Het land was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. En dat is de verantwoordelijkheid van Erdogan en zijn regering, schrijft de Turkse journalist Aysegül Sert.
Aardbevingen vormden in de loop van de Turkse geschiedenis al vaker belangrijke keerpunten. In luttele seconden verwoestten ze de stilte. Mijn woonplaats Istanboel werd in 1999 getroffen. Er vielen meer dan zeventienduizend doden en nog veel meer gewonden. Ik wist altijd al dat je rekening moest houden met aardbevingen, dat ze te verwachten zijn in een land dat op de Anatolische Plaat ligt en aan twee grote breuklijnen grenst. Maar ik had er nog nooit een meegemaakt, of de nasleep ervan gezien. Wekenlang sliepen mensen buiten, in parken, aan de waterkant, op straat en in stadions. Sommigen konden niet terug naar hun huizen, omdat die verwoest waren. Anderen waren bang om terug te keren naar hun huizen die nog wel overeind stonden.
Die ramp, en de trage reddingsoperaties die erop volgden, zorgden ervoor dat de AKP – de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling – aan de macht kwam. De AKP beloofde een modern en transparant beleid en heeft sindsdien het land bestuurd. Ondanks haar beloften heeft de partij tientallen jaren verspild: ze hebben alleen het eigen regime in stand gehouden en zich gelaafd aan hun eigen ideologische prioriteiten. Op de huidige catastrofe hebben ze zich op geen enkele manier voorbereid.
Vragen
Turkije en Syrië werden op 6 februari getroffen door twee zware aardbevingen, waarbij meer dan vijftigduizend mensen omkwamen en meer dan honderdduizend gewonden vielen. Velen worden nog vermist. In Turkije zijn meer dan elfduizend woonhuizen en bedrijfsgebouwen ingestort.
De eerste aardbeving had een magnitude van 7,8 en trof de stad Gaziantep, die grenst aan Syrië, kort na vier uur ’s nachts, terwijl iedereen sliep. Er wonen zo’n half miljoen Syrische vluchtelingen, die opnieuw een afschuwelijk gevoel van ontheemding ondergingen. De provincie Kahramanmaraş, die 95 kilometer noordelijker ligt, werd negen uur later getroffen door een beving met een magnitude van 7,5. Verschillende Turkse steden zijn zwaar getroffen. In Griekenland, Cyprus en Libanon werden nog lang naschokken gevoeld.
Ongeveer 380.000 mensen hebben na de aardbeving hun toevlucht gezocht tot hotels, slaapzalen, gemeenschapscentra en andere faciliteiten. President Recep Tayyip Erdogan kondigde voor drie maanden de noodtoestand af in de provincies die het zwaarst door de ramp zijn getroffen, en stelde zeven dagen van nationale rouw in. Want dat is hoe we het in Turkije altijd doen: vandaag rouwen we erom, morgen zijn we het weer vergeten. Totdat de volgende tragedie zich aandient.
Maar de Turkse bevolking heeft allerlei vragen aan de regering. Wat is er gebeurd met de miljarden dollars die we sinds de ramp van 1999 aan ‘aardbevingsbelastingen’ hebben betaald? Waarom heeft men zich niet hoeven houden aan de bouwvoorschriften die bedoeld waren om gebouwen aardbevingsbestendig te maken? Waarom is er, ondanks de waarschuwingen van deskundigen en de beloften van politici, niet meer gedaan om al deze doden te voorkomen?
De ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’
Toen de AKP zo’n twintig jaar geleden aan de macht kwam, was de partij nog vrij onbekend. Kiezers omarmden de AKP omdat ze genoeg hadden van het oude bestuurssysteem en de bijbehorende partijcoalities, het gebrek aan transparantie, het politiegeweld en de financiële ongelijkheid. Die ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’.
Maar de regering heeft de versterking van het land geenszins een prioriteit gemaakt. In plaats daarvan heeft de partij de afgelopen jaren besteed aan nationalistische campagnes – door Koerden in Turkije (bijna 20 procent van het land is van Koerdische afkomst) en Syrië aan te vallen, en door buurland Griekenland te bedreigen. Ideologie kreeg de prioriteit: vrouwen zijn aangespoord ‘ten minste drie kinderen’ te baren en er wordt geprobeerd een ‘vrome generatie’ te kweken door veel religieuze scholen te openen. De regering onderdrukte afwijkende meningen door ambtenaren te ontslaan die zich niet konden vinden in de conservatieve standpunten van de partij.
Kortom, de regering heeft ernaar gestreefd secularisme en democratie de kop in te drukken en alles tot een symbool van haar eigen heerschappij te maken. Bij een grotendeels ongeschoolde en gemakkelijk manipuleerbare bevolking heeft ze er nationalisme ingehamerd, angst voor de ‘ander’ en een onvoorwaardelijk vertrouwen in een heldhaftige vaderfiguur.
Kapot
Dit ‘Nieuwe Turkije’ gebruikte infrastructuurprojecten om de breuk met het verleden te benadrukken. Hoe meer de regering bouwde, hoe machtiger en moderner ze leek. Ze nam geen voorbeeld aan Europa, maar aan de wolkenkrabbers van Qatar en Saoedi-Arabië. Bouwbedrijven en andere bedrijven die dicht bij de partij stonden kregen contracten en vergunningen aangeboden in ruil voor smeergeld en stemmen. Erdogan zei in een toespraak ter gelegenheid van de voltooiing van een nieuwe brug in 2021: ‘Buitenlanders die naar Turkije komen, kijken nu met afgunst naar onze wegen, bruggen en luchthavens.’ Als dat ooit al zo was, geldt dat nu in ieder geval niet meer.
Turkse burgers vroegen kort na de recente aardbevingen op sociale media aan rijke vastgoed- en bouwbedrijven of die hun grondverzetmachines en andere zware apparatuur naar de getroffen plekken konden brengen, zodat er nog levens konden worden gered. Zijn zij immers niet degenen die bouwvoorschriften negeerden om hun inkomsten te maximaliseren? Zijn zij het niet die wegen en huizen bouwden met goedkope materialen, die nu vergaan zijn tot puin en stof?
Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten
Ik heb Turken in de nasleep van corruptieschandalen vaak dingen horen zeggen als ‘Oké, ja, ze stelen. Nou en? Elke regering heeft van ons gestolen; deze regering geeft tenminste iets terug aan het volk door bruggen, vliegvelden en wegen te bouwen.’ Maar nu zijn de bruggen kapot en de vliegvelden gesloten. De wegen zijn zozeer opengebarsten dat ze door een meteoriet lijken te zijn getroffen. Noodhulp kan de rampgebieden niet bereiken.
In de getroffen regio zijn een winkelcentrum en een historische moskee zijn ingestort. Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten. Elektriciteit, brandstof, gas en stromend water zijn schaars. Het kasteel van Gaziantep, een monument dat de Hettitische, de Romeinse en Byzantijnse periode overleefd heeft, is zwaar beschadigd geraakt. Orthodoxe en Armeense kerken en synagogen – de weinige overgebleven herinneringen aan de multi-etnische geschiedenis die de regering heeft geprobeerd uit te roeien zijn naar verluidt vernield.
Maar het is moeilijk om erachter te komen wat er nu precies is ingestort en wat nog overeind staat, omdat de regering veel onafhankelijke media de afgelopen jaren het zwijgen heeft opgelegd. In de ochtend daags na de aardbeving werkte Twitter – waar mensen informatie uitwisselen over overlevenden en benodigdheden – in Turkije bijzonder traag. Waarschijnlijk zat de regering ook daar achter.
Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt
Mijn moeder is geboren in Erzincan, in het oosten van Turkije, meer dan tien jaar na de aardbeving van 1939. Daarbij kwamen dertigduizend mensen om – nog steeds staat de aardbeving bekend als de meest verwoestende in de nationale geschiedenis. Ik bezocht in 2017 haar afgelegen dorp in het prachtige hooggebergte. De mensen daar vertellen nog steeds verhalen over het trauma dat de aardbeving heeft veroorzaakt en dat mensen in elke uithoek van mijn vaderland nog steeds met zich meedragen. Wat er begin deze maand is gebeurd, zal minstens net zo lang worden herinnerd.
Onze republiek viert dit jaar in oktober zijn honderdste verjaardag. De presidents- en parlementsverkiezingen worden in mei gehouden. Natuurlijk heeft de regering deze aardbeving niet veroorzaakt; dat hebben breuklijnen diep in de aarde gedaan. Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt en die meer geeft om haar eigen voortbestaan dan om het welzijn van het volk. We moeten denken aan de blote handen van alle reddingswerkers en bewoners die mensen opgraven in het puin van onze steden. Turkije was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. Ons land verdient beter.
Lees ook:

