iStock 803138190


De eenentwintigste eeuw wordt de eeuw van Afrika, aldus hoogleraar Adam Tooze. Het zuidelijke continent, met zijn verbazingwekkende demografische transformatie en de onontkoombare groei, zal de komende decennia een hoofdrol spelen op het wereldtoneel.

De komende decennia zullen we het evenwicht op het wereldtoneel op een revolutionaire manier zien verschuiven – en waarschijnlijk niet in de richting die u denkt. Sinds de jaren negentig heeft het idee dat we misschien wel een ‘Aziatische eeuw’ ingaan het Westen zorgen gebaard en gedesoriënteerd. Maar als we de geschiedenis op langere termijn bezien, is het feit dat China en India weer een hoofdrol spelen op het wereldtoneel niet zozeer een revolutie als wel een reprise.

Industrialiseren als het Oosten

‘Kijk naar het Oosten!’ is het devies van de intellectuele en beleidsvoorhoede op het Afrikaanse continent. Een verstandige gedachte, want Afrikaanse economieën zijn nog steeds sterk afhankelijk van de export van primaire grondstoffen. Zeker nu, met de mondiale gevolgen van de oorlog in Oekraïne, de pandemie en klimaatverandering, is de wereldmarkt uitermate onvoorspelbaar, en dat maakt Afrikaanse economieën kwetsbaar. Als antwoord op het plunderen van onbewerkte grondstoffen wordt al sinds het einde van het kolonialisme gehamerd op diversificatie, oftewel: begin met eigen productie en ontwikkel ook andere economische sectoren. Maar hoe dan? En: is dat wel verstandig?
Landen in Oost-Azië als Zuid-Korea, Maleisië en Singapore – destijds nog ontwikkelingslanden – voerden in de jaren vijftig, zestig en zeventig een industriebeleid. Daarmee stimuleerden ze niet alleen industrialisatie en productie, maar ook armoedebestrijding en economische en persoonlijke groei. Industrialisatie is veel meer dan domweg dingen produceren, onderstreepte Carlos Lopez, voormalig VN-secretaris van de Economische Commissie voor Afrika, onlangs in een interview met Africa Is a Country. Industrialisatie betekent vooral fundamentele en structurele verandering, zoals het opstellen van regels en formalisering, en afstand doen van informele economische afspraken die in het grootste deel van Afrika nog steeds gebruikelijk zijn. ‘Industrialisatie vereist doelgerichte beleidsinterventies,’ aldus Lopez, ‘terwijl diversificatie eerder zoiets is als: is er nog ruimte op de markt?’

Gedurende het grootste deel van de afgelopen tweeduizend jaar waren China en India als grote mogendheden het middelpunt van de wereldhandel en konden ze zich beroemen op het hoogste beschavingsniveau. Dat de invloed van beide landen momenteel wereldwijd toeneemt, is een correctie op een anomalie die in de achttiende eeuw is ontstaan als gevolg van de gapende kloof tussen het gemiddelde inkomen in ‘het Westen’ en ‘de rest’. Achtereenvolgende industriële revoluties en koloniale veroveringsgolven hebben een wereld gecreëerd waarin de verhouding tussen economische en militaire macht enerzijds en bevolkingsgrootte anderzijds radicaal is scheefgegroeid. 

Niet voor niets was 1900 het hoogtepunt van het westerse raciale denken. Ook al heeft het westerse publieke geweten sindsdien misschien geprobeerd al te openlijke racistische stijlfiguren af te zweren, het zette nog altijd geen vraagtekens bij de abnormale economische onbalans tussen het Westen en de rest van de wereld die aan dat raciale denken ten grondslag ligt.

Als het economisch herstel van China en India de grootste schok van het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw is, dan hebben de komende decennia nog een revolutie voor ons in petto: de verbazingwekkende demografische transformatie van Afrika.

Anders dan Azië werd het Afrikaanse continent van oudsher gekenmerkt door een lage bevolkingsdichtheid. Voor zover we kunnen nagaan werd Afrika rond 1914 bewoond door 124 miljoen mensen, oftewel nog geen 7 procent van de wereldbevolking. De tweehonderd jaar daarvoor had de slavenhandel er hard ingehakt. Maar het contact met Europa leidde in Afrika niet tot zo’n demografische ramp als in Noord- en Zuid-Amerika. De bevolking van Afrika was gehard door blootstelling aan nietsontziende ziekten als pokken. Hoewel tientallen miljoenen jonge mensen tot slaaf werden gemaakt, bleef de Afrikaanse bevolking groeien, zij het langzaam.

De twintigste eeuw bracht in Afrika een demografische revolutie teweeg. De totale bevolking van het continent loopt momenteel tegen de 1,4 miljard – meer dan tienmaal zoveel als een eeuw geleden – en dat aantal zal de komende decennia nog groeien.

Zoals Edward Paice uitlegt in zijn belangrijke boek Youthquake: Why African Demography Should Matter to the World, zijn demografische voorspellingen een hachelijke zaak. Maar het is onwaarschijnlijk dat Afrika tegen 2050 niet tussen de 2,2 en 2,5 miljard inwoners zal tellen. Dat betekent dat Afrika halverwege deze eeuw waarschijnlijk goed zal zijn voor een kleine 25 procent van de wereldbevolking, meer dan drie keer zoveel als in 1914.

Alleen al in de jaren veertig van deze eeuw zal het aantal geboortes in Afrika vermoedelijk 566 miljoen belopen. Halverwege deze eeuw zullen er meer kinderen in Afrika worden geboren dan in Azië en zal de Afrikaanse bevolking wereldwijd het grootste aantal mensen in de werkzame leeftijd tellen.

In 2100 zal Afrika met 4,2 miljard mensen 40 procent van de wereldbevolking uitmaken

De mate waarin jong Afrika zijn stempel op de eenentwintigste eeuw zal drukken wordt duidelijk wanneer we samenlevingen rangschikken naargelang hun mediane leeftijd, de leeftijd die een bevolking verdeelt in een jongere en een oudere helft. De huidige mediane leeftijd van de vergrijzende Japanse bevolking is 48; zelfs als we rekening houden met hun legendarische langlevendheid zullen veel huidige Japanners niet veel van de tweede helft van deze eeuw kunnen meemaken. In China is de mediane leeftijd 38. In India 28. En in Nigeria 18. Dit betekent dat, ijs en weder dienende, een groot deel van de nu levende Nigeriaanse bevolking de jaren tachtig van deze eeuw nog zal meemaken. Met het huidige klimaatbeleid, om maar een voorbeeld te noemen, geven we vorm aan hun wereld.

Revolutie

Natuurlijk is voorspellen wat er over decennia zal gebeuren een vorm van speculatie. Maar als we de voorspelling van de Verenigde Naties als leidraad nemen, mogen we verwachten dat het aantal Afrikanen in 2100 de 4,2 miljard zal overstijgen, waarmee Afrika dan goed zal zijn voor 40 procent van de wereldbevolking. Dat zou veel minder zijn dan het huidige aandeel van Azië van 60 procent, maar toch zou het een revolutie betekenen.

De omvang van de demografische groei van Afrika is wellicht verrassend, omdat een al lang geleden voorspelde demografische transitie op het continent zich in een veel trager tempo heeft voltrokken dan tot enkele jaren geleden nog werd verwacht.

Het idee van een demografische transitie houdt nauw verband met algemenere begrippen als groei en modernisering. Wanneer bevolkingen profiteren van hogere inkomens en een betere gezondheidszorg, leidt dat tot lagere sterftepercentages. Deze verbetering in de levensomstandigheden wordt, na verloop van tijd, gevolgd door een dalend vruchtbaarheidscijfer. Hoeveel tijd daartussen zit leek tot dusver sterk afhankelijk van de mate van verstedelijking, onderwijs aan vrouwen en arbeidsdeelname van vrouwen. Het netto-effect van deze uitgestelde sequentie van dalende sterfte en vervolgens dalende vruchtbaarheid is dat er aanvankelijk een versnelling van de bevolkingsgroei plaatsvindt, gevolgd door een vertraging en uiteindelijk een stabilisering. Als het vruchtbaarheidscijfer zo ver daalt als in grote delen van Europa en Oost-Azië, zal de bevolking misschien zelfs krimpen.

In Groot-Brittannië, waar dit patroon het eerst werd waargenomen, duurde de demografische transitie twee eeuwen, van ruwweg 1740 tot 1940. Recentere transities hebben zich sneller voltrokken. In Chili, een van de rijkste landen van Latijns-Amerika, voltrok de demografische transitie zich tussen de jaren twintig en de jaren zeventig van de vorige eeuw. In Thailand en Brazilië werd de transitieperiode beknot tot veertig jaar.

Omdat veel Afrikaanse samenlevingen nalaten meisjes onderwijs te geven zijn de vruchtbaarheidscijfers hoog

Zoals Paice aantoont is het dwaas om te generaliseren in het geval van zo’n onmetelijk en divers continent als Afrika. In Noord-Afrika hebben Marokko, Tunesië en Libië een even snelle demografische transitie ondergaan als elders op de wereld. Ook in Zuid-Afrika is het vruchtbaarheidscijfer spectaculair afgenomen, net als in Malawi en Rwanda. Maar tegelijkertijd voltrekt de transitie zich in Nigeria, de Democratische Republiek Congo, Tanzania, Oeganda en Soedan in een tergend traag tempo. Het sterftecijfer is daar gedaald, maar het vruchtbaarheidscijfer is maar heel langzaam afgenomen. In Egypte en Ethiopië, waar de vruchtbaarheid snel is gedaald, is het percentage jongeren zo enorm dat ze in 2050 een bevolking van respectievelijk 160 en 205 miljoen mensen zullen hebben.

Paice legt uit dat omdat veel Afrikaanse samenlevingen nalaten meisjes onderwijs te geven en vrouwen mondiger te maken, de vruchtbaarheidscijfers daar hoog zijn. Maar in grote delen van West- en Oost-Afrika blijft meer dan vijf kinderen de gewenste gezinsgrootte. Niger is niet toevallig het land met de hoogste bevolkingsgroei ter wereld. Vrouwen daar zeggen negen of meer kinderen te willen, terwijl mannen het op dertien houden.

Op sommige plekken, met name in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, is de verstedelijking hand in hand gegaan met een dalend vruchtbaarheidscijfer. Maar veel hangt af van het soort verstedelijking. Nigeria kent een even sterke mate van verstedelijking als Thailand en Indonesië, maar het algehele vruchtbaarheidscijfer is er drie keer zo hoog.

Sociale mores

Volgens Paice blijkt uit onderzoek dat in sommige landen religie en conservatieve sociale mores de toegang tot voorbehoedsmiddelen beperken. Maar zelfs in landen waar voorbehoedsmiddelen vrij verkrijgbaar zijn, zoals Nigeria en Angola, zijn er veel vrouwen van alle opleidingsniveaus en sociale geledingen die ze niet gebruiken. En dit ondanks het feit dat de kans dat een Nigeriaanse vrouw sterft als gevolg van een zwangerschap, bevalling, postnatale depressie of abortus 1 op 22 is. Alles bij elkaar vindt 20 procent van alle gevallen van moedersterfte wereldwijd in Nigeria plaats. Toch moet zo’n conclusie natuurlijk met een flinke korrel zout worden genomen, omdat er talloze onofficiële hindernissen zijn die Nigeriaanse vrouwen belemmeren bij het maken van een vrije voortplantingskeuze.

Zoals Afrikanen aantonen is demografische verandering geen automatisch gevolg van modernisering. Het is een kwestie van kiezen.

De komende dertig jaar zal de groeitrend vrijwel onontkoombaar zijn

Natuurlijk kan niet worden uitgesloten dat het tempo van de transitie plotseling zal toenemen. De bevolking van Afrika kan ook op dezelfde manier stabiliseren als die van India en China. Maar de komende dertig jaar zal de groeitrend vrijwel onontkoombaar zijn. De moeders van de kinderen die in de jaren dertig en veertig geboren zullen worden, zijn nu zelf al geboren. Als de vruchtbaarheid van deze meisjes niet radicaal verschilt van die van hun moeders, zal een Afrikaans continent met 2,4 tot 2,5 miljard inwoners het meest waarschijnlijke scenario voor 2050 zijn. Nigeria zal vooroplopen met een bevolking van tussen de 350 en 450 miljoen, hoogstwaarschijnlijk groter dan die van de Verenigde Staten.

De omvang van deze getallen leidt nogal eens tot verhitte discussies over de Afrikaanse demografie. Enerzijds is er sprake van onheilsprofetieën en nauwverholen raciale angst bij het vooruitzicht dat er vloedgolven Afrikaanse migranten naar Europa zullen komen. Anderzijds zijn er de euforie over een ‘opkomend Afrika’ en de belofte van jonge en dynamische samenlevingen die zullen profiteren van wat demografen het ‘demografisch dividend’ noemen, de fase waarin een nationale economie de vruchten plukt van een grote werkzame bevolking.

Welke kant het ook opgaat, het is een ontwikkeling waarmee we geen enkele ervaring hebben. Een scenario waarin Afrikanen een kwart of meer van de wereldbevolking vertegenwoordigen is iets nieuws onder de zon. En de uitdagingen zijn gigantisch.

In 2018, nog vóór de pandemie, haalde Nigeria India in als het land met het grootste aantal straatarme burgers ter wereld. Opmerkelijk is dat, ondanks de natuurlijke hulpbronnen van het land en zijn terechte reputatie als bakermat van ondernemerstalent, het Nigeriaanse bnp per hoofd van de bevolking niet substantieel hoger is dan het eind jaren zeventig was.

Infrastructuur

Nigeria geniet de twijfelachtige eer een van de economieën met het hoogste bnp in dollars ter wereld te zijn per kilowatt beschikbare elektriciteit. Dat getuigt zowel van het improvisatietalent van de Nigerianen als van het onvermogen om een adequate infrastructuur aan te leggen. Een land dat een grote olieproducent is maar zelf over onvoldoende raffinaderijen beschikt, zodat het veel van zijn elektriciteit opwekt door het verbranden van geïmporteerde diesel, weet zijn mogelijkheden onvoldoende te benutten.

In Nigeria zien we in verhevigde vorm waar het op het hele continent aan schort. Hoe kunnen de snelgroeiende Afrikaanse steden aan de infrastructuur en de diensten komen waar hun inwoners zo om zitten te springen?

Meer dan 640 miljoen Afrikanen, oftewel 40 procent van de bevolking van het continent, hebben geen elektriciteit – een van de hoogste percentages ter wereld. Volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank is het energieverbruik in sub-Sahara-Afrika (met uitzondering van Zuid-Afrika) 180 kilowattuur (kWh) per hoofd van de bevolking, tegen 13.000 kWh in de Verenigde Staten en 6500 kWh in Europa.

Hoe zullen de Afrikaanse economieën de banen creëren die nodig zijn om honderden miljoenen jonge mensen werk en een toekomst te verschaffen? Volgens Paice stelt het explosief toenemende aantal jongeren Afrika voor een uitdaging die qua tempo en schaal vergelijkbaar is met de gigantische golf van verstedelijking in China van de jaren negentig van de vorige eeuw tot de jaren tien van de huidige eeuw. Maar nergens in Afrika is sprake van groei in het Chinese tempo.

De Wereldbank verwacht dat meer dan tachtig miljoen Afrikanen de komende decennia tot migratie zullen worden gedwongen

Hoe kan, terwijl meer dan 40 procent van het Afrikaanse arbeidspotentieel nog op het platteland woont, de agrarische ontwikkeling worden aangejaagd? En hoe zullen zowel rurale als stedelijke gemeenschappen in Afrika zich aanpassen aan klimaatverandering? De Wereldbank verwacht dat meer dan tachtig miljoen Afrikanen de komende decennia tot migratie zullen worden gedwongen door problemen als een chronisch watertekort.

De benodigde investeringen zijn gigantisch. In 2018 schatte de Afrikaanse Ontwikkelingsbank dat er een bedrag van 130 tot 170 miljard dollar per jaar nodig was om tegen 2025 iedereen van water, sanitaire voorzieningen en elektriciteit te voorzien, het wegennet te repareren en uit te breiden, mobiele ontvangst te garanderen en minstens de helft van de bevolking toegang te verschaffen tot een glasvezelnetwerk binnen een straal van 25 kilometer. Helaas zal dat doel niet worden gehaald. Om zelfs maar het ontoereikende Latijns-Amerikaanse niveau van kapitaalvorming per hoofd van de bevolking te halen zou het investeringsniveau in Afrika moeten verdubbelen.

Gezien het lage inkomens-, spaar- en belastingniveau in Afrika moet veel van de aanvankelijke financiering van buitenaf komen. Daardoor zal de schuld waaronder veel Afrikaanse landen toch al gebukt gaan nog verder toenemen. Waar de aanvankelijke investeringen ook vandaan komen, de leningen zullen uiteindelijk moeten worden terugbetaald van winsten, inkomsten en belastingen die door Afrikaanse economieën worden gegenereerd.

Dit zijn de eeuwige vragen waarvoor ontwikkelingseconomieën zich gesteld zien. In Azië is het massale armoedeprobleem sinds de jaren negentig steeds verder opgelost. Dit proces is nog lang niet voltooid, maar er gloort licht aan het eind van de tunnel. Dat kan van Afrika niet worden gezegd. Het enige sub-Saharaanse land met een hoog middeninkomen is Zuid-Afrika, gezien zijn koloniale en apartheidsverleden nou niet bepaald een voorbeeld dat iemand zou willen volgen. En momenteel kampt Zuid-Afrika met een gebrekkige infrastructuur, onrust onder de bevolking en massale werkloosheid.

Geen enkel economisch beleid heeft kans van slagen als het ontbreekt aan basale behoeften zoals energie, water en basisonderwijs

Voorbij zijn de dagen dat iemand met een gerust hart een bepaald ontwikkelingsmodel kon aanbevelen. De economische successen van de afgelopen jaren zijn op verschillende manieren tot stand gekomen, met veel meer overheidsbemoeienis in Ethiopië en meer marktgerichte modellen in Ghana en Kenia. Maar geen enkel economisch beleid heeft op de lange termijn kans van slagen als het ontbreekt aan basale behoeften zals energie, water en basisonderwijs. En die basale behoeften zijn op hun beurt gerelateerd aan de snel toenemende omvang van de bevolking.

Een verhaal over de eenentwintigste-eeuwse globalisering kan alleen maar volledig zijn als er ook Afrikaanse stemmen in doorklinken en het een analyse bevat van hoe Afrika worstelt met dit gigantische transformatieve groeiproces, een van de grootste menselijke drama’s van onze tijd. Maar het blijft opvallend, zoals Paice opmerkt, dat Afrika maar al te vaak ‘ontbreekt in het globale narratief’.

De invloed van de van oudsher bestaande veronderstellingen over welke landen zich zullen ontwikkelen en welke landen over het bestuurlijke vermogen en de technologische bekwaamheid zullen beschikken is groot. Nadat de optimistische verwachtingen van het postkolonialisme van de jaren zeventig niet zijn uitgekomen, heeft Afro-pessimisme het continent naar de zijlijn gedirigeerd.

Institutioneel gesproken zijn er schrijnende blinde vlekken. De G20 heeft maar één Afrikaans lid, Zuid-Afrika. Net als Latijns-Amerika en India heeft Afrika geen permanente zetel in de Veiligheidsraad. Dit getuigt niet alleen maar van een gebrek aan morele visie en rechtvaardigheidsgevoel. Het weerspiegelt ook een onrealistische en verouderde kijk op de wereld van de eenentwintigste eeuw.

Toename van handel

Wij spreken van het eind van de globalisering omdat de enorme toename van de handel tussen Azië en het Westen zich misschien heeft gestabiliseerd, maar de integratie van Afrika in de handel en de wereldwijde communicatie is nog maar net begonnen.

Wanneer Nigeria een bevolking van meer dan driehonderd miljoen zielen heeft, zal het wel en wee van het land van belang zijn voor de hele wereld. Die bevolking beperkt zich niet tot het platteland, maar raakt steeds meer verstedelijkt. Ondanks een gering inkomen per hoofd van de bevolking en een laag onderwijsniveau beschikt het land over een aanzienlijk communicatienetwerk om contact te onderhouden met de buitenwereld. Het potentieel voor conflicten, maar ook voor innovatie en groei is enorm. Met mobiele telefoons uitgeruste Somalische piraten en betalingssystemen als M-Pesa laten zien hoe Afrika kan uitgroeien tot een innovatiehub.

Naar rato van het aantal geproduceerde films per jaar wordt de Nigeriaanse filmindustrie alleen overtroffen door het gigantische Bollywood. Er wonen meer christenen in Afrika dan op enig ander continent. Louter vanwege hun omvang zal de manier waarop Egypte en Ethiopië zaken als gezondheidszorg en energieontwikkeling aanpakken wereldwijde implicaties hebben. Als Zuid-Afrika, dat nu nog kampt met zijn falende elektriciteitsbedrijf Eskom, tot bloei wil komen, zal het de ecologische voetafdruk van zijn middeninkomens revolutionair moeten beperken. De veengrond van het Kongobekken is een van de grootste koolstofputten ter wereld. Het wordt ook bewoond door een van de armste en snelst groeiende bevolkingen op de planeet.

De lijst voorbeelden kan eindeloos worden uitgebreid. Zoals [de Amerikaanse schrijver en journalist] Howard French opmerkte: ‘Hoe de bevolking en de economieën van Afrika zich ontwikkelen zal van invloed zijn op alle aspecten van het leven van mensen dichtbij en veraf.’

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen