jim chesek PYx6yjAoVVs unsplash 1 scaled


Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.

Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.

Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.

‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’

Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.

‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.

SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.

Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.

‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’

De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.

Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.

Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.

Tromsø

Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’

De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.

We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.


Deel dit artikel


Recent verschenen