Nu we werk, boodschappen en sociaal contact steeds efficiënter inrichten, verdwijnen de toevallige ontmoetingen die voortkwamen uit ongemak.
De overtocht tussen Chappaquiddick en Edgartown in Massachusetts is nog geen 160 meter. Toch moet iedereen wachten om aan boord te kunnen, hoe rijk of invloedrijk je ook bent. Sommigen blijven in de auto zitten, anderen stappen even uit. Iemand klaagt over de wachtrij, het weer, de politiek of de UPS-bezorger die voordringt. Een ander schiet in de lach. En voor je het weet ontstaat er een gesprek.
Dit is geen pleidooi voor slechte logistiek op het water. Maar juist die veerpont heeft me doen afvragen of we de voordelen van ongemak in het moderne leven niet uit het oog zijn verloren. We beschouwen wachten als verloren tijd. Vaak is dat ook zo. Maar soms doet wachten iets waardevols: het brengt mensen samen op dezelfde plek, zonder iets te doen, lang genoeg om een gesprek op gang te brengen.
Ongeveer de helft van de Amerikaanse volwassenen geeft aan zich eenzaam te voelen
Dat klinkt misschien onbeduidend, maar dat is het niet. Eenzaamheid is uitgegroeid tot een van de opvallendste problemen van het moderne leven. In 2023 bestempelde de Amerikaanse Surgeon General, de hoogste gezondheidsautoriteit van de Verenigde Staten, eenzaamheid en sociaal isolement als een volksgezondheidsprobleem. Ongeveer de helft van de Amerikaanse volwassenen geeft aan zich eenzaam te voelen. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt sociaal isolement als een wereldwijde uitdaging voor de volksgezondheid, die naar schatting een op de zes mensen treft. In verschillende westerse landen lijkt het aantal jongvolwassenen dat zich eenzaam voelt de afgelopen vier à vijf decennia te zijn toegenomen. Opvallend genoeg voelen jongvolwassenen zich vaker eenzaam dan mensen van middelbare of oudere leeftijd.
In een studie uit 2010 bundelden Julianne Holt-Lunstad en haar collega’s de resultaten van 148 onderzoeken. Daaruit bleek dat zwakke sociale relaties een even sterke voorspeller zijn van vroegtijdig overlijden als roken, en een sterkere voorspeller dan obesitas of een gebrek aan lichaamsbeweging. Eenzaamheid wordt bovendien in verband gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, dementie, beroertes, depressie, angststoornissen en vroegtijdig overlijden. Deze schattingen zijn niet gebaseerd op gerandomiseerde onderzoeken, en eenzaamheid is geen medicijn waarvan de dosering precies bekend is. Toch maken ze één intuïtief inzicht moeilijk te negeren: sociale verbondenheid is een essentieel onderdeel van een gezond leven.
Ongemakken
En daarmee kom ik terug bij die absurd onpraktische veerpont en wat ik de ‘wrijvingstheorie van vriendschap’ noem. Het idee is eenvoudig: sommige ongemakken zijn niet alleen een nadeel. Ze vormen de onzichtbare bouwstenen van ons sociale leven. Als ik de productiefunctie voor vriendschap zou moeten opstellen, zou die er ongeveer zo uitzien: vriendschap = (nabijheid × herhaling) + (loze tijd × lage inzet) + gedeelde ergernis
Nabijheid is vooral belangrijk wanneer mensen elkaar regelmatig tegenkomen. Onbenutte tijd is het waardevolst wanneer niemand indruk probeert te maken. Een gedeelde ergernis helpt ook, maar slechts tot op zekere hoogte: een vertraagde veerpont leidt tot gesprekken, een kapotte veerpont tot woede.
Daarom ontstaat vriendschap vaak als bijproduct van iets anders: werk, school, de kerk, je kinderen, sport, boodschappen doen of de wachtkamer. Vriendschap ontstaat niet uit ellende, maar uit genoeg gedeelde wrijving om een gesprek vanzelf op gang te brengen. Het moderne leven heeft die wrijving de afgelopen decennia juist steeds verder weggewerkt.
We kunnen werken zonder kantoor, winkelen zonder fysieke winkels, sporten zonder sportschool en communiceren zonder iemand nog in de ogen te kijken. Elk van die ontwikkelingen is op zichzelf goed te verdedigen; sommige zijn zelfs revolutionair. Samen hebben ze ervoor gezorgd dat contact met andere mensen steeds minder vanzelfsprekend is geworden.
Een praatje maken
Ik ben wel de laatste die anderen de les moet lezen over gemak. Ik kom bijna nooit in de supermarkt; daar moet je veel te lang wachten. Ik laat zo vaak eten bezorgen als mijn vrouw verdraagt. Onze dochters zijn dol op afhaalmaaltijden en ik kan ondertussen gewoon doorwerken. Ik heb de sportschool ingeruild voor een Peloton-fiets. Zelfs mijn wandeling naar huis moet productief zijn: ik ga pas op pad nadat ik een uitgebreide onderzoeksopdracht heb ingevoerd bij de AI-assistent waar ik die week helemaal weg van ben.
De ironie is dat ik daar uiteindelijk zelf de dupe van ben. Vroeger ontmoette ik interessante mensen in de rij, in de sportschool of onderweg naar huis – tijdens die kleine onderbrekingen van mijn dag. Nu gebeurt dat niet meer. Ik heb mijn leven zo efficiënt ingericht dat juist de momenten waarop vriendschappen vroeger ontstonden zijn verdwenen. De enige plekken in mijn leven waar nog wat wrijving overblijft – en waar ik de afgelopen jaren nieuwe vrienden heb gemaakt – zijn de rij voor die irritante veerpont, tijdens het vissen en langs de lijn bij de voetbalwedstrijden van mijn kinderen. Zelfs daar probeerde ik nog te werken als mijn kind op de bank zat. Maar de andere ouders bleven een praatje maken, dus uiteindelijk gaf ik het maar op.
Kunnen we bewijzen dat onze zoektocht naar een zo wrijvingsloos mogelijk leven onbedoeld heeft bijgedragen aan de toename van eenzaamheid? Niet eenvoudig. Maar de cijfers ondersteunen die hypothese sterker dan ik had verwacht. Met gegevens uit de Household Pulse Survey van het Amerikaanse Census Bureau vergeleek ik eenzaamheid per staat met drie indicatoren van modern gemak: thuiswerken, de mate waarin mensen dankzij breedbandinternet hun leven vanuit huis kunnen organiseren en het aandeel forenzen dat zich nog lopend of met het openbaar vervoer door de openbare ruimte verplaatst.
Het dagelijks leven dwingt ons niet langer om elkaar tegen te komen
Staten waar mensen een groter deel van hun dagelijks leven privé kunnen organiseren – thuis, online of achter een scherm – kennen over het algemeen ook meer eenzaamheid. Staten waar meer mensen lopend of met het openbaar vervoer naar hun werk reizen, kennen juist minder eenzaamheid. Plaatsen die zijn ingericht op individueel gemak lijken eenzamer dan plaatsen waar mensen elkaar door hun dagelijkse routines nog vanzelf tegenkomen. Ook wanneer rekening wordt gehouden met leeftijd, inkomen en het aantal alleenwonenden, blijft dat verband statistisch significant, al wordt het wel zwakker. Dat is geen sluitend bewijs, maar het wijst wel in de richting die de theorie voorspelt: als het dagelijks leven ons niet langer dwingt elkaar tegen te komen, wordt het ook moeilijker om de sociale banden te vormen die uit zulke ontmoetingen ontstaan.
Waarom heeft de markt dit probleem niet opgelost? De economie kent markten voor vrijwel alles: huwelijk, arbeid, onderwijs, huisvesting, therapie, entertainment en zelfs seks. Maar voor vriendschap bestaat geen markt. Niet omdat vriendschap geen waarde heeft, maar omdat je haar niet rechtstreeks kunt verhandelen.
Een vriend is meer dan iemand met dezelfde interesses. Vriendschap vraagt om vertrouwen, herhaling, wederkerigheid en tijd. Dat zijn eigenschappen die je niet van tevoren kunt vaststellen en die zich bovendien lastig expliciet laten kopen. Zodra iemand zegt: ‘Ik ben hier om vriendschap te kopen’, verandert de aard van wat wordt gekocht. Markten functioneren goed wanneer het product duidelijk is, de prijs transparant en de transactie maatschappelijk geaccepteerd. Vriendschap voldoet aan geen van die voorwaarden.
Daarom ontstaat vriendschap meestal indirect. Mensen gaan naar school om te leren, naar kantoor om geld te verdienen en naar de veerpont om de overkant te bereiken. Toch lossen juist die plekken het grootste probleem bij het ontstaan van vriendschappen op: nabijheid, vermenigvuldigd met herhaling. Ze brengen steeds opnieuw dezelfde mensen op dezelfde plek samen, waardoor een gesprek uiteindelijk kan uitgroeien tot een vriendschap.
De zoektheorie
De zoektheorie uit de economie biedt een bruikbaar denkkader. Op de arbeidsmarkt vinden werknemers en werkgevers elkaar niet meteen, omdat informatie onvolledig is en zoeken tijd en geld kost. Potentiële vrienden zijn overal, maar een goede match vinden is lastig. En anders dan op de arbeidsmarkt bestaat er geen cv van een goede vriend. Instituties verlagen die zoekkosten. De gang op kantoor verlaagt de drempel voor een eerste gesprek. Hetzelfde geldt voor het moment waarop ouders hun kinderen van school halen, de kelder van een kerk, de buurtbarbecue, de zijlijn van een jeugdwedstrijd en de rij voor de veerpont. Ze brengen ons vaak genoeg bij elkaar zodat vertrouwen geleidelijk kan groeien, zonder dat iemand hoeft uit te spreken dat vertrouwen eigenlijk het doel is.
De gebruikelijke verklaring is dat de smartphone de boosdoener is. Dat is te eenvoudig. De werkelijke oorzaak is onze strijd tegen elke vorm van wrijving. Thuiswerken, bezorgapps, online winkelen, internetbankieren, zelfscankassa’s, zorg op afstand en digitale sportplatforms lossen allemaal een echt probleem op. Maar tegelijk nemen ze ook talloze kleine momenten weg waarop we op elkaar zijn aangewezen.
De oplossing is niet om het leven bewust moeilijker te maken. Zinloze rompslomp blijft zinloos. Maar terwijl technologie scholen, werkplekken, buurten en de economie opnieuw vormgeeft, zouden we ons wel moeten afvragen welke sociale infrastructuur we daarbij verliezen.
Het is een vergissing te denken dat sociaal leven iets is wat mensen in hun eentje kunnen organiseren
Scholen zijn bijvoorbeeld niet alleen plekken waar menselijk kapitaal wordt opgebouwd. Ze dragen ook bij aan sociaal kapitaal. Als we scholen steeds individueler en efficiënter maken, gaat daar iets waardevols verloren. Voor werkplekken geldt hetzelfde. Het gaat er niet om thuiswerken af te schaffen, maar om te erkennen dat de aanwezigheid van anderen op zichzelf waarde heeft.
Steden zouden daarom bibliotheken, parken, speeltuinen, wandelvriendelijke straten en gemengde buurten moeten aanleggen én behouden. Het is een vergissing te denken dat sociaal leven iets is wat mensen in hun eentje kunnen organiseren. Veel van wat we ‘gemeenschap’ noemen, ontstond vroeger als bijproduct van maatschappelijke instituties.
Daarom ben ik die veerpont van Chappaquiddick zo gaan waarderen. In vrijwel elk opzicht is hij inefficiënt. Hij veroorzaakt wachtrijen. Hij kost tijd. Hij brengt vreemden noodgedwongen bij elkaar. En een paar minuten lang hebben mensen niets anders te doen dan elkaar op te merken.
Gemak heeft ons tijd bespaard. De verborgen prijs is dat het ons ook van elkaar heeft weggehouden.
Lees ook:
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
