HOR Online pensioen


Te veel schermtijd is niet alleen een probleem onder jongeren, maar ook ouderen zitten steeds meer achter een tablet of smartphone. ‘Een door de smartphone gedomineerd pensioen’ is inmiddels de norm geworden.

Nadat hij het hele land had doorkruist om zijn familie te bezoeken, stuurde een vriend me een bezorgd berichtje. Reizen is altijd hectisch, maar normaal gesproken werd dat goedgemaakt door de rust na aankomst, als zijn kinderen eindelijk tijd konden doorbrengen met hun opa en oma. Maar dit jaar was het anders, zei hij: ‘Ze zaten de hele tijd alleen maar op hun telefoon en waren nauwelijks aanspreekbaar.’ Hij had het niet over de kinderen, maar over de grootouders.

De laatste jaren hoor ik vaker zulke verhalen – over volwassen kinderen die zich zorgen maken over hun ouders die naarmate ze ouder worden een schermverslaving ontwikkelen. Zulke verhalen zijn overal op internet te vinden. Ze vallen extra op omdat ze de zorgen weerspiegelen die ouders al jaren uiten over hun kinderen: dat hun jonge geest zou worden beïnvloed en vervormd door apparaten die ontworpen zijn om hun aandacht te grijpen en vast te houden. In de paniek rondom schermtijd gelden kinderen doorgaans als machteloze wezens, volledig overgeleverd aan genadeloze techbedrijven waartegen volwassenen hen moeten proberen te beschermen. Maar een variant van dit probleem bestaat dus ook aan de andere kant van het leeftijdsspectrum: niet een jeugd waarin alles draait om de smartphone, maar een door de smartphone gedomineerd pensioen.

Urenlang scrollen

Het afgelopen jaar heb ik mensen gevraagd hun ervaringen met mij te delen. ‘Ik smeek mijn moeder voortdurend om haar telefoon weg te leggen; elke keer dat ik haar zie zit ze gedachteloos te scrollen. Haar concentratievermogen is echt volledig verdwenen,’ schreef iemand. Een ander beschreef een ouder die ‘urenlang Candy Crush speelt terwijl de kleinkinderen om een plekje op haar schoot vechten om mee te spelen, omdat dat nu geldt als “samen de tijd doorbrengen”.’

Sommigen schetsten wat klinkt als een constante zintuiglijke overprikkeling: ‘Als ik mijn ouders bezoek, staan er vaak twee tv’s in verschillende kamers keihard aan, terwijl ze allebei op hun iPad of telefoon zitten te scrollen,’ schreef iemand. Veel berichten waren vrij recht door zee: ‘Ik heb mijn boomerouders moeten zeggen dat ze niet voortdurend op hun iPad moeten zitten als onze driejarige in de buurt is.’

Meestal waren het privéberichten waarin deze oprechte zorgen werden geuit. De meesten vroegen me hun volledige naam niet te vermelden, omdat ze niet publiekelijk over hun familieleden wilden spreken. Josh uit Ohio vertelde dat zijn vader volledig in de ban is van korte verticale video’s op Instagram en TikTok. ‘Volgens mij werken die therapeutisch voor hem,’ zei hij. ‘Hij heeft depressies en zware angstklachten. Maar ik probeer een betere hobby voor hem te vinden.’

‘Volgens mij werken [tiktoks] therapeutisch voor hem. Hij heeft depressies en zware angstklachten’

Anderen waren vooral bezorgd over oplichting. ‘Ik maak me meer zorgen om hem dan om mijn elfjarige,’ zei ene Conor. ‘Elke keer dat ik naar mijn ouders ga, moet ik de iPhone van mijn vader afpakken om hem af te melden voor een hele reeks onzinabonnementen op zogenaamde virusscanners die hij heeft gedownload via advertenties in een of ander woordspel. Uiteindelijk heb ik uit voorzorg zijn mogelijkheid om apps uit de App Store te downloaden uitgezet.’ Iemand die volledig anoniem wilde blijven vertelde dat een van zijn ouders buitensporig veel tijd op Instagram doorbracht, per ongeluk ongepaste video’s doorplaatste op zijn tijdlijn en ter ontspanning allerlei door AI gegenereerde brainrot-rommel bekeek.

Deze verhalen vormen geen uitzondering: uit verschillende onderzoeken blijkt dat ouderen daadwerkelijk steeds meer tijd online doorbrengen, en dat die trend al jaren gaande is. In 2019 stelde het Pew Research Center vast dat mensen van zestig jaar en ouder ‘nu meer dan de helft van hun dagelijkse vrije tijd – vier uur en zestien minuten – voor het scherm doorbrengen’, vaak met het kijken van filmpjes. Een groot deel daarvan lijkt afkomstig van YouTube: dit jaar meldde mediabedrijf Nielsen dat mensen van 65 jaar en ouder bijna twee keer zo veel YouTube op hun televisie kijken als twee jaar geleden. Uit een recente enquête onder Amerikanen van boven de vijftig bleek dat ‘de gemiddelde respondent in totaal 22 uur per week voor een scherm doorbrengt’. En in een onderzoek onder tweeduizend volwassenen van 59 tot 77 jaar zei 40 procent zich ‘onrustig of ongemakkelijk’ te voelen als ze hun apparaat niet in de buurt hadden.

HOR Online pensioen
© Getty Images

Maar dit soort onderzoeken zegt weinig over hoe iemand precies omgaat met zo’n apparaat. Het is verleidelijk om terug te vallen op stereotypen over ouderen: door hen neer te zetten als digibeten, mensen die nieuwe technologie niet begrijpen en een makkelijke prooi zijn voor oplichters. De werkelijkheid is veel complexer, zegt Ipsit Vahia, hoofd gerontopsychiatrie in het McLean Hospital in Belmont (Massachusetts) en directeur van het Technology & Aging Laboratory aldaar. ‘De fundamentele fout in de manier waarop we over ouderen denken, is dat we iedereen boven de 65 over één kam scheren,’ zegt hij. Niet alleen vormen ouderen geen eenduidige groep, ook wordt een generatie volgens Vahia diverser naarmate mensen ouder worden. Twee vijfjarigen hebben per definitie meer met elkaar gemeen dan twee 87-jarigen: hoe ouder je bent, hoe meer kans je hebt gehad op uiteenlopende ervaringen en het ontwikkelen van verschillende gewoonten en perspectieven. ‘Onze vuistregel luidt: als je één oudere hebt ontmoet, heb je één oudere ontmoet.’

Veel van de huidige zorgen over schermtijd vinden hun oorsprong in de coronapandemie, die bij ouderen leidde tot een duidelijke toename in technologiegebruik. ‘Als het alternatief eenzaamheid is, wordt technologie een zeer krachtige en positieve factor,’ aldus Vahia. In veel gevallen was Zoom de opstap: familieleden begonnen elkaar op het scherm op te zoeken, kerken hielden Zoom-diensten en artsen gebruikten de technologie voor zorgafspraken op afstand. Zo raakten sommige ouderen vertrouwd met het gebruik ervan.

Maar niet al het schermgebruik is hetzelfde, zeker niet bij ouderen. Sommige onderzoeken laten zien dat tijd doorbrengen op apparaten bij mensen boven de vijftig samengaat met betere cognitieve vaardigheden. Woordspelletjes, informatie opzoeken, instructievideo’s bekijken en gewoon chatten met vrienden: het kan positieve prikkels bieden. Volgens Vahia moet je onlinegewoonten die bij jongeren of mensen van middelbare leeftijd zorgelijk lijken anders beoordelen bij oudere generaties. ‘Intensief technologiegebruik bij tieners en adolescenten hangt vaak samen met een slechtere mentale gezondheid en kan leiden tot isolement, eenzaamheid en zelfs depressie,’ zegt hij. ‘Maar bij ouderen lijkt technologiegebruik juist bescherming te bieden tegen isolement en eenzaamheid.’

Twee vijfjarigen hebben per definitie meer met elkaar gemeen dan twee 87-jarigen

Toch lijken veel van de voorbeelden die Vahia noemt enigszins geïdealiseerd. Fanatieke Wordfeud-sessies of zoektochten op Wikipedia vallen inderdaad in de minder problematische categorie. Maar de meeste verhalen die ik hoorde beschreven een veel somberder scenario. Een vrouw die als verpleegkundige in het Verenigd Koninkrijk werkt en anoniem wilde blijven omdat ze niet over haar patiënten mag spreken, vertelde me in een privébericht dat veel van de oudere patiënten op haar afdeling ‘maar blijven doorscrollen’ en zo op hun telefoon of iPad ‘een ongelooflijke hoeveelheid troep consumeren’.

‘Een deel daarvan is nog vrij onschuldig,’ zei ze. ‘En soms zelfs best grappig, zoals toen iemand in een eindeloze reeks willekeurige Chineestalige filmpjes belandde.’ Maar, voegde ze eraan toe, ‘de negatieve effecten worden steeds zichtbaarder’. Ze wees daarbij op agressieve anti-immigratievideo’s, en op ‘complottheorieën en wantrouwen tegenover de medische wereld’. Wie genoeg tijd doorbrengt op Facebook of Instagram zal dit herkennen: verwarde reacties onder door AI gegenereerde berichten, van mensen die niet lijken te beseffen dat wat ze zien nep is. Of hyperpartijdige websites die beelden verspreiden van minderheden die misdaden plegen, die vervolgens worden gedeeld door bezorgde gebruikers die steeds angstiger, achterdochtiger en gepolariseerder lijken te worden. Oplichting door nepaccounts die zich voordoen als bank of kredietverstrekker. Eenzame mannen die bevriend zijn met tientallen vrouwelijke AI-chatbots.

Morele paniek

Maar ook hier waarschuwt Vahia voor morele paniek. Toen ik het beeld schetste van ouderen die de hele dag naar hersenloze AI-troep op Facebook kijken, wees hij op het grote verschil tussen actieve en passieve consumptie. Wie zegt dat elke oudere per se door die rotzooi wordt misleid? Misschien maken ze er samen grapjes over of proberen ze uit te zoeken wat echt is en wat niet. ‘Als die troep mensen die anders weinig gemeen hebben toch een gespreksonderwerp biedt, verandert dat de zaak, nietwaar?’

Misschien wel. En ongetwijfeld speelt de eigen projectie hierbij ook een rol. De angsten van de mensen die mij benaderden – en de angst die ik zelf voel – lijken geworteld in onze eigen ingewikkelde relatie met onze apparaten. Velen van ons maken zich constant zorgen over wat we consumeren, hoeveel we scrollen en de subtiele manier waarop we online worden gestuurd, geprikkeld en gemanipuleerd. En die zorgen projecteren we, al dan niet terecht, ook op anderen.

‘Als die troep mensen die anders weinig gemeen hebben toch een gespreksonderwerp biedt, verandert dat de zaak, nietwaar?’

Maar memes als ‘Shrimp Jesus’ [door AI gegenereerde afbeeldingen van Jezus als schaaldier, die in 2024 een trend waren op Facebook] of nepvideo’s van ICE-agenten die mensen arresteren zijn juist bedoeld om gebruikers te verwarren of boos te maken, net als alle andere clickbait die sociale media overspoelt. We moeten ouderen inderdaad niet automatisch zien als naïeve slachtoffers, maar de techreuzen die dit systeem beheren belonen betrokkenheid, niet kwaliteit. Voor mensen met meer vrije tijd dan ze kunnen spenderen – en die mogelijk al kampen met eenzaamheid of andere psychische problemen – kan dat voortdurend oplichtende scherm een onweerstaanbare verleiding zijn.

Als ik Vahia vraag naar de ouderen die tijdens de feestdagen zitten te scrollen, iets waar ik zo veel over heb gehoord, moedigt hij me aan om ook dit anders te zien. ‘Ja, dat valt inderdaad op wanneer je ze tijdens de feestdagen ziet,’ zegt hij. ‘Maar de rest van de tijd ben je er niet bij. Hun telefoons vormen een groot deel van hun leven, of dat nou goed is of niet. Jouw komst is hier eigenlijk de verstoring.’

Volgens hem moeten we bedenken wat de telefoon doet als er niemand in de buurt is. Voorkomt deze dat een dierbare wegzakt in een depressie? Zorgt hij voor verbinding met de rest van de wereld? Zijn sommige ouderen niet misschien gewoon gelukkiger met de wereld in hun broekzak of op hun tablet dan ze zonder zouden zijn? Algoritmen beperken weliswaar onze autonomie, maar sommige mensen willen hun oude dag misschien wel op hun telefoon doorbrengen en zich overgeven aan die eindeloze stroom aan entertainment. Wie zijn wij om daarover te oordelen?

Het is behoorlijk verwarrend. Dezelfde apparaten die sommige mensen helpen in contact te blijven met de wereld, vervagen bij anderen het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie. In plaats van snel conclusies te trekken, kunnen jongere mensen hun bezorgdheid beter gebruiken als aanleiding om hierover in gesprek te gaan – en daarbij de telefoon even weg te leggen.


Deel dit artikel


Recent verschenen