wie mag er geld verdienen aan onze data


Niet alleen de techreuzen maken gretig gebruik van onze data, alle bedrijven doen dat tegenwoordig, schrijft Rana Foroohar. Het is dan ook hoog tijd dat er afspraken worden gemaakt over de winstverdeling.

In Toronto heeft Google de opdracht gekregen om een ‘smart city’ te creëren door bepaalde gebieden van de stad te monitoren met sensors en camera’s. © Unsplash / Arvin-Keynes
In Toronto heeft Google de opdracht gekregen om een ‘smart city’ te creëren door bepaalde gebieden van de stad te monitoren met sensors en camera’s. © Unsplash / Arvin-Keynes

Surveillancekapitalisme is een verzamelnaam geworden voor het businessmodel van Big Tech, de grote technologiebedrijven, waarin het draait om het verzamelen van onlineconsumentengegevens waar via doelgerichte advertenties aan wordt verdiend. De zorgen die toezichthoudende organisaties zich hierover maken, vanwege onder andere onze privacy en de kans op monopolievorming, zijn een van de redenen dat onderzoek wordt gedaan naar bedrijven als Facebook, Google, Amazon en zelfs Apple.

Minder bekend is dat surveillance niet enkel het businessmodel vormt van Big Tech. Steeds meer bedrijven doen eraan mee.

Uit een rapport uit 2019 van de strategische denktank Future Majority, verbonden aan de Democratische partij, bleek dat ‘duizenden bedrijven persoonlijke informatie verzamelen van hun cliënten terwijl ze zaken met hen doen. Ze verkopen die informatie door aan grote datamakelaars, zoals kredietregistratiebureaus. In ruil daarvoor analyseren, verpakken en verkopen de datamakelaars de informatie opnieuw, vaak in de vorm van persoonlijke profielen. Hun klanten zijn zeer uiteenlopend: werkgevers met vacatures, bedrijven die marketingcampagnes plannen, banken en hypotheekverstrekkers, hogescholen en universiteiten, maar ook politieke campagnes en goede doelen.’ En zelfs overheidsdiensten, zoals de politie, doen hieraan mee.

Helderziend

In Minority Report, een film uit 2002, speelt Tom Cruise een politieman die in Virginia in de gespecialiseerde afdeling Pre-Crime werkt. Deze afdeling is dankzij helderzienden in staat om potentiële daders aan te houden nog voor ze een misdaad plegen. De massasurveillance en technologie die in de film voorkomen – gepersonaliseerde reclame op basis van locatie, gezichtsherkenning, kranten die zichzelf updaten – zijn tegenwoordig alomtegenwoordig. Het enige wat regisseur Steven Spielberg fout voorspelde, was dat er helderzienden aan te pas zouden komen. In plaats daarvan kan de recherche terecht bij Google, Facebook, Amazon of de inlichtingengroep Palantir. Die laatste is zo’n grootgebruiker van datatools geworden dat ordehandhaving gebaseerd op data in de VS langzaamaan op dystopische sciencefiction begint te lijken.

Als data de nieuwe olie zijn, dan zijn de Verenigde Staten het Saoedi-Arabië van het digitale tijdperk

Een voorbeeld dat is aangetoond door mensenrechtenorganisatie ACLU: via Facebookadvertenties werden data verzameld van mensen met interesse in Black Lives Matter. Die gegevens werden verkocht aan politiediensten via het bedrijf Geofeedia, dat data opvolgt en verkoopt. En deze gang van zaken is zeker niet ongewoon. Dagelijks worden via makelaars niet alleen data verzameld en verkocht van Big Techbedrijven maar ook van allerlei andere ondernemingen. Het is de snelst groeiende tak van de Amerikaanse economie.

Nog maar het begin

Ook creditcard- en medische bedrijven verdienen aan de persoonlijke informatie van hun gebruikers. Dat is verrassend, omdat er wettelijk restricties zijn voor het delen van medische informatie. Bovendien is het vaak moeilijk om aan je eigen kredietgegevens te komen. Maar zoals in het rapport staat, ‘gelden die beperkingen alleen voor bepaalde financiële informatie, zoals banksaldo’s, en niet voor gegevens over de terugbetaling van leningen. Bovendien gelden de voorwaarden voor het delen van gezondheidsdata wel voor hulpverleners, maar niet voor drogisterijen of producenten van medische apparatuur.’ Dat betekent dat de onlinedrogist van een bedrijf als Amazon zich niet aan de restricties hoeft te houden, net zo min als Fitbit en andere fitnessapps die gegevens bijhouden over uw gezondheid of sportprestaties.

Al die persoonlijke, financiële en medische data kunnen anoniem worden verzameld, geanalyseerd en verkocht, waarna algoritmes ze aan vrijwel iedereen kunnen linken en bovendien kunnen gebruiken om gedetailleerde financiële of gezondheidsprofielen op te stellen. En toch is dit nog maar het begin. Met het internet der dingen zal het verzamelen van persoonlijke data ook in veel andere aspecten van het dagelijks leven binnensijpelen. Smart-tv’s meten en verkopen nu al informatie over onze kijkgewoonten. Binnenkort zullen slimme meubels met sensoren hetzelfde kunnen. Autobouwers hopen dat slimme auto’s de nieuwe smart-phones worden, zodat ze kunnen zien waar gebruikers zich bevinden en wat er in een auto gebeurt. Slimme bedden en fitnessbandjes zullen onze temperatuur, hartslag en ademhaling monitoren. En dan is er natuurlijk nog de nieuwe generatie van spraakassistenten – Amazons Alexa, Echo en Dot en Google Nest en Google Home – die ons voortdurend afluisteren.

Als we het huis verlaten gaat het bespieden gewoon door. Kijk maar naar het Alphabet Sidewalks Lab project in Toronto. Sidewalk Labs is de ‘stadsinnovatie’-tak van moeder-onderneming Google. Het bedrijf werkt samen met plaatselijke overheden om sensoren en andere technologieën in steden te plaatsen. De zogenaamde motivatie is om gemeentelijke diensten te verbeteren, maar natuurlijk worden zo ook data verzameld voor Google. Deze technologie moet van de Canadese stad een ‘slimme stad’ maken. In de hightechbuurt die vanuit het niets op 5 hectare aan de oever van het meer wordt gebouwd, zullen sensoren lawaai en vervuiling opsporen en worden verwarmde wegen aangelegd voor slimme auto’s. Robots bezorgen de post via ondergrondse gangen en alle materialen die in de stad gebruikt worden, zijn ecologisch verantwoord.

Niet transparant

Of je zo’n idee nu intrigerend of akelig vindt, de planning van het hele project is niet transparant geweest. Noch de stad, noch Google hebben de details van het project bekendgemaakt. In een artikel in de Toronto Star van februari 2019 brachten onderzoeksjournalisten aan het licht dat de plannen voor de slimme stad veel uitvoeriger waren dan de bevolking had gedacht: zo was Google van plan om zijn eigen openbaarvervoerslijn naar de regio te brengen, in ruil voor een deel van de vermogensbelastingen, ontwikkelingsvergoedingen en de gestegen grondwaarde die normaal gezien naar de schatkist van de stad zou zijn gegaan. Sta daar even bij stil: een van de rijkste bedrijven ter wereld, dat de overheid zelf vaak verzoekt om betere infrastructuur, onderwijs en diensten, wil dat een stadsbestuur geld afstaat dat precies daarvoor zou kunnen worden gebruikt.

En dan is het nog maar de vraag wie de data mag bijhouden. Sensoren op het trottoir zouden mensen overal kunnen volgen – of ze nu op een bankje in het park zitten, op straat lopen of tijd doorbrengen met familie of minnaars. Google heeft beloofd al deze data ‘anoniem’ te houden, dus niet gelinkt aan één bepaald persoon. Een deel ervan zou in een databank terechtkomen en gebruikt worden om de verkeersstroom en de stadsdiensten te verbeteren. Maar Google heeft niet beloofd de data lokaal te houden. Het bedrijf kan de verworven data dus inzetten voor projecten. Dat roept belangrijke vragen op over hoezeer dit type surveillance verenigbaar is met onze bestaande liberale democratie of zelfs met onze vrije wil. Onze data worden vaak gebruikt om ons aan te zetten bepaalde aankopen te doen of (politieke) beslissingen te nemen.

Op zijn minst moeten we nadenken over of er geen nieuwe wetgeving nodig is als in de toekomst bijna alle toegevoegde waarde te vinden zal zijn in intellectueel eigendom en data. Persoonlijke data ontginnen is de snelst groeiende industrie in de VS. Een industrie die, als de huidige trend aanhoudt, tegen 2022 197,7 miljard dollar waard zal zijn. Dat is meer dan de totale waarde van de Amerikaanse landbouwproductie. Als data de nieuwe olie is, dan is de Verenigde Staten het Saoedi-Arabië van het digitale tijdperk: de belangrijkste internetplatformen zijn het nieuwe Aramco en ExxonMobil.

Ik twijfel er niet aan dat de grote surveillancebedrijven onvoorstelbare winsten zullen blijven maken, ongeacht eventuele regulering, aangezien ze hun belangrijkste grondstof – onze data – gratis krijgen. Daarom wordt het belangrijk om de taart rechtvaardiger te verdelen.

Digitaal dividend

Sommigen vinden het al een te grote tegemoetkoming om te praten over hoe je de buit van het surveillance-kapitalisme beter kunt verdelen. Maar hoe je er ook over denkt, het hek is van de dam. We moeten niet alleen bepalen hoe we Big Tech kunnen reguleren en aan banden leggen, maar er ook voor waken dat ze onze belangrijkste grondstof gratis ontginnen. 

En dus moeten we overwegen om bedrijven te laten betalen voor de digitale olie die ze oppompen. Californië heeft bijvoorbeeld een ‘digitaal dividend’ voorgesteld, dat dataverzamelaars zouden betalen aan de eigenaars van deze grondstof – wij allemaal. Dat is te vergelijken met de beleggingsfondsen die Alaska of landen als Noorwegen hebben opgericht. Hun opbrengsten uit grondstoffen investeren ze voor toekomstige generaties. De dataontginners kunnen het zich veroorloven. Google en Facebook hebben hoge winstmarges omdat ze niet betalen voor hun basisproducten – onze data.

Als wij het product zijn, als onze data verzameld worden om een nieuw soort digitaal kapitalisme te voeden, dan hebben we het recht te weten hoeveel ze opbrengen. En dan moeten we een deel van die waarde terugkrijgen. Dat is een uitdaging waar we de komende jaren voor staan. En het gaat daarbij niet alleen om de Big Tech-bedrijven, maar om alle ondernemingen.

Rana Foroohar

Rana Foroohar is columnist internationale handel en redacteur bij Financial Times. Ze is ook analist wereldeconomie bij CNN. Onlangs publiceerde ze Don’t Be Evil: How Big Tech Betrayed Its Founding Principles – and All of Us.

LinkedIn
Verenigde Staten | socialmediaplatform | linkedin.com

Het professionele netwerkplatform LinkedIn is naast een vacaturebank of een plek om werksuccessen te delen ook een rijke bron aan interessante artikelen van experts.


Deel dit artikel


Recent verschenen