Eindelijk is er een overzichtswerk te zien van het oeuvre van Artemisia Gentileschi: adembenemende schilderijen van een zestiende-eeuwse kunstenares die in haar werk het leed van vrouwen toonde. ‘Caravaggio is er een brave borst bij.’
Verbanden zijn met een beetje fantasie overal te vinden, is het toeval dat de National Gallery in Londen het werk van Artemisia Gentileschi (1593-ca. 1656) nu laat zien? De beste vrouwelijke Italiaanse kunstenaar van de Europese barok stierf toen de pest door Napels raasde. Althans, dat wordt door historici verondersteld. Veel is er over haar dood niet bekend, behalve dat ze zou zijn begraven in de kerk van San Giovanni dei Fiorentini in Rome. Zelfs de grafsteen waarop HEIC ARTIMISIA (‘hier ligt Artemisia’) zou hebben gestaan, was al verdwenen toen in 1812 bekend werd dat die ooit had bestaan.
Eregalerij
Gelukkig zijn er genoeg wetenschappers die belangrijke kunstenaars uit vervlogen tijden bestuderen en opnieuw in de aandacht brengen. Het leven van Artemisia – ze werd meestal bij haar voornaam genoemd om haar niet te verwarren met haar vader Orazio, ook schilder – kende genoeg succes om haar blijvend in de eregalerij van grote schilders te plaatsen. Invloedrijke klanten onder de Italiaanse adel kochten haar doeken en ook in koninklijke kringen was ze geliefd. Na de laatste gedocumenteerde handeling, een belastingafdracht in augustus 1654, bleef het lange tijd stil rond Artemisia. De stijl veranderde en haar werk raakte uit de mode.
Nu is er dan eindelijk weer een grote tentoonstelling gewijd aan haar oeuvre. Volgens directeur Gabriele Finaldi van de National Gallery een ‘hell of a job’, vanwege delicate onderhandelingen met geldschieters en andere logistieke obstakels. Maar er moest een voorbeeld worden genomen aan de tegenspoed die de kunstenares zelf had ondervonden en die ze met ‘pure wilskracht en talent’ had weten te overwinnen. Finaldi hoopt zelfs dat de gelukkigen die de tentoonstelling in Londen kunnen bezoeken ‘ook voelen dat we moeilijke situaties zoals de coronacrisis kunnen doorstaan’.
Artemisia schilderde op haar zeventiende al een eerste meesterwerk, waar het leed dat vrouwen in de zestiende eeuw werd aangedaan van afdroop. In Suzanna en de ouderlingen probeert Suzanna zich vol walging de ouderlingen van het lijf te houden. Niet bepaald een voor de hand liggend onderwerp. Behalve dat Artemisia zelf aan den lijve zou ondervinden hoe het is om vernederd en verkracht te worden.

Vader Orazio had de bekende schilder Agostino Tassi uitgenodigd om zijn dochter perspectief te leren schilderen. Na afloop verkrachtte Tassi haar. Hij werd aangeklaagd, maar curieus genoeg niet omdat hij een elleboog tussen de dijen van de achttienjarige had geduwd en haar tegenstribbelen met zijn andere arm had gesmoord, nee, omdat hij weigerde met haar te trouwen.
Volgens kunsthistorici zou deze ervaring de jonge barokschilder enorm hebben beïnvloed en haar werk woest en en sensueel tegelijk hebben gemaakt. De herwaardering van de zestiende-eeuwse maestra komt in die zin ook overeen met de huidige tijd, waarin paal en perk wordt gesteld aan de vrijheden die het andere geslacht zich te lang heeft kunnen permitteren. Of zoals Jonathan Jones in The Guardian schrijft: ‘Vendetta was een recht in die wereld, zeker als de eer was geschonden.’ Alleen gold dat uitsluitend voor mannen. Artemisia eiste hetzelfde recht op dat ze als vrouw maatschappelijk ontbeerde, maar schilderend als geen ander wist te gebruiken.
#MeToo
De herwaardering van Artemisia’s werk, schrijft Rebecca Mead in The New Yorker, komt uiteraard niet alleen doordat dit goed aansluit op het tijdperk van afrekeningen in het kader van #MeToo, maar doordat men opnieuw is gaan kijken naar haar technische vaardigheid, haar vernuft en dan vooral haar beheersing van het dramatische clair-obscur, een verhoogd spel van licht en schaduw.

Een van haar beroemdste schilderijen hangt er natuurlijk ook. (Er zijn overigens meer dan honderddertig werken aan Artemisia toegeschreven, maar slechts de helft ervan is officieel erkend als door haar geschilderd.) Het doek dat ze op haar negentiende maakte en dat haar reputatie als superster vestigde, is dat van de bijbelse Judith die de vijandige Assyrische legeraanvoerder Holofernes onthoofdt, geholpen door haar dienstmeisje. Het gaat volgens Rebecca Mead steeds over haar zelf geclaimde recht op expressie – ook wat onderwerpen betreft die alleen aan mannelijke collega’s waren voorbehouden. Om al haar schilderijen te interpreteren als uitingen van een wraakzuchtige catharsis, zou haar overigens tekort doen.
Volgens Eleanor Nairne van The New York Times is deze Judith wat Artemisia bedoelde toen ze tegen haar Siciliaanse beschermheer Don Antonio Ruffo zou hebben gezegd: ‘Ik zal uw heerschap laten zien waartoe een vrouw in staat is.’ Nairne wijst op de plukjes haar tussen Judiths knokkels als ze Holofernes’ schedel vastgrijpt om de slagader in zijn nek door te snijden. ‘Caravaggio is er een brave borst bij.’
Artemisia’s Judith stuitte op weerstand vanwege het expliciete vertoon van geweld – van een vrouw
De Judith van Artemisia is ‘een schop in je maag’, schrijft The Art Newspaper. ‘Niemand schilderde gutsend bloed zoals zij.’ Het schilderij waarop de twee vrouwen met een serene daadkracht hun taak volbrengen broeit, kolkt, spuwt en klopt. Het stuitte dan ook niet verbazend op weerstand vanwege het expliciete vertoon van geweld – van een vrouw. Op verzoek van de groothertogin van Toscane werd het zelfs ergens weggestopt het Palazzo Pitti in Florence.
Dat Judith onthoofdt Holofernes nu weer te zien is, maakt de tentoonstelling alleen al de moeite waard. Zeker in de context van ander werk van de schilder, die door BBC News werd omschreven als ‘de Beyoncé van de kunstgeschiedenis’.
Koningin
De lovende kritieken stroomden al binnen; Alastair Sooke van de Britse Telegraph beschouwt de tentoonstelling als een briljante showcase van ‘de koningin van het vrouwelijke empowerment’.
Letizia Treves, de curator van de tentoonstelling in Londen, vindt dat Artemisia als een soort pan-Europese beroemdheid moet worden gezien, ‘op een gelijk niveau als Rubens of Van Dyck’.

Kritiek op de schilder is er ook. Artemisia zou zich hebben aangepast aan de mores van de tijd, en zelf geen stijl in gang hebben gezet. ‘Ik kan bijvoorbeeld geen enkele Artemisia-leerling noemen,’ zegt Treves – om er onmiddellijk aan toe te voegen dat er in die tijd vast geen mannelijke kunstenaar was die haar leerling wilde te zijn.
Konden we het Kanaal maar over, als verstekelingen tussen de vaccins, om de rijke pigmenten, de weelderige texturen en de hartverscheurende, wulpse emotie in het echt te kunnen zien.

