Is er iets wat Zuid-Italianen met Spitsbergers en wat Oost-Duitsers met Parijzenaren verbindt? Wie zijn de Europeanen? Dit onderzoeken kunstenaars, denkers en makers tijdens de derde editie van het Forum on European Culture, van 17 t/m 20 september op verschillende locaties in Amsterdam. Wij wijdden er dit nummer aan.
Bestaat er zoiets als een Europees volk? Van gele hesjes tot populistische leiders en premiers: iedereen zegt uit naam van het volk te spreken. In het gesprek over Europa worden voortdurend ambtenaren en politici enerzijds en het bedrijfsleven en economen anderzijds gehoord. Kunstenaars eigenlijk nooit. Terwijl juist zij zo goed in staat zijn om een andere toekomst te verbeelden, en deze vorm te geven.
Historisch gezien zijn bijna alle volken in Europa ontstaan uit veelheid, verdeeldheid en pluriformiteit. Bovendien is de geschiedenis van het Europese volk ouder dan de nationalistische geschiedenissen die er in de negentiende eeuw overheen zijn gelegd. De geschiedenis van het Europese volk gaat terug tot het oude Athene en Rome. Ook delen Europese volken een gezamenlijke juridische geschiedenis die begon bij het Romeinse recht. Zo’n gezamenlijke juridische geschiedenis is een van de wezenskenmerken van wat een volk is. Het is vreemd te beweren dat wat ons een volk maakt, een gezamenlijke afkomst is.
Je kunt ook zeggen dat voordat nationale staten Europa bruut aan stukken hakten en het volk verdeelden, Europa een gezamenlijke cultuur had en in die zin ook een gezamenlijk volk zou kunnen zijn. Erasmus van Rotterdam was geen Nederlander want Nederland bestond nog helemaal niet. Hij was een Rotterdammer. Johan Sebastiaan Bach was geen Duitser, want Duitsland bestond nog niet. En een van de beroemdste Europeanen, Leonardo da Vinci, was eigenlijk geen Italiaan, want Italië bestond toen nog niet.
Het is dus niets meer dan een retorische truc van nationalisten om te zeggen dat het Europese volk niet bestaat. Een kwalijke truc. Belangrijker is te denken over de mogelijkheid, de wenselijkheid en de realiteit van een Europees volk omdat in een democratie de soevereiniteit en de beslissingsbevoegdheid bij het volk moeten liggen. Daarom moeten we het hebben over wat het Europese volk precies is. Dat zal niet lukken als we het discours hierover laten kapen door nationalisten die beweren dat ze spreken namens het volk. Die claim is gevaarlijk, dat hebben we eerder in de twintigste eeuw al gezien. Toen werd de onvrede van grote delen van het volk over de verdeling van welvaart ook al gebruikt door nationalisten om te pleiten voor het elimineren van ‘vreemde’ elementen. Een retorica die blijkbaar nog altijd werkt. De giftige cocktail van een scheve welvaartsverdeling en toegenomen migratie dwingt ons in gesprek te gaan over wie erbij hoort. Bepalen we dat zelf op basis van een wilsverklaring of bepaalt een ander dat voor ons op basis van afkomst?
De geschiedenis van een continent bestaat namelijk uit de geschiedenis van de mensen die er wonen. Het maakt uit of zij zichzelf definiëren als een volk, een lotsverbonden groep, een sociaal contract of een cultuur. Omdat Europa een democratie is, moeten we dit gesprek voeren. Het thema ‘We, the People’ is verbonden met de revolutionaire ideeën van de Verlichting en met de Amerikaanse revolutie van 1776. De leuze ‘Wir Sind Das Volk!’ uit 1989 van de Oost-Duitsers die de DDR onttrokken aan het juk van de Sovjets spreekt al net zo tot de verbeelding. Precies dezelfde zin, in een andere taal met letterlijk dezelfde betekenis maar een geheel andere connotatie. Dat verbeeldt iets typisch Europees: verschillen doen er in Europa toe, verschillen zorgen voor een rijker geschakeerd beeld, een gelaagde cultuur, een veelkleuriger pallet en een genuanceerde werkelijkheid. En dat wij allen het volk zijn.
Yoeri Albrecht, directeur De Balie, curator Forum on European Culture
In dit dossier:
2. Europeaan deelt onbewust dezelfde waarden
3. ‘Europa moet accepteren dat het een geopolitieke macht is’
4. Eniola Aluko, klokkenluidster tegen wil en dank
5. ‘Europees werd gezien als synoniem voor ‘wit’’
6. ‘Het moet anders. En wel nu’

