Onderwerpen: Innovatie

  • Japan voert nieuw systeem in om lange wachtrijen bij restaurants terug te dringen

    Japan voert nieuw systeem in om lange wachtrijen bij restaurants terug te dringen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU en Australië bereiken handelsakkoord na acht jaar onderhandelen

    » Knuffelaap in een recordtijd uitverkocht na viraal apenfilmpje

    Klanten kunnen een pas kopen om de rij over te slaan

    Een wachtrij is een zichtbaar teken van populariteit en kan de beste reclame zijn die een restaurant kan hebben. Het nadeel is echter dat het tijdrovend is en niet alle potentiële klanten fysiek in staat zijn in de rij te wachten.

    In Japan hebben ze daar iets op gevonden: een skip-the-line-systeem. Dit houdt in dat bezoekers online of ter plaatse een pas kunnen kopen waarmee ze de wachtrij kunnen overslaan, schrijft Nikkei Asia.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het systeem is zeer geschikt voor eettentjes die geen reserveringen aannemen en wordt steeds vaker gebruikt in drukke eetgelegenheden als ramenrestaurants of cafés. Het verbetert de toegankelijkheid, waardoor restaurants kunnen profiteren van de klantengroep die liever niet lang in de rij staat.

  • AI beloofde een productiviteitsboost – maar levert vooral meer bureaucratie op

    AI beloofde een productiviteitsboost – maar levert vooral meer bureaucratie op

    De wereld had gehoopt dat de AI-revolutie de productiviteit een enorme boost zou geven en de administratieve kosten zou verlagen. Het tegendeel is waarschijnlijk het geval, schrijft hoogleraar economie Mathias Binswanger.

    Jarenlang hebben we de boodschap gehoord dat AI in de toekomst voor enorme productiviteitswinsten zal zorgen. Economen die in de technologie geloven, zoals Erik Brynjolfsson, directeur van het Stanford Digital Economy Lab, verwachten bijvoorbeeld een permanente productiviteitsstijging van meer dan 30 procent in de VS in de komende twintig jaar.

    Ondanks de digitalisering en het toegenomen gebruik van AI hebben we sinds het begin van het nieuwe millennium slechts een lichte groei van de arbeidsproductiviteit gezien. De groei van de arbeidsproductiviteit in de OESO-landen daalde van gemiddeld 2 procent per jaar van 1970 tot 2000 naar 1 procent per jaar in de periode sindsdien.

    Creatievere beroepsbevolking

    Hoe kan het gebruik van AI leiden tot een verhoging van de productiviteit? In feite kunnen aanzienlijke stijgingen in arbeidsproductiviteit worden waargenomen in individuele processen en activiteiten. Een studie uit 2023 toonde bijvoorbeeld aan dat callcenteroperators 14 procent productiever werden dankzij het gebruik van AI.

    Dergelijke productiviteitsstijgingen worden niet alleen verklaard door de directe toename van het gebruik van AI. Aangenomen wordt dat het gebruik van AI werknemers ook creatiever en innovatiever maakt, wat vervolgens leidt tot verdere productiviteitsstijgingen. Dit geldt met name voor generatieve AI-toepassingen zoals chat-GPT, die nieuwe inhoud genereren zoals afbeeldingen, teksten, video’s of kunstmatige data.

    En dit is nog maar het begin. In de toekomst zal de ontwikkeling van steeds completere kunstmatige intelligentie – ‘kunstmatige algemene intelligentie’, die complexe taken oplost met gegeneraliseerde menselijke cognitieve vaardigheden – naar verwachting leiden tot nog grotere en duurzamere productiviteitsstijgingen.

    Op macro-economisch niveau zullen grote productiviteitsstijgingen een utopie blijven

    Bijna niemand zal serieus betwisten dat het gebruik van AI de productiviteit in individuele processen aanzienlijk kan verhogen. Als we echter naar de economie als geheel kijken in plaats van naar individuele processen, ontstaat een ander beeld. Op macro-economisch niveau zullen grote productiviteitsstijgingen een utopie blijven. Dat komt omdat AI niet alleen een productiviteitsbooster is, maar ook een bureaucratiebooster. Dit aspect van de AI-revolutie wordt tot nu toe echter nauwelijks onderkend. Er bestaat zelfs de illusie dat AI de bureaucratie zal verminderen omdat het in de toekomst veel administratieve taken zonder menselijke tussenkomst zal kunnen uitvoeren. Waarom voorspel ik dan een toename van de bureaucratie?

    Om dit te begrijpen, moeten we eerst verduidelijken wat we bedoelen met bureaucratie. Meer dan honderd jaar geleden definieerde Max Weber bureaucratie als de ‘overheersende aanwezigheid van administratieve handelingen in staats- of particuliere organisaties’. In de wereld van vandaag verwijst dit naar activiteiten zoals administratie, analyse, organisatie, monitoring, documentatie, controle, sturing, regulering, registratie, optimalisatie, evaluatie, certificering of naleving.

    Deze lijst is zeker niet volledig, maar geeft een idee van wat bureaucratie inhoudt. De output van dergelijke activiteiten bestaat dan uit rapporten, concepten, strategieën, missieverklaringen, evaluaties, prospectussen, contracten, algemene voorwaarden, gebruiksaanwijzingen, procesbeschrijvingen, gegevensverzameling, protocollen en prestatiemandaten, maar ook meningen van experts, audits, certificaten, labels of plannen. Ook deze lijst kan oneindig worden uitgebreid.

    Nieuwe controlerende bureaucratie

    We zien al tientallen jaren een toename van dergelijke activiteiten, wat heeft geleid tot de opkomst van een nieuwe controlerende bureaucratie. Dit is te wijten aan het feit dat de economie steeds complexer wordt, wat tot nieuwe uitdagingen leidt. Het antwoord op deze uitdagingen is een verdere uitbreiding van de bureaucratie, die ook bedoeld is om de economie steeds veiliger, gezonder, duurzamer, socialer of eerlijker te maken.

    Bedrijven worden geconfronteerd met een groeiend aantal externe eisen, voorschriften en bepalingen en reageren daarop met een toename van intern gedefinieerde administratieve eisen, voorschriften en bepalingen. Er is meer bureaucratische specialisatie met nieuwe activiteiten die allemaal weer op elkaar afgestemd moeten worden. Daarnaast worden de inspanningen om alle processen en procedures te optimaliseren voortdurend geïntensiveerd, wat ook een steeds uitgebreidere controle vereist.

    Neem bijvoorbeeld complianceafdelingen, die de afgelopen decennia bij veel bedrijven en vooral banken als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Steeds uitgebreidere wetten en regels hebben bedrijven gedwongen om ervoor te zorgen dat deze wetten en regels worden nageleefd. Daarom werken er tegenwoordig in alle grotere bedrijven steeds minder mensen in de productie, maar des te meer compliance officers, nalevingsfunctionarissen of compliance managers die een oogje in het zeil houden om ervoor te zorgen dat alles correct en volgens de wet verloopt.

    Het gevolg is dat de complianceafdeling het werk van andere afdelingen bemoeilijkt en nieuwe inefficiënte situaties creëert. Zoals we lezen in Compliance Study van Forrester Consulting voor 2023: ‘De complexiteit van complianceregelgeving is een groot probleem voor financiële instellingen.’ Er zijn dus meer banen nodig, zoals complianceconsultants of compliancecoördinatoren, die de negatieve gevolgen van de toenemende compliancebureaucratie moeten verzachten, maar die zelf bijdragen aan de groei van de bureaucratie.

    Steeds meer gegevens beschikbaar

    Dus hoe komt AI in het spel? Het veroorzaakt een digitale intensivering van de controlerende bureaucratie. De gedigitaliseerde controlerende bureaucratie wordt niet langer gekenmerkt door ‘papieren in beweging’, maar door een voortdurend groeiende gegevensstroom tussen een toenemend aantal sensoren, apparaten, processen en toepassingen. Deze gegevensstromen worden grotendeels gebruikt om mensen, objecten en processen te monitoren, controleren of optimaliseren. Algoritmes worden gevoed met gegevens om de juiste beslissingen te nemen of maatregelen te treffen.

    De constante poging om bureaucratische activiteiten te optimaliseren met behulp van digitale toepassingen en AI bevordert daarom zelf een toename van bureaucratie. Dit is ook te wijten aan het feit dat de beschikbaarheid van gegevens sneller toeneemt dan de rekenkracht van de algoritmen. Ondanks de toenemende rekenkracht kunnen we dus een steeds kleiner deel van alle gegevens in de wereld op een zinvolle manier verwerken.

    Het probleem is niet een gebrek aan gegevens, maar het omgaan met te veel gegevens die met hoge snelheid bewegen

    Het probleem is niet een gebrek aan gegevens, maar het omgaan met te veel gegevens die met hoge snelheid bewegen. Dit vergroot de behoefte aan nog meer gegevensverwerking en optimalisatie. Zelfs het nieuwste niveau van digitalisering is nooit genoeg om processen te controleren en te bewaken in de mate die we zouden willen.

    Het is gewoon niet zo, zoals Jack Ma, de oprichter van Alibaba, zich in 2017 voorstelde, dat we in het digitale tijdperk beschikken over een röntgenapparaat of een computertomograaf voor de wereldeconomie die de technologische voorwaarde vormt voor feedbackgebaseerde, realtime catering. Je komt nooit echt tot de bodem van de processen die je in detail zou willen analyseren, omdat ze oplossen in steeds meer details die de behoefte aan verdere controle creëren.

    Uiteindelijk zijn er dus twee aspecten die de intensivering van bureaucratie door AI veroorzaken: ten eerste heeft de intensivering van gegevensverzameling en de evaluatie van gegevens door op AI gebaseerde algoritmen geleid tot steeds gedetailleerdere monitoring, controle en de daaruit voortvloeiende ‘optimalisatie’ van processen en activiteiten, waarbij de hoeveelheid gegevens sneller toeneemt dan de zinvolle evalueerbaarheid ervan.

    Nieuwe complexe situaties

    Ten tweede zorgt de steeds groter wordende stroom gegevens en het gebruik ervan met behulp van AI voor nieuwe complexe situaties en nieuwe uitdagingen die verdere bureaucratische maatregelen zoals richtlijnen, voorschriften, wetten, contracten, meningen van deskundigen en deskundigenrapporten noodzakelijk maken. Een van die uitdagingen is gegevensbescherming. De regelgevingspakketten die hiervoor in het leven zijn geroepen, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming, zorgen echter voor bureaucratie in plaats van effectieve gegevensbescherming. En nieuwe regelgeving zoals de onlangs ingevoerde AI-wet in de EU, die moet zorgen voor eerlijk en niet-discriminerend gedrag van algoritmen, zal ons binnenkort met een verdere, blijvende toename van bureaucratie opzadelen.

    Deze toename in bureaucratie betekent dat het gebruik van AI op macro-economisch niveau waarschijnlijk niet zal leiden tot grote vooruitgang in productiviteit. AI-promotors zullen er alles aan doen om het geloof in productiviteitsstijgingen in stand te houden. Maar op de lange termijn zal dit niet mogelijk zijn en verdere prijscorrecties op de aandelenmarkt zullen het gevolg zijn.

    We moeten echter ook de positieve kant zien van deze door AI aangedreven groei van de bureaucratie. Het zorgt ervoor dat we volledige werkgelegenheid blijven houden en dat de banen die door AI zijn overgenomen, worden vervangen door nieuwe banen in de bureaucratie.

    Mathias Binswanger is hoogleraar economie aan de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen Noordwest-Zwitserland en auteur van Die Verselbstständigung des Kapitalismus: Wie KI Menschen und Wirtschaft steuert und für mehr Bürokratie sorgt (2024).

  • We slaan de plank mis met menselijke robots

    We slaan de plank mis met menselijke robots

    Techpioniers voorspellen gouden tijden voor mensachtige robots. Maar machines hoeven geen mensen te imiteren om van grote waarde te zijn.

    Aangezien de tech-industrie niet uitgepraat raakt over de ontwikkelingen omtrent AI, is het geen gekke gedachte dat er binnenkort menselijke robots op aarde zullen rondlopen.

    Elon musk heeft het marktaandeel van Optimus, Tesla’s poging tot een mensachtige huishoudrobot, op 10 biljoen dollar geschat. Jensen Huang, directeur van Nvidia [een grote producent van computerhardware] voorspelde dat dit ‘de grootste tech-industrie ooit’ zal worden. 

    Met het grote aantal beginnende roboticabedrijven en de vloedgolf aan online filmpjes van tweevoetige robots die allerlei menselijke taken verrichten, lijkt de robotrevolutie een feit. LLM’s kunnen nu al complexe logische problemen oplossen, en het lijkt misschien eenvoudig om zo’n model ook in een robot te installeren, waarna deze simpelweg kan worden hertraind om zich in de wereld te handhaven. Klaar is Kees.

    Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’

    Dit is een zware onderschatting. Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’, aldus Peter Varrett, investeerder in Playground Global. In werkelijkheid is het een immense stap om intelligentie naar de fysieke wereld te vertalen.

    Daarvoor zal de manier waarop AI momenteel wordt getraind radicaal moeten veranderen. Als sterke, autonome machines in contact worden gebracht met mensen is er bijvoorbeeld geen ruimte voor de ‘hallucinaties’ waar LLM’s doorgaans last van hebben [kleine foutjes in hun handelingen]. En zo moeten robotbouwers nog ontelbare andere uitdagingen overkomen om het menselijk lichaam in een machine na te bootsen.

    Door de verwachtingen over de praktische haalbaarheid van kunstmatige mensen op te schroeven, maken robotbouwers het zichzelf alleen maar moeilijker. Ze lopen bovendien het risico een veel haalbaardere en zeer belangrijke markt mis te lopen: die voor robots die geen twee benen hebben of proberen de mens in al zijn complexiteit na te bootsen.

    Obstakels

    Op het gebied van kunstmatige intelligentie komen robotontwikkelaars veel obstakels tegen waar de makers van LLM’s helemaal geen last van hebben. Zo zijn diensten zoals ChatGPT getraind op datasets die vooral van het internet afkomstig zijn, zonder dat daar data over de fysieke wereld aan te pas komen. 

    Ook is het veel moeilijker om een machine te bouwen die met de wereld interacteert en objecten gebruikt en oppakt dan om een simpelere autonome machine te maken zoals een zelfrijdende auto. Voertuigen hebben enkel de opdracht door de wereld heen te bewegen zonder tegen dingen op te botsen; een robot moet dingen op precies de juiste manier aanraken om zelfs maar de simpelste taken uit te kunnen voeren.

    Daar komt nog de kwestie van ‘planning’ bij kijken: in real time beslissingen nemen over een handelwijze op basis van een stroom aan zintuiglijke data uit de echte wereld – een van de moeilijkste problemen in de robotica. Zelfrijdende auto’s beginnen weliswaar  eindelijk op de openbare weg te verschijnen, maar het heeft jaren langer geduurd dan door optimisten in de techindustrie werd voorspeld. Robots vormen nog een veel grotere uitdaging.

    AI in de klas

    AI verovert niet alleen de techwereld, maar ook het klaslokaal. In juli kondigden OpenAI, Microsoft en Anthropic een samenwerking van 23 miljoen dollar aan met grote Amerikaanse lerarenvakbonden om docenten te trainen in het gebruik van AI, schrijft MIT Technology Review. Via de nieuwe National Academy for AI Instruction leren leraren AI inzetten voor lesvoorbereiding, toetsing en directe begeleiding van leerlingen. Bedrijven beloven maatwerk en efficiëntie, maar critici wijzen op de risico’s: scholieren gebruiken AI minstens zo vaak om te spieken als om te leren, en studies suggereren dat kritisch denken eronder lijdt.
    Nog radicaler is het experiment van de private Alpha School in Austin, Texas, waar AI het merendeel van de dagelijkse lessen overneemt, aldus Courrier International.
    Leerlingen krijgen twee uur per dag AI-geleide instructie en besteden de rest van de tijd aan workshops rond communicatie, financiën en persoonlijke ontwikkeling. Volgens oprichter MacKenzie Price kan AI onderwijs beter personaliseren dan mensen ooit kunnen. Critici vrezen echter een ‘modieuze’ hype en waarschuwen voor een verarming van de sociale dimensie van onderwijs. Die Zeit vraagt zich af of we straks überhaupt nog hoeven te leren. AI neemt steeds meer cognitieve taken over: lezen, samen-vatten, schrijven, vertalen. Is die afname van eigen inspanning wel goed voor ons?
    In Singapore zijn ze daarvan overtuigd, en worden kinderen al vanaf drie jaar vertrouwd gemaakt met AI. In Denemarken wordt AI binnenkort toegestaan tijdens het staatseindexamen.

    Nvidia kaartte deze problemen aan bij de jaarlijkse technologieconferentie in Silicon Valley, afgelopen maart. Het bedrijf heeft een systeem ontwikkeld genaamd Cosmos dat een virtuele wereld kan genereren om robotbreinen in op te leiden, maar het is nog onduidelijk hoe en of deze synthetische data de echte wereld kan nabootsen. Ook is de chipfabrikant begonnen aan een ‘physics engine’ waarmee een robot kan leren over de fysieke wereld, zoals het verschil tussen harde en zachte objecten. Deze engine wordt gemaakt door Disney en Google DeepMind. Deze samenwerking spreekt boekdelen over hoe technologie en fantasie elkaar in de robotrevolutie opzoeken.

    Nvidia presenteerde overigens ook een veelbelovend besturingssysteem voor robots, dat als opensourceproject wordt ontwikkeld zodat andere potentiële ontwikkelaars kunnen aansluiten. Dit kan een grote impuls vormen voor het vakgebied – al dreigt het tegelijkertijd de vele anderen die zich haastig op dit terrein hebben gestort buitenspel te zetten. Bovendien is er een groot verschil tussen het uitstippelen van een ontwikkelingsplan en daadwerkelijk resultaten boeken.

    Misschien hoeft de mens niet per se te worden nagebootst, maar liggen er juist meer mogelijkheden in de ontwikkeling van saaiere machines, die eenduidige taken kunnen uitvoeren of kunnen werken in op maat gemaakte omgevingen zoals warenhuizen of fabrieken. Zo zijn er automatische warenhuizenkarretjes ontwikkeld door Robust.ai, een bedrijf van Rodney Brooks, medeoprichter van het bedrijf achter de Roomba-stofzuiger en voormalig professor in kunstmatige intelligentie bij MIT. Een vaatwasser heeft geen handen nodig om de mens een handje te kunnen helpen. Als de nieuwste AI-technologieën en goedkope hardware worden benut, kan men allerlei robots bouwen die heel nuttig kunnen zijn – ook al lijken ze in geen enkel opzicht op de mens. 

  • Hoe Europa het vertrek van zijn start-ups kan (en moet) voorkomen

    Hoe Europa het vertrek van zijn start-ups kan (en moet) voorkomen

    Europa’s meest veelbelovende start-ups trekken steeds vaker naar de Verenigde Staten. Om innovatief te blijven moet de EU haar inspanningen op dit gebied opvoeren.

    Innovatieve, snelgroeiende ondernemingen trekken vanwege onze gefragmenteerde financiële en kapitaalmarkten steeds meer naar de Verenigde Staten. Europa dreigt zelfs door buitenlandse financiering een deel van zijn innovatieve potentieel te verliezen nog voordat dit tot wasdom komt. Per slot van rekening krijgt meer dan een kwart van de Europese ondernemingen die met durfkapitaal worden gefinancierd geld uit de Verenigde Staten. Voor kapitaalinjecties van meer dan 100 miljoen dollar geldt dat zelfs voor meer dan de helft. 

    Starters blijken vooral te verhuizen als ze buitenlandse investeerders hebben

    We hebben de geschiedenis van 11.000 Europese start-ups in zeventien landen onderzocht. Zes procent van de bedrijven die tussen 2000 en 2014 hun eerste financiering ontvingen, heeft het hoofdkantoor naar het buitenland verplaatst, meestal naar de Verenigde Staten. Op zich is dat geen bijzonder groot getal. Maar juist deze zes procent bleek zeer succesvol en was goed voor zeventien procent van de door start-ups in Europa gecreëerde bedrijfswaarde in termen van waarde bij beursgang of verkoop. 

    Starters blijken vooral te verhuizen als ze buitenlandse investeerders hebben, en in de regel naar de stad waar hun investeerders gevestigd zijn. De meeste arbeidsplaatsen verhuizen mee. Vestiging in de nabijheid van durfkapitalisten heeft het voordeel dat die de ondernemingen in hun portfolio optimaal kunnen ondersteunen. Meestal verplaatsen starters hun hoofdkantoor niet per se naar juridisch of fiscaal voordelige locaties als de staat Delaware in de Verenigde Staten, zelfs niet als de product- of arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft. Een andere, zij het minder gebruikelijke reden voor verhuizing naar het buitenland is de keuze voor een bepaald geografisch gebied. Een goed voorbeeld daarvan is de Amerikaanse incubator Y Combinator. 

    Te klein

    Verrassend is het moment in hun ontwikkeling waarop start-ups naar het buitenland verhuizen. Uit de discussies over onvoldoende Europees kapitaal in de groeifase en een paar bekende individuele gevallen komt naar voren dat ze emigreren wanneer ze aanzienlijke bedragen nodig hebben en de binnenlandse durfkapitaalmarkt daarvoor te klein is. Uit ons onderzoek blijkt dat die verhuizing meestal zeer vroeg plaatsvindt, gemiddeld al drie jaar na de oprichting. Dat is een jaar na de eerste financiering, die meestal in het tweede jaar plaatsvindt. En dat is lang voor een beursgang of verkoop, die in deze groep na acht tot twaalf jaar te verwachten valt. In de regel verhuizen start-ups dus niet op het moment dat ze een grote kapitaalbehoefte hebben, maar willen ze op die situatie vooruitlopen, waarbij ze ervan uitgaan dat financiering van buiten Europa moet komen. 

    Deze resultaten laten niet alleen zien hoe belangrijk het bestaan van durfkapitaal op zich is. Ze tonen ook aan hoe belangrijk het is dat voor iedere groeifase afzonderlijk voldoende durfkapitaal beschikbaar is. Momenteel belemmert het ontoereikende aanbod van grote kapitaalvolumes in Europa start-ups in alle fasen van hun ontwikkeling. Als gevolg daarvan richten mensen die een onderneming willen beginnen zich soms meteen al op het buitenland. En zo wordt de kans steeds kleiner dat succesvolle ondernemers later als business angels en durfkapitaalverstrekkers de ontwikkeling in Europa helpen stimuleren. 

    Dit geldt in het bijzonder voor innovatieve, complexe techbedrijven. In Duitsland bestaat nu eindelijk een veelbelovende, brede generatie aan nieuwe ondernemingen, bijvoorbeeld Isar Aerospace (commerciële verkenning van de ruimte), Planqc (kwantumcomputers) en Proxima (kernfusie). Deze staan allemaal voor de uitdaging zich op te schalen. Vanwege de kostbare hardware hebben ze vaak behoefte aan grotere, gedifferentieerde financiering en een intelligente begeleiding, bestaande uit technologisch experts en een netwerk van financiers, adviseurs en klanten in de desbetreffende sector. Goede fondsen hebben die dus nodig om start-ups goed te kunnen begeleiden.

    De overheid is nodig als financier, als klant en als regelgever

    In Duitsland is een verbreding van het financieringsaanbod noodzakelijk, inclusief zulke gespecialiseerde fondsen – of het nu gaat om innovatieve, complexe technologie of de defensiesector. Alleen op die manier kan de ontwikkeling van nieuwe ondernemingen effectief en op niveau worden ondersteund. En dat zal zijn weerslag vinden in de levensvatbaarheid, de waardering en de economische bijdrage van deze ondernemingen, zelfs als ze uiteindelijk in Amerika naar de beurs gaan. 

    Om Europa’s innovatievermogen veilig te stellen, zullen financiers, de industrie en de overheid nu in actie moeten komen. De overheid is nodig als financier, als klant en als regelgever. Als we deze gezamenlijke inspanning niet realiseren, zullen we straks technologiebedrijven verliezen die we ook in Europa kunnen houden en hier verder kunnen ontwikkelen. 

    Ann-Kristin Achleitner is hoogleraar economie aan de TU München en durfkapitalist. Reiner Braun is hoogleraar ondernemingsfinanciering en Stefan Weik postdoc onderzoeker aan dezelfde universiteit.