften hier zijn de afgelopen jaren op de markt gebracht. Ze worden gerund door idealisten en toegewijde redacteurs. Niet om commerciële successen te worden, maar om iets betekenisvols te creëren.

    Ik dwaal langs de schappen met nieuwe literaire tijdschriften, feministische kunstmagazines en een afdeling met elegante, kleine reisbladen. Er zijn tijdschriften die uitsluitend over wespen gaan en een Frans magazine dat een themanummer over Derek Jarman heeft gemaakt.

    Wie het tijdschrift wil lezen, moet een fysiek exemplaar opsporen

    Ik koop ook het nieuwste nummer van Real Review. Dit steeds onmisbaarder wordende Britse essaytijdschrift is opgericht door de jonge architect Jack Self. Hun motto is enigszins pompeus: ‘verklaren wat het betekent om vandaag de dag te leven’. Maar verrassend genoeg slagen ze daar ook in. Ze gebruiken kunst, geopolitiek, de klimaatcrisis, stadsplanning, mode en macro-economie als gelijkwaardige invalshoeken om de jaren twintig te doorgronden. In een doorsnee-editie spreekt Francis Fukuyama over de geopolitieke risico’s van AI-gestuurde drones, terwijl kunsthistoricus Shumon Basar de ideeën van Susan Sontag over fotografie en empathie analyseert in de context van Gaza.

    De teksten zijn nergens op internet te vinden, ook niet achter een betaalmuur. Wie het tijdschrift wil lezen, moet een fysiek exemplaar opsporen. De vormgeving versterkt de leeservaring: de teksten zijn gedrukt in een intuïtieve lay-out die uitnodigt tot verder lezen. Een soort alternatief internet waar alles goed is.

    Deze tijdschriften weerspiegelen een veel bredere renaissance van de analoge cultuur. Die komt ook tot uiting in de opkomst van onafhankelijke boekhandels, kleine en ogenschijnlijk anti-commerciële kunstgalerieën, nieuwe podia voor poëzievoordrachten en experimenteel proza en ruimtes waar jongeren samenkomen voor handwerk en keramiek. En dan is er nog de onverminderde populariteit van oude cultuurdragers als vinylplaten en korrelige VHS-banden.

    Alternatieven

    Deze honger naar een tastbare cultuur wordt niet gedreven door nostalgische boomers of mensen geboren in de jaren zeventig, maar bijna uitsluitend door de generaties die met het internet opgroeiden. Ze hebben sinds hun twaalfde een smartphone en verlangen nu vurig naar alternatieven. Ik denk dat we hen moeten zien als de kanaries in de vervuilde mijnschacht van het internet.

    Ooit gebruikten we het internet om de werkelijkheid te ontvluchten. Nu gebruiken we de werkelijkheid om het internet te ontvluchten.

    Die formulering zou ik graag claimen, maar hij is van Bloomberg-columnist Noah Smith en ik vond hem natuurlijk in mijn socialemediafeed. Juist die belofte – het ontdekken van een slim inzicht uit onverwachte hoek – zorgt ervoor dat wij, die met informatie, nieuws en ideeën werken, zo makkelijk blijven scrollen. Door dat rusteloze zoeken naar nieuwe indrukken grijpt het spiergeheugen van onze vingers voortdurend terug naar dezelfde apps en browsertabbladen – wel twintig, vijftig keer per dag.

    Wie zijn toevlucht zoekt tot fysieke tijdschriften en literatuur, tot de analoge cultuur, sluit zich niet af van de werkelijkheid. Het is geen escapisme. De meeste tijdschriften die ik bij Athenaeum koop, worden niet gemaakt door luddieten die de elektriciteit hebben afgesloten, maar door mensen die zo lang en intensief online zijn geweest dat ze juist daardoor de waarde van het analoge zijn gaan inzien – alsof er een raam wordt opengezet.

    Niet louter reproductief gedrag

    Jongeren hebben minder seks dan voorgaande generaties, aldus een artikel in The Telegraph, zelfs nu er meer openheid en keuzevrijheid is dan ooit tevoren.
    Hoewel de beschikbare data grotendeels afkomstig zijn uit Britse en westerse bronnen, wijst het stuk op een bredere culturele trend. Het benadrukt dat jongvolwassenen, vooral generatie Z, zich online vaak veiliger voelen dan in persoonlijk contact. Het artikel koppelt deze verandering deels aan de dominante rol van sociale media, continu aanwezige digitale prikkels en een verhoogde nadruk op psychologische veiligheid en persoonlijke identiteit.
    Het verhaal schetst seksualiteit niet alleen als reproductief gedrag, maar als indicator van sociale verbondenheid, waarbij afname kan wijzen op bredere gevoelens van angst, onzekerheid en een gebrek aan spontane menselijke interactie; door de verschuiving naar meer schermtijd en minder face-to-facecontact kan sociale isolatie toenemen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor emotionele gezondheid en welzijn in moderne samenlevingen, zo wijzen studies uit.

    De plek waar ik de meeste voorvechters van analoge oases ben tegengekomen is Palo Alto, in het hart van Silicon Valley. Elke keer dat ik daar ouders van jonge kinderen sprak, wedijverden ze met elkaar om wie zijn kinderen de minste schermtijd toestond. Hoe meer geld en cultureel kapitaal een gezin bezit en hoe hoger de posities van de ouders bij de techbedrijven zijn – juist die bedrijven die miljarden mensen verslaafd hebben gemaakt aan sociale media en smartphones – des te fanatieker proberen ze te voor- komen dat hun eigen kinderen diezelfde producten gebruiken.

    Dat komt natuurlijk doordat ze de keuken van binnenuit kennen. Zij hebben zelf ’s werelds beste psychologen en gedragswetenschappers van Princeton, MIT en Oxford gerekruteerd. Hun taak: de producten zo verfijnen dat ze nét iets verslavender worden en de gemiddelde gebruikstijd met nog eens 5 procent opdrijven.

    Het is veelzeggend dat juist in het epicentrum van de Amerikaanse technologische innovatie gezinnen weer naar het analoge verlangen. Een van de meest gewilde scholen in Silicon Valley is een vrije school in Los Altos (gemiddeld inkomen: 1,4 miljoen per jaar) waar de leraren nog steeds krijt en leien gebruiken. Verdienen niet al onze kinderen het om op te groeien in dezelfde analoge oases als de elite van Silicon Valley?

    In onderzoek naar internet- en telefoongebruik klinken jongeren tegenwoordig steeds vaker alsof ze het hebben over een monster uit een horrorfilm: een verschrikkelijk destructieve kracht waaraan iedereen wil ontsnappen, maar niemand ontkomt. Twee op de drie jonge Amerikanen proberen nu actief hun schermtijd te verminderen, blijkt uit een recent onderzoek van Pew Research. In Noorwegen zegt 80 procent van de bevolking onder de dertig dat ze te veel op internet zitten. Ook in Zweden stelt een meerderheid van de jongeren dat ze tijd ‘verspillen’ aan sociale media, aldus de Zweedse internetstichting.

    Controle terugwinnen

    Onderzoek in Australië en Frankrijk laat dezelfde dynamiek zien: het zijn vooral jongeren die wanhopig op zoek zijn naar alternatieven voor hun telefoons, voor TikTok, voor sociale platforms die draaien om status.

    Het is dus geen paternalisme of nostalgisch moralisme om iets aan dit pathologische gedrag te willen doen. Het zijn de jongeren zelf die hier luid en duidelijk om vragen. Ik voel een zekere opluchting wanneer de Franse president Emmanuel Macron, die niet altijd een feilloze politieke antenne heeft, een telefoonverbod invoert op Franse scholen. Mijn zoon groeit nu op in Parijs, waar leraren en autoriteiten een gezonde scepsis koesteren jegens smartphones en Amerikaanse techbedrijven. Tot nu toe is hij nog onaangetast door de sociale platforms; ze loeren als Sauron aan de horizon.

    Parijs bewijst bovendien dat een relatief analoge stad niet ten koste hoeft te gaan van creativiteit en nieuwe ideeën. Het is waarschijnlijk geen toeval dat veel van mijn favoriete steden – Parijs, Amsterdam, Tokio, Taipei – precies die eigenzinnige combinatie bezitten van het rusteloos moderne en het heilzaam analoge. Juist op plekken die bruisen van artistieke vernieuwing bloeit de liefde voor het analoge op.

    Simon Kuper, columnist voor de Financial Times hier in Parijs, kreeg onlangs de vraag wat de slimste mensen die hij kent, typeert. Ze brengen relatief weinig tijd achter hun schermen door, antwoordde hij.

    DOS Casettes compressed edited 1 scaled
    © Pexels

    De analoge renaissance biedt een kans om de controle terug te winnen. Niet alleen over onze toegang tot informatie, maar uiteindelijk ook over kennis zelf en ons vermogen om de wereld te begrijpen. Ik besteedde eindeloos veel tijd aan het samenstellen van lijsten met experts die ik wilde volgen op sociale platforms. Als vroege gebruiker van Twitter had ik de 200 beste Taiwan-experts ter wereld verzameld, de 70 grappigste filmcritici, de 300 slimste klimaatwetenschappers.

    Toen werd het platform fascistisch. Ik stak evenveel uren in het maken van afspeellijsten, met Japanse ambient en de beste contratenoren uit de barokmuziek, om vervolgens te moeten toezien hoe die werden uitgehold doordat artiesten volkomen willekeurig van het platform verdwenen.

    Hardnekkig proberen de techgiganten mijn aandacht te sturen. De standaardkeuze van Instagram als je inlogt, is ‘Voor jou’. Dat betekent dat je een feed krijgt die niet bevat wat je wilt zien – geen van de tweeduizend accounts die ik bewust volg. In plaats daarvan krijg je accounts voorgeschoteld waarmee hun adverteerders graag geassocieerd willen worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de jongeren die de meeste tijd op deze platforms hebben doorgebracht, op zoek gaan naar culturele producten die ze kunnen aanraken en bewaren, naar rituelen en fysieke gemeenschappen die cultuur weer betekenis geven.

    Vinyl

    The Economist doet een dappere poging om de zoektocht van jongeren naar analoge cultuur te kwantificeren en merkt op dat Taylor Swift vorig jaar 2,2 miljoen vinylplaten verkocht (al zou Taylor Swift waarschijnlijk ook 2 miljoen havermoutkoeken kunnen verkopen als ze dat wilde). Wereldwijd steeg de verkoop van vinylplaten met 300 procent tussen 2016 en 2023, precies de periode waarin sociale apps almachtig werden en de verslaving aan mobiele telefoons als pathologisch werd beschouwd. Ook de verkoop van cassettebandjes is verdrievoudigd. Economen zijn verbijsterd. Is dit werkelijk rationeel gedrag? Wat zou Adam Smith hiervan zeggen? ‘Misschien zijn de jongeren vergeten hoe lastig het is om de bandjes terug te spoelen,’ schrijft The Economist.

    Maar jongeren verzamelen cassettebandjes natuurlijk niet omdat ze zo efficiënt zijn. De clou is juist dat de analoge cultuur iets anders biedt dan optimalisatie en kwantificering. Het is een alternatief voor een samenleving waarin elke alledaagse interactie aanvoelt als een LinkedIn-profiel. Camerafabrikant Polaroid, die zijn omzet de afgelopen jaren fors zag stijgen, heeft een nieuwe campagne met een treffende slogan: ‘Niemand heeft er op zijn sterfbed spijt van niet meer tijd aan zijn telefoon te hebben besteed.’

    In mijn buurt in Parijs zijn verschillende oude krantenkiosken overgenomen door een nieuwe Spaanse keten, News & Coffee, die een uiterst doordacht assortiment van kwaliteitsbladen, kunsttijdschriften en verfijnde koffiesoorten verkoopt. De markt voor dagbladen loopt op zijn eind, maar wordt niet alleen vervangen door het internet, maar ook hierdoor: een nieuw premiumsegment van stijlvolle en interessante tijdschriften. De keten begon tijdens de pandemie in Barcelona, maar is inmiddels uitgegroeid naar een half dozijn Europese steden. Juist doordat tijdschriften decennialang gemarginaliseerd zijn, zijn ze ook bevrijd van de commerciële eisen en de meetbaarheid van de massacultuur, die altijd tot homogenisering leiden.

    ‘Speak up, men’

    The Guardian signaleert dat zogeheten talking circles mannen steeds vaker een veilige ruimte bieden om over gevoelens te spreken. In deze gespreksgroepen, met namen als Andy’s Man Club en Men’s Circle, krijgt iedere deelnemer ononderbroken tijd om te vertellen wat hem bezighoudt, zonder oordeel of directe feedback. Ze richten zich op mannen die moeite hebben met kwetsbaarheid en emotionele expressie – een probleem dat samenhangt met hoge cijfers voor eenzaamheid, depressie en suïcide onder mannen. De bijeenkomsten zijn geen therapie, maar fungeren als laagdrempelige oefenplaatsen voor luisteren, openheid en onderlinge steun. Ze zouden het idee doorbreken dat praten over emoties onmannelijk is, maar voor veel deelnemers blijkt simpelweg gehoord worden al een belangrijke eerste stap richting een gezondere omgang met zowel zichzelf als anderen.

    Het is dan ook veelzeggend dat Chloe Malle, de nieuwe hoofdredacteur van Vogue die in de voetsporen van Anna Wintour treedt, aankondigde dat de Amerikaanse Vogue minder gedrukte edities per jaar gaat uitbrengen, maar dat die edities wel mooier en luxueuzer worden. In plaats van een massaproduct dat wordt geconsumeerd en weggegooid, moet Vogue een prestigeproduct worden voor op de salontafel en voor winkels zoals Athenaeum en News & Coffee.

    Minder frequent, hogere kwaliteit. Het is niet zozeer een esthetische keuze als wel een overlevingsstrategie. Het probleem is alleen dat dit soort producten binnenkort alleen voor de happy few zijn weggelegd. Het is niet realistisch om te geloven dat een significant aantal mensen de digitale platforms zal verlaten om Nederlandse fanzines over bloemen te lezen.

    Er is een treffend moment in het nieuwe boek Ingen surf van schrijver en dichter Jonas Gren, waarin hij lijkt te beseffen dat hij de problemen van het internet niet in zijn eentje kan oplossen door naar het bos te verhuizen en een vuurtje te stoken met twijgen en berkenbast. Integendeel, de analoge renaissance moet het begin zijn van een veelomvattender hervorming van het internet en de cynische platforms die vandaag de dag domineren. Een van de mensen met wie Gren in het boek spreekt, is de jonge politicoloog Filippa Werner Sellbjer. Zij heeft eveneens ingezien hoe futiel individuele protesten tegen een kapot internet zijn; het is als genoegen nemen met afval scheiden terwijl de VS elke week nieuwe oliebronnen boren. Wat nodig is, zijn structurele veranderingen. ‘Reguleer die rommel,’ zoals zij het academisch uitdrukt.

    Tegenbeweging

    Twaalf jaar geleden trok ik dezelfde conclusie, toen ik over Silicon Valley begon te schrijven en zag hoe weinig de leiders van de bedrijven zich bekommerden om cultuur, democratie en beschaving. Het was, om het mild uit te drukken, een zware dobber om het ingenieursland Zweden hiervan te overtuigen: dat technologie ook iets anders kon zijn dan de redding van de mensheid. Maar nu komt de tegenbeweging van de kunstenaars, de ecodichters en de botanische nerds, en niet van de instellingen en politici die deze kwesties tien jaar geleden hadden moeten aankaarten.

    Is de analoge renaissance slechts de laatste, ijdele stuiptrekking van een kleine groep bohemiens en excentrieke architecten in Antwerpen, of is het het begin van iets zinvols? Dat hebben we zelf in de hand. Maar zelfs een opstand die zich niet verspreidt, heeft betekenis; het meest beangstigende zou een wereld zijn waarin niemand zich van de platforms afkeert.

    De nieuwe gouden eeuw van mooie, niche- en anticommerciële tijdschriften – indie publishing noemt men dat in de VS – is in elk geval een hoopvol teken. De grote techplatforms hebben koortsachtig geprobeerd een homogene cultuur te creëren, die ‘monocultuur’ waar cultuurpessimisten vaak over klagen, maar zijn daar feitelijk niet in geslaagd. Integendeel, de bloemen groeien: een veelheid aan ideeën verspreidt zich in deze tijdschriften, die zijn ontstaan tijdens de hegemonie van het internet, en ondanks de hegemonie van het internet.

    We moeten elkaar simpelweg helpen van het huidige internet af te komen, zodat we op een dag kunnen terugkeren naar een betere versie.

  • Het nieuwe smartphonepensioen

    Het nieuwe smartphonepensioen

    Te veel schermtijd is niet alleen een probleem onder jongeren, maar ook ouderen zitten steeds meer achter een tablet of smartphone. ‘Een door de smartphone gedomineerd pensioen’ is inmiddels de norm geworden.

    Nadat hij het hele land had doorkruist om zijn familie te bezoeken, stuurde een vriend me een bezorgd berichtje. Reizen is altijd hectisch, maar normaal gesproken werd dat goedgemaakt door de rust na aankomst, als zijn kinderen eindelijk tijd konden doorbrengen met hun opa en oma. Maar dit jaar was het anders, zei hij: ‘Ze zaten de hele tijd alleen maar op hun telefoon en waren nauwelijks aanspreekbaar.’ Hij had het niet over de kinderen, maar over de grootouders.

    De laatste jaren hoor ik vaker zulke verhalen – over volwassen kinderen die zich zorgen maken over hun ouders die naarmate ze ouder worden een schermverslaving ontwikkelen. Zulke verhalen zijn overal op internet te vinden. Ze vallen extra op omdat ze de zorgen weerspiegelen die ouders al jaren uiten over hun kinderen: dat hun jonge geest zou worden beïnvloed en vervormd door apparaten die ontworpen zijn om hun aandacht te grijpen en vast te houden. In de paniek rondom schermtijd gelden kinderen doorgaans als machteloze wezens, volledig overgeleverd aan genadeloze techbedrijven waartegen volwassenen hen moeten proberen te beschermen. Maar een variant van dit probleem bestaat dus ook aan de andere kant van het leeftijdsspectrum: niet een jeugd waarin alles draait om de smartphone, maar een door de smartphone gedomineerd pensioen.

    Urenlang scrollen

    Het afgelopen jaar heb ik mensen gevraagd hun ervaringen met mij te delen. ‘Ik smeek mijn moeder voortdurend om haar telefoon weg te leggen; elke keer dat ik haar zie zit ze gedachteloos te scrollen. Haar concentratievermogen is echt volledig verdwenen,’ schreef iemand. Een ander beschreef een ouder die ‘urenlang Candy Crush speelt terwijl de kleinkinderen om een plekje op haar schoot vechten om mee te spelen, omdat dat nu geldt als “samen de tijd doorbrengen”.’

    Sommigen schetsten wat klinkt als een constante zintuiglijke overprikkeling: ‘Als ik mijn ouders bezoek, staan er vaak twee tv’s in verschillende kamers keihard aan, terwijl ze allebei op hun iPad of telefoon zitten te scrollen,’ schreef iemand. Veel berichten waren vrij recht door zee: ‘Ik heb mijn boomerouders moeten zeggen dat ze niet voortdurend op hun iPad moeten zitten als onze driejarige in de buurt is.’

    Meestal waren het privéberichten waarin deze oprechte zorgen werden geuit. De meesten vroegen me hun volledige naam niet te vermelden, omdat ze niet publiekelijk over hun familieleden wilden spreken. Josh uit Ohio vertelde dat zijn vader volledig in de ban is van korte verticale video’s op Instagram en TikTok. ‘Volgens mij werken die therapeutisch voor hem,’ zei hij. ‘Hij heeft depressies en zware angstklachten. Maar ik probeer een betere hobby voor hem te vinden.’

    ‘Volgens mij werken [tiktoks] therapeutisch voor hem. Hij heeft depressies en zware angstklachten’

    Anderen waren vooral bezorgd over oplichting. ‘Ik maak me meer zorgen om hem dan om mijn elfjarige,’ zei ene Conor. ‘Elke keer dat ik naar mijn ouders ga, moet ik de iPhone van mijn vader afpakken om hem af te melden voor een hele reeks onzinabonnementen op zogenaamde virusscanners die hij heeft gedownload via advertenties in een of ander woordspel. Uiteindelijk heb ik uit voorzorg zijn mogelijkheid om apps uit de App Store te downloaden uitgezet.’ Iemand die volledig anoniem wilde blijven vertelde dat een van zijn ouders buitensporig veel tijd op Instagram doorbracht, per ongeluk ongepaste video’s doorplaatste op zijn tijdlijn en ter ontspanning allerlei door AI gegenereerde brainrot-rommel bekeek.

    Deze verhalen vormen geen uitzondering: uit verschillende onderzoeken blijkt dat ouderen daadwerkelijk steeds meer tijd online doorbrengen, en dat die trend al jaren gaande is. In 2019 stelde het Pew Research Center vast dat mensen van zestig jaar en ouder ‘nu meer dan de helft van hun dagelijkse vrije tijd – vier uur en zestien minuten – voor het scherm doorbrengen’, vaak met het kijken van filmpjes. Een groot deel daarvan lijkt afkomstig van YouTube: dit jaar meldde mediabedrijf Nielsen dat mensen van 65 jaar en ouder bijna twee keer zo veel YouTube op hun televisie kijken als twee jaar geleden. Uit een recente enquête onder Amerikanen van boven de vijftig bleek dat ‘de gemiddelde respondent in totaal 22 uur per week voor een scherm doorbrengt’. En in een onderzoek onder tweeduizend volwassenen van 59 tot 77 jaar zei 40 procent zich ‘onrustig of ongemakkelijk’ te voelen als ze hun apparaat niet in de buurt hadden.

    HOR Online pensioen
    © Getty Images

    Maar dit soort onderzoeken zegt weinig over hoe iemand precies omgaat met zo’n apparaat. Het is verleidelijk om terug te vallen op stereotypen over ouderen: door hen neer te zetten als digibeten, mensen die nieuwe technologie niet begrijpen en een makkelijke prooi zijn voor oplichters. De werkelijkheid is veel complexer, zegt Ipsit Vahia, hoofd gerontopsychiatrie in het McLean Hospital in Belmont (Massachusetts) en directeur van het Technology & Aging Laboratory aldaar. ‘De fundamentele fout in de manier waarop we over ouderen denken, is dat we iedereen boven de 65 over één kam scheren,’ zegt hij. Niet alleen vormen ouderen geen eenduidige groep, ook wordt een generatie volgens Vahia diverser naarmate mensen ouder worden. Twee vijfjarigen hebben per definitie meer met elkaar gemeen dan twee 87-jarigen: hoe ouder je bent, hoe meer kans je hebt gehad op uiteenlopende ervaringen en het ontwikkelen van verschillende gewoonten en perspectieven. ‘Onze vuistregel luidt: als je één oudere hebt ontmoet, heb je één oudere ontmoet.’

    Veel van de huidige zorgen over schermtijd vinden hun oorsprong in de coronapandemie, die bij ouderen leidde tot een duidelijke toename in technologiegebruik. ‘Als het alternatief eenzaamheid is, wordt technologie een zeer krachtige en positieve factor,’ aldus Vahia. In veel gevallen was Zoom de opstap: familieleden begonnen elkaar op het scherm op te zoeken, kerken hielden Zoom-diensten en artsen gebruikten de technologie voor zorgafspraken op afstand. Zo raakten sommige ouderen vertrouwd met het gebruik ervan.

    Maar niet al het schermgebruik is hetzelfde, zeker niet bij ouderen. Sommige onderzoeken laten zien dat tijd doorbrengen op apparaten bij mensen boven de vijftig samengaat met betere cognitieve vaardigheden. Woordspelletjes, informatie opzoeken, instructievideo’s bekijken en gewoon chatten met vrienden: het kan positieve prikkels bieden. Volgens Vahia moet je onlinegewoonten die bij jongeren of mensen van middelbare leeftijd zorgelijk lijken anders beoordelen bij oudere generaties. ‘Intensief technologiegebruik bij tieners en adolescenten hangt vaak samen met een slechtere mentale gezondheid en kan leiden tot isolement, eenzaamheid en zelfs depressie,’ zegt hij. ‘Maar bij ouderen lijkt technologiegebruik juist bescherming te bieden tegen isolement en eenzaamheid.’

    Twee vijfjarigen hebben per definitie meer met elkaar gemeen dan twee 87-jarigen

    Toch lijken veel van de voorbeelden die Vahia noemt enigszins geïdealiseerd. Fanatieke Wordfeud-sessies of zoektochten op Wikipedia vallen inderdaad in de minder problematische categorie. Maar de meeste verhalen die ik hoorde beschreven een veel somberder scenario. Een vrouw die als verpleegkundige in het Verenigd Koninkrijk werkt en anoniem wilde blijven omdat ze niet over haar patiënten mag spreken, vertelde me in een privébericht dat veel van de oudere patiënten op haar afdeling ‘maar blijven doorscrollen’ en zo op hun telefoon of iPad ‘een ongelooflijke hoeveelheid troep consumeren’.

    ‘Een deel daarvan is nog vrij onschuldig,’ zei ze. ‘En soms zelfs best grappig, zoals toen iemand in een eindeloze reeks willekeurige Chineestalige filmpjes belandde.’ Maar, voegde ze eraan toe, ‘de negatieve effecten worden steeds zichtbaarder’. Ze wees daarbij op agressieve anti-immigratievideo’s, en op ‘complottheorieën en wantrouwen tegenover de medische wereld’. Wie genoeg tijd doorbrengt op Facebook of Instagram zal dit herkennen: verwarde reacties onder door AI gegenereerde berichten, van mensen die niet lijken te beseffen dat wat ze zien nep is. Of hyperpartijdige websites die beelden verspreiden van minderheden die misdaden plegen, die vervolgens worden gedeeld door bezorgde gebruikers die steeds angstiger, achterdochtiger en gepolariseerder lijken te worden. Oplichting door nepaccounts die zich voordoen als bank of kredietverstrekker. Eenzame mannen die bevriend zijn met tientallen vrouwelijke AI-chatbots.

    Morele paniek

    Maar ook hier waarschuwt Vahia voor morele paniek. Toen ik het beeld schetste van ouderen die de hele dag naar hersenloze AI-troep op Facebook kijken, wees hij op het grote verschil tussen actieve en passieve consumptie. Wie zegt dat elke oudere per se door die rotzooi wordt misleid? Misschien maken ze er samen grapjes over of proberen ze uit te zoeken wat echt is en wat niet. ‘Als die troep mensen die anders weinig gemeen hebben toch een gespreksonderwerp biedt, verandert dat de zaak, nietwaar?’

    Misschien wel. En ongetwijfeld speelt de eigen projectie hierbij ook een rol. De angsten van de mensen die mij benaderden – en de angst die ik zelf voel – lijken geworteld in onze eigen ingewikkelde relatie met onze apparaten. Velen van ons maken zich constant zorgen over wat we consumeren, hoeveel we scrollen en de subtiele manier waarop we online worden gestuurd, geprikkeld en gemanipuleerd. En die zorgen projecteren we, al dan niet terecht, ook op anderen.

    ‘Als die troep mensen die anders weinig gemeen hebben toch een gespreksonderwerp biedt, verandert dat de zaak, nietwaar?’

    Maar memes als ‘Shrimp Jesus’ [door AI gegenereerde afbeeldingen van Jezus als schaaldier, die in 2024 een trend waren op Facebook] of nepvideo’s van ICE-agenten die mensen arresteren zijn juist bedoeld om gebruikers te verwarren of boos te maken, net als alle andere clickbait die sociale media overspoelt. We moeten ouderen inderdaad niet automatisch zien als naïeve slachtoffers, maar de techreuzen die dit systeem beheren belonen betrokkenheid, niet kwaliteit. Voor mensen met meer vrije tijd dan ze kunnen spenderen – en die mogelijk al kampen met eenzaamheid of andere psychische problemen – kan dat voortdurend oplichtende scherm een onweerstaanbare verleiding zijn.

    Als ik Vahia vraag naar de ouderen die tijdens de feestdagen zitten te scrollen, iets waar ik zo veel over heb gehoord, moedigt hij me aan om ook dit anders te zien. ‘Ja, dat valt inderdaad op wanneer je ze tijdens de feestdagen ziet,’ zegt hij. ‘Maar de rest van de tijd ben je er niet bij. Hun telefoons vormen een groot deel van hun leven, of dat nou goed is of niet. Jouw komst is hier eigenlijk de verstoring.’

    Volgens hem moeten we bedenken wat de telefoon doet als er niemand in de buurt is. Voorkomt deze dat een dierbare wegzakt in een depressie? Zorgt hij voor verbinding met de rest van de wereld? Zijn sommige ouderen niet misschien gewoon gelukkiger met de wereld in hun broekzak of op hun tablet dan ze zonder zouden zijn? Algoritmen beperken weliswaar onze autonomie, maar sommige mensen willen hun oude dag misschien wel op hun telefoon doorbrengen en zich overgeven aan die eindeloze stroom aan entertainment. Wie zijn wij om daarover te oordelen?

    Het is behoorlijk verwarrend. Dezelfde apparaten die sommige mensen helpen in contact te blijven met de wereld, vervagen bij anderen het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie. In plaats van snel conclusies te trekken, kunnen jongere mensen hun bezorgdheid beter gebruiken als aanleiding om hierover in gesprek te gaan – en daarbij de telefoon even weg te leggen.

  • Apparatencultus maakt huismus van consument

    Apparatencultus maakt huismus van consument

    Met zwemvijvers, trampolines en een huis vol beamers, fitnessapparatuur en keukenmachines hoeft niemand de deur nog uit. Is een eigen pretpark wel zo’n goed idee?

    Als je in de stad woont, kom je op zeker moment op een leeftijd dat je hele vriendenkring plotseling aan sterke erosie onderhevig is. Het ene jonge gezin na het andere verlaat de buurt en vertrekt naar een buitenwijk of meteen maar helemaal naar het platteland. En alle goede voornemens ten spijt zie je ze nog maar zelden. Dus moet je naar hen toe, in hun rijtjeshuizen, bungalows en energiezuinige woningen. En daar valt je naast een heleboel andere dingen meestal op dat er flink wat is bijgekomen, niet alleen qua gewicht maar vooral in de vorm van spullen. Er staan veel meer nieuwe dingen in de tuin, de garage en de keuken dan er ooit in een huis in de stad hadden gepast. Ettelijke aanwinsten krijg je meteen gedemonstreerd, of je wilt of niet. En waar oorspronkelijk de natuur en het eenvoudige leven redenen waren om de stad uit te gaan, lijkt het een beetje alsof het vooral om die nieuwe aanwinsten gaat.

    Het opvallendste symptoom is de wanstaltige trampoline die de afgelopen twintig jaar in de helft van de tuinen is verschenen: zo groot als een helikopterplatform en vaak enkel een opmaat naar nog grotere speeltoestellen. Voor kinderen is het natuurlijk geweldig. Maar ook voor hun ouders, want die hoeven niet meer naar de speeltuin te rijden. Dat je in de privéspeeltuin achter je huis zelden nieuwe vrienden maakt, wordt even makkelijk over het hoofd gezien als de vraag waar je over een paar jaar met al die rommel naartoe moet. 

    Vrij snel na de trampoline komt bij de woningbezitters veelal het verlangen naar een zwemvijver op. Aan een zwembad begin je niet zo lichtzinnig, maar een zwemvijver of op zijn minst zo’n opzetzwembad zou natuurlijk wel leuk zijn. Dat is het ook, geweldig. En nog weer een reden om het terrein niet te verlaten. Dag openluchtzwembad, het huis wordt een kasteel en de ophaalbrug blijft steeds langer omhoog. In een ideale nieuwbouwwijk zou de één een trampoline, de ander een zwembad en weer een ander een tafeltennistafel hebben en iedereen deze attracties met elkaar delen. Je nodigt elkaar uit – in elk geval de kinderen – en groeit samen op. Het zou geld en middelen besparen en ook sociale voordelen opleveren. Maar de realiteit is vaker dat één persoon met zulke dingen begint en iedereen in de buurt ze daarna ook wil hebben. Zo creëert iedereen achter een hoge heg zijn eigen pretpark.

    Nieuwe huiselijkheid

    Binnen valt de nieuwe huiselijkheid nog meer op. Ligt de dichtstbijzijnde bioscoop 15 kilometer verderop en sluit die binnenkort vanwege een chronisch gebrek aan bezoekers? Geen wonder dat in alle huiskamers beamers staan te streamen en een vier meter breed beeld op het behang projecteren. Bioscoopgevoel thuis, zo adverteren de fabrikanten. Alleen is dat niet waar. Want laten we niet vergeten: het bioscoopgevoel was meer dan een groot beeld, een surroundsysteem en popcorn uit je eigen popcornmachine. De charme was juist dat het een klein avontuur was om naar de bioscoop te gaan. Je kleedde je ervoor, je ging uit, je begaf je naar een plek die in de ware zin des woords geschiedenis ademde en je genoot van al die leuke dingen die alleen daar te vinden waren: het geluid, de donkere zaal, de pluchen klapstoeltjes, de ijsjes in de pauze en natuurlijk ook de nieuwste film – met popcorn. Je was buiten, in de stad, het was avond, je zag andere mensen aan wie je je soms een beetje ergerde, maar misschien was je ook wel een paar seconden verliefd, je praatte met mensen en nam de tram, je kwam toevallig iemand tegen, ging op de terugweg een nieuw café binnen, leerde een grappige taxichauffeur kennen – kortom: er viel wat te beleven, je maakte deel uit van de samenleving en als je thuiskwam was je een ander mens. Al die dingen, al dat contact met het echte leven, gaan bij de beamer in de woonkamer verloren. Daar zit je ergens tussen deur en bed naar een blockbuster te kijken, terwijl je je afvraagt of je met een betere beamer niet een nog beter bioscoopgevoel zult hebben. Dat iemand zich met elk nieuw apparaat meer huisarrest oplegt, daar denkt niemand over na.

    Maar de plaats waar de nieuwe huismussencultuur het sterkst oprukt is de keuken. Elke hype in de keukenapparatuur van de afgelopen jaren was niet alleen bedoeld om je leven makkelijker te maken, maar beloofde tussen de regels door ook dat je weer wat minder op de buitenwereld was aangewezen. De vakterm in de branche voor mensen die thuis zelf dingen maken die vroeger elders werden geproduceerd is prosumer, of prosument. Zo iemand is iets tussen producent en consument in. Het begrip kwam op in de jaren tachtig, toen de eerste idealisten zelf stroom van het dak begonnen te tappen, waarmee het idee ontstond van een nieuwe onafhankelijke huishouding door middel van technologie. De term past prima bij de huidige apparatencultuur, die de klant het idee geeft dat hij alles wat tot nu toe te koop werd aangeboden door mensen met een jarenlange ambachtelijke opleiding ook best zelf kan maken. De juiste hardware thuis vervangt vakkennis, is het idee. Gewoon de ingrediënten erin doen en de machine doet de rest. En inderdaad fabriceren de broodbakmachines, pizzaovens en ijsmachines in onze keukens tegenwoordig producten waarvoor de generaties voor ons nog de deur uit moesten. In plaats van een opleiding te volgen, bekijkt de neoprosument na een dagje thuiswerken even snel een paar instructievideo’s op YouTube en bespaart zich zo weer een rit naar de winkel. 

    Brood- en bakfluencers

    Zo heeft Instagram talloze kanalen van enthousiaste brood- en bakfluencers die het maken van een perfecte baguette of croissant er kinderlijk eenvoudig laten uitzien – mits je thuis een state-of-the-art kneedmachine hebt. De bakker? Niet meer nodig. Huiselijkheid klinkt ouderwets, maar is precies wat deze moderne producten van ons verlangen. De dure Thermomix, de alom populaire miniheteluchtovens en de airfryers suggereren dat je thuis voor je kunt laten koken als in een restaurant of fastfoodzaak. Dat restaurants sinds de pandemie een aanzienlijke omzetdaling laten zien, heeft absoluut meer dan één reden. Maar mogelijk heeft het er ook mee te maken dat veel mensen zich tijdens de lockdowns paragastronomisch hebben uitgerust en zichzelf voorzien van pizza en steak uit hun supergrill.

    Natuurlijk is dit nieuwe, excellente doe-het-zelven in de keuken leuk, en op lange termijn ook goedkoper. Maar dat geldt alleen als je niet meerekent wat je allemaal misloopt wanneer je bijna alles thuis doet. Ondanks alle vreugde en het genot dat deze apparaten opleveren, verkleinen ze onze horizon, laten ze ons vermogen tot interactie wegkwijnen en vervreemden ze ons steeds meer van het aanbod buitenshuis. Pizza zoals in Napels, friet zoals bij de friettent en een sous-videfilet zoals in een sterrenrestaurant geven onze kinderen misschien culinaire kennis mee, maar geen wereldwijsheid. Als elke nieuwsgierigheid wordt beantwoord met ‘Dat kunnen we ook thuis!’, kweek je moeilijk begrip voor maatschappelijke diversiteit en participatie. En dat geldt allang niet alleen daar waar de dichtstbijzijnde stad ver weg is en je noodgedwongen veel zelf doet. Al die apparatuur vindt net zo goed zijn weg naar krappe stadskeukens en verspreidt – van smoothiemaker tot verbonden hometrainer – diezelfde boodschap: blijf binnen.

    De bakker? Niet meer nodig

    Het Trojaanse paard in deze ontwikkeling is wellicht de espressomachine geweest. De Italiaanse koffiecultuur heeft een even eenvoudige als voor de hand liggende filosofie: thuis zet je snel even een kopje koffie op het fornuis met een gedeukte percolator, en voor de goede, professionele espresso met crèmelaagje of melkschuim ga je vervolgens een of meerdere keren per dag naar een koffietent. Daar staat een grote machine die vakkundig wordt bediend, maar daar staan ook andere mensen met wie je een praatje kunt maken, daar zijn kranten, daar vind je inspiratie, daar speelt het leven zich af. Geen Italiaan zou uit zichzelf op het idee komen om het ‘Un caffè, per favore’ in te ruilen voor het slokje koffie thuis en zichzelf dit ritueel te ontnemen. Het zijn gewoon verschillende dingen! Toch is dat precies wat er bij ons is gebeurd. In onze woonkeukens staan overal verchroomde espressoapparaten te glimmen, die behoorlijk wat kennis, training en onderhoud vragen.

    Eropuit gaan

    Maar is je espresso nu echt zo goed als bij de Italiaan?

    Misschien, maar ook bij de Italiaan smaakt hij nog altijd uitstekend, kost hij maar twee euro en voorziet hij de mensen niet enkel van cafeïne. Met al die semiprofessionele barista’s, zuurdesemfanaten en smoothie-experts is het geen wonder dat steden op een gegeven moment geen echte concentratie van winkels, horeca en dienstverleners meer hebben en dat ooit levendige wijken in slaapgebieden veranderen. ‘Stad’ betekende altijd ook: eropuit gaan en andere mensen ontmoeten. De afgelopen jaren horen we veel over de vereenzaming in onze westerse samenleving. Sommige oorzaken daarvan hebben we misschien zelf in huis gehaald. 

  • Hoe een online fout van je kind je leven overhoop kan gooien

    Hoe een online fout van je kind je leven overhoop kan gooien

    Google hanteert een zerotolerancebeleid voor content waarin kinderen worden misbruikt. Maar bij het screeningproces kan weleens iets misgaan, waardoor een onschuldig persoon als misbruiker wordt bestempeld.

    Toen Jennifer Watkins een bericht van YouTube kreeg waarin stond dat haar kanaal werd afgesloten, maakte ze zich in eerste instantie geen zorgen. Zelf gebruikte ze YouTube namelijk niet.

    Haar zevenjarige tweelingzonen daarentegen wel: via een Samsung-tablet dat was ingelogd op haar Google-account, keken ze naar inhoud voor kinderen en plaatsten ze video’s van zichzelf waarop ze gekke dansjes deden. Enkele van de video’s waren meer dan vijf keer bekeken. Maar er was een ander soort video, van een van haar zoons, die Watkins in de problemen bracht.

    ‘Blijkbaar was het een video van zijn achterste,’ zegt Watkins, die de video zelf nooit heeft gezien. ‘Een klasgenoot had hem uitgedaagd om een naaktfilmpje te maken.’

    YouTube, dat eigendom is van Google, heeft AI-systemen die de honderden uren aan video’s controleren die elke minuut worden geüpload. Maar bij dat screeningproces kan soms iets misgaan, waardoor onschuldige mensen als misbruiker worden bestempeld.

    Grappig

    The New York Times heeft ook andere voorvallen beschreven van ouders van wie het digitale leven overhoop lag nadat hun kinderen naaktfoto’s en -filmpjes hadden geüpload. De content werd door de AI-systemen van Google gemarkeerd, waarna  menselijke beoordelaars aangaven dat het niet door de beugel kon. Sommige ouders werden als gevolg hiervan door de politie ondervraagd.

    Het ‘naaktfilmpje’ van de zoon van Watkins werd in september geüpload en binnen enkele minuten gemarkeerd als mogelijke seksuele uitbuiting. Dat is een schending van de servicevoorwaarden van Google, met zeer ernstige gevolgen.

    Watkins, een verpleegkundige uit New South Wales (Australië), ontdekte al snel dat ze niet alleen haar toegang tot YouTube, maar tot al haar Google-accounts kwijt was. Ze kon niet meer bij haar foto’s, documenten en e-mail, wat betekende dat ze geen berichten over haar werkschema kon inzien, geen bankafschriften meer kon bekijken en ‘zelfs geen thick shake kon bestellen’ via haar McDonald’s-app, waarop ze inlogde met haar Google-account.

    De inlogpagina van Google liet haar weten dat haar account uiteindelijk zou worden verwijderd, tenzij ze tegen de beslissing in beroep ging. Ze klikte op een knop waardoor ze in beroep kon gaan en schreef dat haar zevenjarige zoontjes ‘billen grappig vonden’ en verantwoordelijk waren voor het uploaden van de video. ‘Ik lijd hier financieel onder’, voegde ze eraan toe.

    Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok

    Kinderrechtenactivisten en wetgevers over de hele wereld hebben er bij technologiebedrijven op aangedrongen om de onlineverspreiding van aanstootgevend beeldmateriaal te stoppen en hun platforms te controleren op dergelijk materiaal. Veel providers screenen nu door gebruikers opgeslagen en gedeelde foto’s en video’s op zoek naar beelden van misbruik die bij de autoriteiten zijn gemeld.

    Google wil daarnaast ook content kunnen markeren die bij de autoriteiten nog niet bekend is. Een paar jaar geleden ontwikkelde het bedrijf op basis van bekende beelden een algoritme dat nieuwe misbruikcontent moet detecteren. Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok.

    In het geval van Watkins stelde een medewerker dus vast dat de video problematisch was. Vervolgens heeft Google de video gemeld bij het National Center for Missing and Exploited Children, een non-profitorganisatie die fungeert als officieel meldpunt voor verdachte content. Het centrum kan de video dan toevoegen aan zijn database met bekende afbeeldingen en beslissen of deze al dan niet aan de lokale politie moet worden gerapporteerd.

    Volgens statistieken van het National Center is Google een van de voornaamste melders van ‘ogenschijnlijke kinderpornografie’. Google deed vorig jaar meer dan 2 miljoen meldingen – veel meer dan de meeste digitale communicatiebedrijven. Maar minder dan Meta.

    Volgens experts is het moeilijk om de omvang van kindermisbruik te beoordelen enkel op basis van de cijfers. In één onderzoek werd een kleine steekproef gedaan met gebruikers die ongepaste afbeeldingen van kinderen zouden hebben gedeeld. Datawetenschappers bij Facebook lieten weten dat meer dan 75 procent van hen ‘geen kwade bedoelingen had’. Onder de gebruikers bevonden zich tieners die intieme beelden van zichzelf stuurden naar hun partners en mensen die een ‘meme deelden van de genitaliën van een kind waar een dier in bijt, omdat ze dat grappig vonden’.

    Draconische straf

    Apple op zijn beurt heeft de druk weerstaan om iCloud te scannen op uitbuitingsmateriaal. Een woordvoerder wijst op een brief die het bedrijf dit jaar naar een belangengroep heeft gestuurd. Daarin staat dat Apple bezorgd is over de ‘veiligheid en privacy van onze gebruikers’ en ‘dat onschuldige partijen worden meegesleurd in dystopische sleepnetten’.

    Afgelopen herfst schreef Susan Jasper, hoofd trust and safety van Google, op een blog dat het bedrijf van plan is om de procedure waarmee gebruikers in beroep kunnen gaan, aan te passen. Zo willen ze ‘de gebruikerservaring verbeteren’ voor mensen die ‘menen dat we verkeerde beslissingen hebben genomen’. Een belangrijke verandering is dat het bedrijf nu meer informatie geeft over waarom een account is geschorst, in plaats van een algemene melding over een ‘ernstige schending’. Watkins bijvoorbeeld kreeg te horen dat ze geschorst was wegens het uitbuiten van kinderen.

    Hoe dan ook, de herhaalde verzoeken van Watkins werden afgewezen. Ze had een betaald Google-account, waardoor zij en haar man berichten konden uitwisselen met medewerkers van de klantenservice. Maar in die digitale correspondentie zeiden medewerkers dat de video hoe dan ook in strijd was met het bedrijfsbeleid, ook al ging het om de handeling van een onwetend kind.

    Watkins vindt het oneerlijk dat zo’n draconische straf wordt opgelegd na één domme video. Ze snapt niet waarom ze van Google niet eerst een waarschuwing kon krijgen voordat haar de toegang tot al haar accounts en meer dan tien jaar aan digitale herinneringen werd ontzegd.

    Na meer dan een maand van mislukte pogingen om het bedrijf op andere gedachten te brengen, nam Watkins contact op met The New York Times. Een dag nadat een verslaggever naar haar zaak had geïnformeerd, werd haar Google-account hersteld.

    ‘We willen niet dat onze platforms worden gebruikt om kinderen in gevaar te brengen of uit te buiten, en veel mensen willen dat internetplatforms de strengste maatregelen nemen om CSAM op te sporen en te voorkomen’, verklaarde het bedrijf. CSAM is een veelgebruikte afkorting die staat voor ‘child sex abuse material’ [content met seksueel misbruik van kinderen]. ‘In dit geval hebben we begrepen dat de aanstootgevende inhoud niet met kwade opzet is geüpload.’ Het bedrijf gaf geen antwoord op de vraag wat voor verdere stappen mensen – afgezien van The New York Times mailen – kunnen nemen als hun bezwaar wordt afgewezen.

    De positie van Google is lastig als het aankomt op het beoordelen van dergelijke bezwaren, zegt Dave Willner, medewerker van het Stanford University’s Cyber Policy Center die bij verschillende grote technologiebedrijven heeft gewerkt op het gebied van vertrouwen en veiligheid. Zelfs als een foto of video van oorsprong onschuldig is, kan deze met kwade bedoelingen worden gedeeld.

    ‘Pedofielen delen of verzamelen foto’s die ouders met onschuldige intenties hebben genomen, gewoon omdat ze naakte kinderen willen zien,’ zegt Willner.

    ‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis’

    ‘Het is gewoon heel, heel moeilijk om op deze schaal waardeoordelen te reguleren,’ zegt Willner. ‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis.’

    Hij zegt dat Watkins’ problemen met Google ‘een goed argument zijn om je digitale leven te spreiden’ en niet op één bedrijf te leunen voor zoveel diensten.

    Watkins heeft uit haar ervaring een andere conclusie getrokken: ouders moeten niet hun eigen Google-account gebruiken voor de internetactiviteiten van hun kinderen, maar voor hen een eigen account instellen. Dat is ook iets wat Google aanmoedigt.

    Maar ze heeft het account voor haar tweelingzoons nog niet aangemaakt. Voorlopig mogen ze nog even niet op internet.