Stephen Colbert ziet zichzelf als een koolstofstaaf die dagelijks afdaalt in een poel radioactief slib. Die straling zendt hij terug naar het publiek op een veel lager, niet-dodelijk niveau. ‘Het is vergif omzetten in iets vermakelijks.’ Hij is de presentator van The Late Show, sinds februari 2017 – niet toevallig vlak na de inauguratie van Trump – het meest bekeken programma op de Amerikaanse televisie. Maar valt er nog wel wat te lachen als de realiteit absurder is dan de grap?
Hoewel het alweer enkele jaren geleden is dat Stephen Colbert (55) de rol neerlegde van brallerige conservatieve betweter die hij bijna tien jaar lang vervulde in The Colbert Report en die van eh… zichzelf op zich nam als host van The Late Show van CBS, blijft zijn populariteit groeien. Na een nogal stroeve start in 2015, het jaar waarin Colbert als host aantrad, werd The Late Show in februari 2017, kort na de inauguratie van Donald Trump, in Amerika het meest bekeken programma op de late avond. Eerder dit jaar nam het de positie van populairste programma onder kijkers van 18 tot 49 over van The Tonight Show van Jimmy Fallon. Met zijn programma – een ‘verhelderende deconstructie van het dagelijkse nieuws’, zoals Colbert het formuleert – lijkt hij een groot aantal mensen exact te geven wat ze willen. ‘Het is allemaal zo verwarrend tegenwoordig,’ aldus Colbert. ‘En die verwarring leidt tot angst, en vanwege die angst willen de mensen lachen.’ En dat is, voegt Colbert eraan toe, ‘precies de reden waarom wij grappen maken’.
Het gaat uitstekend met The Late Show, waar enkele voor de hand liggende verklaringen voor zijn te geven: je hebt een paar jaar de tijd gehad om het vak onder de knie te krijgen en je profiteert van het Trump-effect. Maar wat verklaart volgens jóú het succes?
In het voorjaar van 2016 waren we erachter hoe ik een monoloog wil doen. Het is nooit van: voorzetten, inkoppen, nog een keer voorzetten, weer inkoppen. Bij mij is het juist altijd: ik zal jullie weleens uitleggen wat er vandaag is gebeurd. De campagne voor de presidentsverkiezingen van 2016 maakte duidelijk waar we het meeste plezier aan beleven, namelijk het dagelijks nieuws. Maar als jij zegt ‘het gaat uitstekend’, dan weet ik dat je op de kijkcijfers doelt. Dit is een lange aanloop naar het antwoord op je vraag. Het is bijna alsof de president een toverformule uitspreekt om de mensen zo in verwarring te brengen dat ze niet meer weten wat waar is. Wij zoeken uit hoe je genaaid wordt. Volgens mij gaat het daarom
zo aardig. Onze taak is gelul te ontmaskeren, en daar hebben we momenteel meer van dan ooit.
Ik weet nog dat Jon Stewart, voor wie je van 1999 tot 2004 als correspondent van The Daily Show werkte, zei dat hij blij was dat hij niet meer in het riool hoefde af te dalen. Word je er zo mismoedig van wanneer je altijd maar in de weer bent met slecht nieuws?
De metafoor die ik graag voor het dagelijks nieuws gebruik is die van een poel radioactief slib. Het is mijn taak om me daar als een koolstofstaaf in te laten zakken en de straling te absorberen van alle waanzin die dagelijks op ons afkomt. Dan hijsen ze me weer omhoog en zetten ze me voor de camera, waarna ik die straling naar het publiek terugzend op een veel lager, niet-dodelijk niveau. Dat soort werk is het dus. Het is vergif omzetten in iets vermakelijks. Of ik me daardoor vergiftigd voel? Een beetje wel, ja. Maar ik mag er grappen over maken. Ik heb de kijkers even hard nodig als sommige kijkers het programma naar eigen zeggen nodig hebben. Als het programma lekker loopt en natuurlijk aanvoelt, dan vloeit het vergif uit me weg.
Het idee daarachter is dat komedie of satire de angst voor en ongerustheid over de wereld kan wegnemen. Maar voor zover ik weet is niemand minder ongerust of bang. Geloof je echt dat het programma stress kan verminderen?
Tijdelijk. Mijn huisarts zegt dat het goed voor me zou zijn om doordeweeks minder te drinken. Want daar heb ik zin in als ik naar huis rijd: het ouderwets zó op een zuipen zetten dat ik een paard nog onder tafel drink. Eerst werkt het nog ontspannend, maar de volgende dag heb je een hoge bloeddruk omdat je de avond ervoor een halve liter bourbon hebt gedronken.
Onze taak is gelul te ontmaskeren, en daar hebben we momenteel meer van dan ooit
Als we dat als een metafoor beschouwen, wat is dan jouw rol daarin?
Ik ben de alcohol. Ik zou de alcohol kunnen zijn. Ik heb geen idee hoe de dag erna er voor wie dan ook uitziet. Als het programma in zijn opzet slaagt, slapen de kijkers misschien een beetje beter. Misschien moet je er ook niet meer van verwachten. Ik heb het al eerder gezegd: ik weet dat wie lacht niet bang is.
Klopt dat? Is zenuwachtig lachen niet een manier van lachen die voortkomt uit angst?
Zenuwachtig lachen is volgens mij niet hetzelfde als lachen. Ik zou zeggen dat nerveus lachen bewijst dat ik gelijk heb, want dat is de manier waarop je lichaam onbewust spanning ontlaadt. Als iemand dat ‘van buitenaf’ voor je kan doen, dan vermindert dat angsten en spanningen, en dan ben je heel even niet meer bang. En ben je niet meer bang, dan kun je nadenken, en we móéten ons hier een weg uit denken.
Dat zei je op de verkiezingsavond van 2016, in die geweldige monoloog die je toen afstak. Je liet erop volgen dat de duivel geen spot verdraagt.
Precies. Helemaal waar.
- Ik vraag me heel cynisch af waar je het bewijs daarvoor vandaan haalt. De mensen hebben altijd de draak gestoken met iedere tiran.*
Ho, wacht even. Nu impliceer je dat ik zeg dat satire de politiek kan beïnvloeden. Ik parafraseer hier alleen maar Peter Cook, die zei dat de beste satire van de twintigste eeuw het cabaret van Weimar was, dat Hitler een halt toeriep. Ik heb nooit beweerd dat het enig effect had. Ik heb nooit de illusie gehad dat wat ik doe de wereld verandert. We zenden laat op de avond uit en misschien slaap je er rustiger door. Als kind had humor die uitwerking op mij. Ik heb mijn vader en twee broers verloren door een ongeluk met een vliegtuig toen ik nog maar tien was. Ik was er kapot van. Maar elke avond luisterde ik voor het slapen gaan naar Class Clown van George Carlin, Wonderfulness van Bill Cosby of Richard Nixon: A Fantasy van David Frye. En later naar A Wild and Crazy Guy en Let’s Get Small van Steve Martin. Dankzij die humor kon ik slapen. Dan was ik alles even kwijt en was ik gelukkig. Ik wéét dat dat waar is. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat je tirannen kunt afstoppen.
Is president Trump goed voor comedy? Hoe kun je nog een originele grap over hem maken?
Ik zal niet beweren dat we dat doen. Soms is het gewoon dezelfde grap. Maar soms zit er nog wat vlees aan de kip, zeg maar. Trump overheerst het nieuws, en de opdracht die we onszelf hebben gesteld is dat ik de kijkers mijn mening geef over datgene wat ze de hele dag bezighoudt. Dus wanneer het nieuws gaat over die man met dat rare gele haar, wie ben ik dan om daar iets aan te veranderen. Ik zet me schrap tegen die verschrikkelijke tornado en maak grappen over het feit dat ons allemaal een rad voor ogen wordt gedraaid. Voor mijn eigen gemoedsrust doe ik niet alsof Trump niet tegen me liegt. Het alternatief is je kop in het zand steken.
Trump niet willen laten wegkomen met een leugen: vind jij dat je de morele verplichting hebt om te doen wat je doet?
Als je grappen over politici maakt, dan is er een verschil tussen wat ze zeggen en wat ze doen. Je kunt moeilijk grappen maken over iemand die iets zegt en het dan ook nog een soort van doet. Maar heb je iemand die iets zegt en het tegenovergestelde doet, dan liggen de grappen voor het oprapen. Waar liegt hij bijvoorbeeld over? Hebben de dingen waarover hij liegt een morele kant, dan hebben je grappen die ook. Met andere woorden: jij bent niet degene die de toon zet, dat doen de politici zelf.
Dat is een soort algemeen antwoord over de inherent morele aard van politieke satire. Ik bedoelde of jij persoonlijk je moreel verplicht voelt dit werk te doen.
Nee. Ik bedoel: ik heb wel degelijk een moraal. Die zal wel met mijn katholieke achtergrond te maken hebben. Ik kom uit een vroom katholiek gezin en heb Robert Bolts A Man for All Seasons, over het leven van sir Thomas More, met de paplepel ingegoten gekregen. Die film gaat erover dat het belangrijk is om je niet door het tij van de geschiedenis te laten mee-voeren wanneer je het daar niet mee eens bent. En William Buckley, oprichter van de National Review, zei dat hij ‘dwars tegen de geschiedenis inging en “stop” riep’. Ik denk dat wij met het programma dwars tegen de geschiedenis ingaan en zeggen: ‘Wat idioot. Wat een gelul allemaal.’ Is dat moreel? Ik weet het niet. Ik weet dat publieke leugens die ze je willen doen geloven erger zijn dan leugens in de persoonlijke sfeer. Maar ik ben geen verbeten strijder tegen onrecht. Meestal maak ik gewoon grappen over poep en pies. Sterker nog, toen The Colbert Report op z’n best was en op het punt stond door te breken, zei Jon Stewart tegen me: ‘Als je kinderen straks aan weet ik veel wat voor universiteit afstuderen en met hun papiertje in hun hand staan, wil ik dat je tegen jezelf zegt: dat heb ik allemaal betaald met grappen over poep en pies.’
En daarmee zijn we weer terug bij The Colbert Report.
Alles wat ik deed voordat ik voor Jon ging werken ging opzettelijk niet over de actualiteit. In Strangers With Candy [de absurdistische comedyshow van Colbert en (onder anderen) Amy Sedaris, in 1999 en 2000 uitgezonden door Comedy Central] leefden we niet in de echte wereld. Surreële humor is zo leuk omdat die je van elke morele verplichting ontslaat. Echt domme, flauwe, absurdistische comedy is een fantastische vrijplaats. Toen ik net begon, pakte ik weleens een broccolistronk en keek ik er net zolang naar tot ik was vergeten welke kant hij op zou vallen wanneer ik hem losliet. Ik hield die stronk vast en zei: ‘Vergeet de weg omlaag. Vergeet de door zwaartekracht gedicteerde wereld en laat los dat ding.’ Dan kwam ik niet meer bij van het lachen wanneer ik die broccoli losliet en hij op tafel viel, zo van: ‘Die zag ik echt niet aankomen!’ Zoiets deed ik ook weleens wanneer ik op mijn werk naar de wc ging en de deur op slot deed. Dan probeerde ik te vergeten dat ik hem op slot had gedaan. Kwam er iemand binnen die aan de klink begon te morrelen en verbaasde dat me, dan wist ik dat ik het was vergeten. Het was een manier om je kennis van de wereld te vergeten, zodat ik er anders tegen aan kon kijken en er misschien een paar absurde grappen uit kon persen.
Toen je The Colbert Report deed, projecteerden de kijkers van alles op je. Ze dachten te weten wie je echt was en wat je dacht. Onderzoek wees uit dat ze in je zagen wat ze wilden zien. Rechtse kijkers dachten dat je deed alsof je grappen maakte en meende wat je zei, linkse dat je satire bedreef en je politieke uitspraken niet serieus nam. Wat is, sinds je bent overgestapt naar The Late Show en geen personage meer speelt, het interessantste en het mafste idee dat mensen op je hebben geprojecteerd?
Dat ik een politieke factor van belang zou willen zijn. Dat is het mafste. Ik zei een keer tegen Jon: ‘Jij en ik zijn net Frodo en Sam. We proberen die klote-ring juist in de vulkaan te gooien. Mensen snappen niet dat we hem niet willen gebruiken.’ Onze manier om de ring in de vulkaan te gooien is politiek gedrag belachelijk maken. Maar mensen worden boos op me. ‘O, nú mengt hij zich er zelf in.’ En dan denk ik: verder kun je er niet naast zitten. Als je dat denkt, dan ken je me écht niet. Ik wil gewoon grappen maken. Ik maak me druk over wat er in het nieuws is. En mijn publiek blijkbaar ook. We vinden elkaar in de grappen. Het is allemaal niet zo heel ingewikkeld.
Hoe vaak heb je The Lord of the Rings gelezen?
Ergens na de vijftig ben ik de tel kwijtgeraakt. Ik zit midden in een 180 uur durende lezingencyclus van Corey Olsen, de Tolkien-professor, die het boek pagina voor pagina behandelt. Ik luister bijna elke avond een kwartier naar zo’n lezing.
Wat heb je met dat werk?
Er is heel weinig fictie met zo veel diepgang en met een dergelijke achtergrond. Die vroege verhalen, zoals ‘Eärendil the Mariner’, en die poging om een nationaal epos te scheppen, zoals de Kalevala van de Finnen [een negentiende-eeuwse compilatie van Finse epen]. Er werd heel lang gedacht dat dat van belang was voor de ontwikkeling van de Finse nationale identiteit. Engeland had zoiets niet, dus is Tolkiens magnum opus dat geworden, en hij werkte er nog aan toen hij in 1973 overleed. Hij moest en zou een gesamtkunstwerk creëren.
Het is vergif omzetten in iets vermakelijks
Maar wat haal jij emotioneel gezien uit The Lord of the Rings?
Gemis.
Want?
Tolkien maakt gemis mooi. Hij heeft een middeleeuwse kijk op de wereld: alles wordt almaar minder. De elven maken de ringen aanvankelijk om dat proces tegen te gaan, om de schoonheid te behouden van het moment waarop ze de schepping betraden. En de grote openbaring, afkomstig van Tolkiens elfen, is dat de mensen ongelofelijk ambitieus zijn en hoge torens bouwen omdat ze weten dat ze zullen verdwijnen. De elfen blijven er koel onder, want zij weten dat ze er altijd zullen zijn, en daarom zijn ze lang zo ambitieus niet. Ze treuren eeuwig omdat ze de wereld achteruit zien gaan. Die treurnis maakt, denk ik, een belangrijk deel uit van het katholicisme. Want God zelf sterft, en God zelf verkeert in een
zielenstrijd en ervaart natuurlijk de erfzonde.
Heb je door het boek betekenis aan je eigen gemis kunnen geven?
Uiteraard. Niemand komt er zonder kleerscheuren van af. Frodo is de held, maar moet naar Valinor om zijn wonden te laten genezen, en Gandalf zegt: ‘Ik zeg niet: huil niet, want niet alle tranen zijn iets slechts.’ En Galadriel, wat zo mooi is aan wat ze zegt als ze de ring niet aanvaardt: ‘Ik weersta de beproeving. Ik zal vervagen en naar het westen trekken en Galadriel blijven.’ Het is een heldendaad om je achteruitgang te aanvaarden, om – in het geval van de mens – de dood te accepteren. In de wereld van Tolkien is de dood het geschenk van Ilúvatar, de Ene. Het katholicisme is diep van dat soort dingen doordrongen. De wereld zien in een eeuwig licht, het lijden aanvaarden als weg naar vreugde: het zit
allemaal in Jezus aan het kruis. Dus ik denk dat die boeken voor mij een andere manier zijn om de werkelijkheid te zien die mijn geloof me door middel van traditie probeert te openbaren.
*Ik ga je waarschijnlijk een heel naïeve vraag over het geloof stellen. Maar ik beloof je dat het een oprechte vraag is over iets waarvan ik hoop dat
je me ermee kunt helpen. Ik weet dat geloof een onderwerp is dat vaak in interviews met jou wordt aangesneden.*
Het komt vaak ter sprake, want dat is ooit een keer gebeurd, en sindsdien houdt het zichzelf in stand. Volgens mij zijn er niet veel mensen in mijn vak die er gemakkelijk over praten. Maar het betekent veel voor me, en het heeft een grote stempel op me gedrukt toen ik opgroeide.
Je hebt zoiets gezegd als dat The Late Show mensen eraan kan helpen herinneren dat er een rationele, objectieve werkelijkheid bestaat en dat een politicus niet zomaar kan zeggen: ‘Dit is de werkelijkheid’ om vervolgens te verwachten dat de mensen erin geloven.
Ik weet niet of ik dat heb gezegd. Je verpakt iets uit een interview met Rolling Stone van vorig jaar op een interessante manier, maar wel een beetje anders dan ik het bedoelde. Maar stel je vraag en dan zien we wel verder.
Dank je. Mijn vraag gaat over het idee dat nationalisme uiteindelijk draait om de geruststelling die mensen eruit putten en niet zozeer om objectieve feiten, waarmee het eigenlijk een geloof is. Maar, en ik denk dat ik daarom altijd met religie worstel, waarom zouden we een vorm van geloof accepteren die niet overeenstemt met de objectieve werkelijkheid en fundamenteel problematisch is en schadelijk voor de maatschappij terwijl we geacht worden die andere religie oké te vinden? Valt daar geen parallel in te bespeuren?
Dat is een interessante, belangrijke vraag. Volgens mij heb je het over twee verschillende dingen. Iedereen benadert zijn geloof op zijn eigen manier. Misschien beschrijf je een nauwe overeenkomst tussen iemands geloofsovertuiging en de politiek van dit moment. Voor sommige mensen bestaat daar misschien geen verschil tussen. Voor mij bestaat er altijd een verschil. Voor mij bestaat er een verschil omdat je, wanneer je het er rauw aan laat toegaan op al die politieke bijeenkomsten, niet alleen als president, toegeeft aan de wil van het publiek. Dat is iets anders dan een beroep doen op de principes van het publiek. Toegeven aan het publiek, dat deed het personage dat ik vroeger in The Colbert Report speelde.
Dat was toegeven aan het zelfbeeld van de Amerikaanse witte, christelijke, hegemonistische heteroman, en dat is iets anders dan geloof. Voor mij is geloof het aanvaarden van de werkelijkheid en een poging je rol in het geheel nederig te bezien, en mijn geloof, hoe bloedeloos ook, houdt me bij de les als het gaat om waarden als vriendschap, liefde, bescheidenheid.
Die heb ik misschien gemeen met die mensen op zo’n verhitte bijeenkomst, maar wanneer het er daar zo heet aan toegaat, doen die principes er ineens niet meer toe. Geloof is anders. Geloof is geen kwestie van de wereld willen veranderen. Geloof is geen kwestie van God willen veranderen. Geloof is geen kwestie van de orde der dingen willen veranderen, van je positie willen handhaven, de ander tot tweederangsburger degraderen. Geloof is God vragen of hij je wil veranderen. Jij bent het subject van Gods liefde, en als je dat aanvaardt, kun je jezelf transformeren en jezelf bevrijden van die lusten die bijna altijd ten koste gaan van een ander. Daarin verschillen die twee voor mij van elkaar. Maar vroeg je het omdat je dacht dat ik je dat mee kon geven? Want dat kan ik niet.
Nee, nee, ik dacht dat je me zou kunnen helpen door een verstandig antwoord op mijn warrige vraag te geven. En dat heb je net gedaan.
Ik vind het prima om over mijn geloof te praten, maar ik kijk wel uit om mensen te bekeren. Ik wil niet dat ook maar iemand denkt dat ik hem heb
willen overhalen. Want hé, des te meer Jezus blijft er voor mij over.
Onlangs hield je een monoloog over Alabama, waar abortus de facto verboden is.
Ja, tot dan toe was ik het uit de weg gegaan om daar grappen over te maken, want je bereikt er niets mee door grappen te maken over abortus. Dan valt de halve wereld over je heen. Maar met Alabama moest ik wel. De reden waarom we erover zijn begonnen was dat het, vond ik, een ontzettend cynische, opzettelijke overdrijving was. Zelfs de mensen die de wet maakten zeiden dat ze die niet wilden.
Omdat het er allemaal om te doen is de wet bij het Hooggerechtshof te krijgen?
Juist. Maar ik snap niet waarom de gouverneur zijn handtekening onder die wet zou willen zetten.
Dat had veel weg van misbruik van het wetgevende proces. Maak de wet die je wilt, en kijk dan of het Hooggerechtshof je steunt. Maak geen wet die je niet wilt in de hoop dat die door het Hooggerechtshof wordt aangenomen. Ik vond het verachtelijk. Maar het werd allemaal zo politiek dat ik het idee had dat ik mijn eigen regel zou overtreden wanneer ik er niet over zou beginnen: wij hebben het over datgene waar de mensen het over hebben.
Door je monoloog vroeg ik me af wat jij vindt van het recht op abortus.
Ik betwijfel dat ik er ooit een hoef te ondergaan.
Mag ik dan vragen of je vindt dat een vrouw recht heeft op abortus?
Ik ben voor het recht van een vrouw om haar rechten op te eisen. Een van haar rechten is, op dit moment, een abortus te ondergaan. Ik ben tegen de rechters die zijn benoemd en dat recht waarschijnlijk ongedaan gaan maken. Ik respecteer de vrouwen die ik ken en de mening die ze over dat onderwerp hebben. Ik vind dat vrouwen mogen kiezen als het om abortus gaat. Maar er zijn ook veel mensen die me dierbaar zijn die er anders over denken.
Waarvoor dank. Ik weet dat het een netelige kwestie is.
Voor mij is het niet echt een netelige kwestie qua politieke realiteit. Voor mij is het een netelige kwestie vanuit de comedy bezien. Vanuit humoristisch oogpunt bezien is het een tocht door de woestijn, en ik beschouw mezelf niet als een politieke figuur. Ik ben een komiek, en mijn terughoudendheid op dat punt heeft niets te maken met mijn politieke overtuiging.
Waarmee we terug zijn bij het idee dat mensen ten onrechte denken dat je politieke invloed wilt uitoefenen.
Wat maar al te begrijpelijk is, want we hebben een realityster als president.
Houd je de balans in de gaten wanneer je mensen op de korrel neemt?
Zeker. Dat is tegenwoordig een stuk makkelijker omdat er ook Democraten over de tong gaan. Toen Joe Biden onder vuur lag omdat hij aan vrouwen snuffelde, maakten we daar een sketch over. We nemen Beto O’Rourke op de hak, Elizabeth Warren, Andrew Yang en Pete Buttigieg. Ik ben blij dat de kijkers erom kunnen lachen. Maar je kunt niet met iedereen even gemakkelijk de spot drijven, en het heeft geen gevolgen wanneer je er een beetje bevattelijk voor bent. Wie weet wordt Andrew Yang wel president – ik weet geen reet van politiek, alleen iets van menselijk gedrag – maar dat hij tegen besnijdenis is, voor een basisinkomen en voor de legalisering van wiet stelt allemaal niets voor vergeleken bij Donald Trump.
Dus wat evenwicht betreft: eigenlijk maakt het me niet uit. Het maakt me wel uit dat we recht doen aan waar de mensen het vandaag met elkaar over hebben gehad.
Hoezo weet je iets van menselijk gedrag?
Ik ben opgeleid als acteur. Er zit een filosofische, introspectieve kant aan acteren. Dankzij die achtergrond benader ik politieke satire niet via de politiek, maar via de vraag ‘Waarom gedraagt die man of vrouw zich zo?’ Wat maakt de president onzeker? Waarom moet hij zo nodig liegen? Dat heeft niets met politiek te maken. Ik deconstrueer het menselijk gedrag en probeer te bedenken wat er grappig aan is.
Pas je die psychologische analyse ook op jezelf toe? Wat vind je grappig aan je eigen gedrag?
Wanneer ik het naar mijn zin heb tijdens een afspraak, onderbreek ik mijn gezelschap voortdurend, maar verveel ik me, dan doe ik alsof ik een en al oor ben. Ik kom altijd te laat. Ik kan alles wat je zegt in verband brengen met iets uit het werk van Tolkien of uit zijn brieven, op het idiote af. Meestal kan ik wel een paar dichtregels opzeggen die te maken hebben met waar we het zojuist over hebben gehad. Het maakt allemaal duidelijk dat mijn hoofd iets weg heeft van een tredmolen; het gaat maar door. Een gesprek met mij is net een gesprek met drie mensen tegelijk. O, en ik huil snel.
Wat het hogere discours betreft dat we tegenwoordig allemaal voeren: zou het kunnen dat jouw programma al dan niet opzettelijk deel uitmaakt van de sfeer van politisering waarin we dreigen te verzanden en waarin iedereen voortdurend boos op elkaar is?
Je beschrijft een sfeer van verdeeldheid en als je zegt ‘deel uitmaakt’, dan denk ik dat je bedoelt: ‘bijdraagt aan’.
Ja.
Dat zou kunnen. Het gedrag dat ik vertoon, past bij mijn genre, dat niet wordt geacht van fatsoen te getuigen. Het is niet voor niets geen belangrijk onderdeel van de beschaafde samenleving. Maar er zou wel zo’n beschaafde samenleving moeten zijn!
Ik kan er niks aan doen dat die niet meer bestaat.
Ik voel me prima op mijn gemak wanneer ik de spot drijf met mensen van wie ik vind dat ze er niks van bakken en die beweren dat ze het allemaal voor ons doen, of mensen die de boel bij elkaar liegen. Ben ik deel van het probleem? Het is niet aan mij om daarover te oordelen. Ik denk dat ik gewoon mijn werk doe.
Auteur: David Marchese
The New York Times Magazine
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.160.000
Tijdschrift dat op zondag verschijnt bij The New York Times en dat vooral bekendstaat om zijn fotografie, met name op het gebied van mode en stijl.

