George Packer, auteur van De ontluistering van Amerika en sterverslaggever van The New Yorker, reageert in The Atlantic op een kapitteling van collega-schrijver Ta-Nehisi Coates. Coates stelt dat racisme een fundamenteel onderdeel is van de Amerikaanse politiek en verwijt Packer dat niet als énige oorzaak te zien voor de opkomst van het fenomeen Donald Trump.
Er valt veel te bewonderen aan het artikel ‘The First White President’ van Ta-Nehisi Coates over Donald Trump in de oktobereditie van The Atlantic. Het is zo’n stuk dat je meteen al in de eerste alinea bij de lurven grijpt en je niet meer loslaat. Het betoog wint aan kracht en bevat tot aan het einde toe treffende beeldspraak en bijtende polemiek (de politiek die opiaten als een ziekte beschouwt en crack als misdaad). De boodschap is de onweerlegbare waarheid dat racisme een fundamenteel onderdeel is van de Amerikaanse politiek.
Het is de dwingende, énige oorzaak waaruit Coates het fenomeen Donald Trump verklaart. Het is een oorzaak waar niemand in Amerika het mee oneens zou mogen zijn. En het ligt ten grondslag aan elke stelling die Coates poneert. Omdat elke politieke gedraging in de blanke Amerikaanse politiek volgens hem zonder uitzondering is gebaseerd op het idee van ras, kapittelt hij mij omdat ik in de aanloop naar de verkiezingen voor The New Yorker een stuk heb geschreven over de blanke arbeidersklasse. Waarom zou je, aangezien de meeste blanke kiezers op Trump hebben gestemd, inzoomen op diegenen zonder universitaire graad, tenzij je ze van racisme wilt vrijpleiten door er andere redenen bij te halen, zoals klasse? Of erger, je sympathie met hen betuigen omdat ze van de maatschappelijke ladder af zijn gekukeld waar ze, anders dan zwarte Amerikanen, ‘van nature’ niet thuishoren? Of, nog erger, waarom zou je jezelf vrijpleiten?
Tijdens de campagne wees de ene na de andere peiling uit dat verschillende gradaties van bevooroordeeldheid en het idee dat de economie achteruitholde de twee belangrijkste oorzaken waren voor de steun aan Trump. Ik schreef over kiezers uit de blanke arbeidersklasse, omdat hun politieke voorkeuren steeds meer verschillen van die van de hoogopgeleide blanke beroepsbevolking, zodanig dat de kaart van Amerika rood kleurt. Van Roosevelt tot Reagan, Clinton, Obama en Trump: zij zijn de belangrijkste zwevende kiezers. De flinterdunne verkiezingsoverwinning in de Rust Belt bevestigde mijn visie.
Racisme ligt aan de basis van de Amerikaanse politiek. Maar niet alleen: dat geldt ook voor hebzucht, uiteengevallen gemeenschappen, partijgebonden haat en onwetendheid. Iedere schrijver die de Amerikaanse politiek wil begrijpen, moet een manier bedenken om in het hoofd te kruipen van degenen die op Trump hebben gestemd. Iedere progressieve politicus die aan de macht wil komen, moet een belang zien te vinden dat hij met hen deelt, zonder eerst de bijltjesdag af te wachten die blanke Amerikanen voor hun zonden laat boeten. Het is een van de belangrijkste uitdagingen van de politiek.
Coates zul je er niet over horen, maar in mijn stuk besprak ik het verband tussen ras en klasse. Ik beweerde dat onverdraagzaamheid een constante van sommige mensen is, terwijl de vooroordelen van anderen afhankelijk van de omstandigheden kunnen worden gemanipuleerd door een demagoog als Trump. Ik zei erbij dat iedereen die Trump heeft gesteund, om welke reden ook, ‘probeert een gevaarlijke, verachtelijke man de leiding over het land te geven’. Ik heb niemand vrijgepleit noch iemand mijn sympathie betoond. Analyseren is iets anders dan rechtvaardigen, tenzij je vindt, zoals Coates, dat het hele onderwerp taboe is omdat het de waarheid over blanke superioriteit verdoezelt.
Soms interpreteert iemand je zo slecht dat je er steil van achterover slaat, zoals wanneer Coates me ervan beschuldigt dat ik problemen als politiegeweld, draconische strafmaatregelen en andere misstanden wegwuif, alleen maar omdat ik Lawrence Summers heb geciteerd toen die het woord ‘diversiteit’ gebruikte om de Democratische coalitie te typeren. Het is het soort vertekening dat ontstaat als je fanatiek op zoek bent naar slechts één oorzaak. En was het mij niet ook ontgaan dat er zoiets bestaat als blanke-identiteitspolitiek? Ik schreef er tien jaar geleden al over, toen Sarah Palin – de Johannes de Doper van Trump – voor het eerst op het toneel verscheen. Heb ik de zwarte arbeidsklasse links laten liggen omdat de toestand waarin die zich bevindt de natuurlijke orde der dingen zou zijn? Een belangrijk deel van mijn laatste boek, De ontluistering van Amerika, gaat over een zwarte fabrieksarbeidster en de problemen in haar gemeenschap in Youngstown, Ohio. Ik vraag Coates niet of hij alles wil lezen wat ik heb geschreven, maar wel of hij niet wil doen alsof hij in mijn ziel kan kijken en of hij mijn bevoorrechte positie als blanke niet de ware oorsprong van mijn ideeën wil noemen.
Niet één oorzaak
Wanneer je een complete teleologie op één oorzaak bouwt – zelfs al is het zo’n machtige, hardnekkige als het blanke racisme – loop je de kans voorbij te gaan aan alles wat er niet in past. En daarom doet Coates Trumps seksisme – zijn walgelijke taal en de fysieke afkeer die veel van zijn aanhangers hebben van Hillary Clinton – af als achtergrondruis. Hij bagatelliseert vreemdelingenhaat, hoewel buitenlanders veel vaker het slachtoffer waren van Trumps retoriek en beleidsvoornemens dan zwarte Amerikanen. Coates verklaart niet waarom uiteenlopende Republikeinen op een gegeven moment Ben Carson hebben gesteund ten koste van de negen andere kandidaten, allemaal blanken. Hij laat het merkwaardige gegeven buiten beschouwing dat iets meer zwarte en Latijns-Amerikaanse kiezers en iets minder blanke voor Trump kozen en niet voor Mitt Romney. Hij noemt niet eens de naar schatting achtenhalf miljoen Amerikanen die op president Obama hebben gestemd en daarna op Trump, hoewel zij het verschil hebben gemaakt. Niet nodig om het steeds virulentere nihilisme van de Republikeinse Partij te beschrijven. Het onderscheid tussen stad en platteland? Slechts schijn.
En dan is er het feit dat de steun voor Trump onder de blanke arbeidersklasse van tweederde op de dag van de verkiezingen is gedaald naar 43 procent in de afgelopen maand. Neemt Trump het toch niet zo nauw met die onverdraagzaamheid? Of heeft hij zijn andere plannen niet kunnen waarmaken: de corruptie aanpakken, amazing handelsovereenkomsten sluiten en Amerika weer great maken? Coates zou wel eens meer dan één oorzaak nodig kunnen hebben om dat allemaal te verklaren.
Zij stuk slaat de geschiedenis plat tot één enkele, onomstotelijke waarheid, zodat een gebeurtenis uit 2016 hetzelfde is als een gebeurtenis uit 1805, de meest recente verkiezingen de vorige tenietdoen
Dat 46 procent van de kiezers, voor het overgrote deel blank, op Trump heeft gestemd, dat sommigen op hem hebben gestemd vanwege zijn onverdraagzaamheid terwijl anderen die door de vingers zien, dat meer dan eenderde van het land hem steunt: het is allemaal al erg genoeg. Maar we leven in een tijd van het grote eigen gelijk, waarin nuances en concessies als zwaktes worden beschouwd en tegenvoorbeelden het bewijs zijn van een vals bewustzijn. Die sfeer is in Coates’ werk geslopen. In zijn stuk en in ander recent werk heeft hij de zelfkritische kwaliteit van zijn eerdere werk de rug toegedraaid ten gunste van een orakelachtige literaire stijl. Hij is de meest invloedrijke Amerikaanse schrijver van dit moment; zijn vorige stuk uit The Atlantic wordt op de universiteit al in de colleges gebruikt. Hij heeft nog nooit zo overtuigend geschreven en zijn zinnen slepen je mee omdat ze nergens voor wijken.
Maar de stijl van het non-compromis offert onderwerpen op die voor lezers veel te belangrijk zijn om zo maar te laten schieten. Het slaat de geschiedenis plat tot één enkele, onomstotelijke waarheid, zodat een gebeurtenis uit 2016 hetzelfde is als een gebeurtenis uit 1805, de meest recente verkiezingen de vorige tenietdoen, de jaren van Obama een illusie worden. Het doet beleidsvoorstellen af als afleidingsmanoeuvres en de politiek zelf als immoreel handjeklap. Het tast de liberale waarde van het individuele denken aan – en daarmee de individuele verantwoordelijkheid – door gedachten en personen ondergeschikt te maken aan theorieën en groeperingen. Het begint met het essentiële inzicht dat ras een idee is en eindigt ermee dat ras zo ongeveer de essentie is van alles.
Auteur: George Packer
Openingsbeeld: © Ralph Fresco / Getty
The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000
Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

