ode aan het station


Aaron Betsky, voormalig directeur van het Nederlands Architectuur Instituut en tegenwoordig rector van de Frank Lloyd Wright School of Architecture in Arizona, zingt de lof van het hedendaagse treinstation.

Of het nu om de curves van het Arnhemse station van UNStudio gaat, om Rotterdam Centraal van Benthem en Crouwel, het New Street Station in Birmingham van Alejandro Zaera-Polo, het eindelijk voltooide PATH Station op Ground Zero in New York van Santiago Calatrava of om het hogesnelheidstreinstation dat Andrew Bromberg voor Hongkong heeft ontworpen, overal overkappen spectaculaire nieuwe structuren treinen, bussen en niet te vergeten winkelcentra die forenzen trekken op hun weg naar en van het werk. Luchthavens verbleken erbij. Treinstations zijn onze nieuwe openbare verbindingspaleizen.

Wat deze stations voor mij vooral bijzonder maakt is dat ze, anders dan luchthavens, een buitenkant hebben die iets moet betekenen, waarmee ze de rol vervullen van iconen en bakens van toegang en vertrek (en niet te vergeten burgertrots), vaak in het hart van de stad. Hun binnenkant is, ondanks onheilspellende tekens na de aanslagen in Brussel, voor vrijwel iedereen toegankelijk.

De beste nieuwe stations stellen zich open voor de stad met al haar verlokkingen en gevaren

Anders dan luchthavens kunnen treinstations verzamelpunten en katalysators voor stedelijke verandering worden. Helaas betekent dit dikwijls dat ze gentrificatie in de hand werken. Maar vanbinnen lijken ze een zekere mate van gezonde armoe niet van zich af te kunnen schudden, met rugzaktoeristen, prostituees en bedelaars die zich vermengen met de brave burgers die zich doelmatig van en naar hun bestemming begeven.

De beste nieuwe stations stellen zich open voor de stad met al haar verlokkingen en gevaren. Ik heb altijd van het centraal station van Zürich gehouden vanwege de open zijgevels en voorgevel, zodat je vanaf de straat de treinen kunt zien en vanuit je coupé de stad. Het grote gebaar dat Benthem en Crouwel met hun Centraal Station in Rotterdam hebben gemaakt heeft een soortgelijk effect. Het TGV-station van Calatrava in Luik is al even poreus.

Deze stations zijn in wezen semigeconditioneerde ruimtes met expressieve daken, wat doet denken aan de opmerking van Rem Koolhaas dat ‘elke geconditioneerde ruimte conditioneel is’. Ze zijn alleen maar semibeperkt, en mooi op de koop toe.

Het voor 750 miljoen pond gerenoveerde New Street Station in Birmingham, inclusief winkelcentrum. – Christopher Furlong / Getty
Het voor 750 miljoen pond gerenoveerde New Street Station in Birmingham, inclusief winkelcentrum. – Christopher Furlong / Getty

Een ander soort stations vormen de grote knooppunten, vaak gecombineerd met een piranesische duik naar de rails. Het mooiste voorbeeld daarvan heb ik in Arnhem gezien, waar de structuur en de ruimte tot één spiraalvormig hart zijn vervlochten dat zich uitstrekt om de bewegingen van voetgangers, automobilisten, fietsers en treinreizigers te omvatten.

Deze ‘X die de plek markeert’ is een actief ijkpunt, zowel een activator als een logisch element dat mensen samenbrengt en hen op weg stuurt met nieuwe uitzichten en ervaringen terwijl de architectuur zich om hen heen blijft ontvouwen en openen.

Niet alle stations hoeven zo grandioos te zijn. UNStudio gebruikt de kennis die het meer dan tien jaar lang in Arnhem heeft opgebouwd voor het ontwerpen van stations in Qatar, terwijl nieuwe en veelbelovende ondergrondse projecten worden gerealiseerd in uiteenlopende steden als Moskou en Londen (het Crossrailproject). Koen van Velsens bescheiden station van Breda is net zo elegant en veelomvattend als de grootsere projecten, maar toegesneden op de kleinere gemeente die het bedient.

Buiten de stations brengen nieuwe spoorlijnen gemeenschappen samen op manieren waarvan we een generatie geleden niet hadden durven dromen. Door de hogesnelheidstreinen die kriskras door Europa rijden wordt het de normaalste zaak van de wereld om in het ene land te wonen, in het andere te werken en in weer een ander land naar een wedstrijd of concert te gaan.

Instantmetropolen

In China bouwen steden als Shenzhen honderden nieuwe metrostations die deze ‘instantmetropolen’ aaneen moeten breien met een intensiteit en een gemak die je bijna doen vergeten (ondanks de gruwelijke spitsdrukte) dat Londen, Parijs en New York meer dan een eeuw geleden juist dankzij zo’n ondergronds netwerk zo goed als grote steden konden functioneren.

Zelfs Los Angeles heeft nieuwe treinen die vanaf komende herfst het strand en de bergen weer zullen aansluiten op de rest van de uitgestrekte stad. En in Zuid-Amerika verbinden gondels rijk en arm om, in de woorden van Alfredo Brillembourg, de oprichter van Urban-Think Tank, ‘een diagonale stad’ te creëren.

Deel van het door Santiago Calatrava ontworpen PATH-station op Ground Zero in New York. – Spencer Platt / Getty
Deel van het door Santiago Calatrava ontworpen PATH-station op Ground Zero in New York. – Spencer Platt / Getty

Om al deze redenen zou ik willen betogen dat treinstations onze hedendaagse architectuur van de democratie zijn. Ze zijn open en toegankelijk, het zijn gedeelde ruimtes, ze brengen ons samen en ze vieren al dat samenkomen en verbinden met grandioze en vaak prachtige structuren.

Bovendien doen de beste van deze stations dat door toe te voegen, niet door aan te passen. Anders dan luchthavens combineren ze verschillende schalen en functies en brengen die bij elkaar in een stedelijke collage. Ze zijn expressief, maar niet als een grote veeg of bult. Anders dan voor onze grote nieuwe semipublieke monumenten, culturele instellingen en stadions heb je er geen toegangskaartje voor nodig en zijn het geen monoculturen.

Dat je van het Arnhemse knooppunt aan de ene kant in de parkeergarage kijkt en aan de andere in de fietsenstalling, en daarna omhoog naar de taluds waarover zich voetgangers reppen, schept een beeld van stedelijke spanning. De actie vindt plaats in ruimtes waar het licht en de geuren van de omgeving doordringen. De menselijke maat en het metropolitaanse bereik komen samen.

In de meeste stations vind je tegenwoordig nog maar weinig graffiti of artiesten, en dat is jammer

Ik wil niet naïef zijn in mijn liefde voor deze nieuwe stations. Ik ben me er terdege van bewust dat het in veel opzichten veredelde winkelcentra zijn die de circulatieruimte financieren met de huur van Starbucks en H&M, zodat je op ooghoogte alleen maar een overdekte winkelstraat ziet.

Ik ben me er ook van bewust dat Big Brother te allen tijde meekijkt en de feitelijke hoeveelheid vrijheid beperkt die je in treinstations kunt genieten. In de meeste stations vind je tegenwoordig nog maar weinig graffiti of artiesten, en dat is jammer.

De centrale hal van het nieuwe Station Arnhem. – Harold Versteeg / HH
De centrale hal van het nieuwe Station Arnhem. – Harold Versteeg / HH

Toch komt op de een of andere manier alles nog altijd samen in het treinstation. Treinkaartjes zijn relatief goedkoop, afhankelijk van waar je bent, wat deze reizigerscentra democratischer maakt dan luchthavens. Vroeg of laat zullen we allemaal de Sprinter of Intercity moeten nemen, ook al stappen we niet over op de TGV.

De eed die de grondslag vormde voor de Franse Revolutie werd afgelegd op een tennisbaan; revoluties plachten zich te voltrekken op boulevards en openbare pleinen. Misschien zullen de volgende vormen van democratie zich ontwikkelen vanuit de flitsmeute van forenzen onder de overkoepelende bogen en daken van een van deze nieuwe stations.

Auteur: Aaron Betsky
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Beeld bovenaan: Passagiers in het Ground Zero-station in New York. – © Gary Hershorn / Getty

Dezeen
VS | dezeen.com

Sinds 2006 een door velen geprezen site voor architectuur-, interieur- en designliefhebbers.


Deel dit artikel


Recent verschenen