De Zuid-Koreaanse politiek filosoof Park Lee Dae-seung stelt dat de hitserie Squid Game van Netflix veel realistischer is dan zij lijkt. En die neiging tot ‘anti-fantasy’ is kenmerkend voor de Zuid-Koreaanse populaire cultuur.
Een van de geheimen van de populariteit van Squid Game ligt in de speciale relatie met de realiteit. De serie is waarachtiger dan je zou denken. Het idee dat een machtig en mysterieus wezen mensen insluit om hun dodelijke spelletjes op te leggen, is al eerder verbeeld, maar dan vooral in het fantasygenre. Het geweld in deze serie daarentegen, hoe extreem ook, is realistisch, waardoor het geheel meer thriller dan horror is.
Een van de schokkendste scènes is die waarin de gastheren van het spel hun maskers afzetten. Het blijken geen almachtige wezens te zijn, maar gewone mensen, net als de gamers. Achter het geweld waarbij bloed in het rond spatte en inwendige organen zijn gemutileerd, zit niet een transcendent wezen, maar zitten echte mensen met een gezicht.‘
Opvallend is dat de Zuid-Koreaanse pers minder aandacht heeft besteed aan de inhoud van de serie dan aan de grote zegetocht van de nationale culturele industrie die Squid Game belichaamt. Misschien is de hel die in de serie wordt weergegeven niet heel schokkend of vreemd voor Koreaanse kijkers, maar de buitenlandse pers kijkt er gefascineerd en met afgrijzen naar.
De wereldwijde rage die de serie heeft ontketend, toont de breedgedragen angst dat zo’n hel bestaat of dat die ons in de toekomst misschien wacht. Invloedrijke internationale media als The New York Times, The Guardian, Le Monde en Der Spiegel publiceerden artikelen waarin de ongelijkheden en het geweld in de Zuid-Koreaanse samenleving worden belicht. En dat heeft Koreaanse kijkers op hun beurt perplex doen staan. Ze zijn er niet meer zo zeker van of ze het wereldwijde succes van dit nationale product moeten vieren of dat ze hun wenkbrauwen moeten optrekken omdat de serie hun samenleving als een hel neerzet.
‘Squid Game is een allegorie van de Koreaanse samenleving, en die is op haar beurt een allegorie van het mondiale kapitalisme’
Die neiging tot ‘anti-fantasy’ is kenmerkend voor de Zuid-Koreaanse populaire cultuur. Scheppers uit Hollywood of Japan geven eerder de voorkeur aan een andere planeet of een verre toekomst om eenvoudig en schaamteloos een metafoor voor sociaal geweld neer te zetten, omdat dat geweld in het echte leven vaak verborgen is. Sommige waarheden kunnen ze niet anders weergeven dan door middel van dystopische of apocalyptische fictie.
Koreaanse kunstenaars daarentegen blinken juist uit door zich te richten op de realiteit. Het kelderappartement in de film Parasite van Bong Joon-ho uit 2019 werkt beter om sociale ongelijkheid te illustreren dan de laatste treinwagon die kriskras over een verwoeste planeet rijdt in Snowpiercer, een film van de Koreaanse regisseur uit 2013. Aangezien het verleden en het heden van Zuid-Korea er zelf van getuigen hoe sociaal geweld werkt, is het niet nodig is om toevlucht te zoeken in het fantasygenre.
Het is lastig om een andere samenleving dan Zuid-Korea te vinden die zo duidelijk laat zien hoe het kapitalisme sociaal geweld reproduceert. Mensen in de toekomst hoeven alleen maar naar de geschiedenis van het land te kijken om het kapitalisme van de eenentwintigste eeuw te begrijpen, vooral als ze willen weten hoe mensen louter als object worden behandeld. Squid Game is een allegorie van de Koreaanse samenleving, en die is op haar beurt een allegorie van het mondiale kapitalisme.
De personages Gi-hun (gespeeld door Lee Jung-jae) en Sang-woo (Park Hae-soo) nemen niet deel aan de games omdat ze arm zijn. Ze worden niet gedreven door een zucht naar rijkdom, maar hopen op een waardig leven zodra hun schulden zijn afbetaald. De spelleider belooft de winnaar niet zomaar winst, maar een morele beloning, namelijk teruggave van de menselijke waardigheid. Maar daarmee stelt hij de deelnemers voor het dilemma of ze bereid zijn te moorden om hun waardigheid terug te krijgen. Het morele gebod om schulden af te lossen drijft hen tot extreem geweld en verandert hen in moordenaars.
Schuld of geen schuld
Armoede en grote schuldenlast liggen in elkaars verlengde, maar veroorzaken op verschillende manieren ongelijkheid en geweld. Veel van de tragedies die zich in arme landen hebben voorgedaan, ontstonden door hun schulden aan westerse landen. Het sociale geweld dat ontstond in Zuid-Korea na de economische crisis van 1997 was niet te wijten aan de armoede van de staat, maar aan de schuldenlast. Het huidige kapitalisme is niets anders dan een mondiaal systeem van schulden waarin het financiële kapitaal heerst, dankzij het lenen van geld.
Het verschil tussen schuld of geen schuld is niet hetzelfde als het verschil tussen arm en rijk, want ook iemand die rijk is kan in de schulden komen. Sterker, schrijft hij, je kunt alleen maar rijk worden door schulden aan te gaan. Want een ‘rijke’ is niet alleen iemand met veel geld, maar ook iemand die grote schulden aankan.
Het daadwerkelijke probleem schuilt niet in de enorme kloof tussen arm en rijk, maar in de ongelijkheid tussen degenen die steeds meer verdienen aan schulden en degenen die verpletterd worden onder een schuldenberg. Het meest extreme geweld begint niet wanneer een kapitalist de armen uitbuit, maar wanneer financiers geld lenen aan de armen. Het verschil tussen ‘uitbuiting’ en te betalen ‘rente’ is net zo groot als het verschil tussen arbeider en slaaf.
‘De publieke opinie richt haar aandacht en woede ondertussen niet op sociale ongelijkheid, maar op de kloof tussen degenen die de jackpot hebben gewonnen en degenen met een enorme schuldenlast’
En dit alles wordt weerspiegeld in Zuid-Korea. Ongelijkheid op de arbeidsmarkt, een groot aantal kleine tot zeer kleine ondernemingen, stijgende vastgoedprijzen, een bbp dat een ontwikkeld land waardig is en de drang naar financieel gewin hebben gezamenlijk investeringen en het aangaan van leningen aangejaagd. Reclame moedigt dit nog eens aan.
Online zijn tal van verhalen te vinden over mensen die te veel schulden hebben gemaakt. De publieke opinie richt haar aandacht en woede ondertussen niet op sociale ongelijkheid, maar op de kloof tussen degenen die de jackpot hebben gewonnen en degenen met een enorme schuldenlast, als het gaat om onroerend goed, de aandelenmarkt of bitcoin.
Falen betekent dat je niet opnieuw kunt beginnen, maar dat je in de afgrond van schulden wordt gestort. In Squid Game is Gi-hun het slachtoffer van een bedrijfsreorganisatie. Hij gaat ondernemen met een lening, faalt en leent opnieuw om de vorige lening af te betalen, enzovoort. Kapitaalverschaffers staan niet toe dat een verslagene bewegingloos en inactief blijft. Zolang hij nog kracht over heeft, zijn ze bereid hem terug te brengen in het economische systeem. Leningen zijn het instrument waarmee het kapitalisme de mens het meest effectief kan vangen.
Financieel kapitalisme wordt vaak omschreven als een occult systeem dat het begrip van gewone mensen te boven gaat; als een geheim dat alleen kan worden onthuld met statistische formules die zijn bedacht door een wiskundige op Wall Street. Maar als je de aard ervan wilt begrijpen, hoef je alleen maar de route te bekijken die de kleine ondernemer in deze Koreaanse serie aflegt om hoe dan ook van zijn schulden af te komen: ziedaar het sociale wezen dat het kapitalisme heeft gefabriceerd uit schulden.
Lees ook:

