ANP 426078612 e1689931979340


Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

Koolstofdioxide

Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

Jongeren

Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

Economisch profijt

Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen