Tag: architectuur

  • Aandacht trekken met een gebouw

    Aandacht trekken met een gebouw

    Sommige gebouwen zijn niet beroemd omdat ze belangrijk zijn, maar omdat ze opvallen. Ze circuleren op het internet rond als een soort architectonische memes, los van geschiedenis, functie of vorm.

    CUL gezicht huis compressed edited
    Face House, Kyoto. – © Wikimedia

    Op de blog Misfits’ Architecture schrijft de Britse Graham McKay wekelijks over architectuur. Hij verzet zich tegen ‘dysfunctionalism’: gebouwen die er spectaculair uitzien maar slecht functioneren – de zogenaamde meme buildings. Het zijn gebouwen die makkelijk als beeld verspreidbaar zijn, als een herkenbare vorm die meteen begrepen, gedeeld en meestal ook besproken wordt voordat iemand er goed naar heeft gekeken.

    CUL Opera Sydney compressed edited
    Sydney Opera House. – © Wikimedia

    De aantrekkingskracht is duidelijk. Een gebouw dat eruitziet als een vis, een mandje of een eend, onthoud je sneller dan een ontwerp dat esthetisch én praktisch goed doordacht is. Dat verklaart waarom mimetische architectuur al decennialang opduikt in de Verenigde Staten en ver daarbuiten: een gebouw krijgt de vorm van wat het verkoopt, of van wat het wil betekenen.

    CUL Eend compressed edited
    The Big Duck. – © Wikimedia

    Op de plek waar nu The Big Duck staat, werden voorheen eenden en eieren verkocht. Of neem het ‘basket-gebouw’ van Longaberger in Ohio, een hoofdkantoor in de vorm van het product van het bedrijf zelf. McKay’s punt is overigens subtieler dan louter spot: het gaat hem om de manier waarop architectuur zich steeds vaker laat lezen als beeldcultuur waarin de meme geen bijzaak meer is, maar onderdeel van het ontwerp.

    CUL hangende schijf compressed
    Australian Pavilion, Osaka Expo 1970. – © Getty Images

    Ontsnappen aan het algoritme van de aandacht lukt ook in de architectuur niet. Het levert gelukkig vaak nog onverwachte en gedurfde ontwerpen op.

    CUL patrijspoorten compressed edited
    Een huis dat op een vliegende schotel lijkt, de Futuro II, kreeg de hoofdprijs in een fotowedstrijd die door de Arrow Company wordt georganiseerd voor studenten uit het hele land. De Futuro II heeft een diameter van 8 meter, is 3,7 meter hoog, biedt comfortabel plaats aan twee tot vier personen en wordt geleverd als een volledig zelfvoorzienend huis. – © Getty Images

  • Hoe een uitgebreid palensysteem Venetië al 1600 jaar op de been houdt

    Hoe een uitgebreid palensysteem Venetië al 1600 jaar op de been houdt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kameroen: vier doden tijdens protesten tegen president Biya

    » Oost-Duitsland haalt West-Duitsland in wat betreft welzijnsniveau

    Weinig funderingen gaan zo lang mee als die van Venetië

    De stad Venetië gaat al 1600 jaar mee dankzij de fundering van miljoenen korte houten palen waarop ze gebouwd is. Bomen van verschillende lengtes die met hun punt naar beneden in de grond zijn geslagen, dragen al eeuwenlang stenen palazzo’s en hoge klokkentorens – een knap staaltje techniek dat de krachten van de natuur benut. Maar weinig funderingen gaan zo lang mee als die van Venetië, aldus ScienceDirect.

    Hoewel Venetië niet de enige stad is die op houten palen is gefundeerd, zijn er belangrijke verschillen met andere steden die de stad uniek maken. In het geval van bijvoorbeeld Amsterdam lopen de houten palen helemaal door tot aan de rotsbodem en fungeren ze als de poten van een tafel. Dat werkt prima als de rots zich dicht bij het oppervlak bevindt. Maar in veel regio’s ligt de rotsbodem ver buiten het bereik van de palen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De fundering van Venetië is gebaseerd op het idee dat de grond versterkt wordt door er zoveel mogelijk palen in te steken, waardoor er aanzienlijke wrijving ontstaat tussen de palen en de bodem. De technische term hiervoor is hydrostatische druk, wat in feite betekent dat de grond de palen ‘vastgrijpt’ als er veel dicht op elkaar op één plek worden geplaatst.

    De Venetiaanse palen werken op deze manier: ze zijn te kort om de rotsbodem te bereiken en houden de gebouwen overeind dankzij wrijving met de bodem. Na meer dan anderhalf millennium in het water te hebben gestaan, zijn de funderingen van Venetië opmerkelijk veerkrachtig gebleken.

    Ze zijn echter niet immuun voor schade. Zo ontdekte een onderzoeksteam tien jaar terug dat het hout van de onderzochte constructies beschadigd was. Gelukkig hield het systeem van water, modder en hout alles nog bij elkaar.

  • China opent officieel de hoogste brug ter wereld: 625 meter

    China opent officieel de hoogste brug ter wereld: 625 meter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verkiezingen in Moldavië: pro-Europese PAS behaalt absolute meerderheid

    » VS: vier doden en acht gewonden bij schietpartij in mormoons kerkgebouw

    De brug verkort de reisafstand van twee uur naar twee minuten

    De Huajiang Grand Canyon-brug, waarvan de bouw in 2022 van start ging, is sinds zondag open voor het verkeer. De brug is 625 meter hoog, ‘bijna twee keer zo hoog als de Eiffeltoren’, aldus Global Times, en ligt in de provincie Guizhou in het zuidwesten van het land. Het vorige record stond op 565 meter, dat eveneens gevestigd was door een constructie in Guizhou.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De brug is niet alleen een architecturale en technische prestatie, maar moet volgens Global Times ook bijdragen aan de ‘economische en sociale ontwikkeling’ van deze bergachtige regio, die lange tijd geïsoleerd was. De brug verkort de afstand tussen de twee bergen die hij verbindt van twee uur naar twee minuten, aldus China Daily. Volgens de krant zou Guizhou de helft van de honderd hoogste bruggen ter wereld herbergen.

  • Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Een Zwitsers architectenbureau wist met een paar subtiele ingrepen de openbare ruimte in het dorpje Monte voor ouderen en jongeren te verrijken. Die strategie moet nu als voorbeeld dienen voor krimpende en vergrijzende dorpen in heel Zwitserland.

    De eigenares van de dorpswinkel in Monte, in de Valle di Muggio (in het kanton Tessino), heeft de broodjes al klaargelegd. Ze kent de architecten Rina Rolli en Tiziano Schürch van architectenbureau Studioser goed, sinds die het dorp de laatste twee jaar hebben onderzocht en aanpassingen hebben aangebracht.

    De dorpswinkel diende al eerder als trefpunt; nu is hij ook architectonisch als zodanig te herkennen. De architecten hebben de straat voor de winkel geplaveid en er een bank geplaatst. Een kastje aan de buitenmuur fungeert als etalage. In de winkel, die ook als improvisatorisch café dient, zijn tafels neergezet en een paar kasten gebouwd. De architectonische ingrepen zijn vrijwel onzichtbaar, en toch hebben ze het dagelijks leven merkbaar verbeterd.

    Het project volgde op een studie die werd uitgevoerd in opdracht van drie gemeenten in Tessino en de Zwitserse Seniorenraad. Die studie moest uitzoeken hoe het leven van de vergrijzende bevolking in plattelandsgebieden kan worden verbeterd. Daar kwamen tien aanbevelingen uit voort, die variëren van sociale en technische tot bouwkundige maatregelen. De gemeente Castel San Pietro gaf bureau Studioser vervolgens de opdracht om op basis daarvan interventies te bedenken voor het dorpje Monte, dat twintig jaar eerder aan de gemeente was toegevoegd. In totaal hebben de architecten acht kleinere projecten uitgevoerd.

    Voor het voormalige gemeentehuis hebben ze een massieve stenen tafel van natuursteen gebouwd, waar metalen stoelen met filigraanwerk omheen staan. Hier kunnen de bewoners elkaar treffen. De opwaardering van de openbare ruimte compenseert de benauwde ruimtelijke verhoudingen in de oude stegen en huizen. De architectonische ingrepen zijn zowel praktisch als sfeerscheppend. Een leuning geeft houvast in de smalle stegen. Op een bankje kunnen mensen even op adem komen.

    Knikkerbaan

    Daarmee is het steile dorp met de smalle huizen echter nog niet geschikt voor rolstoelen. Toch maken de ingrepen het voor oude mensen mogelijk om langer in het dorp te blijven wonen. En ook de jongere bewoners profiteren ervan. De trapleuningen kunnen door kinderen worden gebruikt als knikkerbaan; de juiste knikkers kun je in de dorpswinkel kopen. ‘Ons doel was niet alleen maar om leuningen in het hele dorp te maken, maar om net als architect Lina Bo Bardi poëtische en naïeve opvattingen te verbinden met politieke en sociale behoeften,’ zegt Rina Rolli.

    De twee architecten spraken met veel van de circa honderd inwoners, die hun fotoalbums openden en herinneringen aan vroeger ophaalden. Tijdens deze informele gesprekken leerden de architecten het dorp beter kennen, zodat ze daar met hun werk bij konden aanknopen. ‘Onze architectuur maakt de geschiedenis van het dorp zichtbaar,’ zegt Tiziano Schürch. De geplande opwaarderingen lijken vaak bijna het werk van monumentenzorg. Een stenen huis waarin ooit kastanjes werden gedroogd, werd door de architecten slechts voorzien van een informatiebordje waarop alle deelprojecten gemarkeerd staan.

    De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften

    De architecten verwijzen naar Hermann Czechs ‘stille architectuur’, die alleen spreekt als het haar gevraagd wordt. De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften. Bij de ingang van het kerkhof werd een kleine bronwaterfontein geplaatst, die met het marmer, de stenen platen en het beton de materiële geschiedenis van de regio vertelt. Bij het voormalige washuis in het bos was ooit een vuurplaats. Naast de dorpsbron werd een boom geplant, die in een muurtje gevat is dat als zitgelegenheid dient.

    Schürch en Rolli zien architectuur als een maatschappelijk instrument. Ze betrekken de bewoners erbij en geven dan vorm aan kleine ingrepen die duidelijk door de hand van een architect zijn ontworpen – tot en met de verklarende folder. Hun visie op het geheel herinnert aan architect Luigi Snozzi, die vanaf 1977 het dorp Monte Carasso nieuw leven inblies en uitbreidde. Maar Studioser gaat met een andere maatstaf en in een andere taal te werk dan Snozzi. In Monte zie je geen bouwwerken van sierbeton, maar subtiele gestes voor dagelijks gebruik. ‘Andere plaatsen kunnen van Monte leren,’ zegt burgemeester Alessia Ponti. ‘De ingrepen zijn klein, maar belangrijk voor de bewoners.’ Castel San Pietro wil zijn dorpscentrum renoveren en Monte daarbij als voorbeeld nemen. Cruciaal daarbij is dat de inwoners meedenken. ‘Zonder betrokkenheid van de mensen maakt zelfs de beste oplossing weinig verschil.’

    Monte is een pittoresk dorp, de Valle di Muggio een idyllisch landschap. De architecten hoefden niet veel meer te doen dan deze sterke punten met kleine speldenprikjes nog beter tot hun recht te laten komen. In andere, grotere plaatsen zal hun poëtische aanpak op grenzen stuiten. Maar ook daar biedt hun strategie om een plek nauwkeurig te lezen en aan te passen mogelijkheden voor de openbare ruimte die vaak verwaarloosd wordt – juist voor gemeentes waar de bevolking wegtrekt en waar de financiële ruimte voor zulke ingrepen beperkt is.

    Architectonische thuiszorg

    Het project trekt ook buiten het dorp de aandacht. Het Duitse tijdschrift voor architectuur Bauwelt heeft het onderscheiden met een prijs voor beginnende architecten. Verleden jaar hebben de architecten met studenten een zomerschool georganiseerd die in de hele vallei kleine interventies heeft ontworpen en uitgevoerd. Monte heeft met Studioser een speelplaats gepland. De buurgemeente Breggia heeft de architecten opdracht gegeven een soortgelijke analyse van het dorp te maken.

    Anders dan het Bilbao-effect, dat met een spectaculair project een hele stad ingrijpend verandert, heeft het Monte-effect een subtiele uitwerking op het dorp. Het kan de vergrijzing en de leegloop in de dorpen niet stoppen; daarvoor zijn grotere economische factoren en de maatschappelijke realiteit verantwoordelijk. In Monte was het aantal inwoners al voor het project begon stabiel. Maar zorgvuldig onderhoud van het dorp kan het leven van degenen die er blijven wonen verrijken en misschien nieuwe mensen aantrekken. De aanpassingen zijn een soort architectonische thuiszorg, die met weinig kosten een beter leven in de oude omgeving mogelijk maakt.

    Meergeneratiewoningen

    In Japan wordt het traditionele gezinsmodel op de proef gesteld door sociologische experimenten zoals de Nagaya Tower in Kagoshima. De Spaanse krant El País wijdde een reportage aan deze ’toren van Babel’ waarin 43 mensen van 8 tot 93 jaar oud wonen. Dit gebouw voor een ‘familie zonder bloedbanden’, met gedeelde ruimtes en toegewijd personeel, zou volgens een van de bewoners geïnspireerd zijn door de nagaya, langgerekte huizen uit de Japanse Edoperiode, die meer dan honderdvijftig jaar geleden een collectieve levensstijl vormden. Van kinderen tot ouderen, van gezinnen tot alleenstaanden, iedereen woonde er samen in hetzelfde gebouw rondom de gemeenschappelijke put en had verschillende taken en bezigheden, zoals de was doen of het huishouden verzorgen.
    De gemeenschap in Kagoshima, die ook een opvangcentrum herbergt voor kinderen met een geestelijke beperking, is opgericht door een arts die zich zorgen maakte over het isolement van ouderen en mensen met een handicap, wezenlijke problemen in het land met de oudste bevolking ter wereld. Volgens het tijdschrift Frame loopt Japan voorop op het gebied van meergeneratiewoningen en kan het model ‘dienen als inspiratie voor andere locaties die minder vergevorderd zijn op dit gebied’.

    Inspiratie van elders

    ‘Het is nu CO2 in plaats van olie dat bepaalt wat mooi is of niet in de architectuur,’ zo vat architect Philippe Rahm zijn essay ‘De Antropoceen-stijl’ samen voor de Zwitserse krant Le Temps. Rahm nodigt ons uit om onze gewoontes wat betreft interieurdecoratie te heroverwegen, of beter gezegd: om de functionele aard ervan niet uit het oog te verliezen. Een tapijt voorkomt dat je koude voeten krijgt, een wandtapijt isoleert een muur, een spiegel reflecteert het licht: allemaal functies die met de opkomst van strakke, minimalistische interieurs in de twintigste eeuw vergeten lijken te zijn. Dit moderne interieur is weliswaar leefbaar gemaakt door airconditioning en verwarming – en dus door fossiele brandstoffen – maar dat is nu achterhaald door klimaatverandering.
    In plaats van het wachten op nieuwe technologieën om steden aan te passen aan de klimaatverandering zouden we misschien inspiratie kunnen putten uit de architectuur die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld in de hitte van de Arabische wereld. Zoals de mashrabiya, de decoratieve houten roosters en raampjes met ademende materialen uit de traditionele Arabische architectuur. Of uit een villa in de Braziliaanse jungle. De Braziliaanse beeldhouwer João Machado ontwierp een tuin op meer dan duizend meter boven de zeespiegel, die meer dan vierhonderd plantensoorten van over de hele wereld herbergt, aldus The Guardian. Het huis is gebouwd met stenen uit de regio en gerecycled hout, en heeft een volledig begroeide gevel die de woning in de loop van de tijd ‘onzichtbaar’ zal maken.

    Onderdompeling in het groen

    Midden in een uitgestrekt groen gebied staat een indrukwekkend gebouw met gevels van glas, zuilen van boomstammen en panelen van ruw hout. ‘Het Bosbad’ is door het Nederlandse architectenbureau Gaaga ontworpen en gebouwd in park Bosrijk in Eindhoven. Volgens het Britse tijdschrift Dezeen is het ontwerp geïnspireerd op de Japanse praktijk van shinrin-yoku, oftewel ‘zichzelf onderdompelen in het bos’, een therapeutische handeling om lichaam en geest tot rust te brengen. Deze zen-benadering komt tot uiting in de constructie van het gebouw met duurzame en recyclebare materialen, bedoeld om de harmonie en de continuïteit met de natuurlijke omgeving te waarborgen. Het Bosbad heeft een open binnenstraat, van waaruit slingerende groene paden naar het omliggende bosrijke park leiden. Het perceel gaat daardoor perfect op in het omringende groen.

    Samen in een ‘mommune’

    Het delen van woonruimte kan ook in een ‘mommune’. Deze Engelstalige samentrekking van mom en commune verwijst naar alleenstaande moeders die besluiten samen te wonen om de dagelijkse taken en de opvoeding van hun kinderen te delen, schrijft The New York Times. Het fenomeen is niet nieuw, maar sinds de coronapandemie betreft het in de Verenigde Staten niet alleen meer vrouwen van kleur of van Latijns-Amerikaanse afkomst, maar ook witte vrouwen uit de middenklasse. ‘We willen dat onze kinderen veilig opgroeien en we willen de steun krijgen die we als mensen verdienen. De economische basis is woonruimte,’ zegt een van hen tegen de krant. ’Het is de meest logische stap, overal zie je de behoefte om te delen. Als de nood hoog is, is de bereidheid daartoe ook groot. Dat is wereldwijd zichtbaar,’ aldus The New York Times. Binnenkort worden ook in Parijs de eerste mommunes geopend.

  • Gat in het gebouw

    Gat in het gebouw

    Overal ter wereld bevinden zich architectonische hoogstandjes die gezichtsbepalend zijn voor een stad. Die enorme gebouwen zijn ook op te vatten als een beperking voor licht, lucht en ruimte. Zouden er daarom zo veel gaten en doorkijkjes in zijn aangebracht?

    Het Atlantis Condominium (1982) van bureau Arquitectonica, dat vijf seizoenen langskwam in de serie Miami Vice, is volgens de annalen het eerste gebouw waarin een groot vierkant is vrijgehouden. Het heeft meerdere AIA Test of Time Awards gewonnen, en het gat kreeg veel volgelingen. Zo ontwierpen de Nederlandse architecten van MVRDV in 2018 de spectaculaire Future Towers in het Indiase Pune, met grote, kleurige openingen die verbinding maken met de centrale gang. MVRDV vernieuwde het concept van een ‘gat’ en gebruikte de openingen, van soms wel drie verdiepingen hoog, voor dwarsventilatie in de gemeenschappelijke ruimtes. Arquitectonica zou altijd trouw blijven aan het formaat van hun eerste vierkante raam zonder glas, en maakte er zijn handelsmerk van.

    Loze ruimtes

    Het nadeel van dit soort gaten, of van welke gaten in gebouwen dan ook, is dat het loze ruimtes zijn die niet tegen de kubiekemeterprijs kunnen worden verkocht, en die behalve licht geen voorzieningen toevoegen. Maar voor wie niet alles wil monetariseren kan het ook een teken van prestige zijn om ruimte in een ruimte te scheppen. 

    Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd

    China kent veel gebouwen met gaten, maar dat heeft vaak weer andere redenen. Zo moeten draken kunnen afdalen voor hun dagelijkse reis naar de oceaan en zich vrijelijk door gaten in gebouwen kunnen bewegen. Soms, geholpen door een reflectie, heeft het gat als doel het geluksnummer 8 af te beelden. Chinese gaten in gebouwen zijn daarmee allemaal uitzonderingen: ze symboliseren iets, in tegenstelling tot de eerdergenoemde voorbeelden, waarbij de structuur vaak bedacht is om de structuur zelf. De CCTV-toren in Beijing, van Rem Koolhaas’ bureau OMA, heeft zowel een verticaal als een horizontaal gat. Het frame lijkt op de pi-vorm, die teruggaat tot de oorsprong van China. 

    Maar het spectaculairste gat in een gebouw, of laten we het in dit geval een ‘leemte’ noemen, is dat in hotel The Opus in Dubai, van wijlen Zaha Hadid. De twee afzonderlijke torens smelten samen tot een enkelvoudig, kubusvormig geheel. De vorm die uit de kubus lijkt te zijn gesneden, geeft het hotel een bijna vloeibare vorm, alsof het kan bewegen. Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd. En zo richten gaten in gebouwen vaak de aandacht op zichzelf en lijsten het uitzicht in dat aan weerskanten te zien is. 

  • MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    De Mukaab is het zoveelste megalomane stedelijke project uit de koker van Mohammed bin Salman, alias MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. MBS wil de economie diversifiëren, want die is nu nog volledig afhankelijk van olie-inkomsten.

    Het nieuwste stedelijke megaproject van Mohammed bin Salman, bijgenaamd ‘MBS’, de kroonprins van Saoedi-Arabië: de Mukaab, een gigantisch kubusvormig bouwwerk met een hoogte, breedte en diepte van 400 meter. Het moet het symbool van Riyad worden. Een soort Saoedische Eiffeltoren of Big Ben, maar dan in XXL-formaat, met 2 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak, die plaats moet bieden aan een armada van hotels, winkelcentra en zelfs een ‘immersief theater’. Volgens berekeningen van de Amerikaanse media belooft deze mastodont twintig keer zo groot te worden als het Empire State Building.

    Dit Babylonische project is afkomstig uit de koker van MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. Hij wil een revolutie ontketenen in het koninkrijk door te breken met ouderwetse sociaal-religieuze aspecten en door de economie, die nu nog volledig afhankelijk is van olie-inkomsten, te diversifiëren.

    Voordat hij zijn plan voor de Mukaab lanceerde, had deze overactieve, met games opgegroeide dertiger al andere projecten geïnitieerd die minstens zo opzienbarend zijn: Neom in het noordwesten van het land, een megalopolis met robotbedienden, vliegende taxi’s en een kunstmaan; The Line, een klimaatneutrale stad die zich in een lijn van 170 kilometer lang uitstrekt door de woestijn; Qiddiya, een reusachtig entertainmentproject aan de rand van Riyad dat drie keer zo groot moet worden als Parijs; Trojena, een prestigieus skiresort in de bergen boven de stad Tabuk, waar naar verwachting de Aziatische Winterspelen van 2029 zullen worden gehouden; het Red Sea Project, met een reeks super-de-luxe hotels aan de Rode Zee, et cetera.

    Imago opvijzelen

    Grillen van een megalomane postpuber? Pogingen om minder flatteuze acties in het vergeetboek te doen geraken, zoals de rampzalige oorlog in Jemen of de moord op journalist Jamal Khashoggi, die in 2018 in het Saoedische consulaat in Istanboel met een botzaag in stukjes werd gesneden?
    De werkelijkheid is complexer. Naar alle waarschijnlijkheid zal maar een deel van deze enorme bouwwerken het daglicht zien, geheel in lijn met eerdere half voltooide megaprojecten. Zo is de Koning Abdoellah Economische Stad, waarmee de voorganger van Salman een eiland van liberalisme wilde stichten aan de oevers van de Rode Zee, nooit echt van de grond gekomen. Het faraonische karakter van de projecten is bedoeld om het imago van de Saoedische kroonprins op te vijzelen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, dat van de jonge prins die zich meer dan ooit als ondernemer van de toekomst presenteert, naar het voorbeeld van een van zijn idolen, Elon Musk, de baas van SpaceX die Mars wil koloniseren.

    De productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag

    Deze projecten zijn een teken voor de rest van de planeet, en in het bijzonder voor investeerders, dat het koninkrijk daadwerkelijk bezig is zich aan zijn verstarring te ontworstelen. ‘MBS wil een nieuw Saoedi-Arabië creëren, en het lijdt geen twijfel dat hij daarin slaagt,’ zegt Bertrand Besancenot, voormalig Frans ambassadeur in Riyad, die in 2015 zag hoe het nieuwe fenomeen zijn intrede deed op het Saoedische politieke toneel. ‘Hij ziet zichzelf als de nieuwe Ibn Saoed (de eerste koning van het moderne Saoedi-Arabië, die het koninkrijk in 1932 tot een eenheid smeedde) en wil van zijn land een van de tien machtigste ter wereld maken.’

    Deze kentering begon in 2016, met de inperking van de bevoegdheden van de zedenpolitie. De muttawa, die een sinistere reputatie genoot, was belast met de handhaving van de geboden van het wahabisme, de ultrapuriteinse stroming binnen de islam die lange tijd de staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië was. In de jaren daarna heeft MBS de zachte dictatuur waarvan lange tijd sprake was weliswaar vervangen door een ultra-autoritair bewind, maar is hij doorgegaan met het doorbreken van taboes, door muziekuitvoeringen toe te staan (2016), het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen (2017), bioscopen te heropenen (2018), de scheiding tussen mannen en vrouwen in restaurants op te heffen (2019), winkels toestemming te geven om tijdens gebedstijden open te blijven (2021) et cetera.

    Vierde Saoedische staat

    Het dewahabiseringsproces is in gang gezet, en te oordelen naar het succes van de hervormingen is de bevolking, van wie tweederde jonger is dan 35, rijp voor deze revolutie. Het proces is des te moeilijker te stoppen doordat MBS ervan verzekerd is dat hij na de dood van zijn vader, die nu 87 is, de troon zal bestijgen; rekening houdend met zijn jonge leeftijd (37) zou hij, mits er geen ongelukken gebeuren, nog drie of vier decennia moeten kunnen regeren.

    ‘We zijn in feite getuige van de geboorte van de vierde Saoedische staat,’ zegt politicoloog Stéphane Lacroix, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland. Eerst was er het emiraat Diriyah, dat duurde van 1727 tot 1818, toen het emiraat Nadjd, van 1824 tot 1891, en daarna het koninkrijk dat in 1932 door Abdoel Aziz al-Saoed werd gesticht. ‘Dit idee van een vierde staat was een geliefd thema van de Saoedische oppositie, die lange tijd heeft gedroomd van de stichting van een constitutionele monarchie,’ aldus Lacroix. ‘Maar MBS is bezig een geheel ander project te verwezenlijken: een door moderniseringsdrift en grootheidswaanzin bezielde autocratie. Hij is de opperheerser die alle regels aan zijn laars lapt, goedschiks of kwaadschiks.’

    Vrouwen

    Met dit hervormingsproces was al langzaam maar zeker een begin gemaakt in de tijd van koning Abdoellah. Aan hem is, behalve de Economische Stad, ook de toegang van vrouwen tot de Majlis al-Shura (het Saoedische surrogaatparlement) te danken, evenals het staatsmonopolie op fatwa’s en de eerste investeringen in toerisme en mijnbouw – de twee belangrijkste sectoren waarmee MBS de afhankelijkheid van olie wil verminderen. Maar de macht in Saoedi-Arabië was in die tijd nog sterk verdeeld en de pogingen van Abdoellah liepen vaak al snel spaak.

    Mohammed bin Salman heeft lering getrokken uit deze mislukkingen en besloten dat het systeem alleen kan worden veranderd door het ten val of op z’n minst aan het wankelen te brengen. Vandaar zijn grootschalige arrestatiecampagnes, zowel onder islamisten als liberalen, en zowel binnen de koninklijke familie als binnen vooraanstaande zakenfamilies en geestelijke kringen. Zo wil hij een verticale machtsstructuur creëren en het – al dan niet reële – verzet tegen zijn grootse plannen breken.

    Vooral op religieus gebied heeft hij opvallend veel succes geboekt. De wahabitische geestelijkheid die in ruil voor haar trouw aan koning Saoed de hele maatschappij haar obscurantistische credo oplegde, is volledig monddood gemaakt. De islamitische toon wordt inmiddels gezet door MBS zelf, die zich heeft ontpopt als een voorvechter van de iitidal, de religieuze gematigdheid. Tijdens een opzienbarend interview met de zender Al-Arabiya in 2021 tergde de kroonprins de traditionalisten zelfs tot het uiterste door op te roepen om Mohammed ibn Abdul-Wahhab, stichter van het wahabisme, niet als een heilige te vereren.

    Deze modernisering wordt niet alleen ingegeven door imago-overwegingen. In een recent boek, L’Arabie saoudite. De l’or noir à la mer Rouge, beschrijft de Franse historicus en diplomaat Louis Blin, voormalig consul in Djedda, hoe het ‘antimodernisme’ van de fundamentalisten, gepaard met de verslaving aan het zwarte goud, de industriële ontwikkeling van Saoedi-Arabië heeft gedwarsboomd. ‘Het welslagen van de postwahabitische gok van de kroonprins staat of valt met zijn vermogen om het rentenierssysteem dat door de salafisten wordt gesteund te vervangen door een productie-economie,’ aldus Blin.

    Maar de productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag, en de kroonprins weet dat. Het succes van zijn plannen is afhankelijk van een ontwikkeling van het arbeidsethos en een integrale hervorming van het lokale opleidingsstelsel. Het bekeren van de Saoediërs tot het wereldwijde materialisme, het onuitgesproken doel van Mukaab, Trojena en andere soortgelijke projecten, zal niet volstaan om het koninkrijk te hervormen.

  • Francis Kéré ontvangt als eerste Afrikaanse architect de Pritzker Prize

    Francis Kéré ontvangt als eerste Afrikaanse architect de Pritzker Prize

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filipijnen voeren eindelijk wet in tegen seksueel misbruik van minderjarigen

    » Twee journalisten van Fox News gedood in Oekraïne

    Burkinese architect wint prestigieuze prijs

    ‘Met deze prijs, die beschouwd wordt als de Nobelprijs van de architecteur, wordt Francis Kéré de beroemdste Afrikaanse architect’, schrijft Burkina24 over de toekenning van de Pritzker Architecture Prize aan de Burkinese architect, afgelopen dinsdag. Francis Kéré maakt al vele jaren indruk op de wereld van de architectuur. Hij heeft verschillende werken op zijn naam staan in Burkina Faso, Mali, Togo en Europa. ‘Tijdens de huidige veiligheidscrisis moet ons land niet vergeten dat het ook uitzonderlijke mannen als Francis Kéré heeft voortgebracht’, aldus de site.

    ‘Het is mede dankzij zijn toewijding aan het verheffen van de gemeenschap waar hij vandaan komt dat Kéré, zesenvijftig jaar oud, de Pritzker Prize verdient, de hoogste eer in de architectuur’, schrijft The New York Times.

    ‘Zijn gebouwen (…) zijn verbonden met de grond waarop ze staan en met de mensen die er gebruik van maken. Ze zijn aanwezig maar niet pretentieus en hebben impact vanwege hun gratie’, citeert de krant het juryrapport.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan

    Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.

    In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine
    groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.

    Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft

    Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.


    Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan

    Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.

    Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.


    Groenland legt olie-exploratie aan banden

    Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.

    ‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’

    Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’

    Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.


    Marble Arch Mound

    Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.

    Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.

    marble arch mound has a serious message says mvrdv in defence of attraction dezeen 2364 col 4 1536x1152 kopie 1 1
    © Dezeen

  • Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Lange tijd werd de wolkenkrabber gezien als ‘ouwe, nutteloze meuk’. Toch zal de wereld eind dit jaar 133 gebouwen rijker zijn van meer dan 200 meter hoog. Tegenwoordig zijn het vooral woontorens die aan de wolken krabben – voor de rijken.

    In de tijd dat de architect Mohammed Atta vlucht nummer 11 van American Airlines in de noordelijke toren van het World Trade Center boorde, leek het idee van de wolkenkrabber een overblijfsel uit de twintigste eeuw, ouwe, nutteloze meuk. ‘De wolkenkrabber was het product van een geëxalteerd machtsparadigma,’ schrijft José Antonio Tallón in zijn proefschrift, getiteld Van Rem Koolhaas tot Gordon Matta-Clark. ‘Het idee werd op een bepaald moment in de geschiedenis omarmd, maar vanaf de jaren 1970 begon het inzicht door te dringen dat het een karakterloos product was van de rationalistische architectuur, bestemd voor het tabula rasa van een disfunctionele, generieke stad.

    In zijn proefschrift ontvouwt Tallón de theorie dat de wolkenkrabber zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld tot een soort architectonisch niets, even expansief en destructief als de ivoren toren in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Het beste voorbeeld van deze decadentie waren de Twin Towers, die vernietigd werden in een van de ergste terroristische aanslagen die ooit in de westerse wereld werden gepleegd.

    Negatief imago

    In 2001 waren er in de hele wereld 263 gebouwen van meer dan 200 meter hoog. Ze werden als ondoelmatig beschouwd (vanaf 150 meter worden ze vanwege problemen met stijfheid en onderhoud onrendabel) en ze kregen een negatief imago. ‘In de opeenvolgende crises van de twintigste eeuw ontwikkelden de middenklassen een antipathie tegen wolkenkrabbers, ze zagen in hun monumentaliteit een bedreiging van hun manier van leven, die in verval raakte,’ stelt Juan Antonio Roche, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Alicante. ‘Denk aan het beeld van King Kong: het is geen toeval dat de mensaap, die staat voor de eenling, de getergde kwetsbare ziel, zich tegen het Empire State Building keert, midden in de crisis van de jaren dertig, die vooral de middenklasse hard trof.’

    Twintig jaar na 11 september, negentig jaar na King Kong en midden in een andere grote, wereldwijde crisis, heeft de Council on Tall Buildings and Urban Habitat (een genootschap ter promotie van wolkenkrabbers) aangekondigd dat er in 2021 in de hele wereld 133 nieuwe torens van meer dan 200 meter bij zullen komen, wat heel dicht het record van 2017 nadert (146 nieuwe torens). Het verbazende aspect van dat getal is dat New York, de stad die symbool staat voor zowel de glorie als het falen van de wolkenkrabber in de twintigste eeuw, nu in twee opeenvolgende jaren de hoogste toren, hoger dan die van de steden in China en de Perzische Golf, laat verrijzen. En ook is daar nu voor het tweede jaar op rij de hoogste toren een luxe woontoren: de wolkenkrabber op het adres 111 West 57th Street (435 meter boven op de Steinway Hall van 48 meter, in totaal 483 meter) zal in 2021 de Central Park Tower uit 2020 (472 meter) de loef afsteken. De twee gebouwen zijn in principe bestemd voor luxe appartementen, beide kijken uit over Central Park en staan op percelen waar tot voor enkele jaren kantoorpanden stonden.

    Nog een paar feiten. Het Isle of Dogs, een voormalig havendepot aan de Theems, dat zich tussen 1987 en 1991 ontpopte als de tweede City, wordt gerecycled tot een woonwijk. In 2010 telde het stadsdeel nog 12.000 inwoners, maar in 2019 waren dat er al 19.000, en voor het eerst dook het in enquêtes op als de Londense wijk met de hoogste kwaliteit van leven. Verwacht wordt dat het Isle of Dogs over ongeveer tien jaar 100.000 inwoners zal tellen.

    Zelfs in Spanje zitten de hoge woontorens in de lift. Na jarenlange vertraging in de bouw zal de gigantische Torre Intempo in 2021 ingewijd worden als de op één na hoogste woontoren in Europa (200,2 meter). In Barcelona (Edificio Antares), Madrid (Torres Skyline) en Malaga (AQ Urban Sky) staan gebouwen gepland van rond de 100 meter hoogte en we hebben ook de Torre Bolueta in Bilbao, die al af is. Veel van die gebouwen zijn luxe-objecten midden in atypische wijken: het penthouse van de Edificio Antares in Barcelona, bijvoorbeeld, ging voor negen miljoen euro van de hand, terwijl het ver buiten de chique wijken staat.

    ‘Eigenlijk zijn het maar deels luxe-objecten,’ zegt Edgar Caridad, commercieel directeur van AQ Acentor, de onderneming die AQ Urban Sky heeft laten bouwen. ‘In Malaga bieden we de appartementen op de hoogste verdiepingen aan in het luxe segment van de markt en die op de vijfde verdieping zijn bestemd voor de middeninkomens.’

    De prijzen lopen van 158.000 euro tot een miljoen, en dat is interessant voor de aanbieder, want zo kan hij zijn publiek diversificeren,’ zegt Caridad. ‘Het imago van hoge woontorens is veranderd. In de jaren 1970 hing er een aura omheen van speculatie en lage kwaliteit. Maar tegenwoordig zijn veel constructieproblemen opgelost. Door prefab te bouwen wordt het bouwterrein een stuk kleiner en is het gebouw duurzamer. De ecologische voetafdruk bijvoorbeeld, is erg gering en dat is in deze tijd een heel aantrekkelijk criterium. Het motief echter om hoge woontorens te bouwen is niet de lage kosten, maar de symbolische waarde van het product. Mensen vinden het leuk om in een gebouw te wonen dat iedereen in de stad kent.’

    Exhibitionisme

    Wat is er tussen 2001 en nu veranderd? ‘Een heleboel factoren komen bij elkaar,’ legt José Antonio Tallón uit. ‘Wolkenkrabbers blijven problematisch, maar de technologische vooruitgang gaat wel door. De Central Park Tower is na de oplevering gesloten vanwege structurele problemen.’

    Maar wat nog zwaarder weegt dan de technologie is volgens hem de combinatie van economie en de cultuur van het exhibitionisme. ‘In 2001 zaten we al in het tijdperk van de starchitects, architecten met een sterstatus, waarin vraag was naar symbolische gebouwen,’ zegt hij. ‘Natuurlijk drukte een deel van die cultuur zich uit in wolkenkrabbers, en dat aspect raakte vervlochten met de opkomende economieën, vooral in Azië.

    Nieuwe economieën die geen last hadden van de Europese aversie tegen machtsvertoon. ‘De derde factor is de gentrificatie, de overname van de wijken in de binnensteden door mensen met hoge inkomens,’ gaat Tallón verder. ‘En dat leidt tot hoge woontorens in de zakelijke districten van steden als Hongkong, Tokio, Londen of New York.’

    De crisis van 2020 is een extra factor die bijdraagt aan de mutatie van kantoorkolossen in luxe woontorens. De krimp in de economie en de toename van online werken maakt dat overal in de wereld tegenwoordig kantoorpanden leeg staan. Wat moet je ermee? Een andere bestemming geven.

    ‘In de Verenigde Staten liepen de zakenwijken al vóór de pandemie leeg,’ zegt Emily Remus, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, specialist in de geschiedenis van stedenbouw. ‘Er was een uittocht van ondernemingen die op zoek gingen naar goedkopere locaties en de dienstverlenende bedrijven in de buurt – fitnesscentra, restaurants, winkels – kwamen in grote problemen. In bijna alle steden werd de oplossing voor dat probleem gezocht in het ombouwen van de kantoorruimtes tot woonruimtes.’

    Woonruimtes voor mensen met hoge inkomens. ‘Ja, de woningen in de zakendistricten worden gebouwd voor de hogere inkomens,’ zegt Remus. ‘Deels is dat omdat de grond nog steeds duur is, maar dat is niet het enige. In de VS concurreren de steden met elkaar om consumenten te lokken met een dikke portemonnee die de meeste belasting betalen. De gemeentebesturen spannen zich in om grote verdieners aan te trekken en aarzelen niet om de gezinnen met lagere inkomens naar de buitenwijken te verbannen. Het resultaat is een steeds grotere tweedeling in de steden.’

    Verticaliteit is in alle culturen een uitdrukking van macht

    Een stukje literatuur: In de roman High Rise (De torenflat) van J.G. Ballard lijkt alles aan het begin van het verhaal alleen maar dolce vita voor de bewoners van een torenflat, maar het eindigt in een guerrillaoorlog tussen de bewoners van de hogere en die van de lagere verdiepingen. In Maximum City van Suketu Mehta komt de verteller uit Engeland in Mumbai aan, waar hij in een torenflat gaat wonen die hem de levensstijl belooft van de discreet comfortabele Europese middenklasse. Niks doet het: de liften niet, de airconditioning niet, er komt geen water uit de kraan. In Our Fathers (Onze vaders) van Andrew O’Hagan is het toneel een hoge torenflat met sociale woningen in het Schotland van de jaren 1970, die zowel materieel als sociaal aftakelt en op het punt staat afgebroken te worden. En de mythe van Icarus kennen we allemaal wel.

    De conclusie ligt voor de hand: wonen op de tweeëndertigste verdieping was tientallen jaren lang een taboe.

    Nachtmerrie

    ‘Wonen in een torenflat werd idealistisch voorgesteld als het toppunt van efficiëntie en technologisch vernuft, die het leven aangenamer maakte, maar juist daardoor veranderde het in de nachtmerrie van totale afhankelijkheid van technologie,’ betoogt Juan Antonio Roche. ‘Ook was het een toonbeeld van macht: verticaliteit is in alle culturen van de wereld een uitdrukking van macht. En het symboliseert de overwinning van de beschaving op de natuur. Maar in die idealisering schuilt de angst voor de wraak van de natuur.’

    ‘Sommige voorbeelden zijn echt bizar,’ zegt Tallón. ‘Zoals de ommuurde stad Kowloon in Hong Kong, die een soort gigantische verticale soek vol miniflatjes is. In elke stad betekent een torenflat wel weer iets anders. In São Paulo, bijvoorbeeld, betekent wonen in een wolkenkrabber veiligheid. In Tokio zijn de flatjes in de woontorens piepklein, een model dat heel natuurlijk past in de Japanse wooncultuur. Maar in de hele wereld is er een tendens naar gelijkvormigheid: het lijkt me niet waarschijnlijk dat de wolkenkrabbers van het AZCA Complex in Madrid tot woontorens worden omgebouwd, maar wel zijn er al een stuk of vier bouwprojecten met torenflats van 30 verdiepingen in de Nudo Norte en Madrid Rio van start gegaan.’

    En hoe zit het met de vorm? ‘De toren wordt transparant. De stenen wolkenkrabber verandert in een wolkenkrabber met transparante pretenties,’ zegt Juan Antonio Roche. ‘Waar het op neerkomt is dat er waarden worden toegevoegd, een parallel discours dat pure schmink is, want het blijft een monoliet. Op sommige van die torens worden op het dak tuinen aangelegd die een ‘postvegetale’ betekenis willen suggereren. Goed, dat zijn eigenlijk maar tamelijk gekunstelde probeersels die het probleem van het tabula rasa niet oplossen,’ besluit José Antonio Tallón. ‘Wat zijn nu de nieuwe torens in Manhattan? Micronaalden met op elke verdieping hetzelfde stramien, zo hoog als maar kan. Er zijn ook al een paar voorbeelden van rebellie: de Torres Blancas van de architect Sáenz de Oíza in Madrid en de Torre Cube van Carmen Pinós in Mexico. Maar dat zijn uitzonderingen.’ 

    Luis Alemany

    El Mundo  | Madrid  

    El Mundo

    Spanje | dagblad | oplage 390.831

    Na concurrent El País de grootste van het land. Uitgesproken rechts. Sinds de oprichting laat de krant zich kritisch uit over de Spaanse socialistische partij en separatisten in regio’s als Catalonië en het Baskenland.

  • Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Redacteur Eva Wiseman beschrijft de grote voordelen van een verhuizing naar de buitenwijk, een trend die in de coronacrisis veel volgelingen heeft gekregen. Al blijft ze ‘iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert’.

    Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een trendsetter. Jonge mensen die niet langer gebonden zijn aan kantoren, nachtclubs of ballenbakken voor volwassenen, verhuizen naar de buitenwijken, waar de huren van praktische maisonnettes in hetzelfde tempo stijgen als die van stadsflats dalen. Ik kan met trots zeggen dat ik er vroeg bij was; ik was de eerste die het officieel opgaf. Die de stad opgaf. Die de demonstratief op de stoep genuttigde koffie van vier pond opgaf, die de nachtbus die op je drempel stopt opgaf, die de nachtelijke uurtjes sowieso opgaf. Die het opgaf om tot in de details te weten hoe het orgasme van de buurman zich voltrekt, en die het heerlijke gevoel opgaf dat je krijgt als je opgaat in een menigte.

    Nu ik terug ben in de buitenwijk waaraan ik me vijf jaar geleden met zo veel moeite heb ontworsteld, deel ik met alle plezier mijn zuurverdiende kennis met de nieuwkomers.

    Je verlaat de stad voor een plek met ‘buitenruimte’. Je droomt misschien van het kweken van eigen basilicum om te kunnen overstappen van pesto uit een potje op verse. Vrienden, jullie hebben geen idee. De buitenruimte komt ons hier uit alle lichaamsopeningen. Een tuin, check, een veld daarginds, check, heus platteland, zij het vergolfbaand, aan gene zijde van de heuvel. 

    Twee kanten

    Na een maand buitenlucht, waarin je zaailingen hebt vertroeteld met een zorg die je voorheen alleen aan de reiniging van je poriën besteedde, kun je twee kanten op. Of je wordt hartstochtelijk tuinier en officieel ‘buitenmens’, die onbekenden uitvoerig waterdichte broeken met thermische isolatie aanbeveelt en foto’s deelt van zoiets uitzonderlijks als ‘bladeren’. Die omgeven door een psychedelische gloed praat over zijn ‘relatie met de natuur’ alsof je die rond sluitingstijd in een kroeg hebt ontmoet, om er de volgende 48 uur seks mee te hebben en over je kinderjaren te praten. Of je wordt zoals ik, iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert. Ik vind het prettig om te weten dat er een buiten is, op aanvraag beschikbaar, maar ik mis het gewone blokje om, in plaats van ‘een wandeling maken’, en ik mis het bescheiden gevaar van asfalt. Geniet van de buitenruimte, maar vooral vanachter glas.

    Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilver als folie, dan abrikoos

    Hoe had ik ooit kunnen bevroeden, toen ik naar mijn buitenwijk verhuisde, dat ik elke lokale hond bij naam zou leren kennen? Huisdieren zijn hier koning. Zo nu en dan zie ik nog weleens mensen een kat passeren zonder dag te zeggen, en dan frons ik mijn wenkbrauwen en vloek inwendig. Posters met vermiste dieren genieten ernstige aandacht, niet in het minst omdat diegenen onder ons die in hetzelfde (huisdieren)schuitje zitten nog altijd beducht zijn voor de beruchte kattenmepper die overal te lande de buitenwijken afstruinde op zoek naar dieren om in stukken te rijten. De politie gaf vossen de schuld. Wij, achter de schuif-ramen van onze als schouwtonelen verlichte twee-onder-een-kapwoningen, weten wel beter.

    Misschien zijn, omdat sommige mensen naar de buitenwijken verhuizen om aan misdaad te ontsnappen, angst en dreiging in deze straten geprent, op het asfalt getekend als fietspaden. In een vacuüm waar niets gebeurt zoeken we naar rottigheid. En dan melden we dat plichtsgetrouw in de buurtpreventie-appgroep.

    Maar het licht, het licht. Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilverkleurig, dan warm roze. Wachtend op de bus kun je van een uiterst trage vuurwerkshow genieten die stilletjes op je hand wordt weerkaatst.

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt. Dat je, net als ik, de buitenwijken altijd associeerde met pijnlijke ideeën als ‘je settelen’, ‘grote supermarkten’ en ‘huisvrouwen’, en met van die fleecejacks die je over je hoofd aantrekt. 

    En daar zit ook wel een kern van waarheid in. En toch zitten we hier nu, jij en ik, ons koesterend in de slaperige omhelzing van een buitenwijk, half verstikt natuurlijk maar ook knus. Door weg te gaan uit de stad gaan we ons afvragen wie we zijn, en hoeveel daarvan gebonden is aan de mogelijkheden van de plekken waardoor we worden omringd. De kroegen waarin we misschien liefde vinden, de musea, de bruggen, de nabijheid van pinautomaten. En we gaan ons er ook door realiseren dat, hoe grootsteeds en druk het leven in de stad ook lijkt, degenen van ons die er wonen zonder het zelfs maar te merken gewoonten en vriendschappen hebben gecreëerd die zo beperkt en specifiek zijn dat ze niets anders meer van de stad nodig hebben dan fatsoenlijk werkende wifi. De buitenwijk in een torenflat.

    Passief-agressieve lasagne

    Het kan natuurlijk zijn dat ik de boel vergoelijk, dat ik me schuldig voel vanwege mijn basale behoeften, me schaam voor mijn al te voorspelbare aftocht naar een praktisch huis met een fatsoenlijke vrieskist, maar ik leg jullie de theorie toch voor, en jullie mogen ermee doen wat je wilt.

    Het duurt misschien even, als je je potten en pannen eenmaal hebt uitgepakt en door de straten loopt terwijl je je verwondert over de stilte, en een passief-agressieve lasagne van je buren in ontvangst hebt genomen. Het duurt misschien wel een maand. Maar langzaamaan zul je je realiseren… dat de stad er nog altijd is. Zelfs als je hier zit, en nadenkt over de inrichting van een ‘leeshoekje’, is de stad er nog. En zelfs als je er niet dagelijks doorheen marcheert, zullen er hopelijk nog restaurants zijn om je te verwelkomen als je uiteindelijk terugkomt voor een avondje uit, een museum, een staaltje van modernistische architectuur en een M&M’s World Store. Wij mogen de stad dan hebben verlaten, de stad verlaat ons nooit. 

    Openingsbeeld: Een rustige straat bij Ruskin Park aan de rand van het centrum van Londen, met op de achtergrond de wolkenkrabbers van de City. – © Richard Baker / Getty

  • Hoe de islamitische architectuur Europa veroverde

    Hoe de islamitische architectuur Europa veroverde

    De Notre-Dame in Parijs, de Big Ben in Londen en de San-Marco-basiliek in Venetië gelden als bakens van de westerse, Europese beschaving. Maar volgens een spraakmakend nieuw boek is het ontwerp – de dubbele torens, de roosvensters, de koepelgewelven – gekopieerd uit de islamitische wereld.

    Keuze uit het archief

    Op 15 april 2019, afgelopen dinsdag zes jaar geleden, zag de wereld met lede ogen aan hoe de Notre-Dame in Parijs in lichterlaaie stond. Door de brand stortten een toren en een deel van het dak in. Inmiddels is de schade hersteld en is de kathedraal weer geopend voor het publiek.
    Hoewel de Notre-Dame altijd als rooms-katholiek kerkgebouw in gebruik is geweest en als een staaltje westerse architectuur wordt beschouwd, gaat het ontwerp ervan terug op de islamitische cultuur. Dat schrijft Midden-Oosten-expert Diana Darke in haar boek Stealing from the Saracens. In dit artikel van The Guardian vertelt ze hoe de Arabische cultuur Europa heeft gestempeld en hoe het komt dat veel Europeanen dit helemaal niet weten.

    Toen de Notre-Dame vorig jaar in vlammen was gehuld, betreurden velen het verlies van deze baken van westerse beschaving. De kathedraal, het ultieme symbool van de Franse culturele identiteit en het hart van de natie, dreigde in rook op te gaan. Maar Midden-Oosten-expert Diana Darke zag het anders. Zij wist dat de herkomst van het majestueuze gotische bouwwerk niet alleen kan worden teruggevoerd op de annalen van de Europese christelijke geschiedenis, maar is te vinden in de bergachtige woestijn van Syrië. In een dorpje iets ten westen van Aleppo, om precies te zijn.

    ‘Het architectonische ontwerp van de Notre-Dame is net als dat van alle andere gotische kathedralen in Europa rechtstreeks ontleend aan de vijfde-eeuwse Kalb Lose-kerk uit Syrië,’ twitterde Darke op de ochtend van 16 april, toen het stof van de brand nog overal in Parijs neerdaalde. ‘Kruisvaarders namen het idee van de dubbele torens in de twaalfde eeuw mee naar Europa.’

    Boven: De Notre-Dame in Parijs. © Hannah Reding / Unsplash Onder: De overblijfselen van de Kalb Lose-kerk in Syrië met twee torens aan de voorzijde. Deze vroegchristelijke kerk vormde de inspiratie voor de Notre-Dame. © Bertramz / Wikipedia
    Boven: De Notre-Dame in Parijs. © Hannah Reding / Unsplash Onder: De overblijfselen van de Kalb Lose-kerk in Syrië met twee torens aan de voorzijde. Deze vroegchristelijke kerk vormde de inspiratie voor de Notre-Dame. © Bertramz / Wikipedia

    Niet alleen stammen de dubbele torens en het roosvenster uit het Midden-Oosten, schreef Darke, dat geldt ook voor de ribgewelven, spitsbogen en zelfs de receptuur voor gebrandschilderd glas. De gotische architectuur zoals wij die kennen heeft veel meer aan het Arabische en islamitische erfgoed te danken dan aan plunderende Goten. ‘Ik was verbijsterd door die reactie,’ zegt Darke. ‘Ik dacht dat veel meer mensen daarvan op de hoogte waren, maar er lijkt sprake van grote onwetendheid over de geschiedenis van culturele toe-eigening. Tegen de achtergrond van de toenemende islamofobie leek het me goed om te vertellen hoe de vork in de steel zit.’

    En dat doet ze nu met Stealing from the Saracens, een verkwikkend, grondig boek dat licht werpt op een eeuwenlange geschiedenis van ontlening. Ze volgt het spoor van belangrijke Europese gebouwen – van het Britse parlementsgebouw, Westminster Abbey en de kathedraal van Chartres tot aan de San Marco-basiliek in Venetië – terug naar hun Midden-Oosterse voorlopers. Het gaat zowel over politieke macht, rijkdom en trends als over religieuze overtuigingen, met verhalen over plunderende kruisvaarders, modebewuste bisschoppen en bereisde kooplui die nieuwe stijlen en technieken ontdekten en ze mee naar huis namen. ‘Tegenwoordig kennen we het onderscheid tussen Oost en West,’ zegt Darke. ‘Maar dat bestond toen nog helemaal niet. Overal vond culturele uitwisseling plaats, vooral van het oosten naar het westen. Er ging maar heel weinig de andere kant op.’

    Spitsbogen en ribgewelven

    Omdat ze zo veel voorkomen in de grote kathedralen van Europa, zou je zomaar kunnen denken dat spitsbogen en ribgewelven oorspronkelijk uit de christelijke cultuur komen. Maar de eerste gaan terug op een zevende-eeuwse islamitische graftombe in Jeruzalem, terwijl de laatste voor het eerst werden gebruikt in een moskee uit de tiende eeuw in Andalusië, in Spanje. Dat eerste bekende voorbeeld van een ribgewelf bestaat nog steeds.

    Bezoekers van de Mezquita in Córdoba vergapen zich nog elke dag aan de talloze, elkaar overlappende bogen in dit meesterwerk van toegepaste geometrie en decoratief bouwen, dat in zijn duizendjarige bestaan nooit gerestaureerd hoefde te worden. De gewelfde maqsura – het deel van de moskee dat voor de kalief gereserveerd was – werd zo ontworpen dat die een heilige gloed over de geestelijk leider wierp. De officiële toeristenfolder vertelt echter weinig over de islamitische oorsprong van het gebouw, misschien wel omdat het al sinds 1236 in gebruik is als katholieke kerk.

    De spitsboog was een praktische oplossing voor een probleem waar de steenhouwers die werkten aan de Rotskoepel in Jeruzalem mee te maken kregen. Deze moskee, een van de belangrijkste heiligdommen uit de islamitische wereld, werd in het jaar 691 gebouwd door de heerser over het eerste islamitische rijk.

    Het interieur van de Mezquita in Córdoba. Het gebouw was oorspronkelijk een moskee, maar is al eeuwenlang in gebruik als kathedraal. – Ingo Mehling / Wikipedia
    Het interieur van de Mezquita in Córdoba. Het gebouw was oorspronkelijk een moskee, maar is al eeuwenlang in gebruik als kathedraal. – Ingo Mehling / Wikipedia

    Het was een uitdaging om een buitengalerij met ronde bogen gelijk te laten lijnen met een kleinere binnengalerij en tegelijkertijd het plafond ertussen horizontaal te houden. Daartoe moesten de steenhouwers de bogen van de binnengalerij versmallen, zodat ze zich genoodzaakt zagen er spitsbogen van te maken. Een andere wereldwijde primeur is hoog in het heiligdom te vinden: aan de binnenkant van de koepel loopt een galerij van drielobbogen, waar daarna praktisch elke Europese kathedraal mee werd uitgerust, omdat het boogtype onmiddellijk werd geadopteerd als symbool van de heilige drie-eenheid.

    ‘Het valt me telkens weer op,’ zegt Darke, ‘dat het feit dat we zo veel dingen als typisch westers en Europees beschouwen, berust op onbekendheid met veel oudere islamitische bouwvormen en een verkeerde interpretatie daarvan.’ Ze legt uit dat de enorme invloed van de Rotskoepel te danken was aan middeleeuwse kruisvaarders, die het gebouw ten onrechte voor de tempel van Salomo aanzagen. Ze gebruikten het gewelfde, ronde ontwerp van het heiligdom, waarvan ze dachten dat het christelijk was, als voorbeeld voor tempelierskerken, zoals de Temple Church in de Londense City.

    Ze namen zelfs het decoratieve Arabische opschrift over, dat christenen verguist omdat ze in de drie-eenheid geloven in plaats van in de ene god. Zulke pseudo-Koefische kalligrafie sierde vervolgens het metselwerk van Franse kathedralen en de zomen van rijk versierde stoffen, zonder dat ook maar iemand enig idee had wat die precies betekende.

    Uienkoepel

    De verwarring werd alleen nog maar verergerd door de eerste gedrukte kaart van Jeruzalem, die in 1486 werd uitgegeven in het Duitse Mainz. Niet alleen wordt de Rotskoepel daarop ten onrechte aangeduid als ‘Tempel van Salomo’, het gebouw wordt ook verkeerd afgebeeld, namelijk met een uienkoepel, een oriëntaalse fantasie die ontsproot aan het brein van de Nederlandse houtsnijwerker Erhard Reuwich.

    Het boek waar de kaart deel van uitmaakte werd een bestseller. Het werd dertien keer herdrukt en in vele talen vertaald, waardoor uivormige kerkkoepels zich in de zestiende eeuw over heel Europa verspreidden. Het is een verhaal over verkeerde voorstellingen en de onbedoelde gevolgen ervan – perfect materiaal voor een Monty Python-sketch.

    Het viel niet altijd mee om islamitische motieven mee te nemen naar het Westen. De spitsboog kwam daar pas na veel omwegen terecht. Darke reconstrueert dat de boog eerst in Caïro opdook, waar hij tijdens het kalifaat van de Abbasiden nog spitser werd, om er door kooplui uit de rijke Italiaanse havenstad Amalfi te worden bewonderd. Zij verwerkten de ontdekkingen die ze op hun reizen deden in hun eclectische basiliek uit de tiende eeuw. Dat exotische gebouw trok weer de aandacht van abt Desiderius van Benevento, die Amalfi in 1065 aandeed toen hij op zoek was naar zeldzame kostbaarheden. Desiderius besloot het ontwerp van de boog te gebruiken voor zijn abdij van Monte Cassino. De ramen werden vervolgens gekopieerd in het benedictijner klooster van het Franse Cluny, dat destijds over de grootste kerk ter wereld beschikte.

    1. De San Marco-basiliek in Venetië. © Zairon / Wikipedia; 2. De Rotskoepel in Jeruzalem. © Mor Shani / Unsplash
    1. De San Marco-basiliek in Venetië. © Zairon / Wikipedia; 2. De Rotskoepel in Jeruzalem. © Mor Shani / Unsplash

    Het beviel abt Suger, raadsman van de koningen Lodewijk VI en Lodewijk VII, dat de ramen meer licht binnenlieten, en daarom paste hij hetzelfde ontwerp meteen toe in de kathedraal van Saint-Denis in Parijs. De kathedraal, die wel wordt beschouwd als het eerste volledig gotische gebouw, werd voltooid in 1144, waarna de architect meewerkte aan de Notre-Dame. ‘Ze kopieerden het gewoon allemaal van elkaar,’ zegt Darke. ‘Het waren de machtigste kerken van Europa, dus de stijl sloeg overal aan, zoals dat gaat met modes. Als de machtigen der aarde iets hebben, wil iedereen het.’

    De lijst is nog veel langer. Zo zijn er bijvoorbeeld de vroege vierkante minaretten, zoals die te vinden zijn op de Grote Moskee van Damascus, waarvan het bovenste gedeelte spits toeloopt en wordt bekroond met een bolvormige pinakel. Ze vormden de inspiratie voor beroemde Italiaanse torens, zoals die van het Palazzo Vecchio in Florence en de Campanile van Venetië, waarna eeuwenlang vergelijkbare kerktorens werden gebouwd.

    1. De Big Ben in Londen. – Henry / Unsplash; 2. De inmiddels verwoeste minaret van de Grote Moskee in Aleppo. – © Bernard Gagnon / Wikipedia
    1. De Big Ben in Londen. – Henry / Unsplash; 2. De inmiddels verwoeste minaret van de Grote Moskee in Aleppo. – © Bernard Gagnon / Wikipedia

    Voortbordurend op onderzoek van architectuurhistoricus Deborah Howard laat Darke zien dat Venetië eerder Arabisch is dan Europees, van de smalle, kronkelende straatjes en de huizen met binnenplaats en dakterras tot de islamitische versieringen van het Dogenpaleis (gebaseerd op de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem) en de uienkoepel van de San Marco.

    Ze zijn allemaal het resultaat van de reizen die Venetiaanse kooplui maakten naar Egypte, Syrië, Palestina en Perzië. De invloed daarvan strekte zich zelfs uit tot de mode: Venetiaanse vrouwen hulden zich in het openbaar in sluiers en gingen van top tot teen gekleed in het zwart. ‘Ze tonen hun gelaat voor geen goud,’ aldus het commentaar van een vijftiende-eeuwse bron. ‘Ze zijn zo verhuld dat ik niet begrijp hoe ze zich over straat kunnen begeven.’

    Het interieur van de Temple Church in Londen. De vele bogen en gewelven zijn geïnspireerd op islamitische architectuur. – © Virtute Petens / Wikipedia
    Het interieur van de Temple Church in Londen. De vele bogen en gewelven zijn geïnspireerd op islamitische architectuur. – © Virtute Petens / Wikipedia

    Het boek van Darke verschijnt in een beladen tijd waarin de zogenaamd westerse architectuur door rechtse nationalistische groeperingen wordt aangegrepen om hun geïdealiseerde visie van een ‘zuivere’ Europese identiteit kracht bij te zetten.

    Talloze socialmedia-accounts verspreiden tegenwoordig boodschappen over witte superioriteit, vermomd als liefde voor het eigen erfgoed, terwijl vergelijkbare sentimenten sinds kort doorklinken in overheidspublicaties van bepaalde landen. Het boek maakt op een welsprekende manier korte metten met zulke kortzichtige, verkapte propaganda en laat zien dat de monumenten die zo door alt-right worden vereerd geworteld zijn in juist die cultuur waar ze zo weinig van moet hebben.

    Die onwetendheid heerst alom, en misschien is het meest verrassende aan Stealing from the Saracens wel dat de lezer van nu zich helemaal niet over die oosterse invloeden zou moeten verbazen. In het boek haalt Darke telkens weer de woorden aan van de Engelse architect Christopher Wren (1632-1723), die zich heel goed bewust was van de Midden-Oosterse oorsprong van de gotische architectuur en van de bouwtechnieken die hij gebruikte voor zijn beroemde St. Paul’s Cathedral.

    'Stealing from the Saracens: How Islamic Architecture Shaped Europe' van Diana Darke is uitgekomen op 20 augustus. Diana Darke is arabist en cultuurkenner, ze woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Midden Oosten.
    ‘Stealing from the Saracens: How Islamic Architecture Shaped Europe’ van Diana Darke is uitgekomen op 20 augustus. Diana Darke is arabist en cultuurkenner, ze woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Midden Oosten.

    ‘De hedendaagse gotiek,’ schreef Wren begin achttiende eeuw, ‘kenmerkt zich door lichtheid, doordat haar hoge bouwsels zo gedurfd zijn, door de fijnzinnigheid, de overdaad en de extravagantie van de ornamenten. Dergelijke hoge gebouwen staan niet toe dat de zware Goten als hun bedenker worden aangemerkt.’ In plaats daarvan, besloot hij, ‘moeten alle kenmerken van de nieuwe architectuur uitsluitend worden toegeschreven aan de Moren, of – wat hetzelfde is – aan de Arabieren of Saracenen.’

    De ironie schuilt in die laatste naam. In de tijd van Wren was ‘Saracenen’ een scheldwoord voor Arabische moslims, waartegen de kruisvaarders immers hun ‘heilige oorlog’ hadden gestreden. Het stamt van het Arabische woord saraqa, dat ‘stelen’ betekent, omdat de Saracenen werden beschouwd als plunderaars en dieven. En dat terwijl de kruisvaarders plunderend door Europa, Jeruzalem en Constantinopel trokken en onderweg de wonderen van de islamitische architectuur stalen, intussen de herkomst van hun buit verdoezelend.

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Wordt uw huis straks gebouwd door robots?

    Wordt uw huis straks gebouwd door robots?

    Ook in de Amerikaanse bouwwereld wordt volop onderzoek gedaan naar het gebruik van robots en digitale technieken, zoals 3D-printen. Maar de sector is veel voorzichtiger dan bijvoorbeeld de auto-industrie. ‘Een huis moet vijftig of honderd jaar staan. Daar hangen mensenlevens vanaf.’

    Stel je voor dat je met een druk op een knop een team van machines aan het werk kunt zetten. Op basis van een digitale bouwtekening zetten ze in een paar dagen op een leeg stuk grond een compleet huis neer. Ze zijn op tijd klaar, blijven binnen het budget en produceren geen afval.

    In de auto-industrie bestaat deze geautomatiseerde toekomst al; nu hopen ingenieurs dat in de bouw iets dergelijks mogelijk is. In deze analoge sector, die tot voor kort weinig ophad met digitalisering, werken kleine start-ups en onderzoeksgroepen aan een digitale revolutie. Voorbeelden zijn het 3D-geprinte huis van Apis Cor en de nieuwe multifunctionele robotarm van het MIT Media Lab.

    Een robotarm van MIT bouwt in Californië eigenhandig een ‘reusachtige gele bijenkorf’. © Stephen Keating
    Een robotarm van MIT bouwt in Californië eigenhandig een ‘reusachtige gele bijenkorf’. © Stephen Keating

    In juli 2016 verrees op een parkeerplaats in Californië binnen twee dagen een vijftien meter breed, vier meter hoog gewelfd gebouw. Een robotarm gemonteerd op zelfsturende tankachtige rupsbanden was dertienenhalf uur bezig laag na laag plasticschuim neer te leggen; het resultaat had iets van een reusachtige gele bijenkorf. Het MIT hoopt dat hun Digital Construction Platform (DCP), beschreven in het aprilnummer van het tijdschrift Science Robotics, het fundament zal leggen voor de gebouwen van de toekomst.

    ‘De omschakeling naar een digitale manier van werken betekende voor de ontwerpfase een enorme vooruitgang,’ vertelt auteur van het artikel Steven Keating. ‘Maar tot nu toe had dat op de bouwplaats nauwelijks gevolgen.’ De vierde industriële revolutie mag dan zijn aangebroken, in de bouw worden als vanouds blokken op elkaar gestapeld, vaak nog met de hand.

    De bouw is een reusachtige sector, gebruikt meer materialen dan elke andere en is goed voor elf procent van alle economische activiteit wereldwijd. Het is ook een hopeloos inefficiënte sector: in de Verenigde Staten produceert de bouw de helft van alle afval. Maar dankzij de precisie waarmee robots kunnen werken is daar misschien iets aan te doen.

    Hele muren printen

    Bouwplaatsen zijn, in tegenstelling tot de lopende band van een fabriek, voortdurend blootgesteld aan weer en wind. Verder worden aan gebouwen strengere veiligheidseisen gesteld dan aan andere consumentenproducten.

    Om die reden is het begrijpelijk dat de bouw nooit zo happig was op innovatie, vertelt Keating aan de telefoon: ‘Gebouwen moeten vijftig tot honderd jaar blijven staan, daar hangen mensenlevens vanaf.’

    Toch is volgens sommige onderzoeksgroepen een doorbraak niet ver weg. Dit jaar bouwde een robotarm van de start-up Apis Cor van sneldrogend beton de muren van het eerste in situ opgerichte 3D-geprinte huis. Het bouwen van de modelwoning kostte een maand en slechts 10.000 dollar, inclusief alle bedrading en afwerking. Het printen van de muren was volgens woordvoerder Konstantin Nefedev binnen een dag klaar.

    Het is evident waarom deze techniek zo aantrekkelijk is. Door hele muren te printen, kunnen aannemers exact voorspellen hoeveel tijd en materialen ze nodig zullen hebben. Zo besparen ze op de kosten. Dit is dan ook de gedachte achter het vergelijkbare Contour Crafting System van de University of Southern California: betaalbare huizen binnen het bereik van miljoenen mensen in ontwikkelingslanden brengen.

    Door de flexibiliteit van robotarmen zijn ingewikkeld gevormde componenten niet langer duurder; daardoor kunnen gebouwen meer rondingen krijgen

    Maar technologie is niet het hele verhaal. ‘Er bestaan allerlei barrières – zoals bijvoorbeeld de regelgeving in de bouw,’ aldus Nefedev. In Russische testfaciliteiten is aangetoond dat het beton van Apis Cor bestand is tegen meerdere cycli van vriezen en ontdooien. Desondanks vraagt Keating zich af of de zo om veiligheid bezorgde bouwsector zal opteren voor materialen die nog niet het gebruik hun duurzaamheid hebben bewezen.

    Keating ziet daarom meer in technieken die huidige methoden incorporeren, in plaats van ze te vervangen. ‘Alleen stap voor stap kunnen we deze sector veranderen. Wil je alles in één klap anders doen, dan valt dat maar moeilijk te integreren in bestaande bouwmethoden.’

    Het MIT koos er daarom niet voor te proberen een heel gebouw uit nieuwe materialen op te trekken. In plaats daarvan maakte het als proof of concept een mal, waarin gewoon alledaags beton kon worden gegoten. Een methode waarmee het aansluit bij ruim een halve eeuw bouwgeschiedenis.

    ‘Als je een essentiële stap weet te verbeteren als het gieten van beton – waar de hele structuur van een gebouw van afhangt – dan ga je uit van een systeem dat al volop gebruikt wordt in de bouw. Op die manier kun je echt beginnen met dingen bouwen en van daaruit opschalen,’ legt Keating uit.

    Door de flexibiliteit van robotarmen zijn ingewikkeld gevormde componenten niet langer duurder; daardoor kunnen gebouwen meer rondingen krijgen. ‘In de natuur zie je toch ook geen dieren of insecten met rechthoekige schelpen?’

    Keating wijst erop dat de demo maar één van de vele mogelijkheden van het Digital Construction Platform laat zien. ‘Let op: wij noemen dit geen 3D printer, maar een platform.’ Net als de menselijke hand kan de functie ervan met allerlei gereedschappen worden uitgebreid. Momenteel kan het worden ingezet voor het egaliseren van de bouwplaats, snijden, afwerken van oppervlakken en het aan elkaar lassen van rigide componenten.


    Ook professor Alexander Schreyer van de universiteit van Massachusetts denkt dat de efficiëntie dankzij 3D-printen omhoog kan. Toch zal er volgens hem nooit een uniforme oplossing voor alle problemen komen.

    ‘In de bouw is altijd een mix van technieken gebruikt,’ vertelt hij in een telefoongesprek. ‘In plaats van te zeggen: kom, ik ga een heel huis 3D-printen, denk ik dat een combinatie met andere methoden uiteindelijk het beste werkt.’

    Schreyer vertelt dat deze ontwikkeling al gaande is, in de vorm van geprefabriceerde onderdelen, die op de bouwplaats in elkaar gezet kunnen worden: ‘Net als bij een IKEA-meubel dat je zelf in elkaar zet: alles past perfect in elkaar.’

    Deze technieken zijn al volop beschikbaar, maar worden nog vrij weinig gebruikt. Dat wijst erop dat innovatie in de bouw niet alleen door technische en wettelijke barrières wordt geremd, maar ook door andere factoren.

    ‘Vrijwel iedereen woont in een huis met grofweg dezelfde functionaliteit en eendere esthetiek. Waarom moet elk huis dan in godsnaam van de grond af opnieuw worden ontworpen?’ vraagt Schreyer zich af.

    Economische overwegingen

    ‘In de auto-industrie worden veel dingen al en masse geproduceerd en tegelijkertijd voldoende aangepast aan specifieke wensen om mensen tevreden te houden. Het is onbegrijpelijk dat met huizen niet hetzelfde gebeurt,’ vervolgt hij. ‘Het zal wel iets met perceptie te maken hebben. Misschien denken mensen dat geprefabriceerde gebouwen minder stevig zijn, speculeert hij.

    Uiteindelijk zullen economische overwegingen de innovatie voortstuwen. Er gaan immense bedragen om in de bouw, maar de winstmarges bedragen meestal maar enkele procenten. Elke methode die voor meer winst zorgt, zal bedrijven bevoordelen die er gebruik van maken, maar Schreyer vermoed dat dit kantelpunt nog voor geen enkele techniek bereikt is.

    Onduidelijk is of de huizen van de toekomst gegoten, geprint of geprefabriceerd zullen worden. Maar alle experts zijn het erover eens dat verandering op til is, al zal die geleidelijk komen. ‘Ik denk dat de wereld steeds meer geautomatiseerd zal raken, inclusief de bouw, alleen zal het veel langzamer gaan dan mensen denken,’ aldus Keating.

    De bouw heeft dus iets weg van beton: hij vloeit al even langzaam en ongenaakbaar voort. ‘We bewegen allemaal in dezelfde richting,’ zegt Nefedev. ‘De technologie vordert gestaag – maar of het in kleine stapjes of in grote sprongen is, de tijd zal het leren.’

    Auteur: Charlie Wood
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Christian Science Monitor Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.

  • In Skopje 
waan je je in Las Vegas

    In Skopje 
waan je je in Las Vegas

    De Macedonische hoofdstad Skopje stond bekend om zijn fraaie modernistische gebouwen. Maar dat erfgoed wordt in rap tempo vervangen door kitscherige neoclassicistische gevels die de tijden van Alexander de Grote moeten doen herleven.

    Slavko Brezoski was al een beroemd architect toen, op een julidag in 1963, de stad waarin hij woonde door een zware aardbeving veranderde in een verzameling ruïnes. De aardbeving kostte meer dan duizend mensen het leven en vernielde driekwart van de gebouwen in Skopje. Het grote warenhuis in de stad bleek een van de zeldzame bouwwerken die bestand waren tegen de aardschokken. Het was in 1956 door Brezoski ontworpen en in 1960 gebouwd aan het belangrijkste plein van de Macedonische hoofdstad. Het vijf etages tellende gebouw, van marmer en glas, behoort tot de modernistische stroming die destijds de Joegoslavische architectuur domineerde. En het is aan de architecten van deze stroming (en dus onder anderen aan Slavko Brezoski) te danken dat Skopje kon worden herbouwd in een futuristische stijl die zijn weerga in de regio niet kent.

    Toch is het gebouw, dat inmiddels in een winkelcentrum is veranderd, vandaag de dag onherkenbaar. Het is een van de tien gebouwen die inmiddels verdwenen zijn of binnenkort verdwenen zullen zijn achter nieuwe façades in neoclassicistische stijl, in het kader van een radicaal renovatieproject dat Skopje 2014 werd gedoopt. Doel is de antieke wortels van Macedonië te benadrukken en de erfenis van Alexander te Grote [die in de vierde eeuw v.Chr. vanuit Macedonië vertrok om een wereldrijk te stichten] op te eisen als fundament voor een nationale identiteit.

    Slavko Brezoski is nu 94 jaar oud en heeft er grote moeite mee dat zijn ontwerpen worden verminkt. Mager en verzwakt, maar met krachtige stem verklaarde hij op de website van het BIRN [Balkan Investigating Reporting Network] dat Koce Trajkovski, de burgemeester van Skopje, hem in 2013 verzocht een document te ondertekenen waarin hij zijn goedkeuring zou hechten aan de geplande werkzaamheden. Hij had geweigerd. ‘Ik keur de wijzigingen aan de gevel niet goed’, had hij in de marge geschreven. Maar men hield geen rekening met zijn verzet, noch met dat van de andere architecten. Ook het gebouw waar de regering zetelt is inmiddels opgetuigd met een façade die doet denken aan het Witte Huis.

    Stadsmoord

    Wij hebben drie keer geprobeerd een afspraak te maken met burgemeester Trajkovski. Tevergeefs. We hebben de klachten van de architecten met betrekking tot de schending van hun auteursrecht naar het stadhuis gestuurd. Het hoofd van de pr-afdeling stuurde ons de volgende brief: ‘De stad Skopje verleent de vergunningen voor de ingrepen aan de façades in overeenstemming met de bouwwet, en niet in overeenstemming met de wet op de auteursrechten. Het is dus het stadsbestuur dat besluit over het aanzicht van de gevels en dat de bouwvergunningen verleent.’

    Maroje Mrduljas, architectuurdocent aan de Universiteit van Zagreb, kwalificeert wat er in Skopje gebeurt als ‘urbicide’, stadsmoord. Hij beschrijft hoe Skopje na de aardbeving het toneel werd van een progressief architecturaal experiment, waaraan werd meegewerkt door Joegoslavische en internationale architecten. Zij gingen uit van een vernieuwende visie op het stadscentrum van de Japanse architect Kenzo Tange. Het project van Tange is slechts ten dele gerealiseerd, maar het heeft zijn sporen nagelaten in de stad. ‘Nu zijn we getuige van een ander experiment, dat overigens nog nooit op deze schaal is vertoond,’ aldus Mrduljas.
    Het project Skopje 2014 was het troetelkind van de voormalige conservatieve premier Nikola Gruevski. De omvang van de reconstructie is fascinerend. 
Volgens gegevens die zijn verzameld door het BIRN heeft de overheid 669 miljoen euro uitgegeven voor de bouw van 27 neoklassieke en barokke gebouwen, de aanleg van vijf pleinen met fonteinen, de oprichting van tientallen monumenten en een triomfboog zoals de Arc de Triomphe in Parijs. Ter vergelijking: de jaarlijkse begroting van heel Macedonië bedraagt naar schatting 3 miljard euro.

    De regering zegt Skopje te willen transformeren tot een Europese stad, na meerdere eeuwen onder Ottomaans bewind en decennia van communisme. Critici van het project zijn van mening dat het nationalistische waanzin is, een onhandige poging om het moderne Macedonië te laten aanknopen bij het glorieuze tijdperk van Alexander de Grote. Tot groot ongenoegen van Griekenland trouwens.

    1. Het modernistische postkantoor van Skopje, ontworpen door de Fin Alvar Aalto. – © Wiki Commons. 2. nieuwe regeringsgebouwen langs de Vardar, gebouwd in de neoclassicistische stijl van ‘Skopje 2014’. – © Pascal Meunier / HH
    1. Het modernistische postkantoor van Skopje, ontworpen door de Fin Alvar Aalto. – © Wiki Commons. 2. nieuwe regeringsgebouwen langs de Vardar, gebouwd in de neoclassicistische stijl van ‘Skopje 2014’. – © Pascal Meunier / HH

    Criticasters noemen het nieuwe Skopje ‘het toppunt van kitsch’, of een ‘mini-Las Vegas’. Een van de gevolgen van de reconstructie is dat het gebouw van de Opera en het Nationaal Ballet – een mooi voorbeeld van het Joegoslavische modernisme, ontworpen door het Sloveense architectenbureau Biro 71 – aan het oog wordt onttrokken. Het gebouw wordt afgesneden van de oever van de rivier de Vardar door een reeks neoklassieke gebouwen met Romeinse zuilengalerijen en namaakkandelabers. ‘Het was een mooi ontwerp, verfijnd, complex en tegelijkertijd eenvoudig,’ aldus de Sloveense Maja Ivanic, voorzitter van de architectenvereniging van Ljubljana. ‘Skopje kon bogen op vernieuwende architectuur, ver voordat Zaha Hadid toonaangevend werd. Het spijt me zeer dat de Macedonische regering dit niet snapt,’ zegt ze.

    Ten minste acht van de architecten 
die na de aardbeving hebben meegewerkt aan de wederopbouw van Skopje, hebben geweigerd in te stemmen met de wijziging van hun ontwerpen. Volgens artikel 10 van de Macedonische auteurswet heeft de ontwerper een vetorecht. Maar processen wegens schending van de intellectuele eigendom op architecturaal gebied zijn 
uiterst gecompliceerd. En zelfs als de architect in het gelijk wordt gesteld, 
is het vaak te laat om het oorspronkelijke ontwerp te redden.

    ‘O, ironie! Terwijl de architectuur van Skopje onherstelbaar wordt beschadigd, herontdekt de wereld de waarde van het Joegoslavische modernisme,’ aldus Marusa Zorec, architectuurdocent aan de Universiteit van Ljubljana. Het MoMa in New York heeft inderdaad voor 2018 een expositie aangekondigd die gewijd is aan deze stroming. Een van de curatoren van deze tentoonstellingen, Vladimir Kulic, architectuurdocent aan de University Florida Atlantic, is van plan er de wederopbouw van Skopje na de aardbeving te presenteren ‘als een van de hoogtepunten van de internationalisering van de architectuur in de Koude Oorlog’. Er zullen maquettes tentoon worden gesteld van de Opera en het Nationaal Ballet, evenals kaarten en originele tekeningen van Kenzo Tange voor het stadscentrum.

    ‘Sommige gebouwen die in het MoMa worden getoond, zijn nog niet “gerestaureerd”, maar andere, waaronder de belangrijkste voorbeelden van de Macedonische architectuur, zijn zo ingrijpend gewijzigd dat ze onherkenbaar zijn geworden,’ aldus Kulic. Daartoe behoort onder meer het regeringsgebouw, waar ooit het Centraal Comité van de Communistische Partij zetelde. Het werd ontworpen in de jaren zeventig. De architect, Petar Mulickovski, had zich laten inspireren door elementen van de traditionele Macedonische architectuur. Volgens Kulic was dit gebouw een belangrijk voorbeeld van regionaal modernisme. ‘Het is het toppunt van ironie om dit gebouw, dat geïnspireerd was op de lokale architectuur, nu te verhullen achter een onpersoonlijke façade van internationaal classicisme, zogenaamd om de nationale identiteit te versterken,’ meent hij.

    ‘Veel mensen, ook architecten en kunsthistorici, associëren modernistische architectuur met het socialisme, het doet hen denken aan de negatieve aspecten van het systeem’

    We namen contact op met Zarko Causevski, de architect die de ontwerpen van de nieuwe façade heeft getekend. Hij weigerde ons te woord te staan. Architectenbureau Arhitektonika, waarvan hij de directeur is – en zijn broer de eigenaar – heeft gezorgd voor de uitvoering van de werkzaamheden. Uit onderzoek van het BIRN in 2015 bleek dat de broers meer dan een half miljoen euro aan honoraria hebben ontvangen. In een interview met de website Faktor legde Causevski in 2014 uit waarom hij zo gefascineerd is door het neoclassicisme: ‘Waarom zetten zo veel Macedoniërs foto’s van Europese hoofdsteden op hun Facebookpagina’s? Dat bewijst dat ze willen laten zien dat ze deel uitmaken van de Europese culturele invloedssfeer. In die zin geven ze een duidelijke boodschap af.’

    Aleksandar Dimov, die de nieuwe façade ontwierp voor het winkelcentrum, weigerde ook onze vragen te 
beantwoorden. Hij heeft ook meegewerkt aan de nieuwe voorgevel van het gebouw Paloma Bianca, dat gelegen is naast de neoclassicistische zetel van de VMRODPMNE [de centrum-rechtse partij die nu aan de macht is]. De architect van het oorspronkelijke gebouw, Trajko Dimitrov, is nu 86 jaar oud. 
Niemand had hem iets verteld over de wijzigingen die werden aangebracht aan zijn gebouw – hij las erover in de pers. ‘Toen het grootste monument van het Byzantijnse Rijk, de Hagia Sophia in Istanboel, met islamitische symbolen werd gedecoreerd, werd de architecturale integriteit van het gebouw gerespecteerd. De mensen moeten begrijpen dat dit soort ingrepen niet alleen ons auteursrecht schenden, maar ook de identiteit van ons land zelf.’

    Het modernisme ligt ook elders onder vuur, maar in Macedonië wordt de stroming het meest bedreigd. ‘Veel mensen, ook architecten en kunsthistorici, associëren modernistische architectuur met het socialisme, het doet hen denken aan de negatieve aspecten van het systeem. Het makkelijkste is om het over te schilderen of er een nieuwe façade voor te zetten,’ aldus Maja Ivanic uit Ljubljana. In Polen wordt de architectuur uit de communistische tijd beschouwd als een ongewenste erfenis van de Sovjetoverheersing, een periode die de Polen het liefst zo snel mogelijk vergeten. Er wordt al jarenlang verwoed gedebatteerd over het lot van die gebouwen.

    ‘Als ik de kans had, zou ik alles in de oorspronkelijke stijl restaureren, ik zou alles wat bedorven is repareren,’ zegt Slavko Brezoski, als hij het over de toegetakelde modernistische gebouwen heeft. ‘Ik zie geen andere oplossing.’

    Auteur: Bojan Blazevski
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Globus
    Kroatië | weekblad | oplage 30.000

    Probeert zo objectief mogelijk nieuws te brengen over controversiële onderwerpen als fraude, machtsmisbruik en corruptie.

  • Parijs’ koninkrijk des doods

    Parijs’ koninkrijk des doods

    Onder de stad Parijs ligt een tunnelstelsel dat tien keer zo groot is als Central Park in New York. Kunnen deze ruimtes een rol gaan spelen bij de ontwikkeling van de stad?

    ‘Halt! U betreedt het koninkrijk des doods’, waarschuwt een macaber opschrift naast de ingang van de catacomben van Parijs, het ondergrondse knekelhuis waar zich de stoffelijke resten van zes miljoen Parijzenaren bevinden en dat elk jaar een half miljoen bezoekers trekt.

    Dit anderhalf kilometer lange ossuarium (nog steeds een van de meest winstgevende toeristenattracties van de Franse hoofdstad) valt in het niet bij de 300 kilometer ondergrondse tunnels die ontoegankelijk zijn voor het publiek. En er wordt geregeld iets nieuws ontdekt, zoals onlangs een galerij onder het Bois de Vincennes, een van de grootste parken van Parijs.

    Naast de catacomben ligt een voormalig tolhuis. In deze Barrière d’Enfer (‘Hellepoort’) is de Inspection Générale des Carrières (IGC) gehuisvest, een in 1777 door koning Lodewijk XVI opgerichte instelling die toeziet op het in kaart brengen en onderhouden van de 32 vierkante kilometer verlaten steengroeven onder de stad. Het ondergrondse gebied is daarmee tien keer zo groot als het Central Park in New York.

    Spectaculaire zinkgaten worden niet altijd veroorzaakt door mijnactiviteiten, maar door zijn ondergrondse geschiedenis is Parijs er wel vatbaar voor. Hoewel de laatste ramp alweer van 1961 dateert, toen 22 mensen omkwamen doordat een hele buurt in een Parijse buitenwijk instortte, rukt de IGC nog steeds ruim zeventig keer per jaar uit. Het gaat om gevallen als huizen die dreigen te verzakken of wegen die in zinkgaten verdwijnen.

    De winning van krijt, gips en vooral kalksteen voorzag Parijs van het roomkleurige steen dat werd gebruikt voor het Louvre en gebouwen uit de tijd van de negentiende-eeuwse stadsbouwmeester Haussmann. Het uiterlijk van een stad wordt van oudsher bepaald door de beschikbare bouwmaterialen. De steenhouwerij vond plaats buiten de stad zelf, in toenmalige semiplattelandsgebieden als Montmartre en Montparnasse. Maar in de begintijd van de moderne verstedelijking werden die dorpen al snel opgeslokt door het uitdijende Parijs, waardoor groeven die nog in bedrijf waren ontoegankelijk werden of te duur om te exploiteren.

    Nadat deze doolhof van ondergrondse steengroeven was verlaten zonder in kaart te zijn gebracht, werd hij een verborgen gevaar voor een stad die zich in rap tempo bleef uitbreiden. In 1774 verdween 300 meter straat in een 20 meter diep gat, het eerste grote incident van deze aard. Er waren geen slachtoffers, maar het was de aanzet tot de oprichting van het inspectoraat.

    De schedelmuur in de catacombes van Parijs, een van de meest winstgevende attracties van de Franse hoofdstad. – © Education Images / UIG via Getty Images
    De schedelmuur in de catacombes van Parijs, een van de meest winstgevende attracties van de Franse hoofdstad. – © Education Images / UIG via Getty Images

    Meer dan twee eeuwen later is de kennis van de ondergrondse wereld waarover de IGC beschikt ongelofelijk gedetailleerd. Toch stuiten de inspecteurs soms op ruimtes die niet in kaart zijn gebracht. Ik heb een vroege afspraak met Julien Alaterre, de zevenentwintigjarige directeur van de IGC, om een kijkje te gaan nemen bij de pas ontdekte galerij onder het Bois de Vincennes.

    Als we aan onze negentien meter lange afdaling langs een steile trap beginnen, worden al snel de drie opvallendste kenmerken van de Parijse onderbuik duidelijk: hoge luchtvochtigheid, doodse stilte en een onverwacht hoge temperatuur. In de onderaardse ruimtes is het constant 14 graden, een groot contrast met het ijzige januariweer boven de grond.

    De pas ontdekte galerij beslaat maar een fractie van de bekende, vier hectare grote ‘Brouwersgroeve’, die sinds de jaren zestig van de negentiende eeuw buiten gebruik is omdat de steenhouwerij toen werd verboden. Alaterre legt uit dat het de best bewaarde groeve van Parijs is, met ruimtes tot wel zes meter hoog. Omdat het al twintig jaar de bedoeling is hem open te stellen voor het publiek, komt hij in aanmerking voor herontwikkeling in het kader van een ontwerpwedstrijd die binnenkort wordt gelanceerd door de burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo.

    De Brouwersgroeve vertoont nog steeds sporen van het industriële verleden: de laatste steenhouwers hebben op de muren geschreven. Er is een verroeste plaquette met de naam van een plaatselijke biersoort, want na de steenwinning werd de groeve gebruikt voor de productie en opslag van bier. En er zijn uitgesleten sporen, want in de twintigste eeuw was er een champignonkwekerij in gevestigd. (Tegenwoordig worden de champignons uit China geïmporteerd.) De pas ontdekte galerij mogen we niet in, want die is zwaar beschadigd en wordt geïnjecteerd met duizenden kubieke meters beton om de parkgebouwen te beschermen.

    ‘Als je in de oorverdovende stilte en het volledige duister door de galerijen loopt, is het alsof je de ingewanden van de stad doorkruist.’ – © Jean-Francois Deroubaix / Gamma-Rapho via Getty
    ‘Als je in de oorverdovende stilte en het volledige duister door de galerijen loopt, is het alsof je de ingewanden van de stad doorkruist.’ – © Jean-Francois Deroubaix / Gamma-Rapho via Getty

    De IGC wordt vaak bekritiseerd omdat ze de ondergrondse erfenis van Parijs zou verkwanselen, maar Alaterre beweert dat betoninjecties vaak de goedkoopste en efficiëntste manier zijn om schade onder én boven de grond te voorkomen.

    Behalve dat ze ingrijpt in noodsituaties, heeft de IGC tot taak risico’s te vermijden en de Parijzenaren te informeren en te adviseren over wat zich onder hun voeten bevindt. De Franse wet is duidelijk: huiseigenaren zijn ook eigenaar van de grond waarop hun onroerend goed staat en wat zich eronder bevindt. Als een huis in de grond verdwijnt, moet de eigenaar de rekening ophoesten, niet de gemeente. Omdat ongeveer twintig procent van Parijs door dat gevaar wordt bedreigd, loont het de moeite om even bij de IGC langs te gaan voordat je een pied-à-terre aanschaft.

    Een groot onroerendgoed- of infrastructuurproject loopt hetzelfde risico: volgens Alaterre gaat vijfentwintig procent van het budget voor de aanleg van een nieuwe metrolijn op aan versteviging van de ondergrond. Dat was al zo in 1900, toen de eerste lijnen opengingen, en is ook nu nog het geval met de Grand Paris Express, het nieuwe hogesnelheidsnetwerk in de regio Île-de-France.

    Toegang tot de groeven is ten strengste verboden. ‘Allereerst,’ aldus Alaterre, ‘omdat het geen openbare ruimte is: je betreedt per definitie de ruimte onder het eigendom van anderen. Daarnaast is het erg gevaarlijk.’ Hij zegt het terwijl we door een claustrofobische tunnel pal onder het Place Denfert-Rocherau in het centrum van Parijs lopen.

    Het hoofdkwartier van de IGC beschikt over een ondergrondse bunker die is gebouwd in de Tweede Wereldoorlog, met een gepantserde deur die rechtstreeks toegang geeft tot het grote gangenstelsel. Het is er krap en je moet vaak bukken – soms bijna kruipen – om vooruit te komen. Het is er bovendien erg vochtig: het water druipt van het plafond en de muren en hier en daar waad je tot aan je enkels door de modder.

    Het stinkt er echter niet, al ruikt het een beetje naar een oeroude grot. Het netwerk van steengroeven ligt dieper dan het riool en het enige licht is het licht dat je meebrengt. Door de inspanning die nodig is om door de onderaardse doolhof te kruipen, gecombineerd met de warmte, droog je snel uit.

    De politie treedt streng op tegen “toeristen” die er voor het eerst komen, en tegen organisatoren van ondergrondse houseparty’s en concerten

    Toch snap je heel goed waarom ‘catafielen’ gefascineerd zijn door dit ondergrondse rijk: als je in de oorverdovende stilte en het volledige duister door de galerijen loopt, is het alsof je de ingewanden van de stad doorkruist. Overal zie je graffiti. Lege bierblikjes en halfopgebrande kaarsen leveren het bewijs dat, hoewel illegaal, een bezoekje aan de groeven gewild is. ‘In het weekend is het superdruk,’ zegt Alaterre.

    De relatie tussen de autoriteiten en de catafielen is onduidelijk. De IGC is niet bevoegd om toezicht te houden; die taak is voorbehouden aan een speciaal politieteam, dat niet aan dit artikel wilde meewerken. Ook al is het illegaal om door de groeven te struinen – je riskeert een boete van rond de vijftig euro – zowel de IGC als de politie knijpt een oogje toe voor catafiele veteranen die over grote kennis van het onderaardse rijk beschikken en het erfgoed eerbiedigen. De politie treedt wel streng op tegen ‘toeristen’ die er voor het eerst komen, en tegen organisatoren van ondergrondse houseparty’s en concerten.

    Als je weer boven de grond bent, doet het gebruikelijke rumoer van Parijs bijna opdringerig aan. Niet alleen is het driehonderd kilometer lange ondergrondse netwerk van verlaten groeven grillig en fascinerend, het is misschien zelfs het meest verkeerd begrepen en ondergewaardeerde architectonische bouwwerk van de Franse hoofdstad.

    Het zou zeker een rol kunnen spelen in de omgang met nieuwe uitdagingen waar steden voor staan: overbevolking, het terugdringen van de kooldioxide-uitstoot, en binnen de stadsgrenzen ruimte creëren voor landbouwactiviteiten, kleinschalige industrie, telecominfrastructuur, datacentra en zelfs uitgaansgelegenheden.

    Voor de herontwikkeling van de verlaten groeven zijn grote investeringen door zowel publieke als private partijen nodig. Want werd de steenhouwerij in de negentiende eeuw om veiligheidsredenen beëindigd, aan het gebruik van de ondergrondse ruimte voor de champignonteelt en de bierbrouwerij kwam een einde door economische redenen.

    De uitdagingen van de verstedelijking in een van de dichtstbevolkte steden ter wereld veranderen razendsnel en de onderaardse groeven zouden een nieuwe rol in de ontwikkeling van Parijs kunnen spelen. Wat sowieso blijft is de niet-aflatende fascinatie van het publiek voor het koninkrijk des doods.

    Auteur: Justinien Tribillon
    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © Pinterest

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.