De Tunesische overheid is verplicht teruggekeerde militanten op te nemen en te vervolgen. Maar een deel van de bevolking wil ze liever verbannen.
De terugkeer van Tunesische strijders uit conflictgebieden in Syrië, Irak en Libië verscheurt het moederland. De Tunesische overheid zit klem tussen de druk van de bevolking om terugkerende terroristen het staatsburgerschap te ontnemen enerzijds, en anderzijds de internationale verplichting dat het land onderdanen opneemt en berecht die van banden met jihadistische groepen worden verdacht.
In zijn meest recente toespraak op oudejaarsdag verklaarde president Beji Caid Essebsi ferm dat Tunesië de wet zal toepassen op Tunesiërs die terugkeren van slagvelden in Syrië, Libië en Irak (‘We zullen ze niet met open armen ontvangen’). Maar begin december had Essebsi in een interview met Euronews juist gezegd dat jihadisten niet langer een bedreiging waren en dat velen van hen terug naar huis wilden (‘We stoppen ze niet allemaal in de gevangenis’).
Op 30 december beloofde premier Youssef Chahed weer een strenge vervolging van terugkerende jihadisten. Dat waren geruststellend bedoelde woorden, maar toch rees er diepe verdeeldheid in het land over hoe om te gaan met deze strijders. Op 8 januari gingen veel burgers de straat op in Tunis, gehoor gevend aan de oproep van activisten en intellectuelen te protesteren tegen de terugkeer van terroristen uit conflictgebieden.
Zwarte lijst
‘Als burger besef ik dat Tunesië nu in de ernstigste fase van zijn moderne geschiedenis zit,’ aldus een van de deelnemers aan het protest, historica en geschiedenisdocente Umeira al-Saghir. ‘Het land bereidt zich voor op de opvang van ten minste drieduizend mensen die een jihadistische ideologie aanhangen en getraind zijn in vechten, plunderen en verkrachten. Ze zijn verslagen en zitten vol wraakgevoelens. Veel Tunesiërs hebben video’s gezien waarin de terroristen dreigen hun landgenoten af te slachten.’
Haar conclusie: ‘Het beste is om deze terroristen hun nationaliteit te ontnemen. Dat kan: de wet op het burgerschap uit 1963, die in 2010 is gewijzigd, maakt het mogelijk het staatsburgerschap in te trekken van Tunesiërs die misdaden hebben begaan, zich hebben aangesloten bij een buitenlands leger, betrokken zijn bij vijandelijkheden tegen een buurstaat en trouw hebben gezworen aan een buitenlandse entiteit. Op terugkerende terroristen is weliswaar de terrorismebestrijdingswet van kracht, maar veel burgers vinden dat de rechterlijke macht laks optreedt tegen terreurverdachten.’
De Tunesische journalist en politiek analist Abdel Sattar Aydy wijst erop dat Tunesische strijders niet groepsgewijs of op een georganiseerde manier zullen terugkeren uit conflictgebieden. ‘Ze worden er min of meer toe gedwongen door de situatie aldaar. De nederlaag van met name Islamitische Staat in Libië, Syrië en Irak heeft een aantal van hen ertoe gedreven een toevluchtsoord te zoeken in andere gebieden. Ze weten dat ze op de Tunesische zwarte lijst van terroristen staan. Als ze het land in komen, wacht hen waarschijnlijk arrestatie. Als het aan hen ligt gaan ze dus liever naar andere slagvelden dan terug naar huis.’
Hij merkt daarbij op dat de Tunesische overheid ook helemaal niet zit te wachten op deze terroristen en ze niet wil repatriëren. ‘Maar ze is verplicht samen te werken met de internationale gemeenschap. Diplomatieke betrekkingen dwingen ons land de terugkeer van in het buitenland gearresteerde terroristen te accepteren en de verantwoordelijkheid te dragen voor hun vervolging. De politieke en juridische consequenties zouden voor Tunesië anders zeer ernstig zijn.’
Terwijl het debat voortwoedt, zijn de Tunesische autoriteiten begonnen militanten op te nemen die zijn beschuldigd van banden met jihadgroepen in het buitenland. Daar zit een aantal kopstukken bij. Zo heeft Soedan de Tunesische IS-leider Moaz al-Fazani overgedragen, aldus de Tunesische afdeling voor contraterrorisme. Al-Fanzani wordt beschuldigd van betrokkenheid bij de aanslag op het Nationaal Museum Bardo in maart 2015, waarbij eenentwintig mensen omkwamen, en van poging tot een bomaanslag op een Tunesische kleuterschool in oktober 2013. In afwachting van zijn proces zit hij in de gevangenis.
Daarnaast leverde Italië de terreurverdachte Nasreddin Bin Diab uit aan de Tunesische autoriteiten. Hij zou lid zou zijn geweest van een actieve cel in de buitenwijken van Milaan en operaties in Tunesië en andere landen hebben gepland. Ook hij wacht nu op zijn proces.
Ten slotte meldde het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken op Nieuwjaarsdag dat de ‘gevaarlijke terrorist’ Wanas al-Faqih, die was ontsnapt, door een gecoördineerde inspanning van inlichtingendiensten weer was opgepakt. Op Faqih, die banden zou hebben met leden van Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM), rust de verdenking dat hij slapende cellen en terreurnetwerken heeft gemanipuleerd.
Tunesische regering overweegt de bouw van een detentiecentrum, waar strijders die terugkeren uit conflictgebieden apart in kunnen worden ondergebracht
In zijn oudejaarstoespraak had president Essebsi een aantal van 2926 Tunesiërs genoemd die waren aangesloten bij terreurgroepen in Syrië, Libië en Irak. ‘De autoriteiten weten alles over het aantal landgenoten dat vecht in conflictgebieden en in welke landen zij zich bevinden,’ bezwoer het staatshoofd. Een in juli 2015 gepubliceerd VN-rapport over de inzet van huurlingen repte van veel meer Tunesiërs in conflictgebieden: 4000 in Syrië, 1000 tot 1500 in Libië, 200 in Irak, 60 in Mali en 50 in Jemen.
In een ander VN-rapport, van mei 2016, werd gemeld dat IS na zijn nederlagen buitenlandse strijders had aangemoedigd terug te keren naar hun geboorteplaatsen om daar aanslagen te plegen. Die waarschuwing kwam na de bekendmaking van het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken, begin 2016, dat 600 jonge mannen die in Arabische conflictgebieden hadden gevochten waren teruggekeerd. Eerder had het ministerie bekendgemaakt dat 92 Tunesische jihadisten na hun terugkeer onder huisarrest waren geplaatst.
Minister van Justitie Ghazi Jribi, ten slotte, onthulde tijdens een parlementaire zitting op 2 januari dat er in totaal 1648 individuen waren gearresteerd op verdenking van terrorisme. Genoeg voor een eigen gevangenis, en dat is wat de Tunesische regering dan ook overweegt: de bouw van een detentiecentrum waar strijders die terugkeren uit conflictgebieden apart in kunnen worden ondergebracht. De gewone, overvolle Tunesische gevangenissen staan bekend als broedplaatsen van jihadisme.
Auteur: Ahmed Nadhif
Vertaler: Carl Stellweg
Al-Monitor
Verenigde Staten | al-monitor.com
Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington DC. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.

