Wanneer het vroeger over ‘klimaatoorlog’ ging, doelde men vooral op de ecologische consequenties van klimaatverandering. Nu heeft de term er een geopolitieke dimensie bij gekregen.
Toen ik in 2015 klimaatverandering begon te verslaan, had het begrip ‘klimaatoorlog’ nog maar één betekenis. Als iemand toen zei dat klimaatverandering de wereldorde in gevaar bracht, dacht men hierbij aan de directe gevolgen van opwarming en de indirecte gevolgen die daaruit voortkwamen. Wetenschappers waren bang dat ongekende droogte en overstromingen steden zouden verwoesten en massale migratie zouden veroorzaken, waardoor economische verhoudingen zouden kantelen of extreemrechts nationalisme zou ontstaan. Of ze maakten zich zorgen dat wereldwijde hongersnood voor torenhoge voedselprijzen zou zorgen en ouderwetse grondstoffenoorlogen zou ontketenen. Afgaand op inzichten uit de sociale wetenschappen vreesden ze ook dat weerschommelingen tot revoluties en burgeroorlogen zouden leiden.
De wereld van 2015 is niet meer dezelfde als die van 2022. Landen boekten sindsdien aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatbehoud, waardoor ze tot nu toe de ergste scenario’s konden voorkomen. Canada begon CO2-vervuiling te belasten, Europa sloot de zogenaamde Green Deal en de Verenigde Staten konden wonderlijk genoeg de Inflation Reduction Act aannemen. Sterker nog, politieke leiders gingen bij verkiezingen op dit beleid inzetten – en wonnen. Dankzij een wereldwijde afkeer van steenkool. Ooit leek het mogelijk dat de wereld tegen het einde van de eeuw vier of vijf graden warmer zou worden, maar door een groeiende, wereldwijde afkeer van steenkool zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.
Dat we de afgelopen zeven jaar succes boekten, drong vorige maand tot me door toen ik een mededeling van de Duitse overheid zag. In de boodschap werd decarbonisatie op één lijn geplaatst met de klassieke drie-eenheid van de Verlichting: ‘Demokratie, Vielfalt & Klimaschutz. Du Bist Europa.’ Ofwel: ‘Democratie, diversiteit en klimaatbescherming. U bent Europa.’ Wat een overwinning. Maar wat een ingewikkelde overwinning. Sinds 2015 is de kans op een klimaatoorlog niet geheel verdwenen. In plaats daarvan kregen de politieke risico’s een ander karakter. Steeds meer landen hebben de energietransitie in hun economie geïncorporeerd, maar het zou kunnen dat dergelijke inspanningen een politiek conflict in de hand werken.
Dubbele functie
Laat het duidelijk zijn dat die verschuiving niet doelbewust werd gecreëerd, maar het resultaat is van een ontwikkeling die klimaatactivisten al vroeg voorspelden: accu’s, hernieuwbare energiebronnen en koolstofvrije energie kwamen bovenaan de technologische ladder te staan. Milieufanaten nemen enthousiast waar dat Oekraïners e-bikes en elektrische drones inzetten voor verkenningen en de aanval op Russische tanks. Maar hierdoor wordt des te meer duidelijk dat dergelijke innovaties een dubbele functie hebben – ze kunnen zowel in een maatschappelijke als in een militaire context worden ingezet. Voor landen die voor hun veiligheid moeten vechten, zijn ze dus onmisbaar.
Dat er over dergelijke technologieën met een dubbele functie conflicten kunnen ontstaan, spreekt voor zich. In de Chinees-Amerikaanse handelsstrijd staan zulke conflicten al centraal. Vorige maand stemde de regering-Biden in met een verbod op de verkoop aan China van alle moderne apparatuur voor de fabricage van halfgeleiders. Ook werd ‘Amerikaanse personen’ – een groep waartoe Amerikaanse burgers en mensen met een Amerikaanse verblijfsvergunning behoren – verboden in de Chinese halfgeleiderindustrie te werken. Zoals Eric Levitz in New York Magazine schrijft, komt het beleid neer op een economische vorm van oorlogvoering: ‘het is nu officieel Amerikaans beleid om te voorkomen dat China zijn ontwikkelingsdoelen bereikt’.
Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar
Die logica is gevaarlijk, want halfgeleiders zijn van essentieel belang voor decarbonisatie. Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar. Computerchips regelen bijna elk onderdeel van het energiegebruik en de energieopslag van elektrische auto’s, scooters, boilers, inductiefornuizen en meer. Kleine verbeteringen aanbrengen in de computerchips en software van auto-accu’s geeft fabrikanten van elektrische voertuigen een belangrijke voorsprong op hun concurrenten. Nu is het type halfgeleiders waarop Bidens beleid van invloed is, veel geavanceerder dan het goedkopere type dat nodig is voor decarbonisatie. Maar wie de ontwikkeling van een ander land tegenwerkt, kan van een economisch meningsverschil in een militair meningsverschil terechtkomen – zoveel is duidelijk.
Wat die dynamiek nog ingewikkelder maakt, is dat de VS en China klimaatbeleid inzetten als middel in hun diplomatieke concurrentie. President Xi Jinping deed misschien wel de belangrijkste internationale klimaatbelofte van de afgelopen jaren toen hij verklaarde dat China ernaar streeft om in 2060 klimaatneutraal te zijn. Omdat hij deze doelstelling minder dan twee maanden vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 aankondigde, werd die opgevat als een scherpe boodschap voor en zelfs berisping van de Verenigde Staten en de regering onder Trump. ‘Het laat zien dat Xi de klimaatagenda wil gebruiken voor geopolitieke doeleinden,’ verklaarde Greenpeace-analist Li Shuo destijds in een interview met The New York Times.
Maar concurrentie hielp het Amerikaanse beleid ook vooruit. De Inflation Reduction Act werd deels aangenomen omdat Amerikaanse wetgevers de clean-techindustrie niet willen overlaten aan China. Dat heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten op het punt staan de binnenlandse productie van zonnepanelen massaal te subsidiëren. Het zou kunnen dat we in de VS over tien jaar een overschot aan goedkope zonnepanelen hebben. En hoewel dat economisch gezien enorm nadelig zou zijn, is het waarschijnlijk goed voor het klimaat. Als Amerika er dankzij geopolitieke rivaliteit voor kiest zonne-industrie te subsidiëren, kan concurrentie eerder bevorderlijk dan belemmerend zijn voor het klimaat. Een wereldwijde toename van goedkope zonne-energie geeft niet alleen een impuls aan decarbonisatie maar zet bedrijven er ook toe aan om zonnepanelen op nieuwe, creatievere manieren in te zetten.
Taiwan
Waarschijnlijk is de enige factor die een volwaardige oorlog tussen China en de Verenigde Staten kan ontketenen nog altijd Taiwan. Toch moeten we blijven beseffen dat een handelsconflict de internationale betrekkingen kan verslechteren en landen in de richting van ‘zero-sum‘-denken kan duwen. Zelfs wanneer zo’n conflict voortkomt uit de oprechte wens van politici om een binnenlandse industrie voor schone technologie op te zetten. En laat duidelijk zijn dat het grootste risico op door klimaatbeleid aangewakkerd geweld niet in de VS of China of Europa ligt. The Wall Street Journal berichtte onlangs dat er in de afgelopen maand in de Democratische Republiek Congo door rebellen zwaarder is gevochten dan in de voorgaande tien jaar, omdat groepen die door Rwanda zouden worden gesteund, aanspraak proberen te maken op Congolese delfstoffen. Congo produceert twee derde van het kobalt in de wereld en beschikt over de grootste voorraad aan tantalum, een metaalelement dat wordt gebruikt in condensatoren.
Decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa
Tegelijkertijd is ook de klassieke opvatting van een klimaatoorlog de wereld nog niet uit. Het afgelopen jaar is gebleken hoezeer de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme droogte, de prijs van belangrijke grondstoffen kunnen opschroeven. Dat zorgt in de rijke delen van de wereld voor inflatie en elders voor voedseltekorten. Conventionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, lokken veel eerder een dergelijk conflict uit dan hernieuwbare energiebronnen of klimaattechnologie, vertelt Dan Wang, technologie-analist bij het in China gevestigde economische onderzoeksbureau Gavekal Dragonomics. China blijft afhankelijk van olie en aardgas uit het buitenland, en de VS is een steeds grotere exporteur van aardgas naar China aan het worden. Als de VS die export zou stopzetten – net zoals ze de olie-export naar Japan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog beëindigden – zouden de kans op en het risico van een groter conflict toenemen.
Jarenlang hebben klimaatactivisten betoogd dat milieuoverwegingen een centrale plaats verdienden in de economische en sociale beleidsvorming. Het klimaat is alles, zeiden ze. Tot op zekere hoogte hebben ze gelijk gekregen: decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa. Klimaatactivisten hebben een plaats veroverd aan de tafel waar de belangrijkste vraagstukken van de staat en samenleving worden opgelost. Wat een vooruitgang heeft de wereld geboekt, maar wat een lange weg hebben we nog te gaan.
Lees ook:

