Dalende kosten van raketten zorgen voor een ware ruimtewedloop, nu ook nieuwe spelers als India en China een succesvol ruimteprogramma hebben opgetuigd. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn nieuwe internationale regels nodig, schrijft commentator Stephen Bush.
In de ruimte blijft al je gepraat over soft power in het luchtledige hangen. Vraag het maar aan Colombia. Daar werd in 1976 een top belegd met Brazilië, Ecuador, Oeganda, Kenia, Indonesië, Congo en toenmalig Zaïre. Die landen gaven een verklaring af waarin ze stelden dat het luchtruim boven hun land tot aan de geostationaire baan niet bij de ruimte hoort, maar bij het grondgebied van hun land. Die Verklaring van Bogotá was een flop. Colombia mag zijn aanspraak op dat deel van de ruimte dan in zijn grondwet hebben verankerd, internationaal vond de verklaring geen weerklank en ‘hun’ ruimte wordt nog onverminderd geëxploiteerd.
Al deze landen hadden dezelfde klacht: dat de internationale wetgeving over het gebruik van de ruimte niet de belangen dient van alle landen ter wereld, maar vooral die van de grootmachten. En ze hadden gelijk, al zal dat een schrale troost zijn. In het internationale Ruimteverdrag staat dat verkenning van de ruimte zal worden uitgevoerd ‘in het belang van alle landen’. Maar sinds dat verdrag werd aangenomen en ondertekend (in 1967, met de VS, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk voorop) is de macht van landen in de ruimte altijd nauw verbonden geweest met hun macht op aarde. Een goed voorbeeld daarvan zijn de wetten die de VS unilateraal opstelt over zaken die in het verdrag van 1967 niet of niet duidelijk genoeg geregeld zijn, zoals commerciële mijnbouw op asteroïden en de maan.
Kostendaling
De maanlanding van Chandrayaan-3 eind augustus was belangrijk als romantische illustratie van iets wat we al wisten: dat India deze eeuw een grootmacht in opkomst is. Maar het was ook een belangrijk moment om een andere reden: naar verluidt had India de nog niet eerder verkende zuidpool van de maan weten te bereiken voor slechts 74 miljoen dollar, nauwelijks meer dan Arsenal heeft betaald voor de Duitse voetballer Kai Havertz. Dat kunnen veel andere landen ze niet nadoen, en dat is deels te danken aan de kennis die India in de loop van zijn nu al 54 jaar oude ruimteprogramma heeft opgebouwd.
Maar het past ook binnen de bredere kostendaling in de ruimtevaart die wordt aangewakkerd door commerciële bedrijven als SpaceX. Het succes van India is deels te danken aan zijn eigen macht. Maar ook aan het feit dat het mede dankzij Indiase innovaties nu zelfs mogelijk wordt om een eigen maanmissie op te tuigen voor grootmachten op hun retour zoals het Verenigd Koninkrijk. En voor commerciële bedrijven en privépersonen met veel minder geld dan Elon Musk of Amazon-oprichter Jeff Bezos, die in zijn toespraak bij de diploma-uitreiking op de middelbare school al blijk gaf van zijn belangstelling voor het koloniseren van de ruimte.
Met de dalende kosten van raketten is nog maar één hindernis voor die kolonisatie uit de weg geruimd. In hun voortreffelijke nieuwe boek A City on Mars leggen Kelly en Zach Weinersmith op geestige en overtuigende wijze uit waarom je wel krankzinnig optimistisch of oliedom moet zijn om binnen afzienbare tijd een kolonie in de ruimte te willen vestigen. Helaas zijn velen van ons een van de twee of allebei.
‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen’
Diverse wedlopen tussen grote mogendheden in het verleden hebben aangetoond dat landen tot akelig veel stommiteiten in staat zijn om maar niet achter te blijven bij de ander. En het zou kunnen dat er op de zuidpool van de maan nog onvermoede schatten worden ontdekt. Maar het is net zo goed mogelijk dat die droom net zo’n illusie blijkt als het mythische El Dorado in het hartje van Afrika. Een van de gevolgen van de kolonisatiewedloop in Afrika was dat miljoenen Afrikanen vermoord of op de vlucht gejaagd werden. Er zijn gelukkig geen maanbewoners of marsmannetjes die we van hun land kunnen beroven. Maar een ander uitvloeisel waren directe conflicten tussen de Europese mogendheden. De race om een al dan niet reële voorsprong in de ruimte te behalen begint al hetzelfde effect te krijgen.
Dat India de doelstelling van zijn ruimteprogramma verlegd heeft van binnenlandse ontwikkeling naar maanmissies en de verdediging van Indiase satellieten, is een reactie op de proeven die China uitvoert met antisatellietwapens. En dat de VS weer met maanmissies bezig is, heeft meer te maken met de zekerheid dat China mensen naar de maan wil sturen dan de minieme kans dat er op de zuidpool van de maan iets waardevols te vinden is.
Door de dalende kosten van raketten is het verkennen van de ruimte niet langer alleen voorbehouden aan de grote mogendheden, zoals tijdens de Koude Oorlog. Het verdrag van 1967 op basis waarvan de ruimte nu met anderen gedeeld wordt, gaat nog steeds uit van een wereld waarin dit vooral een bezigheid is van de Amerikanen en de twee voormalige grote mogendheden Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Terwijl de huidige koplopers in de ruimtewedloop de VS en China zijn. ‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen,’ schrijft het echtpaar Weinersmith. Nu de wereld zich opmaakt voor een race naar Mars, is de ruimtevaart hard toe aan nieuwe internationale regels.
Lees ook:

