een emoji zegt meer dan duizend woorden


De lange lijst van gele gezichtjes en allerhande groente en fruit die tegenwoordig ontbeerlijk zijn in de onlinecommunicatie blijft groeien. Maar hoe, en vooral door wie, wordt bepaald welke emoji’s erbij komen en welke er verdwijnen?

Without Hesitation, Tokio, Japan, 2012. © Rafaël Roozendaal
Without Hesitation, Tokio, Japan, 2012. © Rafaël Roozendaal

Geloof het of niet, maar de eerste emoji is al in 1999 bedacht door de Japanse kunstenaar Shigetaka Kurita. Hij zocht een eenvoudige, snelle en aantrekkelijke methode voor het overbrengen van informatie. Kurita werkte destijds als ontwikkelaar voor i-mode, een internetplatform van Japans grootste provider van mobiele telefonie, DOCOMO. Twintig jaar later hebben deze kleine gele plaatjes ineens veel meer betekenis dan je op het
eerste gezicht zou zeggen.

Emoji is wel een lingua franca genoemd, een internationale omgangstaal die verschillen in taal en cultuur kan overbruggen. Maar het is meer dan alleen een neutraal communicatiemiddel of een hulpstuk voor onschuldige vormen van sexting: emoji’s hebben zich in het afgelopen decennium ook ontpopt als laagdrempelige beeldtaal voor politiek activisme.

‘De emoji-taal is een soort opsomming van onze maatschappij geworden en is een steeds grotere rol gaan spelen in het publieke discours, ook over politieke kwesties,’ zegt de Nederlandse emoji-deskundige Lilian Stolk. ‘Niet alleen drukken we met emoji’s soms politieke ideeën uit, maar ook het hele proces van de invoering van nieuw emoji’s is een politiek spel. Grote bedrijven willen ermee uitstralen dat ze voor diversiteit staan, zoals Apple met zijn emoji’s voor verschillende handicaps en Google met zijn genderneutrale emoji.’

Toen in Amerika een paar maanden geleden voor het eerst werd gesproken over mogelijke impeachment van de president, groeide de perzik-emoji – tot dan toe vooral gebruikt als onschuldig sekssymbooltje – ineens uit tot een actueel protestsymbool tegen Trump: een oproep tot impeachment.

Het lijkt erop dat de perzik-emoji zich ontpopte als homoniem (één woord met twee radicaal verschillende betekenissen) toen een tweet van de Amerikaanse singer-songwriter Lizzo bijna 120.000 likes kreeg. Die impeachment-tweet was waarschijnlijk bedoeld als positief commentaar op het besluit van Nancy Pelosi om een impeachment-onderzoek tegen Trump in te stellen.

Ook de letterlijke betekenis van emoji’s wordt soms gebruikt voor politieke boodschappen, vooral in landen zonder vrijheid van meningsuiting. In China wordt het gebruik van de hashtag #MeToo bijvoorbeeld gecensureerd. Als mensen daar verhalen willen delen over seksuele intimidatie en misbruik, gebruiken ze daarom de emoji’s voor gekookte rijst en konijn, omdat het Chinees voor ‘rijstkonijn’ net zo klinkt als ‘me too’. En tijdens de laatste Britse verkiezingen stond de emoji van een rode roos algemeen symbool voor Labour.

Omstreden meningen

Maar emoji’s worden niet alleen voor positieve boodschappen gebruikt: ook het andere kamp maakt er gebruik van. Er zijn ook diverse emoji’s, zoals de kikker (verwijzing naar Pepe the Frog [een extreemrechts symbool uit de internetmemecultuur]), het glas melk en het handgebaar voor ‘oké’, die worden gebruikt als symbool voor ‘white power’.

‘De meest politieke en voor mij verrassende stap is dat Apple in China het symbool voor de Taiwanese vlag op zijn telefoons blokkeert – en sinds kort ook in Hongkong en Macau. Dat geeft wel aan hoe graag Apple de Chinese markt te vriend wil houden,’ zegt Stolk. ‘En de meer omstreden politieke meningen kun je makkelijker uiten met een emoji of een meme dan in woorden,’ zegt Stolk ook. ‘Als je je politieke mening op die manier in ironie hult, kun je je daarachter verschuilen. Als je ergens een Pepe-meme plaatst of de kikker-emoji gebruikt, kun je altijd zeggen dat je geen extreem-rechtse ideeën hebt, dat het “gewoon grappig” is. Maar ondertussen verwijst het er wel naar.’

Het lijkt misschien alsof er elk jaar als bij toverslag een verzameling nieuwe emoji’s op je telefoon verschijnt, maar zo werkt het niet. Alle aanvragen van gebruikers, ontwerpers en activisten voor nieuwe symbolen worden elk jaar beoordeeld door het Unicode Consortium, de instantie die over de emoji’s gaat. Die instantie kwam daarvoor de laatste jaren soms onder vuur te liggen. Begin dit jaar werd een emoji van een bloeddruppel toegevoegd, wat algemeen werd beschouwd als een eerste stap in het bespreekbaar maken van en bestrijden van de schaamte rond menstruatie. Dat is te danken aan de non-profitorganisaties Plan International UK en Plan Australia, die in 2017 een campagne voor zo’n emoji lanceerden in hun strijd tegen dat taboe.

Om de keuze van nieuwe emoji’s te democratiseren heeft Stolk de webapp Emoji Voter ontworpen, waarmee gebruikers kunnen stemmen op de emoji’s die zij ingevoerd willen zien. Je bladert er door de lijst officiële aanvragen voor nieuwe emoji’s die bij het Unicode Consortium zijn ingediend, en je kunt ze swipen zoals op Tinder. Met een veeg naar links wijs je de emoji af, met een veeg naar rechts zeg je dat deze emoji in de volgende update moet worden opgenomen. De uitslag gaat naar het Consortium, en dat bepaalt uiteindelijk welke emoji’s op een goede dag op onze telefoon verschijnen.

‘Een handvol mensen van het Unicode Consortium bepaalt met welke emoji’s wij kunnen communiceren. Stel je voor dat maar een klein groepje mensen zou bepalen welke woorden wij mogen gebruiken. Het is heel raar dat wij als gebruikers daar geen stem in hebben. Met Emoji Voter wil ik daar verandering in brengen,’ zegt Stolk.

Als we zo doorgaan, scrollen we straks door een lijst van vijfduizend emoji’s. Is dat wat we willen?

Geen afro-emoji

De nieuwe voorstellen omvatten leuke en onschuldige ideeën, zoals een steen, symbool voor de rotsklomp die de aarde is. Maar ook meer inclusieve en politieke plaatjes, zoals de bever, ‘een speels symbool uit de subcultuur van de LHBTQ+-gemeenschap’, en een afrokapsel ‘ter vergroting van de diversiteit’ – en omdat dit het enige haartype is dat in de emoji-catalogus ontbreekt.

‘Als poortwachters van de taal die wij online allemaal gebruiken, zijn de mensen die hier bij Unicode over gaan niet altijd consequent in hun keuzes. Ze zeggen dat een nieuwe emoji niet te specifiek mag zijn en het in zich moet hebben om populair te worden,’ zegt Stolk. ‘Maar waarom heb je dan wel een emoji voor rood haar en niet voor een afro, terwijl er wereldwijd veel meer mensen met een afro zijn? Waarom was een emoji voor menstruatie te specifiek, maar heb je straks wel zeventig symbooltjes voor mensen met een handicap? Als we zo doorgaan, scrollen we over acht jaar door een lijst van vijfduizend emoji’s op onze telefoons. Is dat wat we willen? We moeten dit beter doordenken.’

Stolk denkt dat de emoji’s voor knuffelen en op je lip bijten de meeste stemmen zullen krijgen. ‘Dat zijn allebei vormen van non-verbale communicatie, en dat is waar we emoji’s toch het meest voor gebruiken,’ zegt Stolk.

De stemprocedure is dus nog verre van perfect, maar het is geruststellend om te zien dat diversiteit en inclusiviteit een steeds grotere rol krijgen in het debat. Emoji’s alleen kunnen misschien geen echte verandering in de maatschappij teweegbrengen, maar kunnen wel het gesprek stimuleren en als toegankelijk communicatiemiddel tussen talen en culturen fungeren. Je zou kunnen stellen dat een emoji soms meer zegt dan duizend woorden.

Cara Curtis

Wie heeft de macht?

Kader
Technologie, het gereedschap dat we tot onze beschikking hebben, is medebepalend voor wat we doen en hoe we dat doen, en bepalend voor wie wel en niet (mee)doet.

Daarmee is technologie een politiek vraagstuk. Niet gek, daarom, dat toen het internet in de jaren negentig van de vorige eeuw mainstream ging, dat gepaard ging met een strijdkreet. Internetters van het eerste uur voelden zich de koning te rijk. Onder hen ook John Perry Barlow. Hij schreef in zijn ‘A Declaration of the Independence of Cyberspace’: ‘Governments of the Industrial World, you weary giants of flesh and steel, [you] have no moral right to rule us nor do you possess any methods of enforcement we have true reason to fear.’ Oftewel: pak in, oude machthebbers. In deze nieuwe, genetwerkte wereld beheersen wij het gereedschap en maken wij de regels.

In 25 jaar kan een hoop gebeuren. De afgelopen decennia is het internet het toneel geweest van een strijd om de macht. Burgers kregen met het internet het gereedschap in handen om op ongekende wijze bij te dragen aan het publieke leven: om de macht te controleren, kennis te vergaren, kunst te maken, of simpelweg om samen te leven. Commerciële partijen zagen op hun beurt al vroeg de mogelijkheid om deze nieuwe onlineruimte commercieel uit te baten. Zij verklaarden data het nieuwe goud en de grootste onder de techbedrijven werden al snel almachtig, onder andere door steeds meer dimensies van ons leven te dataficeren en te vermarkten. Tot slot gebruikt en misbruikt de overheid internettechnologie steeds vaker om verder binnen te dringen in het leven van de burger. Het internet dat Barlow in 1996 beschreef? Dat bestaat niet meer.

In 25 jaar is dus een hoop gebeurd. Het is niet Barlow, maar Bruce Schneier, waar ik vaak op teruggrijp wanneer ik de huidige tijd, en de unieke rol van het internet daarin, wil duiden. Schneier, publicist en technoloog, schreef in 2013: ‘When the powerless found the Internet, suddenly they had power. But while the unorganized and nimble were the first to make use of the new technologies, eventually the powerful behemoths woke up to the potential – and they have more power to magnify.’

De komende jaren zullen cruciaal zijn voor het internet en dus voor onze samenleving. Organisaties als Bits of Freedom vertegenwoordigen daarin de belangen van de burger. We vechten voor een internet dat ons helpt de grootste en meest complexe vraagstukken van deze tijd te beantwoorden, zonder dat onze samenleving daarmee mensen buitensluit, achterlaat of in de verdrukking brengt. Een internet dat niet enkel in het bezit is van de ‘powerful behemoths’, maar de informatie-positie van de burger vergroot en de rechtsstaat stut. Echter, wie denkt dat vraagstukken rondom zelf-beschikking, de vrijheid van meningsuiting, dataficering, algoritmes, innovatie, platformisering of de invloed van internettechnologie op het klimaat zich makkelijk laten beantwoorden, think again. De vraag wie de baas is over het internet is nog niet beslecht. Denk je mee?

Evelyn Austin, directeur Bits of Freedom

The Next Web
Nederland | website | thenextweb.com

The Next Web begon in 2006 als een conferentie voor start-ups, daaruit vloeide een blog voort dat uitgroeide tot The Next Web Media, een platform voor het laatste nieuws over nieuwe technologie.


Deel dit artikel


Recent verschenen