We hebben geen nieuw internationaal raamwerk nodig, maar een manier om de overgang tussen opeenvolgende wereldordes in goede banen te leiden.
Elk wereldrijk komt uiteindelijk tot hetzelfde akelige besef: dat het niet het eeuwige leven heeft. De Amerikanen beginnen daar nu achter te komen. De Chinezen, dat moet je ze nageven, zijn al lang geleden tot het inzicht gekomen. Die weten dat er geen ‘Chinese eeuw’ meer gaat komen zoals we wel een ‘Amerikaanse eeuw’ hebben gehad, omdat het voorbij is met de tijd van een wereldorde. Die is vervangen door een voortdurend proces van herordening.
Dat is vervelend voor Washington, dat liever vastigheid heeft. De huidige strategie, ingezet onder de vorige minister van Handel Gina Raimondo, is dat de Chinese innovatie moet worden ‘afgeremd’ – een motto dat geborduurd op een kussentje thuishoort in het museum voor Vergane Grootmachten, ergens tussen ‘dinsdag hoor je niks meer over die Boksersopstand’ en ‘tegen lunchtijd is de Suez-crisis al voorbij’. Noem maar eens een grootmacht die zich staande hield door rivalen op ferme toon te vragen om alsjeblieft niet meer zo slim te zijn. De Qing-dynastie heeft het geprobeerd met Europese technologie. Dat liep niet al te best af voor de Qing.
Uit Washingtons zelfgenoegzame pogingen om de opkomst van China te stuiten blijkt opnieuw dat grote mogendheden denken dat hun macht een natuurverschijnsel is. Als zich een nieuwkomer aandient, gaan ze niet de strijd aan, maar steken ze een preek af. Zoals opiniemaker Kaiser Kuo schrijft: een land dat het gewend is de norm te zijn, kan anderen niet als gelijke erkennen zonder ze eerst de les te lezen.
Wat nu nodig is, is een wereldorde van een heel andere soort. Geen nieuw model voor de inrichting van de internationale politiek die burgers en staten normen voorschrijft waarvan de geldingskracht alleen met dwang universeel kan worden gemaakt, maar een procedureel raamwerk dat bepaalt hoe opeenvolgende politieke ordes kunnen opkomen en ondergaan.
De huidige strategie is dat de Chinese innovatie moet worden ‘afgeremd’ – een motto dat geborduurd op een kussentje thuishoort
Denk daarbij niet aan één specifieke formule, maar meer aan een verzameling vergelijkingen. Deze leggen de voorwaarden vast waaronder bestaande regels en waarden kunnen veranderen, in plaats van de inhoud van de mondiale politiek te bepalen. Het raamwerk moet geen visie uitdragen, maar de gedachte dat verschillende visies elkaar zullen opvolgen. En het moet ervoor zorgen dat die opvolging zonder brokken verloopt. Als je een wereldorde als een momentopname beschouwt, is deze nieuwe ordening een film.
Twee principes zouden er de grondslag van kunnen vormen. Ten eerste dat elk land vrij moet zijn om nieuwe technologie te ontwikkelen. Groot-Brittannië ging voorop in de eerste industriële revolutie. De VS in de tweede. Als je erop blijft hameren dat China met zijn ontwikkeling nu netjes binnen de lijntjes moet blijven die door Washington zijn getrokken, maak je de fout om het privilege van de zittende macht de onvermijdelijkheid toe te dichten van een natuurwet.
Technologische revoluties halen de mondiale hiërarchie overhoop. Het land dat de nieuwe technologie het snelst verspreidt, schuift meestal op naar het centrum van de macht. Elke poging om de huidige pikorde te bevriezen is futiel en bovendien tegenstrijdig, aangezien de zittende macht zelf in het zadel is gekomen door de vorige pikorde overhoop te halen.
Mondiale verandering is alleen mogelijk als machtige staten zich daarvoor inzetten. Met zijn Nieuwe Zijderoute heeft China een revolutionair project gelanceerd dat het mondiale systeem uiteindelijk zodanig moet hervormen dat het land dichter bij het middelpunt van de macht komt. Zo’n ingrijpende verandering is niet mogelijk zonder even ingrijpende veranderingen in China zelf. Met de Nieuwe Zijderoute wil China dan ook een technologische grootmacht worden, een land dat als geen ander kan beschikken over de inzet van de technologieën en industrieën van de toekomst, zoals duurzame energie, kunstmatige intelligentie, ruimtevaart en kwantumcomputers.
De reactie van de VS
De Amerikaanse reactie op de Chinese uitdaging kan twee heel verschillende kanten opgaan. Ten eerste kunnen de VS proberen in deze cruciale sectoren een voorsprong op China te krijgen. Dan blijft er altijd een element van onzekerheid spelen. Beide landen kunnen ieder op een ander paard wedden qua technologie of de manier waarop die moet worden ontwikkeld. De geschiedenis zal dan uitwijzen wie de winnaar is. Dat valt niet te voorspellen. Toen Nixon in 1971 de goudstandaard losliet, leek er immers een eind te komen aan de heerschappij van de dollar. In werkelijkheid kwam die er juist sterker uit tevoorschijn.
De andere mogelijke reactie is dat Washington probeert zijn tegenstrever af te remmen of zelfs te dwarsbomen. Dat zou dan zuiver reactief zijn. De gedachte zou zijn dat de ontwikkelingen die we in de afgelopen veertig of vijftig jaar in China zagen, gestuit of zelfs teruggedraaid kunnen worden om de wereldorde in zijn huidige vorm te bewaren. Het is twijfelachtig of zo’n strategie kans van slagen heeft. Radicale veranderingen in China zijn immers nog nooit door de VS veroorzaakt. En strenge exportbeperkingen of invoerheffingen zullen China waarschijnlijk hooguit dwingen andere manieren te vinden om zich te blijven ontwikkelen – manieren die steeds autonomer en onafhankelijker worden.
Een andere reden waarom dit beleid waarschijnlijk niet zal werken, is dat de geschiedenis zich nooit exact herhaalt. Om te bepalen welke ontwikkelingsmogelijkheden ze voor China willen blokkeren, zullen Amerikaanse beleidsmakers vooral kijken naar de mogelijkheden die voor de ontwikkeling van de VS van belang zijn geweest. Ze zullen onvoldoende oog hebben voor de volstrekt andere mogelijkheden die relevant zijn voor China’s technologische vooruitgang. Het is pas achteraf dat een bepaald ontwikkelingspad onvermijdelijk lijkt te zijn geweest.
Het tweede principe waarop de mondiale ordening moet berusten, is dat elk land vrij moet zijn in zijn keuzes. China is momenteel voor meer dan honderdtwintig landen de grootste handelspartner. De meeste daarvan willen geen blok vormen, ze willen opties open houden. Singapore, Zwitserland en veel Afrikaanse landen wegen liever rivaliserende voorstellen van Washington en Beijing tegen elkaar af dan dat ze bij voorbaat aan een van de twee gebonden zijn. Als de hele wereld werkt als een doorlopende verkiezing waarin grootmachten voortdurend om steun moeten dingen, dwingt dat hen zich steeds opnieuw te bewijzen.
Als de hele wereld werkt als een doorlopende verkiezing waarin grootmachten voortdurend om steun moeten dingen, dwingt dat hen zich steeds opnieuw te bewijzen.
Dit principe moet ook behelzen dat geweld en dreigementen tegen andere landen uit den boze zijn. Het is duidelijk wat dit betekent voor het streven van China en de VS om ieder hun eigen invloedssfeer te creëren. In die wedloop zouden ze geen gebruik mogen maken van dwang of geweld. De positie van een grootmacht zal uiteindelijk afhangen van haar vermogen andere landen en bevolkingen voor zich te winnen. Dat is een proef die ze zal moeten doorstaan en niet mag omzeilen door die landen en bevolkingen hun vrije keuze te ontnemen.
Dit principe geldt net zo goed voor Oekraïne. Het idee dat Oekraïne als prijs voor vrede afstand zou moeten doen van nauwere banden met Europa of de VS, kan geen basis vormen voor een goed functionerende mondiale orde. Sterker nog: het is niet de oplossing, maar juist de oorzaak van deze oorlog.
Deze twee principes zijn geen normen in de liberale zin van het woord. Het zijn randvoorwaarden die het bestaan van normen überhaupt mogelijk moeten maken. Ook de liberale regels zijn, zelfs binnen het Westen, te omstreden om als grondslag te dienen. De beginselen van verandering en vrije keuze zijn minder inhoudelijk en daarom duurzamer. Ze schrijven landen niet voor wat ze moeten worden. Ze maken de huidige grootmachten duidelijk dat zij andere landen niet mogen beletten een nieuwe weg in te slaan.
De huidige VN was bedoeld om wereldorde van Roosevelt en Stalin te bevriezen, en de structuur ervan weerspiegelt die ambitie nog altijd
Een nieuwe Verenigde Naties zou de logische instantie zijn om toe te zien op de naleving van deze principes, maar die nieuwe VN zou niet veel weg hebben van wat Roosevelt en Stalin in 1945 ontwierpen. De huidige VN was bedoeld om de toenmalige wereldorde te bevriezen, en de structuur ervan weerspiegelt die ambitie nog altijd. Een nieuwe organisatie zou vooral waken over de twee genoemde beginselen.
Het eerste betekent handhaving van het recht op technologische ontwikkeling, zonder uitzondering. Geen enkele grootmacht mag exportbeperkingen, sancties of investeringsbeperkingen opleggen die andere landen verhinderen de technologie van de toekomst op te bouwen. Het tweede komt neer op het recht om geopolitieke allianties te vormen en van alliantie te wisselen: geopolitiek stemrecht. Invloedssferen moeten worden verdiend in open rivaliteit met elkaar, niet afgedwongen met verdragen of geweld. De opdracht is dan niet om een specifieke machtsverhouding in stand te houden, maar te zorgen dat verschillende machtsverhoudingen elkaar vreedzaam kunnen opvolgen.
Het alternatief is de oude manier om dit soort kwesties te beslechten: oorlog. Maar in het nucleaire tijdperk wordt die niet langer gevolgd door een vredesconferentie. Telkens wanneer een grootmacht weigerde te erkennen dat ook zij deel uitmaakte van de cyclus van opkomst en ondergang van wereldrijken, liep dat uit op een ramp. Zes eeuwen nadat Ibn Khaldun met zijn idee van de cyclus van beschavingen kwam, kunnen we op zijn minst erkennen dat hij gelijk had. Net als de jeugd gelooft de macht zelden in haar eigen vergankelijkheid, totdat de bewijzen zich zo opstapelen dat ontkennen gênant wordt.
Vertaald door Frank Lekens
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?

