ANP 460846918


De nieuwe Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qin Gang, schold vroeger als woordvoerder op het ministerie journalisten uit, maar lijkt nu een mildere toon aan te slaan. Wat zegt zijn opkomst over de veranderde machtspolitiek in Beijing?

Al vroeg in zijn diplomatieke carrière had Qin Gang een reputatie als harde onderhandelaar met sterke ondiplomatieke neigingen. Qin was berucht gedurende twee lange periodes als woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in Beijing tussen 2005 en 2014, omdat hij journalisten uitschold op persconferenties. Hij vroeg een verslaggever of deze wel ‘volwassen’ was en raadde anderen aan om geen verslag te doen ‘op basis van waanideeën’. Zijn ontwikkeling sindsdien – van vertrouwenspersoon van de Chinese leider Xi Jinping tot ambassadeur in de VS en sinds december 2022 minister van Buitenlandse Zaken – zegt veel over de evolutie van het steeds assertievere buitenlandbeleid van het land.

Qin kreeg op het ministerie van Buitenlandse Zaken de bijnaam ‘Warrior Gang’ [Krijger Gang], aldus Yun Sun, directeur van het China-programma bij de denktank Stimson Center in Washington DC. De strijdlustige houding van Qin is een vroeg voorbeeld van wat bekend is geworden als ‘wolf warrior’-diplomatie, zo genoemd naar een reeks actiefilms. Deng Xiaoping drong er in 1990 bij ambtenaren op aan om ‘onze kwaliteiten te verhullen en onze tijd af te wachten’ en op het vlak van internationale betrekkingen op de achtergrond te blijven. Maar die aanpak veranderde zo’n twintig jaar geleden met de groeiende economische macht van China.

‘De publieke opinie in China was lange tijd dat Chinese diplomaten te passief waren en dat ze China niet streng genoeg verdedigden,’ zegt Peter Martin, auteur van China’s Civilian Army: The Making of Wolf Warrior Diplomacy. Sommige burgers stuurden calciumtabletten naar het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee diplomaten hun ruggengraat konden versterken. ‘Dat begon te veranderen onder Hu Jintao [secretaris-generaal van 2002 tot 2012],’ aldus Martin. Toen Xi aan de macht kwam in 2012, eiste hij dat China als ’s werelds op een na grootste economie met respect zou worden behandeld. Hij zei tegen zijn diplomaten dat ze ‘vechtlust’ moesten tonen.

Ondoorzichtig

Qin is geboren in Tianjin, vlak bij Beijing, in 1966 – hetzelfde jaar waarin de Culturele Revolutie van Mao Zedong begon – en lijkt al vroeg een diplomatieke carrière te ambiëren. Hij studeert internationale politiek aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op zijn tweeëntwintigste krijgt hij zijn eerste baan bij het bureau voor diplomatieke missies in Beijing, waar hij nieuwsartikelen selecteert. Hij belandt in 1992 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling West-Europese zaken. Bovendien vervult hij drie posten op de Britse ambassade. Die ervaring vergeleek hij met het winnen van de loterij.

Er is weinig bekend over zijn persoonlijke leven, behalve dat hij getrouwd is en een zoon heeft. Een dergelijk gebrek aan gegevens is niet ongewoon in het ondoorzichtige politieke systeem van China. De professionele carrière van Qin valt samen met de heropleving van het land als een belangrijke macht. Toen voorzitter Mao in 1976 stierf was hij tien. Hij trad in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op het hoogtepunt van de ‘hervorming en openstelling’ van China. Het land streefde nauwere betrekkingen na met het Westen en werd lid van de Wereldhandelsorganisatie in 2001. Qin was woordvoerder in Beijing tijdens de mondiale financiële crisis in 2008. China herstelde daarvan sneller dan de VS en de toekomst van het door het Westen gedomineerde financiële systeem werd in twijfel getrokken.

Onder Xi begon Qin op te klimmen naar hogere posten. Hij werd hoofd van de afdeling protocol in 2014. Hij vergezelde de leider op buitenlandse reizen en naar verluidt stak hij er veel energie in om te zorgen dat Xi voldoende respect kreeg. De opmars van Qin ging verder, terwijl de betrekkingen met de VS in de daaropvolgende jaren verslechterden. Hij werd onderminister van Buitenlandse Zaken in 2018 en in 2021 werd hij ambassadeur in Washington. Daar was hij zeventien maanden in functie voordat hij op 30 december 2022 werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn zesenvijftig jaar is hij een van de jongsten die de post ooit hebben bekleed.

De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd

Qin had een reputatie als wolfskrijger voordat hij begon in Washington, maar als ambassadeur was zijn aanpak terughoudender. Met Joe Biden in het Witte Huis hoopten beide landen de betrekkingen te kunnen stabiliseren en een dreigende openlijke confrontatie te voorkomen. ‘Hij was in Washington om het goed te maken en de banden te herstellen en niet om nog meer schade aan te richten,’ aldus Yun Sun.

Toch was er een grens aan wat hij kon bereiken, aangezien de staat van de betrekkingen erbarmelijk was. De toegang van Qin tot hoge VS-functionarissen was naar verluidt beperkt: slechts enkelen kregen toestemming om hem te ontmoeten – het Witte Huis ontkent dit overigens. Dus concentreerde Qin zich op publieke diplomatie: hij zette foto’s op Twitter van ontmoetingen met Elon Musk, reed tijdens een bezoek aan boerderijen in Iowa op een tractor en gooide de eerste bal bij een honkbalwedstrijd van de St. Louis Cardinals.

Toch ging Amerika tijdens zijn detachering negatiever naar China kijken. Volgens het Pew Research Center zei 82 procent van de ondervraagde Amerikanen in 2022 een ongunstige mening over China te hebben. De rest van de democratische wereld dacht er hetzelfde over. Deze ongunstige reputatie werd aangewakkerd door de hardhandige Chinese aanpak van territoriale en handelsgeschillen. De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd.

Er zijn signalen dat de ergste excessen van de wolfskrijgerdiplomatie aan banden worden gelegd. Xi riep tijdens een studiebijeenkomst van het Politbureau in mei 2021 op tot inspanningen om een ‘betrouwbaar, beminnelijk en respectabel’ beeld van China te bevorderen. Begin januari werd Zhao Lijian, een andere beruchte wolfskrijger en woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de kant gezet: hij is overgeplaatst naar een afdeling die zich bezighoudt met land- en zeegrenzen.

‘Ik denk dat vanaf de hoogste leiders wordt ingezien dat enkele van de meer extreme voorbeelden van de wolfskrijgerdiplomatie de internationale reputatie van China hebben geschaad en dat er behoefte is aan een tactische herijking,’ zegt Martin. We moeten niet verwachten dat diplomaten nu opeens een verzoenende toon aanslaan, maar China lijkt te proberen een evenwicht te vinden tussen krachtige verdediging van nationale belangen en toenadering tot handelspartners. Het land probeert de economische groei te herstellen na het zelfopgelegde isolement van het zerocovidbeleid.

Charmeoffensief

Ondanks zijn beruchtheid als ‘Warrior Gang’ past de meest recente benoeming van Qin bij deze nieuwe aanpak. Hij had in vorige functies bij Europese diplomaten ‘de reputatie van iemand die in staat was zich privé te gedragen als een wolfskrijger, door ambtenaren uit te schelden en zeer assertieve taal te gebruiken over de plek van China in de wereld,’ aldus Martin. ‘Maar hij is ook in staat tot een charmeoffensief. Hij richt zich tot mensen van denktanks en gaat diplomatieke recepties af… Xi heeft zo’n soort persoon nodig om het diplomatieke apparaat van China te leiden.’

Volgens Yun Sun zou Qins recente ervaring in de VS ook kunnen helpen om de betrekkingen tussen de twee machten te stabiliseren. ‘Qins ambtstermijn als ambassadeur in Washington was duidelijk bedoeld om hem vertrouwd te maken met de belangrijkste mensen en kwesties in de relatie met de VS,’ zegt Sun. ‘Het laat ook zien dat Xi iemand voor buitenlandse betrekkingen wil die hij kent en vertrouwt.’

Dit betekent echter niet dat er een einde komt aan Chinese diplomaten die hun buitenlandse collega’s in het openbaar terechtwijzen. Nu de economische vooruitzichten van China minder zeker lijken zal Xi niet aarzelen het nationalisme aan te wakkeren. Op die manier kan hij binnenlandse onvrede op externe vijanden afwentelen. Hij zal niet twijfelen aan zijn overtuiging dat de dagen van verstoppen en afwachten voorbij zijn en dat China weer een grootmacht is die als zodanig moet worden behandeld.

‘Er is een begrip dat ik vaker in Beijing heb gehoord,’ zegt Martin: ‘“Je kunt een olifant niet verbergen.” De internationale status van China heeft met andere woorden nu een punt bereikt waarop het ongepast en misschien wel onmogelijk is om diplomatieke betrekkingen op een laag pitje te zetten.’

Qin verwoordde het kleurrijker toen hij in 2014 een vraag over stijgende defensiebudgetten beantwoordde met de opmerking dat China ‘niet zomaar een padvinder is met een rood kwastje aan het geweer’. Bovendien, vervolgde hij, ‘ook een padvinder wordt elk jaar groter’. Zowel het gevoel van Beijing over zijn status in de wereld als de positie van Qin zijn sindsdien alleen maar gegroeid. Mocht het buitenlandse beleid van China de komende maanden veranderen, dan zal dat eerder de stijl betreffen dan de inhoud.

Een eerste test komt begin februari wanneer Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een ontmoeting heeft met Qin in Beijing. Chinese diplomaten mogen dan proberen om geen ruzie te zoeken, maar dat betekent nog niet dat ze zich deemoedig op zullen stellen.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen