In tijden van ‘alternatieve feiten’ en ‘fake news’ doet de waarheid er steeds minder toe. George Orwell liet in zijn iconische roman 1984, die een beklemmend beeld schetst van een totalitaire staat, al zien waar dit toe kan leiden: een onvrije samenleving waarin niemand meer voor zichzelf denkt.

Geen roman uit de vorige eeuw heeft zo veel invloed gehad als 1984 van George Orwell. De titel, de achternaam van de auteur als bijvoeglijk naamwoord, het vocabulaire van de almachtige partij die de superstaat Oceanië bestuurt met de ideologie van engsoc – dubbeldenken, geheugengat, onpersoon, gedachtemisdaad, nieuwspraak, gedachtepolitie, kamer 101, Big Brother – ze zijn allemaal terechtgekomen in onze taal, als onmiddellijk herkenbare tekenen van een toekomstnachtmerrie. Het is bijna onmogelijk om het over propaganda, toezicht, autoritaire politiek of verdraaiing van de waarheid te hebben zonder met een verwijzing naar 1984 te komen. Tijdens de Koude Oorlog vond de roman achter het IJzeren Gordijn ondergronds gretig aftrek bij lezers die zich afvroegen: hoe wist hij dat?

Het boek was ook verplichte kost voor verscheidene generaties Amerikaanse middelbare scholieren. Ik stuitte rond mijn vijftiende voor het eerst op 1984 bij het vak Engels. Orwells roman werd naast Brave New World van Aldous Huxley geplaatst, en in de ogen van een Californische tiener in de jaren zeventig was de hedonistische en farmaceutische dystopie daarvan relevanter dan het kille sadisme van Oceanië.

Ik was te jong en had te weinig historisch besef om te begrijpen waar 1984 vandaan kwam en waar de roman eigenlijk voor waarschuwde. Boek noch auteur bleven me bij. Als twintiger ontdekte ik de essays en non-fictieboeken van Orwell en herlas die tot mijn exemplaren uiteenvielen, maar ik keerde niet terug naar 1984. Na de middelbare school had ik nog een decennium in de twintigste eeuw door-gemaakt, ook het kalenderjaar van de titel, en ik dacht dat ik het boek al ‘kende’. Het was te bekend om het nog eens op te pakken.

Dus toen ik deze roman onlangs herlas, was ik niet voorbereid op de kracht ervan. Alles wat je denkt te weten, alle 1984-gerelateerde terminologie en iconografie en culturele afgeleiden moet je laten voor wat ze zijn om het oorspronkelijke genie en de blijvende grootsheid van dit boek te kunnen bevatten. Het is een diepgravend politiek essay en een schokkend, hartverscheurend kunstwerk in een. En in het Trump-tijdperk is het een bestseller.

Elk kunstwerk ontsnapt aan de controle van zijn schepper – hoe populairder en complexer, hoe groter de misverstanden

The Ministry of Truth: The Biography of George Orwell’s 1984 door de Britse muziekrecensent Dorian Lynskey is een rijk en meeslepend pleidooi voor de roman als het hoogtepunt van Orwells werk en als sleutel tot begrip van de moderne wereld. Het boek verscheen in 1949, toen Orwell stervende was aan tbc, maar Lynskey traceerde de biografische bronnen ervan meer dan een decennium eerder, in Orwells maanden in Spanje als vrijwilliger aan de Republikeinse kant tijdens de burgeroorlog in dat land. In Barcelona maakte hij kennis met het totalitarisme, toen agenten van de Sovjet-Unie een uitgebreide leugen bedachten om de Trotskisten in de Spaanse regering te ‘ontmaskeren’ als fascistische spionnen.

Linkse journalisten slikten dit verzinsel gemakkelijk, want het was goed voor de communistische zaak. Orwell slikte het niet, maar bracht de leugen aan het licht met journalistieke reportages die een voorproefje vormden van zijn klassieke boek Homage to Catalonia (Saluut aan Catalonië) – en werd daarmee een ketter in de linkse beweging. Hij deed stoïcijns over de verveling en de ongemakken van de loopgravenoorlog – hij werd in zijn nek geschoten en kwam ternauwernood levend uit Spanje weg – maar over het uitwissen van de waarheid wond hij zich erg op. Dat zag hij als een bedreiging van wat ons tot gezond denkende mensen maakt en het leven de moeite waard maakt.

‘In 1936 hield de geschiedenis op,’ zei hij later tegen zijn vriend Arthur Koestler, die precies wist wat Orwell bedoelde. Vrijwel alles wat hij na Spanje schreef en las, is uitgemond in de schepping van zijn laatste meesterwerk. ‘De geschiedenis hield op,’ schrijft Lynskey, ‘en 1984 begon.’ De ontstaansgeschiedenis van 1984 – de race tegen de klok die de stervende man in een afgelegen cottage op het Schotse eiland Jura voerde om zijn roman af te krijgen – zullen veel Orwell-lezers wel kennen. Een van Lynskeys bijdragen is dat hij afrekent met het idee dat het afschrikwekkende toekomstbeeld in het boek valt toe te schrijven aan en in zeker opzicht af te doen als de doodswens van een tbc-patiënt.

In werkelijkheid wekte de terminale ziekte in Orwell een sterke drang om te leven – hij hertrouwde op zijn sterfbed – op dezelfde manier wordt het pessimisme van de roman, tot aan de laatste pagina’s, verzacht door Winston Smith’s liefde voor de natuur, antieke objecten, de geur van koffie, het geluid van een zingende proletenvrouw, en bovenal voor zijn geliefde Julia. 1984 is verpletterend somber, maar de helderheid en kracht van het boek creëren bewustzijn en inspireren tot verzet. Zoals Lynskey schrijft: ‘Niets in Orwells leven en werk wijst erop dat hij wanhopig zou zijn geweest.’

Nachtmerrietoestand

Lynskey voert de literaire oorsprong van 1984 terug op de utopische fictie van de optimistische negentiende eeuw – Looking Backward (1888) van Edward Bellamy, de sciencefictionromans van H.G. Wells die Orwell als jongen las – en naar hun dystopische opvolgers in de twintigste eeuw, waaronder Wij (1924) van de Rus Jevgeni Zamjatin en Brave New World van Huxley. Het interessantste deel van The Ministry of Truth is Lynskeys relaas over het latere leven van de roman.

Al meteen bij publicatie barstte de strijd om 1984 los, met geruzie om de politieke betekenis van het boek. Conservatieve Amerikaanse recensenten concludeerden dat het belangrijkste doelwit van Orwell niet alleen de Sovjet-Unie was, maar links in het algemeen. Orwell, die snel achteruitging, kwam daarop met een verklaring waarin hij uitlegde dat de roman geen aanval op een bepaalde regering was, maar een satire op de totalitaire neigingen in de samenleving en onder intellectuelen in het Westen: ‘De moraal die te trekken valt uit deze gevaarlijke nachtmerrietoestand is eenvoudig: laat het niet gebeuren. Het is aan jullie.’

Maar elk kunstwerk ontsnapt aan de controle van zijn schepper – hoe populairder en complexer, hoe groter de misverstanden. Lynskeys uiteenzetting van het bereik dat 1984 heeft gehad, is een eyeopener. De roman heeft als inspiratie gediend voor films, tv-series, toneelstukken, een ballet, een opera, een album van David Bowie, imitaties, parodieën, vervolgverhalen, weerleggingen, Lee Harvey Oswald, de Black Panther Party en de John Birch Society. Het boek heeft zelf iets van de verstikkende alomtegenwoordigheid van Big Brother gekregen: 1984 is watching you.

Toen het jaar 1984 aanbrak, rees de culturele toe-eigening volledig de pan uit. In januari van dat jaar keken 96 miljoen mensen tijdens de Superbowl naar een commercial voor de Apple Macintosh, die een marketinglegende werd. Een vrouwelijke atleet, die de Mac voorstelt, slingert een voorhamer tegen een reusachtig tv-scherm, zodat het gezicht van een man – de onderdrukkende technologie – uiteenspat, tot verbijstering van een publiek van grauwe zombies. De boodschap: ‘Je zult zien waarom 1984 geen “1984” wordt.’

Het argument keert zo ongeveer om de tien jaar terug: Orwell had het mis. Zo erg is het niet geworden. De Sovjet-Unie is verleden tijd. Technologie is bevrijdend. Maar Orwell heeft zijn roman nooit bedoeld als voorspelling, alleen als waarschuwing. En als waarschuwing wordt 1984 telkens opnieuw relevant. In de week van de inauguratie van Donald Trump, toen de adviseur van de president zijn onjuiste schatting van het aantal toeschouwers rechtbreide met de term ‘alternatieve feiten’, keerde de roman terug op de bestsellerlijsten. Al snel ging een toneelbewerking ervan in première op Broadway. Het nieuwspraak-vocabulaire ging viraal. De autoritaire president die de term fake news op zijn kop zette, de president die een keer zei: ‘Wat u ziet en wat u leest is niet wat er gebeurt’ heeft 1984 een heel nieuw leven gegeven.

Wat betekent de roman voor ons? Niet kamer 101 in het ministerie van Liefde, waar Winston wordt ondervraagd en gemarteld tot hij alles kwijtraakt wat hem dierbaar is. Wij leven echt niet in een totalitair systeem. ‘Per definitie is een land waarin je 1984 mag lezen niet het land dat in 1984 wordt beschreven,’ erkent Lynskey. In plaats daarvan brengen wij onze dagen door onder het constante toezicht van een scherm dat we hebben gekocht bij de Apple Store, dat we overal met ons meedragen en waaraan we alles vertellen, zonder dat de staat ons daartoe dwingt. Het ministerie van Waarheid is Facebook, Google en nieuwszenders. Wij kennen Big Brother persoonlijk en zijn zélf in hem veranderd.

Trump

De verkiezing van Trump leverde een stroom waarschuwende boeken op met titels als On Tyranny, Fascism, A Warning, en How Fascism Works. Bij mijn plaatselijke boekhandel richtten ze een speciale thematafel over het totalitarisme in en legden ze de nieuwe boeken naast 1984. Die boeken wijzen naar de twintigste eeuw – als het in Duitsland kon gebeuren, kan het hier ook gebeuren – en waarschuwen lezers ervoor hoe gemakkelijk democratieën ineenstorten. Het zijn alarmbellen tegen meegaandheid en fatalisme – ‘de politiek van de onvermijdelijkheid’, zoals historicus Timothy Snyder het formuleert, ‘een gevoel dat de toekomst gewoon een voortzetting is van het heden, dat de wetten van de vooruitgang bekend zijn, dat er geen alternatieven zijn en er dus niets is wat je kunt doen’.

De waarschuwingen zijn terecht, maar de nadruk die ze leggen op de mechanismen van vroegere dictaturen leiden de aandacht af van de kern het kwaad: niet de staat, maar het individu. De crux is niet dat Trump misschien de democratie afschaft, maar dat de Amerikanen hem de mogelijkheid hebben gegeven dat te proberen. De onvrijheid van nu is zelfverkozen. Ze komt van onderaf.

We leven met een nieuw soort regime, dat in Orwells tijd niet bestond. Het is een combinatie van hard nationalisme – waarin frustratie en cynisme leiden tot xenofobie en haat – en zachte afleiding en verwarring: een mix van Orwell en Huxley, wreedheid en entertainment. De gemoedstoestand die de Partij in 1984 door angst afdwingt en waarin de waarheid zo wankel wordt dat ze uiteindelijk ophoudt te bestaan, brengen we nu teweeg in onszelf. Totalitaire propaganda schakelt de controle over alle informatie gelijk totdat de werkelijkheid is wat de Partij zegt dat ze is – het doel van nieuwspraak is om de taal zo te verarmen dat politiek incorrecte gedachten niet langer mogelijk zijn.

Tegenwoordig is het probleem te veel informatie vanuit te veel bronnen, met als gevolg een rampzalige fragmentatie en verdeeldheid – niet de overheersing van gezag, maar het verdwijnen daarvan, waardoor gewone mensen zelf achter de feiten moeten zien te komen, overgeleverd aan hun eigen vooroordelen en misvattingen.

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezing van 2016 gebruikten propagandisten op een Russische trollenfarm sociale media om een meme te verspreiden: ‘“De mensen zullen geloven wat de media zeggen dat ze geloven” – George Orwell.’ Maar dat heeft Orwell nooit gezegd. Het morele gezag van zijn naam werd gestolen en veranderd in een leugen voor het zeer orwelliaanse doel: de afbraak van het geloof in de waarheid. De Russen hadden hiervoor partners nodig en vonden die bij miljoenen, met name onder de niet-elites van Amerika.

In 1984 heten mensen uit de werkende klasse ‘proleten’ en Winston gelooft dat zij de enige hoop voor de toekomst zijn. Zoals Lynskey uiteenzet, heeft Orwell niet voorzien ‘dat de gewone man en vrouw het dubbeldenken even enthousiast zouden omarmen als de intellectuelen en er, zonder dat daar angst en marteling aan te pas kwamen, voor zouden kiezen te geloven dat twee plus twee was wat zij wilden dat het was’.

Wij wankelen onder de dagelijkse last van het dubbeldenken dat afkomstig is van Trump, van zijn handlangers in de inner party, zijn spreekbuizen in het ministerie van Waarheid en zijn fanatieke aanhangers onder de proleten. Veel moeilijker is het om dubbeldenken te herkennen in onszelf. ‘Zien wat er voor je neus gebeurt is een voortdurende strijd,’ schreef Orwell. Voor mijn neus, in de wereld van intellectuele en progressieve mensen waarin ik leef en werk, is een ander soort dubbeldenken doorgedrongen.

Daarbij gaat het niet om de bewering dat wat waar is nep is of dat twee pus twee vijf is. Progressief dubbeldenken – dat toegenomen is als reactie op de rechtse variant – schept een verraderlijker realiteit, omdat het opereert in naam van alles wat goed is. Het sleutelwoord is gerechtigheid – een woord waar niemand zonder moet willen leven. Maar tegenwoordig dwingt die hang naar gerechtigheid tot het accepteren van tegenstellingen die de essentie van het dubbeldenken zijn. Zo hebben veel linkse mensen nu het onuitgesproken maar algemene uitgangspunt dat een goed kunstwerk voortkomt uit goede politiek en dat goede politiek een kwestie van identiteit is.

Verwarring van categorieën

De progressieve kijk op een boek of toneelstuk hangt af van de politieke stellingname daarvan, en die stellingname – zelfs het onderwerp – wordt bekeken in het licht van de groep waartoe de kunstenaar behoort: persoonlijke identiteit plus politieke positie is gelijk aan esthetische waarde. Deze verwarring van categorieën bepaalt de oordelen in de media, de kunsten en het onderwijs, van film-recensies tot subsidieverleners.

Sommige mensen die wel inzien dat dit uitgangspunt een vorm van dubbeldenken is, hebben daar privé misschien moeite mee, maar zeggen dat niet in het openbaar. Dan gaat zelfcensuur over in zelfbedrog, tot het inzicht zelf verdwijnt – een leugen die je aanvaardt wordt een leugen die je vergeet. Zo elimineren intelligente mensen zelf hun onorthodoxie, zonder gedachtepolitie.

Waarheid, zo blijkt, is het kwetsbaarste goed ter wereld

Orthodoxie wordt ook opgelegd door sociale druk, en nergens heviger dan op Twitter, waar het spookbeeld om te schande gezet of ‘ontvolgd’ te worden evenzeer voor conformiteit zorgt als het vooruitzicht om meer volgers te krijgen. Deze druk kan machtiger zijn dan een partij of een staat, omdat hij wordt uitgeoefend in naam van het volk en in de taal van de morele verontwaardiging waartegen in zekere zin geen verdediging bestaat. Hoge bonzen met grote groepen volgers patrouilleren door de straten van de sociale media en straffen gedachtemisdadigers af, maar de meeste progressieven voegen zich zonder problemen naar de verstikkende consensus van het moment en naar de intolerantie die daaruit voortkomt – niet uit angst, maar omdat ze tot de kant van de gerechtigheid gerekend willen worden.

Deze welbewuste beperking van intellectuele vrijheid zal blijvende schade aanrichten. Ze tast het vermogen aan om helder te denken en ondermijnt zowel de cultuur als de vooruitgang. Goede kunst komt niet voort uit sociaal bewustzijn, en sociale problemen waarover geen debat is kunnen geen werkelijke oplossingen vinden. ‘Er valt niets te winnen door een papegaai een nieuw woord te leren,’ schreef Orwell in 1946. ‘Wat nodig is, is het recht om te drukken wat je gelooft dat waar is, zonder bang te hoeven zijn voor intimidatie of chantage van welke kant ook.’ Er is niet veel veranderd sinds de jaren veertig. De wil tot macht komt bij rechts nog steeds via haat en bij links via deugd.

1984 zal altijd een onmisbaar boek zijn, ongeacht ideologische veranderingen, omdat het een portret is van een persoon die probeert vast te houden aan wat echt en waardevol is. ‘Verstand is niet statistisch,’ denkt Winston op een avond, voordat hij in slaap valt. Waarheid, zo blijkt, is het kwetsbaarste goed ter wereld. Het belangrijkste politieke drama is het drama dat zich afspeelt in je hoofd.

Auteur: George Packer

The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.


Deel dit artikel


Recent verschenen