De razendsnelle groei van AI vraagt om steeds meer rekenkracht en dus om steeds meer serverruimte. Tegelijkertijd groeit de weerstand: datacenters zouden grote hoeveelheden energie en water verbruiken en het klimaat en hun omgeving belasten. Zijn de zorgen terecht, of worden de gevolgen van datacenters overdreven?
Nee: ‘In de Verenigde Staten behoren datacenters nu al tot de top tien van industriële waterverbruikers’
In de Verenigde Staten staan ruim vierduizend datacenters. Dat is meer dan in enig ander land. De staat Virginia spant de kroon met meer dan zeshonderd. Drie onderzoekers van de George Mason University in Virginia brachten de lokale impact van deze digitale infrastructuur in kaart: ‘We hebben op vijf belangrijke gebieden negatieve gevolgen voor de omgeving vastgesteld: luchtvervuiling, watergebruik, geluidsoverlast, ruimtelijke ordening en energiekosten’, schrijven Neha Gour, Ed Maibach en Luis Ortiz in The Conversation.
Datacenters draaien vrijwel constant en daarbij verbruiken ze ‘enorme hoeveelheden stroom’. Zo verbruikten de datacenters van Virginia in 2023 ongeveer 26 procent van het totale elektriciteitsverbruik van de staat.
Wanneer die stroom uit fossiele brandstoffen komt, komen er volgens de onderzoekers luchtverontreinigende stoffen vrij die in verband worden gebracht met longaandoeningen, hart- en vaatziekten, beroertes en neurologische aandoeningen. Ook worden deze stoffen in verband gebracht met een verhoogd risico op ADHD en autisme bij kinderen en op Parkinson en Alzheimer bij ouderen.
Naast stroom gebruiken datacenters enorme hoeveelheden water om hun servers af te koelen. ‘In de Verenigde Staten behoren datacenters nu al tot de top tien van industriële waterverbruikers’, schrijven de auteurs. In Loudoun County, net ten noordwesten van Washington D.C., verdubbelde het drinkwaterverbruik door datacenters tussen 2019 en 2023: ‘Een sterk toenemende vraag kan rivieren en lokale watersystemen onder druk zetten, ook in regio’s waar droogte doorgaans geen probleem vormt.’
Een groot deel van de gezondheidsschade is te beperken met betere planning en ontwerp
Een ander aspect dat de onderzoekers vaststelden, is geluidsoverlast door het gebrom van de koelsystemen van datacenters. Op sommige woonpercelen kwamen de metingen uit op 40 tot 59 decibel. Dat is stiller dan een gesprek op korte afstand en valt binnen de wettelijke normen. Toch wijzen de onderzoekers erop dat de geluidsniveaus in de buurt komen van het niveau waarvan de Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) zegt dat het werken, slapen en sporten kan belemmeren.
Bovendien bouwen bedrijven nieuwe datacenters vaak nabij groene ruimtes, landbouwgrond of plattelandsgemeenschappen, omdat de grond daar goedkoper is. ‘Maar het omzetten van natuurgebied in industrieterrein vermindert de gezondheidsvoordelen van natuurlijke omgevingen, zoals bewegingsmogelijkheden en mentaal welzijn’, waarschuwen de onderzoekers.
Ten slotte stellen ze vast dat de energieprijzen in het hele elektriciteitsnet zullen stijgen naarmate datacenters de vraag naar stroom opdrijven. Deze hogere kosten worden door alle consumenten gedragen, maar vormen een grotere last voor huishoudens met een laag inkomen.
‘De digitale infrastructuur van de wereld draait op datacenters, en dat gaat niet meer veranderen,’ concluderen de onderzoekers. Een groot deel van deze gezondheidsschade is volgens hen te beperken met betere planning en ontwerp. ‘Het uitbreiden van het aantal datacenters zonder rekening te houden met het klimaat en de leefomgeving mag gewoon geen optie zijn.’
Neha Gour is promovendus in wetenschapscommunicatie. Ed Maibach is professor in communicatie. Luis Ortiz is universitair docent atmosferische, oceanische en aardwetenschappen.
Ja: ‘We verbruiken voorlopig minder water voor kunstmatige intelligentie dan we gebruiken om gras groen te houden’
‘Ik heb alle begrip voor het milieubewuste verzet tegen de bouw van datacenters, maar de argumenten zijn mager’, schrijft experimenteel psycholoog Adam Mastroianni in The New York Times.
Volgens Mastroianni belichamen de datacenters iets groters. ‘Veel mensen hebben het gevoel dat AI hen op ongrijpbare manieren wordt opgedrongen door een handjevol techmiljardairs. Datacenters daarentegen zijn fysieke bouwwerken, onderworpen aan bestemmingsplannen.’ Hij vindt het dan ook logisch dat de woede en bezorgdheid over AI zich uiten in verzet tegen de gebouwen waarin deze technologie is ondergebracht.
De psycholoog denkt dat de gevolgen voor het milieu worden overschat. ‘Volgens onderzoeker Andy Masley maakt het nauwelijks verschil of je een leven lang geen gebruik zou maken van grote taalmodellen of één trans-Atlantische vlucht vermijdt, of bijvoorbeeld overstapt op een hybride auto.’ Volgens een schatting van diezelfde onderzoeker is het versturen van een prompt naar ChatGPT ongeveer even CO₂-intensief als een wasdroger één seconde laten draaien.
‘Er zijn tal van dure tech-startups mislukt. Maar ze werden niet verboden of weggestemd’
Mastroianni trekt een vergelijking met golfbanen en achtertuinen, die eveneens ‘veel ruimte innemen, veel natuurlijke hulpbronnen verbruiken en de grillen van rijkere mensen dienen’. De circa veertienduizend Amerikaanse golfbanen verbruikten in 2020 ruim 2 biljoen liter water en volgens de EPA gebruiken de Amerikanen jaarlijks meer dan 11 biljoen liter voor ‘landschapsirrigatie’. ‘Niemand weet precies hoeveel water datacenters in totaal verbruiken. Een redelijke schatting van Brian Potter van het Institute for Progress komt uit op ongeveer 400 miljard liter in 2023. Zelfs als het aantal datacenters vertienvoudigt, verbruiken we nog steeds minder water voor kunstmatige intelligentie dan we gebruiken om gras groen te houden.’
Iedereen verdient inspraak in de toekomst van kunstmatige intelligentie, vindt Mastroianni. Maar daarvoor zijn volgens hem geen twijfelachtige argumenten over het milieu nodig. Bovendien heeft verzet tegen de bouw van datacenters volgens hem weinig zin. ‘Zelfs als één gemeenschap erin slaagt de datacenters buiten de deur te houden, zal er altijd wel een andere zijn die ze met open armen ontvangt.’
Dat betekent volgens Mastroianni niet dat er helemaal geen verzet mogelijk is: ‘Er zijn tal van dure tech-startups mislukt. Maar niet omdat ze werden verboden of weggestemd. Ze mislukten omdat mensen weigerden ze tijd en aandacht te geven. Het is onwaarschijnlijk dat kunstmatige intelligentie zal verdwijnen, maar de vorm die de technologie aanneemt, ligt in onze handen.’
Adam Mastroianni is een experimenteel psycholoog en de auteur van de wetenschapsblog Experimental History.
Lees ook:
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
