Veel inheemse volken hebben generaties lang geleerd een bredere betekenis toe te kennen aan tekenen om hen heen, zoals de bloei van een plant of de komst van een trekvogel. Zo weten ze hoe ze in hun levensbehoeften kunnen voorzien als de seizoenen veranderen. Klimaatverandering dreigt dit in de war te sturen.
Het is november en Arlyn Charlie is niet op zijn gemak. Terwijl hij over het bevroren oppervlak loopt van de Teetl’it Gwinjik, een rivier in het leefgebied van de Gwich’in in het noordwesten van Canada, kraakt het ijs onder zijn voeten. Uit gaten in het ijs om hem heen steken palen; daaraan worden onder het ijsoppervlak netten bevestigd om luk dagaii, grote houting, te vangen als die stroomafwaarts trekt. Al generaties lang gaan de Gwich’in hierheen tijdens Khaiints’an, de herfst van hun vijfseizoenenkalender, wanneer de lucht donker kleurt en de eerste sneeuw valt. Ze benutten het korte tijdsbestek tussen het bevriezen van de rivier en het eind van de herfsttrek van de grote houting om te voorzien in hun belangrijkste winterkost – vooral nu de prijzen van levensmiddelen stijgen – die volgens Charlie nog altijd een van de pijlers is van de identiteit van de Gwich’in.
Maar waar de Gwich’in vroeger hun netten al half oktober uitzetten, wordt de komst van het ijs tegenwoordig steeds onvoorspelbaarder en kan die wel tot november op zich laten wachten, schreef Charlie na zijn hachelijke tocht over het dunne ijs. Hij voegde eraan toe dat sneeuw en ijs smelten tijdens een ongewoon warme Khaiints’an. Waar oudere mensen het ijs schijnen te kunnen lezen en weten waar je veilig kunt lopen, gaat de 28-jarige Charlie voorzichtig te werk. Terwijl hij kijkt hoe zijn grootmoeder vis uit de netten haalt, vraagt hij zich af of deze eeuwenoude traditie nog wel toekomstbestendig is. ‘Onze kalender en de manier waarop we nu met het land omgaan zijn erg onvoorspelbaar geworden,’ zegt hij. ‘Zullen onze culturele en traditionele gebruiken wel behouden kunnen blijven?’
Sommige seizoenen zijn volledig verdwenen
Zoals veel inheemse volken hebben de Gwich’in een enorme dosis kennis vergaard van de seizoensgebonden ritmes van de flora, fauna en het weer in hun omgeving. Hun observaties zijn in de loop van millennia verwerkt in kalenders die belangrijke jaarlijkse veranderingen bijhouden. Deze ecologische of ‘bioculturele’ kalenders zijn essentieel om te overleven, omdat ze de beste tijd voorspellen om te vissen, te oogsten, te jagen, te planten of vee te hoeden. Ook nu nog, op een moment dat traditionele kennissystemen en levenswijzen worden bedreigd door de gevolgen van de kolonisatie, zijn deze kalenders voor veel inheemse gemeenschappen belangrijk. Charlie merkt op dat hoewel veel Gwich’in tegenwoordig in steden en nederzettingen wonen en geen nomaden meer zijn zoals vroeger, deze seizoensgebonden kennis nog altijd een cruciale band smeedt met hun land en hun cultuur.
Maar veel seizoensgebonden patronen die in inheemse kalenders zijn vastgelegd, worden verstoord door snelle veranderingen in het klimaat. Door warmer weer en ontregelde storm- en neerslagcycli verandert het karakter van de seizoenen en verschuiven die naar voren of naar achteren in de tijd. Sommige cycli die vroeger synchroon liepen, zoals het bevriezen van de rivier en de trek van de houting, doen dat nu niet meer. Door klimaatveranderingen veranderen tijdschema’s van planten en dieren, zodat seizoensgebonden gebeurtenissen onvoorspelbaarder worden en belangrijke activiteiten lastiger te plannen zijn. Waar westerse wetenschappers de omvang en de details van deze veranderingen in kaart brengen, ervaren veel inheemse volken ze aan den lijve door hun kalenders, omdat hun gebruiken, identiteit, tradities en beleving van de seizoenen erdoor worden verstoord.
Sommige gemeenschappen zoeken naar manieren om hun kalenders aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, zodat ze hun tradities kunnen voortzetten in een opwarmende wereld. ‘Als Gwich’in voelen we ons spiritueel verbonden met het land,’ zegt Charlie. ‘We willen er nog steeds op kunnen vertrouwen dat we veilig kunnen oogsten en reizen op het land.’
‘Als Gwich’in voelen we ons spiritueel verbonden met het land’
Veel stedelijke samenlevingen met geïndustrialiseerde voedselsystemen zijn vervreemd geraakt van de ritmes van de natuur; sommige wetenschappers beschrijven het westerse tijdsconcept als een pijl, een lineaire constante die gestaag de maanden, jaren en decennia telt. Maar veel culturen die nauw verbonden zijn met de natuur, waaronder veel inheemse gemeenschappen, hebben een meer cyclische tijdsbeleving die geworteld is in de ritmes van hun land, al gaan ze ook vaak af op astronomische waarnemingen zoals de cycli van zon en maan. Ecologische kalenders zijn net zo divers als de lokale ecosystemen en culturen zelf, variërend van de zevenseizoenenkalender van de Larrakia in Noord-Australië tot de 72 microseizoenen van de oeroude Japanse almanak. ‘Ze vertegenwoordigen een uniek kennissysteem van één taalgroep die op één plek bestaat,’ zegt Emma Woodward, sociaal geograaf bij de Australische Commonwealth Scientific and Industrial Research Organization (CSIRO) die helpt bij de conservatie van inheemse kalenders in Noord-Australië.
Veel inheemse volken hebben generaties lang geleerd een bredere betekenis toe te kennen aan tekenen om hen heen, zoals de bloei van een plant, de komst van een trekvogel of een verandering van de windrichting, niet alleen om te weten welk jaargetijde het is, maar ook hoe ze in hun levensbehoeften kunnen voorzien als de seizoenen veranderen. Zo signaleert de Larrakia-kalender de bloei van de mimosa tijdens de Dinidjanggama, oftewel de ‘zware dauwtijd’, op welk moment de kleine haaien langs de kust dik genoeg zijn om gevangen te worden. Wanneer Anishinaabe-gemeenschappen rond de Grote Meren in Noord-Amerika in het vroege voorjaar kikkers horen kwaken, weten ze dat de ahornsapoogst voorbij is; laten ze hun aftapkranen langer zitten, dan wordt het sap te melkachtig, zegt Michael Waasegiizhig-Price, die zelf Anishinaabe is en specialist op het gebied van traditionele ecologische kennis bij de Great Lakes Indian Fish and Wildlife Commission. En op de Vanuatu-eilandengroep in het zuiden van de Stille Oceaan geldt de jaarlijkse massale voortplanting van de paloloworm, een klein zeediertje, als voorbode van het naderende cycloonseizoen, zodat men zich daarop kan voorbereiden.
Soms lopen deze cycli toevallig synchroon; in andere gevallen kan er een oorzakelijk verband bestaan. Waar oudere Larrakia zeggen dat bepaalde bloemen koud weer aankondigen, zouden westerse wetenschappers kunnen tegenwerpen dat het de kou is die de bloei opwekt, zegt Lorraine Williams, een Larrakia die aan de Charles Darwin University in het Northern Territory en bij CSIRO onderzoek doet naar traditionele ecologische kennis. Volgens haar kunnen mensen door traditionele kennis op een andere manier naar de natuur kijken.
Kennis van deze ecologische verbanden wordt van oudsher overgedragen via de taal en cultuur van inheemse volken. In verschillende inheemse talen van het Pacifische Noordwesten heet de dwerglijster ‘prachtframboosvogel’, wat verwijst naar de traditionele overlevering dat de frambozen aan het eind van de lente en in het begin van de zomer rijpen door de zang van de vogel, zegt taalkundige David Stringer van Indiana University. En in Brazilië zingen de Wajãpi tijdens de jaarlijkse feesten ter ere van de kleine mangrovekoekoek een lied over wanneer je zoets aardappels moet planten. ‘Als er aan het begin van het droge seizoen een briesje staat en in de vroege ochtend de sterren van de Pleiaden verschijnen, begint de koekoek te drinken en zingt hij zijn dronken lied. Hij zingt tot het eind van het groeiseizoen, wanneer de zoete aardappels ontkiemen en de Pleiaden ’s avonds aan de hemel verschijnen,’ zo vat Stringer samen.
Smeltende talen
De culturele overdracht van kalenderkennis wordt bedreigd door het afnemende gebruik van veel inheemse talen waarin deze kennis van generatie op generatie werd doorgegeven. Weten en doorgeven wanneer gewassen geplant moeten worden of er op wild gejaagd moet worden, stelt gemeenschappen in staat de soevereiniteit over hun voedselproductie te bewaren en biedt hun gezondere en goedkopere opties dan industriële producten uit de schappen van de supermarkt. ‘Het gaat om de gezondheid van de gemeenschap en om sociale rechtvaardigheid,’ zegt Stringer. Op Aneiytum, een van de Vanuatu-eilanden, mogen kreeften van oudsher alleen worden gevangen tijdens de drie maanden dat een bepaalde loofboom, de Terminalia catappa, zijn bladeren verliest, om overbevissing te voorkomen. En waar de paloloworm waarschuwt voor gevaarlijke cyclonen, waarschuwt het bruin worden van de bladeren van de Casuarina equisetifolia voor het gevaar van een zonnesteek.
Hoewel niet-inheemse mensen misschien vreemd zullen opkijken van het leggen van dit soort verbanden, gebruikten veel Europese culturen tot voor kort vergelijkbare tekens om hun landbouwactiviteiten te timen, zegt Stringer. Zo is het volgens een gedicht uit 1976 uit het Engelse graafschap Warwickshire tijd om gerst te zaaien als een iepenblad zo groot is als een muizenoor, en als het zo groot is als een shilling is het tijd om kidneybeans te planten. Alleen zijn stedelijke samenlevingen zo vervreemd geraakt van hun eigen voedselproductie dat ze deze kennis grotendeels zijn kwijtgeraakt.
En naarmate de klimaatverandering verder in een stroomversnelling raakt, wordt veel van de traditionele kalenderkennis minder betrouwbaar.
Uit de regio Yuku Baja Muliku in Oost-Australië komen berichten van de plaatselijke bevolking dat de vertraagde bloei van de acacia’s niet zo’n betrouwbaar teken meer is dat het vangstseizoen voor bepaalde vissoorten is begonnen. Ook inheemse gemeenschappen in Noord-Chili hebben gemerkt dat de geelhalsibis, een trekvogel waarvan de komst lange tijd het begin van de lente en van het vangstseizoen voor de koningskrab aankondigde, nu enkele weken eerder zijn opwachting maakt of helemaal niet meer migreert, zegt de Chileense ecoloog Ricardo Rozzi die leiding geeft aan het wetenschappelijk onderzoeksinstituut Cape Horn International Center in het Chileense Puerto Williams. Hoewel dergelijke indicatoren inmiddels hebben plaatsgemaakt voor overheidsregels die het visseizoen bepalen, ‘verliezen we hiermee dit lokale, preciezere teken van het begin van de lente’, zegt Rozzi. Er zijn ook zorgen dat sommige indicatorsoorten direct bedreigd kunnen worden door klimaatverandering, voegt Williams eraan toe. ‘Op dit moment beschikken we nog over traditionele kenmerken en indicatoren om te bepalen wanneer we op een bepaalde diersoort kunnen gaan jagen. Maar wat gebeurt er als die diersoorten niet meer bestaan? Komt er dan een ander verhaal?’
‘Maar wat gebeurt er als bepaalde diersoorten niet meer bestaan? Komt er dan een ander verhaal?’
De ontkoppeling van natuurlijke cycli kan allerlei domino-effecten hebben. In het geval van de Gwich’in betekent het dat mensen niet langer veilig zijn op het ijs en dat een belangrijke culturele traditie en vorm van voedselvoorziening verloren dreigt te gaan. En op het zuidelijke Chileense eiland Chiloé oogsten de Mapuche sinds mensenheugenis zeewier om vers gepote aardappelen te bemesten. Maar omdat de oceanen sneller opwarmen dan het land, dient het zeewier zich nu ongeveer een maand vóór het begin van het pootseizoen aan, zegt Rozzi. Ze moeten het zeewier dus bewaren tot het poten begint, wat betekent dat het zeewier voortijdig kan gaan rotten, zegt Rozzi. ‘Dat schept nieuwe complicaties.’
Doordat verbanden die generaties lang hebben standgehouden door klimaatverandering worden verstoord, worden seizoenspatronen onvoorspelbaar, vooral op hoge breedtegraden die sneller opwarmen dan de rest van de aarde. ‘We kunnen niet echt meer op de patronen van vroeger vertrouwen,’ zegt Charlie.
Onvoorspelbaar weer is een van de grootste uitdagingen voor de rendierhoudende Saami, een volk dat in het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland leeft. In hun kalender hebben de Saami bepaalde weerspatronen vastgelegd die volgens hun waarneming vaak met elkaar samenvallen. Saamiherders gebruiken deze observaties al lange tijd als hulpmiddel om het weer te voorspellen en te bepalen waar en wanneer ze hun rendieren, die voor hen een vorm van levensonderhoud, kledingvoorziening en handelswaar zijn, kunnen laten lopen. Zo voorspelt een warme en bewolkte nieuwjaarsdag van oudsher een mooie, groene zomer, terwijl het weer tijdens de laatste zomernacht, half april, het weer voor de hele lente voorspelt, zegt Klemetti Näkkäläjärvi, een in Finland gevestigde Saami-antropoloog die de Saamicultuur bestudeert. Maar ‘deze voorbeelden (…) stroken niet met de huidige omstandigheden en zijn niet langer bruikbaar om het weer te voorspellen’, zegt hij. Volgens de Saami zijn deze hulpmiddelen zo onbetrouwbaar geworden dat ze niet langer aan kinderen worden onderwezen. De grotere onvoorspelbaarheid maakt het moeilijker om rendieren naar goede weiden te leiden en creëert ook onzekerheid over het bevriezen van waterwegen, zodat het aantal ongelukken toeneemt waarbij quads, sneeuwscooters en zelfs rendieren door het ijs zakken, aldus Näkkäläjärvi.
‘We kunnen niet echt meer vertrouwen op de patronen van lang geleden’
De onvoorspelbaarheid van het klimaat weerspiegelt zich in het gedrag van dieren, waardoor jagen met behulp van traditionele kennis minder succesvol kan zijn. De Tahltan, een volk uit het subarctische deel van Canada, gebruiken al lange tijd een specifiek tijdsbestek om op elanden te jagen: de tijd tussen het moment dat de dieren naar de valleien afdalen nadat ze de zomer in de bergen hebben doorgebracht en het moment dat hun paarseizoen begint, legt Curtis Rattray uit, een Tahltan-gemeenschapsleider en medeoprichter van de Tū’desē’cho Wholistic Indigenous Leadership Development in de provincie Brits-Columbia. Maar tegenwoordig ‘blijven de elanden langer hoog in de bergen dan gewoonlijk’, zegt hij. Zelfs in het relatief hoge jachtgebied van zijn oom en tante blijkt het nu moeilijker om elanden te schieten. Dat is een probleem omdat de jacht een belangrijke vorm van levensonderhoud blijft, vooral nu de gemeenschap te maken heeft met hogere prijzen voor boodschappen, terwijl ouderen zich bovendien zorgen maken over het verlies van een belangrijke culturele traditie. ‘Ze zien hoezeer onze cultuur is veranderd en hoe mensen steeds afhankelijker worden van de looneconomie en steeds minder van traditionele activiteiten,’ zegt Rattray. ‘Ze zijn bang dat klimaatverandering het nog moeilijker zal maken om onze culturele tradities in stand te houden.’
Behalve dat klimaatverandering directe gevolgen heeft voor de traditionele tijdberekening van inheemse volken, vinden er ook veranderingen plaats in de duur van natuurlijke cycli en raken ecologische gebeurtenissen ontkoppeld. Sommige seizoenen zijn al volledig uit de Saami-kalenders verdwenen, zoals de overgangsperiode tussen herfst en winter, een koud maar sneeuwarm seizoen dat volledig is opgeslokt door langere en warmere herfsten, aldus Näkkäläjärvi. ‘Wanneer de tussenliggende seizoenen verdwijnen, treedt er een soort identiteitscrisis op: wat blijft er nog van ons over als we geen volk van acht seizoenen meer zijn? Dan gaat een deel van het unieke karakter van de cultuur en leefwereld van de Saami voorgoed verloren.’
In veel culturen vormt het veranderende karakter van de seizoenen een bedreiging voor allerlei seizoensgebonden gebeurtenissen en traditionele gebruiken die in inheemse kalenders zijn vastgelegd. Door drogere herfsten zijn er minder paddenstoelen voor Saami-rendieren en ongebruikelijk strenge winters en lentes hebben al talloze kuddedieren het leven gekost. Door arctische hittegolven is het moeilijker voor de Gwich’in om de houting die ze in de zomer vangen te bewaren, terwijl plotselinge overstromingen een viskamp hebben weggespoeld dat nog door Charlies overgrootvader was gebouwd. En rond de Grote Meren, zegt Waasegiizhig-Price, verliezen belangrijke traditionele verhalen die in de Anishinaabe-kalenders zijn vastgelegd aan geloofwaardigheid doordat er minder sneeuw valt op een later tijdstip; van oudsher worden verhalen over de bedrieglijke held Nanabozho, wiens streken kinderen moraliteit en ethiek moeten bijbrengen, alleen verteld als er sneeuw ligt. ‘Wat gebeurt er als er een jaar helemaal geen sneeuw valt?’ vraagt Price. ‘Dat is een belangrijke vraag voor veel traditionele verhalenvertellers en kennisdragers.’
‘Wat gebeurt er als er een jaar helemaal geen sneeuw valt?’
De Anishinaabe en veel andere inheemse gemeenschappen zoeken naar manieren om hun tradities aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. Het herijken van hun kalenders kan een belangrijk onderdeel van deze aanpassing zijn, niet alleen door het tijdstip van culturele gebruiken aan te passen om bijvoorbeeld betere omstandigheden te creëren of aan klimaatschommelingen te ontsnappen, maar ook door nieuwe gedragspatronen van de plaatselijke dieren te bestuderen en te delen, zegt Waasegiizhig-Price. ‘Inheemse volkeren tonen zich al duizenden jaren veerkrachtig en onze cultuur en tradities stellen ons in staat ons aan te passen aan die barre klimaten,’ zegt hij. ‘We zullen onze manier van kijken en kennis vergaren ook moeten aanpassen aan een veranderend klimaat.’
Dat is het doel van een klimaatadaptatieproject onder leiding van Cornell-onderzoeker Karim-Aly Kassam. In zowel twee inheemse Amerikaanse gemeenschappen als drie inheemse dorpen in Tadzjikistan en Kirgizië in het Aziatische Pamirgebergte hebben hij en zijn collega’s geholpen bij het op schrift stellen van de kalenders, zodat die in lesprogramma’s van scholen kunnen worden opgenomen. Kinderen kunnen helpen om deze kalenders bij te werken, waardoor hun band met hun leefomgeving wordt versterkt en hun gemeenschappen zich beter kunnen aanpassen, zegt Kassam. ‘We moeten de aanpassingsstrategie verankeren in de lokale ecologie en cultuur, zodat ze logisch en relevant blijft.’
Aanpassingsvermogen is in zekere zin een kenmerk dat in veel inheemse kalenders is ingebakken. In plaats van elk jaar op dezelfde datum gewassen te planten, wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de bloeitijd van een wilde plant om de wisselvalligheid van het weer te compenseren en op dezelfde manier mee te gaan met de omgevingsomstandigheden als de gewassen.
‘We moeten de aanpassingsstrategie verankeren in de lokale ecologie en cultuur’
Vanwege dit zelfregulerende karakter komen veel seizoensverschuivingen in inheemse kalenders pas aan het licht wanneer ze worden vergeleken met meer consistente manieren van tijdmeting, zegt Waasegiizhig-Price. ‘Door de veranderingen in het landschap te vergelijken met de beweging van de sterren kunnen we vaststellen in hoeverre die veranderingen van invloed zijn op de planeet, zoals bij een Gregoriaanse kalender,’ zegt hij.
Deze flexibiliteit van hun kalender helpt sommige gemeenschappen al om zich aan te passen aan een veranderend klimaat. Op de Vanuatu-eilanden in het zuiden van de Stille Oceaan, waar de neerslag steeds wisselvalliger wordt, gelden veel van de 159 plantensoorten die in de kalender zijn opgenomen nog altijd als betrouwbare indicatoren voor de landbouw, zegt etnobioloog Neal Kelso, die al vijf jaar meewerkt aan het onderzoek naar deze planten. Een paar jaar geleden kwamen bepaalde kalenderplantensoorten door een zeer regenachtig seizoen een week of twee later tot bloei, zodat de lokale bevolking haar gewassen later ging planten. ‘Hoewel de meeste mensen een smartphone hebben, bekend zijn met de Gregoriaanse kalender en weten dat de bloemen later bloeien, namen ze deze signalen toch in acht en deden de gewassen het net zo goed als altijd,’ zegt Kelso.
Uiteindelijk zullen ook de Gwich’in hun kalenders misschien moeten aanpassen en op andere manieren moeten gaan vissen als er zich tijdens Khaiints’an geen ijs meer vormt, zegt Charlie. ‘We vergeten vaak dat er nog steeds mensen afhankelijk zijn van dit soort omgevingen. Wat er met hun omgeving en hun land gebeurt heeft grote invloed op hun identiteit. Door het hoge tempo waarin het huidige klimaat verandert en de ecologie overhoop gooit, zullen deze van nature flexibele kalenders – en de culturen die ze hebben opgebouwd en in stand gehouden – gedwongen blijven worden om gelijke tred te houden met de veranderende ritmes van de aarde.
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?

