mana5280 ivG8LkDrtjs unsplash scaled

In februari van 1992 schrapte de Sloveense regering officieel 25.000 burgers uit het bevolkingsregister, waardoor ze van de ene op de andere dag illegale immigranten werden. ‘Ik beschouw dit donkere hoofdstuk uit de Sloveense geschiedenis al lange tijd als een smet op het geweten van mijn land. Maar tegenwoordig duiken de ideeën erachter ook elders in Europa op, en daarbuiten’, schrijft schrijver en filmmaker Miha Mazzini.

Je werk, je gezondheid, je huis – een groot deel van je dagelijks leven hangt ervan af of je officieel geregistreerd staat. Ben je burger van je land, met alles wat daarbij hoort? Ja, totdat een anonieme ambtenaar op een avond met één druk op de knop al je gegevens wist. Opeens ben je een illegale immigrant. Dit gebeurde in 1992 in Slovenië.

‘Ik ging met mijn zoon mee om hem in te schrijven op de middelbare school. De baliemedewerker bladerde door de papieren en keek mij vervolgens aan, alsof de jongen pal naast me er niet was. Uiteindelijk zei ze: “U hebt helemaal geen zoon. Hij bestaat niet.”’

Ik zal de blik van de vrouw die me dit verhaal vertelde nooit vergeten. Diep gekwetst en vol ongeloof. Na elke zin viel ze even stil, alsof ze zich door een mijnenveld bewoog. Tijdens onderzoek voor mijn boek Erased hoorde ik talloze van dit soort onvoorstelbare verhalen.

Op 26 februari 1992 schrapte de Sloveense regering in alle stilte 1,3 procent van haar burgers uit het bevolkingsregister. Het criterium was even simpel als beangstigend: iedereen die in een ander deel van het voormalige Joegoslavië was geboren en permanent in Slovenië woonde, raakte zijn staatsburgerschap kwijt – ook als diegene zichzelf als genaturaliseerd beschouwde. Daarmee verloren deze mensen hun verblijfsrecht, toegang tot de gezondheidszorg en hun pensioen. Alles dus.

zo kwam het dat haar zoon ophield te bestaan

Van de ene op de andere dag golden ze als illegale immigranten, zonder dat ze vooraf waren ingelicht en zonder de mogelijkheid bezwaar te maken. Het doel was Slovenië te zuiveren van een vermeende ‘vijfde colonne’ uit de Balkan en het land dichter bij Europa te brengen. 

Ik beschouw dit donkere hoofdstuk uit de Sloveense geschiedenis al lange tijd als een smet op het geweten van mijn land. Maar tegenwoordig duiken de ideeën erachter ook elders in Europa op, en daarbuiten. Regelmatig bereiken ons beelden en berichten van migranten die omkomen op de Middellandse Zee en in het Kanaal. Ze sterven aan de poorten van ‘fort Europa’.

En ook wie binnen de muren van dat fort woont, is misschien niet langer veilig, genaturaliseerd of niet. In een tijd waarin we voortdurend door camera’s in de gaten worden gehouden, is het niet moeilijk voor te stellen dat een ambtenaar weigert een vergunning te verlengen, of een kleine ‘overtreding’ van tientallen jaren geleden opdiept om je je staatsburgerschap af te nemen.

Het spook van ‘remigratie’ waart door Europa en werpt een steeds grotere schaduw over het continent. Wat Slovenië in 1992 deed, is verworden tot een blauwdruk voor een stille, bureaucratische vorm van staatsterreur.

De vrouw die me over haar zoon vertelde, woonde in een dorp tussen twee steden in. Toen ze zwanger was, moest ze kiezen in welke van de twee steden ze wilde bevallen. Na het uiteenvallen van Joegoslavië kwam de stad waar ze voor had gekozen aan de andere kant van de nieuwe grens te liggen, in Kroatië. Haar eigen dorp bleef Sloveens. En zo kwam het dat haar zoon ophield te bestaan.

er was een burger die officieel zo ongeveer elke denkbare ziekte opliep, aangezien hij zijn zorgpas steeds uitleende aan mensen die waren gewist

Zijn verhaal liep gelukkig goed af. Slovenië is een klein land en als je genoeg mensen kent vind je uiteindelijk wel iemand die je verder kan helpen. De jongen wist aan het lot van de ‘uitgewisten’ te ontsnappen en kon gewoon naar school. Met wie geen invloedrijke vrienden had, liep het vaak minder goed af.

Zo was er de man die onderweg naar zijn werk te hard reed en door de politie aan de kant werd gezet. Toen de agenten hem niet in het bevolkingsregister konden vinden, brachten ze hem naar een asielzoekerscentrum. Hij was weliswaar geboren in Servië, maar van alle voormalige Joegoslavische republieken grenst Slovenië alleen aan Kroatië, dus zetten ze hem daar de grens over. Kroatië was op dat moment echter in oorlog met Servië en behandelde de man als krijgsgevangene. Zijn enige geluk was dat hij niet in Kroatië was geboren: daardoor hoefde hij niet mee te vechten en belandde hij niet rechtstreeks aan het front.

Zes jaar lang hield 1,3 procent van de bevolking zich schuil en probeerde op alle mogelijke manieren te overleven. Ze werkten illegaal voor een schamel loon en waren volledig overgeleverd aan werkgevers en huisbazen. Eén man sloot zich op in zijn flat, leefde van oud ingeblikt eten en deed voor niemand open. Dat bleek een verstandige strategie. Er waren gevallen waarin gewiste burgers thuiskwamen en ontdekten dat de sloten waren vervangen: iemand had simpelweg hun flat ingepikt en was erin getrokken, in de wetenschap dat het slachtoffer toch geen beroep kon doen op de politie.

Er waren ook hartverwarmende verhalen. Zo was er een burger die officieel zo ongeveer elke denkbare ziekte opliep, aangezien hij zijn zorgpas steeds uitleende aan mensen die waren gewist. En de serveerster die tijdens haar dienst met een EHBO-doos naar buiten liep om een gewonde, gewiste man te verzorgen die zojuist uit het ziekenhuis was gezet. Maar ik wens het niemand toe om geheel afhankelijk te zijn van de goedheid van vreemden.

Een grimmiger Europa

In 1998 oordeelde het Sloveense constitutionele hof dat uitwissing ongrondwettelijk was, waarmee de acute dreiging afnam. Maar de lange weg naar het herstel van hun rechten en het verkrijgen van een schamele schadevergoeding voor de slachtoffers mondde uit in een slopende lijdensweg die voor sommigen tot op de dag van vandaag voortduurt.

Inmiddels staat er in Ljubljana een monument voor de uitgewisten en is er een park naar hen vernoemd. Maar het is altijd makkelijker om een monument op te richten dan excuses aan te bieden, laat staan de slachtoffers te geven waar ze recht op hebben. Het Verenigd Koninkrijk kent met de Windrush-generatie zijn eigen, nog altijd onopgeloste variant – ook zij kregen inmiddels een monument.

Veel van de gewisten hebben nooit aan hun status getwijfeld, omdat ze zichzelf als Slovenen beschouwden. Van de ene op de andere dag werd van hen verwacht dat ze zichzelf zouden uitzetten naar landen waarmee ze nauwelijks enige band hadden. Ik moest weer aan hen denken toen ik las over ‘Operation Second Look’ van de Amerikaanse regering, waarbij ICE-agenten dossiers van tientallen jaren geleden uitpluizen op zoek naar kleine administratieve onregelmatigheden, in de hoop mensen hun staatsburgerschap te kunnen afnemen.

En zoals zo vaak volgt Europa het voorbeeld van de Verenigde Staten. Toen Gregory Bovino, voormalig speciaal commandant van de Amerikaanse grenspolitie, onlangs in Europa was  werd hij als een rockster onthaald. Tijdens een rechtsconservatieve bijeenkomst in Portugal merkte hij op dat hij en de Oostenrijkse etnonationalist Martin Sellner ‘van hetzelfde blad spelen’. Misschien bracht het oorspronkelijke Sloveense experiment met ‘remigratie’ het land inderdaad dichter bij Europa, zoals destijds werd beweerd – maar dan bij een harder, grimmiger Europa.


Deel dit artikel


Recent verschenen