waarom laten we venezuela in de kou staan


De Mexicaanse historicus Enrique Krauze ergert zich aan de lauwe reacties in Latijns-Amerika op de crisis en de politieke misstanden in Venezuela. Het land zit in een zware crisis, maar niemand steekt de helpende hand toe.

 

Keuze uit het archief

Op de COP27 schudde Nicolás Maduro de handen met wereldleiders die hem wegzetten als dictator. Westerse landen halen de diplomatieke banden weer aan met Venezuela en sancties worden opgeheven. Een draai van 180 graden vergeleken met de politiek van westerse landen zes jaar geleden, bekritiseerd in dit stuk uit El País.

Als willekeurig welk ander land in Latijns-Amerika (Cuba niet meegerekend, dat land zit al decennialang in hetzelfde schuitje) de zware economische, maatschappelijke, politieke en morele crisis zou doormaken waar Venezuela nu onder zucht, zou Latijns-Amerika dan anders reageren? Antwoord: ja, dan zou Latijns-Amerika anders reageren. Men was de straat opgegaan en had protesterend op de stoep gestaan bij ambassades, intellectuelen hadden open brieven geschreven en de kranten zouden alles breed hebben uitgemeten, academici hadden seminars georganiseerd en de OEA (Organización de los Estados Americanos) zou streng hebben geoordeeld, op sociale media zou men enorm van leer zijn getrokken. Waarom zijn, nu het Venezuela betreft, de reacties daar niet eens een slap aftreksel van? Dat komt door het pragmatische cynisme van de regeringen in Latijns-Amerika die tot voor kort alleen hun ‘diepe bezorgdheid’ uitspraken. Onlangs heeft een aantal parlementen en regeringen (waaronder die van Mexico) zich solidair betoond met de Venezolaanse meerderheid die vrijheid wil, maar dat zijn nog steeds op zichzelf staande gevallen.

Het is “typisch rechts” om te veroordelen wat een “links regime” doet

Wat evenmin helpt is de vanzelfsprekendheid waarmee de Verenigde Staten omgaan met het dictatoriale regime in Cuba. Het herstellen van de onderlinge betrekkingen geeft blijk van realiteitszin en gezond verstand en zal op de lange termijn zeker zijn vruchten afwerpen. Maar daarbij zou het afgeven van een duidelijker signaal over de deplorabele mensenrechten in Cuba en daarmee ook impliciet over die in Venezuela op zijn plaats zijn geweest. Schuchtere democratieën in Latijns-Amerika halen opgelucht adem omdat die kritiek ontbreekt.

Maar er is nog een reden dat er zo lauw wordt gereageerd op wat er aan de hand is in Venezuela. Er is sprake van een aloud ideologisch chantagemiddel: het is ‘typisch rechts’ om te veroordelen wat een ‘links regime’ doet. Daarom houdt de meerderheid zijn mond. Wij, de Latijns-Amerikaanse democraten, zijn het slachtoffer geweest van die chantage sinds Fidel Castro in 1969 de gevleugelde woorden sprak: ‘Of de revolutie, of niets.’

Minstens drie generaties intellectuelen hebben deze slogan omarmd. Wie de Revolutie en haar grillige gedrag welgezind was (van Che Guevara tot Hugo Chávez) hoorde bij zuiver ‘links’, de beweging die ‘het volk’ vertegenwoordigt. Alles wat tegen de Revolutie was (met inbegrip van de democratie, aartsvijand van de militaire regimes) behoorde tot het troebele domein van ‘rechts’, dat ‘niet tot het volk behoorde’.

Chantage

De chantage heeft zijn uitwerking niet gemist. Ingaan tegen deze nog steeds overheersende stroming in Latijns-Amerika is geen sinecure. Er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen. Het was nog in de jaren zeventig dat de bekende Mexicaanse historicus Daniel Cosío Villegas, liberaal in hart en nieren, de militaire regimes in het zuiden van Zuid-Amerika, het Castro-regime en zelfs Salvador Allende bekritiseerde zonder als ‘rechts’ te worden weggezet.

Maar Cosío Villegas stierf in 1976, net voordat in een aantal landen in Latijns-Amerika militaire genocide de kop op stak om de nieuwe revolutiegolf die op het continent was uitgebroken te onderdrukken. Te midden van deze twee gewelddadige extremen – de fascisten enerzijds en de guerrilla’s anderzijds – verdwenen de liberale en democratische stemmen naar de periferie. Sinds de jaren tachtig, toen de Sandinistische beweging triomfen vierde en in Centraal-Amerika het verzet tegen de heersende orde toenam, hoorden liberaal en democratisch bij ‘rechts’.Desondanks begonnen de democratische stemmen steeds meer tot de mensen door te dringen. De crisis van het socialisme, de val van de Berlijnse Muur, het uiteenvallen van de Sovjetunie en de omwenteling van China naar staatkapitalisme kondigden de mogelijkheid van verandering aan. Militaire regimes werden democratieën. In Mexico bijvoorbeeld durfden vooraanstaande intellectuelen die Castro decennialang hadden verdedigd het aan om zijn regime schoorvoetend te bekritiseren.

Maar met de komst van Hugo Chávez en zijn ‘Bolivariaanse revolutie’ werd het zwart-witdenken nieuw leven in geblazen. Dit keer niet op basis van een marxistische ideologie, maar op die van de populistische leider: ‘Of de leider of niets.’ De chantage gaat door. Kijk maar eens hoe negatief verschillende media in dit continent reageerden toen de ‘rechtse’ Macri de verkiezingen had gewonnen. [Mauricio Macri is sinds 10 december 2015 de 56e president van Argentinië.]

Venezolanen staan in de rij om eten te kunnen kopen. – © Meridith Kohut / Getty
Venezolanen staan in de rij om eten te kunnen kopen. – © Meridith Kohut / Getty

Zolang populistische bewegingen – die nu in het teken staan van de verheerlijking van politieke verlossers – zichzelf niet de maat nemen is dialoog niet mogelijk, want ze geloven niet in de dialoog. Ze zullen blijven chanteren, dat is hun wapen: geen beschaafd, op argumenten gestoeld debat met respect voor ieders mening, maar verbaal terrorisme, de inquisitie in 140 tekens. Je kunt ze beter confronteren met hun slechte bedoelingen. Dat brengt ons terug bij Venezuela. De feiten spreken boekdelen. Tegen de wil van de meerderheid van de Venezolanen, die zich op 6 december via de stembus hebben uitgesproken, heeft de regering van Maduro de wetgevende macht buiten spel gezet. Daartoe heeft Maduro de rechterlijke macht (door hem benoemd na de verkiezingen) opgezet tegen de volksvertegenwoordigers. De politieke leider Leopoldo López en andere leden van de oppositie zijn op volstrekt willekeurige gronden in de gevangenis beland. (Amnesty International heeft verklaard dat López een politiek gevangene is.) In Venezuela worden de media in een hoek gedrukt: de officiële waarheid wordt alom verkondigd, onafhankelijke televisie bestaat niet en de kritische pers en kritische publicisten worden systematisch belaagd.

Democratisch?

Met het oog hierop is de vraag aan de populisten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan even simpel als direct: wanneer een regime – zoals dat van Venezuela nu – de vrijheid de nek omdraait en verhindert dat de gekozen meerderheid de macht krijgt omdat die in hun ogen slecht is voor het bestuur van het land (en dat zelfs legaal kan doen omdat de grondwet hier nu in voorziet), is dat regime dan democratisch? Zo niet, laat je dan horen. Zo niet, laat dat dan zien. Maar dat doen de populistische regeringen in Latijns-Amerika niet. En wie zwijgt, stemt toe. Door niets te zeggen over de geruisloze coup in Venezuela (en er dus stilzwijgend mee in te stemmen) laten ze zien wat hun eigen agenda is: de democratie om zeep helpen met behulp van de democratie. Venezuela is gedompeld in angst, inflatie en isolement. Het land maakt een humanitaire crisis door die zijn weerga niet kent. De regering zal omvallen, en wanneer het zover is zullen de verrotting en de verspilling van het Chávez-regime in volle omvang aan het licht komen. Dat zal erg pijnlijk zijn voor wie erin geloofde. Wie zijn mond hield zal in zijn hemd komen te staan. Maar dan zal het voor hen te laat zijn om de hand in eigen boezem te steken. Niemand zal meer geloven in de zelfverklaarde morele superioriteit van de gedogers. En niemand zal er ook maar over peinzen om zich nog langer te laten chanteren.

CONTEXT: Venezuela stevent af op inflatie van 720 procent

Lang vervlogen zijn de dagen waarin wijlen de president Chávez de massale opbrengsten van de olie triomfantelijk gebruikte om zijn ‘Bolivariaanse revolutie’ op te leggen, een stamppot van ongebreidelde subsidies, controles op prijzen en wisselkoersen, sociale programma’s, onteigeningen en grootscheepse diefstal door ambtenaren. Het kelderen van de olieprijzen heeft de revolutie blootgelegd als monumentale zwendel. De regering heeft inmiddels toegegeven dat in de twaalf maanden tot september 2015 de economie met 7,1 procent is gekrompen en dat de inflatie in die periode 141,5 procent beliep. Zelfs Nicolás Maduro, de ongelukkige erfgenaam en opvolger van Chávez, heeft deze getallen ‘catastrofaal’ genoemd. Het IMF voorziet dat er nog grotere ellende op komst is: het houdt rekening met een inflatie die dit jaar naar 720 procent zal gieren, terwijl de economie nog eens met 8 procent zal krimpen. De Centrale Bank laat de geldpersen draaien om het grootste deel van het fiscale tekort te dekken, dat ongeveer 20 procent van het bruto binnenlands product bedraagt.De regering is door haar dollarvoorraad heen – de liquide middelen in vreemde valuta zijn gedaald tot anderhalf miljard dollar, zo heeft Manuel Puente berekend, een econoom van de IESA, een business school in Caracas. Hoewel alle olieproducerende landen te lijden hebben onder de lage prijzen, is Venezuela vrijwel de enige olieproducent die geen voorzieningen heeft getroffen voor dalende marktprijzen.

Veel medicijnen zijn niet meer leverbaar, patiënten gaan dood als gevolg daarvan

Dat voorspelt ellende en armoede voor iedereen, afgezien van een handvol bevoorrechte ambtenaren en hun aanhang. De reële inkomens zijn vorig jaar met 35 procent gedaald, zo heeft Asdrúbal Oliveros, een consultant, berekend. Volgens een onderzoek van een groep universiteiten leeft 76 procent van de Venezolanen nu in armoede, tegen 55 procent in 1998. Farmaceutische bedrijven waarschuwen dat de voorraden medicijnen zijn gedaald tot een vijfde van de normale niveaus. Veel medicijnen zijn niet meer leverbaar, en patiënten gaan dood als gevolg daarvan. In Caracas groeien de rijen voor de staatswinkels met de week. De voedseltekorten zullen in maart nog verder oplopen, zo zegt een directeur in de voedselindustrie bezorgd. Geweldsmisdrijven zijn niet meer onder controle te krijgen. (The Economist, Londen)


Deel dit artikel


Recent verschenen