kunnen we alsjeblieft stil zijn alsjeblieft


Al vijf jaar voert Karthic Thallikar uit Arizona zijn strijd tegen het gezoem dat datacentra in zijn buurt verspreiden, het soort laagfrequente ruis van de technologische revolutie waar nog nauwelijks regelgeving over bestaat. Bianca Bosker volgde zijn eenzame odyssee en verdiepte zich in onze moeilijke relatie met geluid, waar we in de moderne wereld steeds minder aan ontkomen.

» Hier leest u dit verhaal op Blendle

Eind 2014, in de tijd dat hij nog graag een wandeling maakte in zijn eigen buurt, hoorde Karthic Thallikar het geluid voor het eerst.

Hij woonde sinds twee jaar met zijn vrouw en twee kinderen in de buurt Brittany Heights in Chandler, Arizona, in een taupe-kleurig huis van twee verdiepingen, waar Thallikar al tijdens de eerste bezichtiging verliefd op was geworden. Het hoge plafond gaf het iets ruims en sjieks, er was een speeltuin om de hoek en hun buren waren vriendelijke, hoogopgeleide mensen die in de autobusiness zaken, bij Intel werkten of les gaven aan de plaatselijke middelbare school. Thallikar vond het prachtig dat hij vanaf de oprit kon uitkijken over het hooiland en de woestijnstruiken van Gila River Indian, en de zigzaggende roze contouren van het Sierra Estrella-gebergte kon zien. Tot voor kort had het land rondom Brittany Heights vooral bestaan uit landbouwgrond en er lag nog een lappendeken van alfalfavelden grenzend aan braakliggend terrein dat was begroeid met mesquitebomen, waar de coyotes tussendoor scharrelden.

’s Avonds, na zijn werk, kwam Thallikar graag tot rust door lange wandelingen te maken door Brittany Heights, langs Musket Way, richting Carriage Lane en Marlin Drive, bijna tot aan de huizen die werden gebouwd bij San Palacio en Clemente Ranch. Het was tijdens een van die wandelingen dat Thallikar zich voor het eerst bewust werd van een laag, monotoom gezoem, als een blender in de verte. Het was irritant, maar hij besteedde er niet te veel aandacht aan. Waarschijnlijk een zwembadpomp. Een paar dagen later, toen hij opnieuw aan het wandelen was, hoorde hij het opnieuw. ‘Misschien een vloerkleedreiniger?’ dacht hij. Een paar avonden later was het geluid er alweer. Het klonk een beetje als de vervormde muziek van een feestje ver weg, maar er was geen gedreun of ritme in te ontdekken. Het was één enkele, aanhoudende noot: UHHNNNGGGG. En hij besefte dat het geluid er nu elke avond was – elke avond, in elke straat. Het vergezelde hem op al zijn wandelingen, als constante, zeurende achtergrondmuziek.

Daarna begon het zich te verspreiden. Begin 2015 constateerde Thallikar dat het gezoem hem naar huis was gevolgd. Nu de zinderende hitte van de zomer in Arizona voorbij was, bracht Thallikar de milde winteravonden net als zijn buren graag buiten door: ze barbecueden, lazen, lummelden rondom hun plunge pools en dineerden in het licht van de lampjesslingers. Thallikar had een vuurkorf en zijn Adirondack-stoelen in zijn achtertuin gezet. Maar steeds als hij naar buiten ging om te koken of te lezen, was daar dat vervloekte geluid – in het weekend, in de namiddag, ’s avonds laat. Het was zeer storend en elke dag dat het voortdurende nam zijn ergernis toe. Waar kwam het vandaan? Zou het nog stoppen? Zou het erger worden? Steeds vaker bleef hij binnen.

En toen drong het door tot zijn slaapkamer. Hij had net zijn ogen gesloten om te gaan slapen toen hij het hoorde: UHHNNNGGGGG. Hij stond op en sloot het raam, maar dat maakte geen enkel verschil. ‘Op dat moment begon ik me zorgen te maken,’ stelt hij later vast. Hij probeerde met oordopjes in te slapen. Toen dat niet hielp bond hij bovendien een handdoek om zijn hoofd. En toen dat nog niet genoeg was, verhuisde hij naar de logeerkamer, waar het gebrom iets minder aanwezig was. Elke avond deed hij zijn best om met zijn oordoppen in en zijn omzwachtelde hoofd in slaap te vallen, maar het geluid resoneerde in zijn botten en hij voelde lichte paniek opkomen toen het maar door en door en door en door en door ging. Het geluid klonk nu 24 uur per dag, zeven dagen per week, als een mug die in zijn oor zoemde, maar dan harder en indringender. Hij had het gevoel dat het overal tegelijk vandaan kwam. Thallikar begon er tegenop te zien om naar huis te gaan. In de maanden die volgden begon hij zijn buurt als oorlogsgebied te ervaren. In een van zijn berichten schreef hij dat het was alsof er een ‘akoestische aanslag’ op zijn huis werd gepleegd.

Extreme daden

De eerste bekende klacht van geluidsoverlast uit de geschiedenis betreft eveneens een verstoorde nachtrust. In het 4000 jaar oude Gilgamesj-epos wordt verteld hoe een van de goden, die door het rumoer van de mensen een beetje chagrijnig was geworden en waarschijnlijk sowieso al niet zijn beste dag had, besluit om ‘de mens-heid te vernietigen’.

Geluidsoverlast – of ‘een zeer dynamische akoestische omgeving’, zoals experts het noemen – zet mensen nog altijd aan tot extreme daden als moord, vooral als iemand er in zijn eigen woonomgeving door wordt getroffen. Na herhaaldelijke pogingen om zijn luidruchtige buurman tot stilte te manen, belde een inwoner van Fort Worth in Texas, vader van twee kinderen, de politie vanwege harde muziek om twee uur ’s nachts. De politie kwam, vertrok weer, en keerde binnen een uur terug omdat de man zijn buurman drie keer zou hebben beschoten – een incident dat doet denken aan de keer dat een man uit Houston diep in de nacht het feestje van zijn buurman binnenviel en de gastheer na een handgemeen doodschoot. In New York schakelde een voormalige toerbuschauffeur die genoeg had van lawaaiige feestjes naar verluidt een huurmoordenaar in. En een man uit Pennsylvania, die los van een enkele bekeuring nooit met justitie in aanraking was geweest, lokte het stel dat boven hem woonde en met wie hij gedoe had over rumoerigheid in een hinderlaag, waarna hij eerst hen en vervolgens zichzelf doodschoot. Op het besmeurde briefje dat hij achterliet stond: ‘Can only be provoked so long before exploding’. [‘Een mens kan maar zoveel hebben voordat hij ontploft’.] Dan is er nog de man die zijn luidruchtige buren met een vuurwapen bedreigde, de man die een middelbareschoolleraar beschoot na een geschil over lawaai, de man die een moeder en haar dochter onder vuur nam vanwege zijn ergernis over de geluiden die uit hun appartement kwamen, de man die zijn huisgenoot doodschoot vanwege het bescheiden verzoek of hij ‘wat stiller kon doen’ en de vrouw die haar buurman beschoot nadat hij haar vroeg haar muziek zachter te zetten – en dat was allemaal dit jaar [in de VS].

‘We hebben allemaal wel eens de behoefte om onze buren te vermoorden’

Bij geluidsoverlast gaat het nooit alleen om het geluid zelf; macht en machteloosheid spelen altijd een rol. Het is een inbreuk waar we geen controle over hebben en waar we ons vanwege de bouw van ons lichaam niet voor af kunnen sluiten. Zoals een wetenschapper die onderzoek deed naar geluidsbestrijding een keer met gedempte stem tegen me zei: ‘We hebben allemaal wel eens de behoefte om onze buren te vermoorden.’

Toch staat geluidsoverlast niet hoog op de lijst van schadelijke omgevingsfactoren. Er is geen Michael Pollan van het geluid. Tegen het bestrijden van omgevingsgeluiden wordt heel anders aangekeken dan tegen het volgen van paleodieet of zuiveringskuur. De aankondiging in The New Yorker dat geluidsvervuiling misschien wel de eerstvolgende volksgezondheidscrisis zal vormen, werd alom belachelijk gemaakt. ‘Vervuilende vervuiling is de volgende grote (en huidige) volksgezondheidscrisis’, luidde een van de reacties. Geluid wordt ook minder als risico voor de gezondheid beschouwd dan zichtsvervuiling, waarover mensen zich dan wel weer kunnen opwinden terwijl ze tussen twee golfwedstrijden of tentoonstellingsopeningen bij hun buitenhuis met hun bladblazers in de weer zijn. Maar als je over geluid klaagt, beginnen mensen al snel met hun ogen te draaien. Er is geen makkelijkere manier om tot mopperkont te worden bestempeld.

‘Geluidsoverlast zet mensen aan tot extreme daden als moord, vooral als iemand er in zijn eigen woonomgeving door wordt getroffen.’ – © Mche Lee / Unsplash
‘Geluidsoverlast zet mensen aan tot extreme daden als moord, vooral als iemand er in zijn eigen woonomgeving door wordt getroffen.’ – © Mche Lee / Unsplash

Onder wetenschappers is al decennia lang bekend dat geluidsoverlast, zelfs op schijnbaar onschadelijk volume, zoals verkeersrumoer, slecht voor ons is. ‘Overlast “hinderlijk” noemen is net zoiets als smog “onhandig” noemen,’ zei de voormalige Amerikaanse generaal-majoorarts William Stewart in 1978. Sindsdien zijn er talloze onderzoeken gedaan die zijn bewering onderschreven ‘dat geluid moet worden beschouwd als een bedreiging van de gezondheid van mensen wereldwijd’. Stel, je probeert te gaan slapen. Je denkt misschien dat je je hebt afgesloten voor het gebrom van de optrekkende vrachtwagens buiten, maar voor je lichaam geldt dat niet: je adrenalineklieren pompen stresshormonen rond, je bloeddruk en hartslag gaan omhoog en je spijsvertering wordt langzamer. Terwijl jij zelf sluimert, blijft je hoofd geluiden verwerken, en je bloeddruk stijgt al door een geluid van slechts 33 decibel, wat nauwelijks harder is dan het gespin van een poes.

Proefpersonen die aan lawaai werden blootgesteld werden agressiever en toonden een grotere bereidheid om hun medeproefpersonen een elektrische schok toe te dienen

Volgens experts raakt het lichaam niet gewend aan geluidsoverlast. Grootschalige onderzoeken laten zien dat als de overlast aanhoudt – dagen, maanden of jaren – het risico op een hoge bloeddruk toeneemt evenals dat op ischemische hartklachten, hartaanvallen, beroertes, diabetes, dementie en depressie. Kinderen lijden er niet alleen lichamelijk onder – zo namen 18 maanden nadat in München een nieuw vliegveld was geopend de stresshormoonniveaus en bloeddruk van omwonende kinderen eveneens een vlucht – maar ook cognitief en gedragsmatig. Een belangrijk onderzoek uit 1975 toonde aan dat zesdeklassers waarvan het lokaal grensde aan een lawaaiig metrospoor wat betreft hun leesniveau bijna een jaar achter lagen op leerlingen uit rustiger klaslokalen – een verschil dat verdween nadat er geluidswerende materialen waren geïnstalleerd. Van lawaai kunnen we bovendien sadistisch worden: een onderzoek uit 1969 suggereerde dat proefpersonen die aan lawaai werden blootgesteld, al was het maar het aangename gezoem van white noise, agressiever werden en een grotere bereidheid toonden om hun medeproefpersonen een elektrische schok toe te dienen.

Geluid kan zelfs worden ingezet als wapen. Sinds de jaren zestig of eerder onderzoeken wetenschappers de mogelijkheid om geluid te gebruiken tegen gijzelaars, protesteerders en vijandige troepen. Zo opperde een expert om geluid met een lage frequentie te gebruiken omdat dat ‘desoriëntatie, braakneigingen, darmkrampen en oncontroleerbare ontlasting’ tot gevolg zou kunnen hebben. Het Amerikaanse leger is zich wel bewust van deze geluidskaart en maakt bijvoorbeeld gebruik van straffe soundtracks. Zo probeerde het de overgave van de Panamase dictator Manuel Noriega te bespoedigen door op hoog volume rockmuziek bij zijn schuilplaats af te spelen (de playlist bestond o.a. uit Kiss en Rick Astley). Bij de aanval op Falluja in Irak schalde heavy metal over het strijdveld (Guns N’ Roses, AC/DC), Guantánamo-gevangenen werden gemarteld met een constant spervuur van rap en theme songs (Eminem, de Meow Mix-jingle) en de Branch Davidian-sekte uit het Texaanse Waco werd onder toezicht van de FBI uit de tent gelokt door een steeds herhaalde playlist met kerstliedjes, Nancy Sinatra, Tibetaanse chants en het gekrijs van stervende konijnen. (‘Als ze Barry Manilow inzetten,’ zei een gijzelonderhandelaar destijds, ‘is er sprake van extreem geweld.’)

Maar ook als het niet tot doel heeft te schaden kunnen boren, blaffen, bouwen, huilen, zingen, stampen, dansen, pianospelen, grasmaaien en een lawaaiige generator voor wie eraan wordt blootgesteld een bron van enorme ergernis zijn die totaal tegenstrijdig is met onze gangbare tolerantie ten opzichte van geluid. ‘Het lijkt aan je lichaam te knagen,’ zei een door een lawaaiige boiler gekwelde man. Een vrouw die aan alle kanten omringd werd door onophoudelijk getoeter verklaarde: ‘Ik werd er letterlijk suïcidaal van.’ Voor degenen die er last van hebben staat overlast gelijk aan ‘chaos’, ‘marteling’ en is het ‘ondraaglijk’, ‘misselijkmakend’, ‘deprimerend’, ‘zenuwslopend’, ‘de absolute hel’ en ‘alsof een ijspriem je hersenen binnendringt’. ‘Als je niet wist dat het over overlast ging, zou je denken dat ze het over een of andere martelmethode hadden,’ zei Erica Walker, die onderzoeker milieugezondheid is aan de Universiteit van Boston. En dit heeft wetenschappers, dokters, activisten, ambtenaren, en, hoewel in de VS nog niet zo erg, ook wetgevers ertoe aangezet deel te nemen aan de strijd voor de stilte, die veel gecompliceerder is dan je misschien zou denken. ‘Rustige plekken worden veel ernstiger met uitsterven bedreigd dan sommige bedreigde diersoorten,’ zegt akoestisch ecoloog Gordon Hempton.


Thallikar ging op zoek naar de bron van het geluid. Eerst kamde hij de buurt te voet uit. Hij vertrok om 10 of 11 uur ’s avonds, als het verkeersgeluid was afgenomen. Toen deze ‘avondrondes’, zoals hij ze noemde, hem geen antwoorden opleverden, verbreedde hij zijn zoekgebied – met de fiets, en daarna met de auto. Om de paar blokken bleef hij stilstaan om naar het gezoem te luisteren. Het was overal: bij Gebouw E van de Tri-City-baptistenkerk en de appartementen in San Palacio; bij Extra Space Storage en het bord ‘geen perfecte mensen toegestaan’ van de Hope Covenant Church, en het werd weerkaatst door de huizen van Canopy Lane, Clemente Ranch en Stonefield. Hij ging enkele avonden per week naar buiten, soms 10 minuten, soms een uur, en hield bij waar het geluid het hardst klonk. Dit ging één, twee, acht weken zo door, wat de nodige spanningen opleverde met zijn vrouw, die niet begreep waarom hij steeds zo laat ’s avonds nog de deur uit ging.

Uiteindelijk, tegen de tijd dat de koelere temperaturen weer plaatsmaakten voor de voorjaarswarmte, dacht Thallikar dat hij de bron van het geluid had ontdekt: een grijs, haast raamloos gebouw op zo’n halve kilometer van zijn huis. Het bestond uit twee verdiepingen, had de charme van een gevangenis en de architecturale grandeur van een schoenendoos. De buitenkant was van beton en het was omgeven door een zwart metalen gaashek en een muur van sintelstenen. Het was eigendom van een bedrijf met de naam CyrusOne.

De ontdekking was op geen enkele manier geruststellend en deed Thallikar daarentegen juist vrezen dat het geluid alleen nog maar zou toenemen. Hij ging verschillende malen langs bij de afdeling stadsplanning. Daar zeiden ze dat ze er niks aan konden doen en werd hij doorverwezen naar de bouwmanager van CyrusOne. Op een avond, toen hij om elf uur wakker lag van het geluid, belde hij de man op, die protesteerde dat hij probeerde te slapen. ‘Ik probeer ook te slapen, vriend!’ zei Thallikar. Toen ze elkaar de volgende dag opnieuw spraken eindigde het gesprek even abrupt en zonder uitkomst.

CyrusOne

Volgens de website van CyrusOne biedt het terrein in Chandler ‘een stevige infrastructuur aan bedrijfskritische applicaties voor vooraanstaande bedrijven’. Met andere woorden: het is een datacentrum – een columbarium voor duizenden servers die data opslaan voor toegang en verwerking praktisch overal ter wereld. Of je nou je banksaldo bekijkt, een tweedehands auto zoekt of een hotelkamer wilt boeken, er is aanzienlijke kans dat de informatie tot je komt via een van de ruim veertig datacentra die CyrusOne verspreid over de aardbol heeft geplaatst. CyrusOne huisvest servers van bijna duizend bedrijven, waaronder Microsoft, Country Financial, Brink’s, Carfax en bijna de helft van de namen op de Fortune 20-lijst.

Thallikar, die de overlast persoonlijk te lijf wilde gaan, bracht een verrassingsbezoek aan CyrusOne. Hij trof er medewerkers die bezig waren met de aanbouw van een nieuwe vestiging, maar ontdekte dat het gezoem niet met de bouw te maken had. Het kwam van de koelers, een verzameling lijvige stalen boxen en buizen die aan de zijkanten van de twee bestaande gebouwen waren bevestigd. Net als mensen zijn servers het gelukkigst met een temperatuur tussen de 16 en 32 graden, en de koelers zijn cruciaal om de warmte genererende machines lekker koel te houden terwijl ze hun werk doen. In de herfst van 2014, rondom de tijd dat Thallikar het geluid begon op te merken, had CyrusOne ruimte voor zestien koelers. Nu stond het bedrijf op het punt daar acht aan toe te voegen. Bij een volgend bezoek kreeg Thallikar, die opgroeide in Bangalore en in 1990 naar Arizona verhuisde om technische bedrijfskunde te studeren aan de Arizona State University, van een van de werknemers te horen dat immigranten als hij blij mochten zijn om in de VS te wonen, lawaai of geen lawaai.

CyrusOne arriveerde kort na Thallikar in Chandler en begon twee maanden nadat hij zijn huis had voltooid met bouwen. Voor CyrusOne was Chandler een ‘droom die uitkwam’, vertelt Kevin Timmons, hoofd technologie van het bedrijf. Het kwam erop neer dat de stad CyrusOne een carte blanche bood om een gebied drie keer zo groot als Ellis Island om te toveren tot een van de grootste datagebouwen van het land: bijna 19 hectare, beschermd door biometrische sloten, met staal beklede muren, kogelvrij glas en een geavanceerd sprinklerinstallatiesysteem. CyrusOne heeft zelfs twee eigen onderstations die genoeg energie bevatten (112 megawatt) om elk huis in Salt Lake City te verlichten of, meer relevant in dit verband, enkele tientallen koelers van 400 en 500 ton van energie te voorzien. De Chandler-faciliteit was niet alleen de meest ambitieuze van het bedrijf, hij vormde bovendien belangrijk onderdeel van hun strategie om klanten te imponeren middels hun ultrasnelle bouw op afroep. CyrusOne kon er nu op bogen een gebouw in 107 dagen neer te hebben gezet – sneller dan hun klanten hun servers klaar zouden hebben. ‘Dit project was voor ons echt een doorbraak,’ zegt Timmons.

Arizona trekt datacentra aan zoals Florida plastisch chirurgen

Arizona trekt datacentra aan zoals Florida plastisch chirurgen. Het is er niet te vochtig, het ligt dicht bij Californië – waar veel gebruikers en klanten gevestigd zijn – maar heeft geen last van het aardbevingsgevaar of de hoge energieprijzen van die staat. En, dankzij een succesvolle lobby van CyrusOne, gelden er aantrekkelijke belastingregelingen voor bedrijven die er hun servers plaatsen. Als je vanaf Chandlers complex tien minuten richting het noorden loopt kom je weer twee datacentra tegen, verderop langs de weg staat een derde. Als je vanaf daar 15 minuten rijdt vind je er nog drie. Voorbij Wild West Paintball richting het oosten staat een datacentrum van Apple, waar binnenkort een Google-faciliteit bij zal worden geplaatst plus nóg een datacentrum van CyrusOne. 45 minuten van Thallikars huis vind je Compass Datacenters, dat drie keer zo groot is als het terrein van CyrusOne in Chandler.

In de zomer van 2015 was Thallikar inmiddels een agressieve campagne gestart om het gezoem te stoppen. Hij klopte regelmatig bij de lokale gezaghebbers aan met het verzoek om hulp. Hij mailde Chandlers innovatiemanager, specialist en hoofd economische groei. Die laatste antwoordde dat Thallikar de enige omwonende was die klaagde, maar ging toch braaf naar buiten, tot twee keer toe, om het hoge gezoem te horen. Hij hoorde het niet. ‘Ik denk toch echt niet dat ik me dingen inbeeld en jullie tijd loop te verdoen’, schreef Thallikar terug, en hij voegde eraan toe dat hij zijn gezinsleden mee op zijn route had genomen en dat ook zij het geluid hadden gehoord.

Thallikar mailde een nieuwslezer, een producent, een redacteur en verschillende verslaggevers van de lokale nieuwszender 12 News TV, en bood aan ze te helpen ‘het probleem te ervaren zodat ze zich erin konden inleven’. Hij mailde de burgemeester en alle vijf de leden van de plaatselijke gemeenteraad. Verschillende keren. Daarna dagelijks. ‘’s Nachts wordt het geluid harder en dringt het onze huizen binnen. En op straat is het overal’, schreef Thallikar in een van de berichten. In een andere: ‘Wat moet ik doen om een antwoord van u te ontvangen op mijn mails?’ Hij presenteerde zijn zaak bij de vergadering van de gemeenteraad met het verzoek dat er een team zou worden gevormd om het gezoem te onderzoeken en te stoppen. Hij vertelt dat hij te horen kreeg dat het geluid verdacht veel leek op het gezoem van het verkeer op de snelweg in de buurt.

Thallikar richtte zich vervolgens op de vereniging van eigenaren en zijn buren. De reacties waren lauw, al slaagde hij erin een van hen over te halen de gemeente te mailen. Thallikar zocht opnieuw contact met CyrusOne en met de politie van Chandler. Gezagvoerder Gregg Jacquin beloofde zijn klacht te zullen onderzoeken, maar zei dat Thallikar misschien meer succes zou hebben als hij zijn hoeveelheid mails, dat al tegen de honderd aan liep, aan de stadsambtenaren wat kon minderen. Thallikar begon een dagboek bij te houden over de veranderingen van het geluid, van uur tot uur en van dag tot dag. Hij wist zeker dat het steeds harder werd.

In de herfst van 2015 mailde Jacquin Thallikar om te zeggen dat hij het geluid had geprobeerd te traceren, maar niets had gehoord. ‘Ik verzin dit echt niet, ook al kan ik het geluid niet exact meten’, schreef Thallikar terug. ‘Het gezoem begon dit weekend rond 10 uur ’s avonds en werd op zondag steeds erger. Ik kreeg hoofdpijn en moest medicijnen innemen.’ Nooit meer een woord van Jacquin. Niet veel later begon bij Thallikar de gedachte te spelen om zijn huis te verkopen.

Sluwe vijand

Lawaai is een sluwe vijand. Het laat geen sporen achter en het verdwijnt als je het najaagt. Het is niet goed op te meten of te beschrijven. En het is relatief. ‘Als je je eigen gazon maait maak je geluid, maar als je buren dat van hen maaien is het lawaai. En als de buren jouw gazon maaien, klinkt het als muziek’, zoals akoestisch adviseur Arjun Shankar het zei. Overlast is bovendien verdomd lastig om wetmatig te bestrijden, al proberen we dat al ongeveer zo lang we met elkaar samenleven. De oude Grieken van Sybaris zouden het eerste geluidsreglement ooit hebben opgesteld, in de achtste eeuw voor Christus. Zowel hanen als smeden, timmerlieden en andere ‘luidruchtige ambachten’ werden naar buiten de stadsgrenzen verbannen. In de VS bereikte de behoefte aan geluidscontrole een hoogtepunt in 1972, toen president Richard Nixon de eerste geluidsgerichte nationale regelgeving in het leven riep, die de Environmental Protection Agency [EPA; het agentschap van de VS dat zich bezighoudt met de bescherming van volksgezondheid en milieu] de bevoegdheid gaven de rust in het land na te streven. Negen jaar later trok de regering-Reagan de financiering voor het Office of Noise Abatement and Control [Kantoor van Geluidsvermindering en -controle] van de Environmental Protection Agency weer in, waarmee de verantwoordelijkheid opnieuw bij het bestuur van de steden en de staat zelf kwam te liggen. Sindsdien is er niet veel veranderd. ‘Helaas,’ zegt Arline Bronzaft, die al lange tijd de lawaaitsaar van New York is, ‘houdt de huidige regering zich zo goed als niet met geluidsoverlast bezig.’

In de decennia die volgden verplaatste de strijd tegen lawaai zich naar de zijlijn – zo nu en dan stond er een groepje vaders en moeders op wier protesten dezelfde allure hadden als een door de kerk georganiseerde cakebakwedstrijd. De voorvechters stellen zich vaak defaitistisch op, hun toon is eerder die van een steungroep dan activistisch. (Zo verzoekt de homepage van de Right to Quiet Society nieuwkomers beleefd: ‘Als het u niet bevalt wat u hier ziet, overweeg dan om er zonder iets te zeggen stilletjes weer vandoor te gaan.’) Antioverlastkruisvaarders verenigen zich in bijeengeraapte groepjes die alleen door geografie of ergernis aan elkaar verbonden zijn. Afhankelijk van of je iets hebt tegen vliegtuigen, treinen, bladblazers, jetski’s, crossmotoren, concerten, boom cars, auto’s, motors of muzak kan je je aansluiten bij ROAR (Residents Opposed to Airport Racket; inwoners tegen vliegveldlawaai), HORN (Halt Outrageous Railroad Noise; stop buitensporig spoorweglawaai), BLAST (Ban Leaf Blowers and Save Our Town; verban bladbla-zers en red de stad), CALM (Clean Alternative Landscaping Methods; schone alternatieve landschapsinrichtingen), HEAVEN (Healthier Environment Through Abatement of Vehicle Emission and Noise; een schonere omgeving door de vermindering van de uitlaten en het lawaai van voertuigen), CRASH (County Residents Against Speedway Havoc; bewoners tegen snelwegravage), Pipedown (‘campagne voor de bevrijding van fluitmuziek’) of zo’n 150 andere organisaties die meer of minder actief zijn. In de VS is Noise Free America (geluidsvrij Amerika) een van de weinige geluidswerende organisaties met een nationaal bereik. Het heeft 51 afdelingen, je kan er bellen met lawaaiadviseurs en de afgelopen zes jaar zijn ze vier keer op bezoek geweest bij beleidsmakers in Washington D.C. – met als hoogtepunt een ontmoeting met de plaatsvervanger van toenmalig minderheidsleider Nancy Pelosi.

‘Veelklager’

Een tijdje geleden had ik op een zondagochtend een afspraak met de oprichter en directeur van Noise Free America, Ted Rueter, voor wat hij noemde een ‘geluidstoer’ door Brooklyn – een bedevaart naar enkele van de meest resonerende straathoeken. Rueter, een 62-jarige professor in de politicologie, ontving me in een Starbucks op Flatbush Avenue in kaki shorts en een roze poloshirt. Op zijn hoofd droeg hij een een geluidwerende koptelefoon. Hij werd vergezeld door drie New Yorkers die zich inzetten tegen het lawaai van hun respectievelijke buurten: Manohar Kanuri, een voormalige voorraadanalist die boven op het onophoudelijke gepiep van bouw- en bestelwagens in Battery Park City in Manhattan woont; Ashley, een veertiger die drie keer is verhuisd in een poging aan het gedreun van feestjes te ontsnappen; en Vivianne, een vrouw die tussen het constante staccato getoeter van bestelbusjes, dollar vans en ongeduldige chauffeurs in woont. (Ashley en Vivianne vroegen me niet hun echte namen te gebruiken.) Voor Rueter, die overkwam vanuit Durham, North Carolina, leek een toer door de kakofonie van New York bijna even exotisch te zijn als een safari. Kanuri, Ashley en Vivianne hadden al uitgebreid gecorrespondeerd, maar dit was hun eerste echte ontmoeting, en ze leken dolblij om met eensgezinden in contact te komen. ‘Op deze manier staan we sterker,’ zei Kanuri.

Alle drie de New Yorkers hadden hun geluidsprobleem op de gebruikelijke manier geprobeerd aan te pakken – ze benaderden de 311-nonemergency line (die verreweg de meeste meldingen van geluidsoverlast krijgt), de lokale politie, gemeenteraadsleden, publieke advocaten, de burgemeester. Maar ze liepen aan tegen een gebrek aan sympathie, reactie of resultaat. Voordat de geluidstoer van start ging luchtten ze in de Starbucks hun hart over hoe moeilijk het was om de boosdoeners op heterdaad te betrappen en de politie zo ver te krijgen er iets tegen te doen. Ashley had zo vaak 311 gebeld dat ze bang was te worden gearresteerd, zoals een vrouw uit de Bronx was overkomen nadat ze in 15 maanden 44 keer had gebeld; ze werd in een tijdelijke cel gegooid omdat ze valse informatie zou hebben verspreid. Het ging meestal over de herrie van de buren. Vivianne waarschuwde Ashley dat ze bij de politie waarschijnlijk te boek stond als ‘veel-klager’ – een gevreesd lot onder geluidsbestrijders.

Als je ooit hebt geprobeerd te slapen met een druppende kraan op de achtergrond, weet je dat ook een heel zacht geluid je tot waanzin kan drijven

Geluidsrichtlijnen zijn meestal dan wel kwalitatief (waarbij het gaat over subjectieve termen als ‘storend’ en ‘onredelijk hard’), dan wel kwantitatief (waarbij in meetbare termen wordt beschreven wat storend of onredelijk hard geluid is). De geluidsrichtlijn van New York, die tot de laatste soort behoort, beschouwt blaffen pas als hinderlijk als een hond tussen 7 uur ’s ochtends en 10 uur ’s avonds tien minuten lang aan een stuk door van zich laat horen, dan wel vijf minuten achter elkaar tussen 10 uur ’s avonds en 7 uur ’s ochtends. (Vierenhalve minuut blaffen om 2 uur ’s nachts is technisch gezien dus niet storend.) Restaurants kunnen een boete krijgen als ze ’s avonds geluid voortbrengen dat gemeten vanuit een nabijgelegen appartementen harder is dan 42 decibel, en 7 decibel uitstijgt boven de straatgeluiden in de omgeving. 


De meeste verordeningen linken strafbaar geluid met een hoog volume, maar als je ooit hebt geprobeerd te slapen met een druppende kraan op de achtergrond, weet je dat ook een heel zacht geluid je tot waanzin kan drijven. Uit onderzoek blijkt dat de mate waarin een geluid stoort maar deels samenhangt met het volume; het volume waarop een geluid begint te irriteren verschilt per bron – zo tolereren van treinen meer lawaai dan van auto’s –, toonhoogte en frequentie. (Mensen kunnen geluiden waarnemen tussen de 20 en 20,000 hertz, wat grof gezegd uiteenloopt van het laagfrequente gedreun van een subwoofer tot het hoogfrequente getjirp van bepaalde krekels.) Het gevoeligst zijn we voor geluiden op middelmatige frequentie – stemmen, vogelgezang, piepende remmen, gillende kinderen: die geluiden nemen we harder waar dan ze in werkelijkheid zijn. En ondanks het stereotype van de oude man met gebalde vuist vormen leeftijd en gender niet noodzakelijkerwijs betrouwbare voorspellers van de mate waarin iemand zich aan geluiden stoort.

We hoeven geluiden zelfs niet eens te horen om er last van te hebben. Oordoppen zwakken weliswaar het gebrom af van motors die je slaapkamerraam passeren, maar tegen het laagfrequente gepruttel van de motoren, dat de ramen, de vloer en je borst doet trillen, zijn ze niet opgewassen. En dat is het soort geluid dat in de meeste officiële berekeningen niet wordt meegenomen. (Harley Davidson, die dat gedreun als een erekwestie beschouwt, probeerde het geluid van zijn motoren tot handelsmerk te maken. Zijn advocaat omschreef het als ‘potato potato potato’, en dan heel snel achter elkaar.) Wanneer wetsdienaars omgevingslawaai evalueren – bijvoorbeeld om te bepalen of scholen in de buurt van de start- en landingsbanen van vliegtuigen al dan niet geluiddicht moeten worden gemaakt –, noemen ze in hun rapporten vooral de middenfrequente geluiden waar onze oren het meest gevoelig voor zijn, en laten ze de laagfrequente geluiden (denk aan windturbines, wasmachines en kinderen de boven je heen en weer rennen), waarvan is aangetoond dat ze een grotere reikwijdte hebben en meer stress kunnen veroorzaken, buiten beschouwing.

‘Als je voor de meting de juiste criteria zou gebruiken, zou je zien dat je veel meer mensen schaadt dan je denk,’ zegt Walker, de milieugezondheidsonderzoeker, die samenwerkt met gemeenschappen in de buurt van vliegroutes en snelwegen en tot doel heeft de manier waarop lawaai wordt vastgesteld te herzien.

‘Al vijf jaar was het onmogelijk om in het blok van Jannuzzi een huis te vinden, maar nu waren verschillende buren van plan te verhuizen.’ – Taylor Wilcox/Unsplash
‘Al vijf jaar was het onmogelijk om in het blok van Jannuzzi een huis te vinden, maar nu waren verschillende buren van plan te verhuizen.’ – Taylor Wilcox/Unsplash

Jaren geleden raakten medewerkers van een bedrijf voor medische apparaten verontrust door de terugkerende waarneming van een grijs, spookachtig figuur dat in hun lab rond zweefde. Op een avond voelde een van de ingenieurs, die als enige nog laat aan het werk was, een koude lucht door de ruimte trekken en zag hij vanuit zijn ooghoek dat naast hem een geluidloze verschijning in de lucht hing. Toen hij op zijn bureaustoel naar achter rolde, was er niemand te zien. De volgende dag voelde hij toen hij een van de machines in het lab aan het bijstellen was opnieuw een onaangenaam voorgevoel. De poltergeist? Een trillende ventilator, realiseerde hij zich. Hij schreef een artikel over zijn spokenjacht met de conclusie dat de machine op lage frequentie geluidsgolven uitzond: energiestoten die te laag waren om door mensen te worden waargenomen, maar sterk genoeg om invloed op ons lichaam te hebben – vergelijkbaar, zo ontdekte hij, met de onhoorbare vibraties in een kelder waar het zou spoken of in de lange, tochtige gangen die zo populair zijn in spookverhalen. Laagfrequente geluiden kunnen dus niet alleen rillingen, zweten, benauwdheid en een wazig zicht als gevolg van trillende oogballen veroorzaken, ze creëren bovendien spoken.

‘Niet significant genoeg’

Twee jaar lang klaagde Thallikar tegen wie het maar wilde horen en ook tegen wie het niet wilde horen over het geluid. Ondertussen ging CyrusOne verder met bouwen. Het bedrijf voltooide drie nieuwe gebouwen en kocht nog 29 acres (ca. 12 hectare) grond in Chandler, waarmee het terrein ruim 85 acres besloeg. In een persbericht feliciteert het zichzelf dat ‘CyrusOne nog altijd het grootste datacenter in het zuidwesten is en een van de grootste van de VS’, en kondigt het verheugd plannen aan om in Californië een vergelijkbare faciliteit te plaatsen.

Op sommige nachten kon Thallikar helemaal niet slapen. Hij begon overdag oordopjes te dragen en bracht vrijwel geen tijd meer buitenshuis door. Hij zocht excuses om de stad uit te gaan en week voor zijn avondwandelingen uit naar zijn oude buurt in Tempe. Als hij weer naar huis reed, had hij een knoop in zijn maag. Hij kon het niet laten om het gezoem ook tijdens het avondeten ter tafel te brengen.

Het ging inmiddels niet meer alleen om het geluid zelf – UHHNNNGGGGG – het constante gezoem herinnerde hem aan alles wat hem dwars zat: zijn machteloosheid, het gevoel van onrecht omdat de stad het welzijn van de inwoners negeerde, zijn angst om het huis met groot verlies van de hand zou moeten doen omdat niemand het geluid op de koop toe zou willen nemen, de pijn dat het paradijsje van zijn gezin (en bovendien hun grootste investering) tot een nachtmerrie was verworden. UHNNGG. UHHNNNGGGGG. UHHNNNNNGGGGGGG. Hij probeerde meditatie, hij overwoog nieuwe ramen te laten installeren of bomen te planten om het geluid tegen te gaan. Hij ging op zoek naar een advocaat. En hij deed een laatste beroep op de nieuw gekozen leden van Chandlers gemeenteraad.

Tegen alle verwachting in schreef er een terug, met de belofte erin te zullen duiken.

Een paar weken later kwam het gemeenteraadslid bij hem terug. ‘Volgens de voorzitter is de politie al zestien keer langsgegaan om jouw klacht te onderzoeken’, schreef hij. ‘Hun bevinding was dat het geluid niet significant genoeg was om van een probleem te spreken.’ Thallikar nam contact op met een makelaar. Ondanks dat hij geld zou verliezen en op zoek zou moeten gaan naar een kleiner huis, besloot hij eind 2017 om zijn huis te verkopen.

Als je mensen in contact stelt met de geluiden die hen omringen, gaan ze vanzelf begrijpen welke geluiden wel en niet moeten blijven, en daar ook naar handelen

In het gezelschap van lawaaibestrijders word je je akelig bewust van geklater, gepiep, gerinkel en gekraak. Tijdens mijn geluidstoer met de drie New Yorkers werd de anonieme herrie van Flatbush Avenue ontleed tot het overvloedige geronk van zeurende auto’s, het gerammel van generatoren en het gebrom van vliegtuigen. Sirenes jankten en ventilatoren floten; een motor potato-potato-potato’de en een blikje kletterde op het beton.

R. Murray Schafer, een Canadese componist en in de jaren zestig pionier op het gebied van de akoestische ecologie, beschreef ‘de geluidswandeling’ als een activiteit die nog meer effect zou hebben in de strijd tegen lawaai dan verordeningen, omdat de mensen erdoor bewust zouden worden van de akoestiek in hun omgeving. Tijdens zo’n wandeling luister je bewust naar hoe je omgeving zich geluidsmatig gedraagt. Zo kun je een uur lang het aantal toeters dat je om je heen hoort tellen of gericht op zoek gaan naar specifieke verschijnselen, zoals een zoem gevolgd door een piep. Schafer zag de geluidswandelingen als een manier om je ‘sonologische incompetentie’ tegen te gaan. Als je mensen in contact stelt met de geluiden die hen omringen, gaan ze vanzelf begrijpen welke geluiden wel en niet moeten blijven, en daar ook naar handelen.

De eerste stop op onze geluidstoer was tot mijn vreugde een rustige plek. We verzamelden in stilte rondom een kleine koivijver op de campus van Brooklyn College. Ik dwong mezelf zorgvuldig te luisteren. Gesnor van een airconditioner. Kabbelend water. Een schreeuwend kind. ‘Kijk, zodra er een kind komt, begint de herrie,’ zei Ashley.

Zij en Kanuri bespraken de inefficiëntie van oordoppen en de voor- en nadelen van analoge versus digitale witte-ruismachines. Ashley vertelde dat ze met drie witte-ruismachines aan sliep (en ze is zeker niet de enige lawaaigedupeerde dat ik ontmoet heb voor wie dat geldt). Vanwege een fluiter op haar kantoor was ze bovendien oordopjes gaan dragen.

‘Heb je wel eens van slow tv gehoord?’ vroeg Kanur aan Ashley. ‘Dan zie je tien uur lang een zeilboot en het enige wat je hoort is het schip dat het oppervlakte breekt. Dat is alles. Zo nu en dan hoor je brrrrrhhhh, een passerend schip. Dat is alles. Het is prachtig. Prachtig!’


Stéphane Pigeon, een signal processing engineer gevestigd in Brussel, is de Taylor Swift van de witte ruis geworden en reist de wereld af om ontspannende soundscapes op te nemen voor zijn website, myNoise.net, die zijn meer dan 15.000 dagelijkse luisteraars een encyclopedisch compendium aan ruismaskeringen biedt met tracks die variëren van Donder in de Verte tot Wasserette – een verzoek van een luisteraar. (Wit geluid bevat technisch gezien alle hoorbare frequenties in gelijke verhouding. In de natuurlijke wereld komt vallende regen het dichtst in de buurt van dit panfrequente shhhhhh.) Impulsgeluiden, zoals toeteren, blaffen, hameren en snurken, zijn het moeilijkst om te maskeren, maar Pigeon heeft het geprobeerd: terwijl hij door de Sahara reisde nam hij ‘Berbertent’ op, een myNoise-hit ontworpen om snurken tegen te gaan met een harmonieuze mix van het zachte geruis van de wind, het geborrel van kokend water en lage snurkgeluiden. Omdat het buitengewoon moeilijk is de korte, krachtige HRRGGG van een snurker te verhullen, is ‘het doel de luisteraar ervan te overtuigen dat snurken een mooi geluid kan zijn’, lichtte Pigeon toe.

Na een paar minuten bij de vijver vertrokken we met tegenzin uit deze serene omgeving om door de straten van Brooklyn op te zoek te gaan naar de herrie. Verder naar het noorden, op Flatbush Avenue, omringd door loeiende toeters en een piepende ijstruck, gebruikte Kanuri zijn app om het omgevingsgeluid op te meten – een teleurstellende 75,9 decibel, lager dan iedereen had gedacht, maar nog steeds meer dan 20 decibel boven de drempel waarbij we volgens een EPA-rapport uit 1974 door geluid worden afgeleid of geïrriteerd. (Decibels, die het volume aangeven, zijn logaritmisch: als je een geluid met 10 decibel verhoogt, zullen de meeste mensen het dubbel zo hard ervaren.) Deze kakofonie dempte wat toen we de statige brownstones in de buurt van Prospect Park naderden en kwam weer tot leven toen we voor een lunch stopten bij – uitgerekend – Screamer’s Pizzeria. ‘Zou het tijdens ons korte verblijf hier mogelijk zijn om de muziek zachter te zetten?’ verzocht Rueter een van de bedienden.

De lawaaitsaar van New York heeft het vermoeden dat de presidentscampagne van Donald Trump was geïnspireerd door zijn wens het vliegtuig aan de grond te krijgen dat de “eens serene en rustige sfeer” van Mar-a-Lago verstoorde

Wanhopige oren vragen om wanhopige maatregelen, en de geluidsslachtoffers gaan tot het uiterste voor een lager volume. Kanuri leerde zichzelf de geluidscodes aan zodat hij de gegevens van de 311-lijn kon analyseren en geluidsklachten zou kunnen linken aan de verschillende kiesdistricten, in de hoop lokale politici verantwoordelijk te kunnen stellen. Nadat Ashley al van slaapkamer en vervolgens ook van appartement was veranderd, verhuist ze nu naar een buitenwijk in het zuidwesten, aan de andere kant van het land. Ik sprak met een New Yorker die zich geen verhuizing kon veroorloven en in haar kast is gaan slapen, gewapend met oordoppen, koptelefoons, een AC-eenheid, een ventilator en twee witte-ruismachines. Een man uit Wisconsin had zijn huis opnieuw geïsoleerd door nieuwe gipsplaten en speciale ramen te laten installeren. Uiteindelijk kreeg hij slaapmedicatie en antidepressiva voorgeschreven. Een flatbewoner in Beijing, die klaar was met de toeren van de kinderen boven hem, nam wraak door een trillende motor aan zijn plafond te bevestigen die de vloer van het gezin deed rammelen. Zo’n apparaat is online te koop, evenals Coat of Silence-verf, AlphaSorb Bass Traps, de Noise Eater Isolation Foot, de Sound Soother Headband en het Sonic Nausea Electronic Disruption Device, dat een onweerstaanbare ‘inventieve vergelding’ belooft.

Of je kan proberen president te worden. Arline Bronzaft, de lawaaitsaar van New York, heeft het vermoeden dat de presidentscampagne van Donald Trump was geïnspireerd door zijn wens het vliegtuig aan de grond te krijgen dat de ‘eens serene en rustige sfeer’ van Mar-a-Lago verstoorde – zoals staat beschreven in een van de rechtszaken die Trump heeft aangespannen in zijn 20-jarige juridische strijd tegen Palm Beach County. Toen hij zes dagen later gekozen werd – en de Federal Aviation Administration de plannen bekendmaakte om het aantal vluchten boven zijn resort te beperken – liet een van zijn woordvoerders weten dat hij de zaak zou laten vallen.

Wetenschappers moeten het nog eens worden over een definitie voor geluidsgevoeligheid, laat staan dat ze weten waarom de ene persoon er vatbaarder voor is dan de andere – al wordt de gevoeligheid soms gelinkt aan gehoorverlies. Wat wel duidelijk is, is dat geluid zodra je het opmerkt niet meer te negeren is. ‘Als je last hebt van een geluid, train je je hersenen onbewust om het te blijven horen,’ zegt Pigeon. ‘Dat fenomeen herhaalt zich in een duivelse loop.’ Volgens onderzoek is gewenning, het idee dat het ons na een tijdje niet meer opvalt, een mythe. En er is geen vorm van genezing bekend. Zelfs voor degenen die aan tinnitus leiden – een auditieve aandoening die onderzoekers veel beter begrijpen dan geluidsgevoeligheid – is de meest effectieve behandeling die specialisten kunnen bieden ‘standaard audiologische vriendelijkheid’: naar de klachten van de patiënten luisteren en ze geruststellen dat ze er niet dood aan zullen gaan. Oftewel, zoals een expert het noemde, ‘een luisterend oor bieden’.

‘Als je last hebt van een geluid, train je je hersenen onbewust om het te blijven horen’

In de zomer van 2017 werd Cheryl Jannuzzi, die niet ver van Thallikar woonde, in Clemente Ranch, zich bewust van een zoemend geluid dat afkomstig was van ergens achter haar huis. Ze had een tijdlang het gekletter en gepiep van een verbouwing moeten verdragen, maar dit was anders – als een eindeloos draaiende motor, of een straalvliegtuig die opwarmt voor het opstijgen.

Jannuzzi nam contact op met de gemeente en kreeg te horen dat het complex recht tegenover Dobson Road, die langs haar achtertuin liep, een datacentrum was. Dat was nieuw voor haar en ze wist niet goed wat ze ervan moest vinden. ‘Ze brengen gewoon data onder’, dacht ze. ‘Dat zou niet zo veel lawaai moeten maken.’

Rond Halloween begon ook Jennifer Goehring een zoemend geluid te horen. Ze kreeg er hoofdpijn van en het hield haar ’s nachts wakker, maar haar man hoorde het niet en de kinderen evenmin. Ze was bang dat ze misschien gek aan het worden was. Ze schafte geluidsmachines aan en sliep met een kussen over haar hoofd, en ze ging naar de dokter om te controleren of ze een oorontsteking had. Die had ze niet.

Amy Weber was met haar Bijbelgroepje in haar achtertuin toen ze voor het eerst een constante toon hoorde die boven iedere stem uit bromde. Zij en haar man Steve hadden de verbouwing op Dobson Road doorstaan, maar dit zoemende geluid leek maar niet te stoppen of af te nemen. De Webers probeerden aan de hand van de eliminatietechniek te achterhalen wat het was, klommen zelfs een keer ’s nachts uit bed om mogelijke troep uit hun zwembadpomp te halen, maar die bleek niet aan te staan.

Op deze manier traceerden ze uiteindelijk de bron. De week na kerst plakten ze de muren van hun huis vol met flyers en ze zetten een site in elkaar waarop ze mensen vroegen of ze ook last hadden van een ‘constant gezoem’, afkomstig van CyrusOne. Het leverde 120 klachten op.

Thallikar hoorde van een van de buren over de actie van de Webers en ging op 23 januari 2018 naar hun woning om de drukbezochte kennismakingsbijeenkomst van ‘Dobson Noise Coalition’ te bezoeken. Er werd geklaagd over hoofdpijn, prikkelbaarheid, slaapgebrek. Jannuzzi had een poging gedaan het geluid te dempen door dikke houten staldeuren voor haar schuifdeuren te bevestigen, een andere buur had geluidsabsorberende akoestische panelen in de vensters van haar slaapkamer gemonteerd. Al vijf jaar was het onmogelijk om in het blok van Jannuzzi een huis te vinden, maar nu waren verschillende buren van plan te verhuizen.

Thallikar luchtte er zijn hart over zijn driejarige odyssee: de slapeloze nachten, het gevoel dat hij werd aangevallen, ambtenaren die het lieten afweten, de onbeantwoorde e-mails. Monden vielen open. Hij wilde weten waarom niemand anders iets had gezegd. ‘Ik denk dat we allemaal een tijdje hebben gedacht dat het misschien wel weg zou gaan,’ zei een buurman. Anderen hadden aangenomen dat er iets mis was met hen zelf, of ze hadden de bron van het geluid niet kunnen vinden.

De Dobson Noise Coalition kwam in actie. De leden startten een petitie met het verzoek aan CyrusOne om het lawaai te stoppen. 317 mensen ondertekenden. Ze schreven CyrusOne twee keer aan, maar kregen geen reactie. Ze namen contact op met de ambtenaren – die een stuk ontvankelijker bleken voor de hele groep dan voor Thallikar alleen – en kregen de city manager zover een gecertificeerde brief naar de CEO van CyrusOne te sturen met het verzoek om een ‘actieplan’. Wekenlang gebeurde er niks.

De aard van geluid

De aard van geluidsoverlast verschuift met de tijd. Sonische kwellingen uit de achttiende en negentiende eeuw – kerkklokken, rijtuigen, het geschreeuw van een straatverkoper – zouden we vandaag de dag ronduit charmant vinden. Sindsdien is ons landschap overspoeld door het eeuwige geratel van machines: een koor van auto’s, vliegtuigen, treinen, pompen, boren, stereo’s, windmolens, sloophamers, motorzagen, kettingzagen, mobiele telefoons en auto-alarmen, generatoren, ventilatoren, compressoren, straatvegers, helikopters, maaimachines en datacentra die zich als gevolg van onze online-obsessie verspreiden en daarmee de nodige klachten genereren. In gemeenten in Frankrijk, Ierland, Noorwegen, Canada, North Carolina, Montana, Virginia, Colorado, Delaware en Illinois werd allemaal geprotesteerd tegen het gezoem van datacentra. Maar dat is nog niets vergeleken met de overlast van drones. ‘De komende eeuw zal met de lucht gebeuren wat de 20e eeuw met het land is gebeurd; overal zullen wegen en lawaai ontstaan,’ zei Les Blomberg, directeur van de npo Noise Pollution Clearinghouse tegen me. Lawaai heeft zich losgemaakt van de mens en is autonoom geworden, en bovendien onuitputtelijk. Moeten menselijke lawaaimakers nog slapen, onze mechanische tegenhangers, die niet moe worden, doodgaan of het risico lopen hun stembanden te overbelasten, kunnen constant doorgaan met het verspreiden van hun onontkoombare geluiden.

Het ene na het andere onderzoek kwam tot de weinig opzienbarende conclusie dat we de voorkeur geven aan de geluiden van de natuur boven die van machines. Een onderzoeksproject uit 2008 dat proefpersonen 75 geluidsopnames liet horen, variërend van gemiauw van een kat tot slippende banden, ontdekte dat de vijf meest aangename geluiden dat van lopend water, borrelend water, stromend water, kletterend water in een kleine waterval en een lachende baby waren. Andere onderzoeken vertellen ons net als spabrochures dat natuurlijke geluiden ontspannend werken.

En toch overstemmen we die geluiden met ons eigen lawaai. Soms gaat het zelfs ten koste van andere soorten. De concentratie van stresshormonen in de uitwerpselen van elanden en wolven is veel groter als er sneeuwscooters naderen en wordt weer normaal als ze voorbij zijn; een soortgelijk patroon werd waargenomen bij walvissen in de Noord-Atlantische Oceaan wanneer ze het geloei van scheepsverkeer hoorden. (Een onderzoeker van bio-akoestiek vertelde aan The New York Times dat de akoestische uitstoot van luchtkanonnen, die worden gebruikt om de oceaanbodem in kaart te brengen, een ‘levende hel’ voor de oceaanbewoners betekenden.) Vogels in luidruchtige habitats worden lawaaiiger om boven onze geluiden uit te stijgen — mussen die ‘vroeger klonken als bijvoorbeeld George Clooney, zouden nu klinken als Bart Simpson’, zoals een ornitholoog het formuleerde. Dit fenomeen wordt bovendien in verband gebracht met de afname van soorten en vogelpopulaties en verminderde boomgroei.

Hoewel het moeilijk meetbaar is, lijkt de wereld luider te worden. De divisie Natural Sounds and Night Skies van de National Park Service, die de akoestiek van de Amerikaanse buitenlucht laat meten, schat dat geluidsoverlast elke 30 jaar verdubbelt of verdrievoudigt. De EPA heeft in 1981 voor het laatst het volume van ons land gemeten. Er (genereus) van uitgaande dat onze collectieve kakofonie sindsdien op gelijk niveau is gebleven, zouden volgens berekeningen uit 2013 meer dan 145 miljoen Amerikanen worden blootgesteld aan geluiden die de aanbevolen limieten overschrijden. Bij gebrek aan recentere enquêtes kunnen we kijken naar het volume waarop noodvoertuigen hun signaal verspreiden, aangezien het doel van sirenes is boven alle omgevingsgeluiden uit te stijgen. Volgens metingen van R. Murray Schafer produceerde een sirene van een brandweerauto in 1912 een geluid van 88 tot 96 decibel, gemeten op 11 voet [ca. 3,5 meter] afstand, terwijl in 1974 op dezelfde afstand 114 decibel werd gemeten – een toename in volume, merkte hij op, van ongeveer een halve decibel per jaar. De huidige brandweersirenes loeien nog luider: 123 decibel op 10 voet afstand.

Countryclubklacht

Niet iedereen heeft evenveel last van deze toename van geluiden. Geluidsoverlast mag bekend staan als een countryclubklacht, maar in de VS zijn armere gemeenschappen meestal lawaaiiger, evenals buurten met meer gekleurde mensen. Onderzoek uit 2017 wees bovendien uit dat het geluidsniveau in steden hoger was in gebieden met een groter aandeel zwarte, Aziatische en Spaanse inwoners dan in overwegend witte buurten. Stedelijke gebieden waar de meerderheid van de inwoners onder de armoedegrens leeft, werden daarnaast blootgesteld aan een aanzienlijk hogere mate van nachtelijke geluiden, en de auteurs van het onderzoek waarschuwden dat de verschillen in werkelijkheid waarschijnlijk nog groter zijn aangezien veel rijke huiseigenaren in geluidsisolatie investeren.

‘Steeds vaker moet je betalen voor stilte,’ zegt Antonella Radicchi, een architect die rustige ruimtes in steden in kaart brengt. Radicchi vindt dat alle stadsbewoners toegang zouden moeten hebben tot deze stille plekken, en dat het niet aan de rijken zou moeten zijn voorbehouden zich aan het lawaai te onttrekken – via spa’s, yoga-retraites en lommerrijke bedrijfsterreinen. Voor $6450, exclusief vliegticket, kunt ook u een vliegtuig nemen naar een auto naar een motorboot naar een kano naar een wandelpad om mee te lopen met een toer van drie dagen langs de Zabalo-rivier in Ecuador, die onlangs door akoestisch ecoloog Gordon Hempton werd uitgeroepen tot ’s werelds eerste Wilderness Quiet Park. Hempton trok de wereld over om natuurlijke soundscapes op te nemen en zette Quiet Parks International op met als missie ‘de stilte te bewaren’. Deze npo stelt normen op aan de hand waarvan de rust in parken, hotels en woongemeenschappen en op paden kan worden gemeten en voorziet gebieden die stil genoeg zijn van een keurmerk. (De Zabalo-rivier kwalificeerde zich vanwege een ruisvrij interval van minimaal 15 minuten, waarin geen enkel door de mens geproduceerd geluid was te horen.)

Ik sprak Hempton via Skype, enkele dagen nadat hij was teruggekeerd van de Zabalo-rivier. Hij was bruin, had kortgeknipt grijs haar en een tatoeage op elke onderarm – een van een blad, geïnspireerd op zijn meest recente bezoek aan de Zabalo, en de andere, vertelde hij, door een epifanie tijdens zijn eerste keer solokamperen in de jungle van de Amazone. Net als alle stiltestrijders spreekt Hempton met het kalme vertrouwen, de parallelle zinsstructuur en de hypnotische cadans van een goeroe. Ik vroeg hem wat voor hem de waarde van stilte is. ‘Hoe meer we in stilte verkeren, hoe beter we ontdekken wie we zijn,’ zei Hempton. ‘Als je vanuit een rustige plek spreekt, als je stil bent, denk je anders. Je bent meer je echte zelf. Je echoot geen advertenties. Je echoot geen reclameborden. Je echoot geen moderne liedjes. Je echoot waar je vandaan komt.’ Toen ik Hemptons mede-oprichter hetzelfde vroeg, zei hij berispend: ‘Die vraag komt voort uit een lawaaiige situatie.’

Voordat hij Quiet Parks International opzette, deed Hempton een poging de sonische ongereptheid van het Hoh-regenwoud in het Olympisch Nationaal Park van Washington te redden. In 2005 kon hij een uur in het park zitten zonder door de mens veroorzaakte geluiden te horen – er klonken enkel de zachte adem van de wind, de regen die op de sitkasparren drupte, de knisperende voetstappen van zwartstaartherten over omgevallen dennen en de vibrerende roep van de marmeralks. Maar als gevolg van een toename van het aantal vluchten vanaf een marinevliegbasis is het ruisvrije interval inmiddels teruggelopen tot 10 minuten, vertelt Hempton.


Deze zomer reisde ik naar Chandler om het gejammer met eigen oren te horen. Enkele maanden na de oprichting van de Dobson Noise Coalition stuurde CyrusOne de groep een e-mail met daarin de belofte een ‘goede buur’ te zijn en de toezegging tegen oktober 2018 ‘geluiddempende platen’ op zijn koelmachines te installeren. Maar oktober kwam en ging, en de buren waren het erover eens dat het geluid erger was dan ooit.

Dus zetten ze een tandje bij. In de 17 maanden sinds de Dobson Noise Coalition werd opgericht hebben de leden advocaten geraadpleegd, politierapporten ingediend, aandacht van lokale nieuwszender op zich gevestigd en een ontmoeting gehad met de politiechef van Chandler. Gewapend met video’s, geschreven getuigenissen en gedetailleerde tijdlijnen presenteerden meer dan twintig niet-glimlachende buren, gekleed in het rood, hun grieven aan de gemeenteraad van Chandler. En zo werd uiteindelijk besloten tot een ontmoeting met CyrusOne.

In mei onderhandelden afgevaardigden van de Dobson Noise Coalition met afgevaardigden van CyrusOne, waaronder een door het bedrijf ingehuurde akoestisch adviseur. Volgens zijn metingen valt het gezoem van de koelmachines tussen 630 en 1000 hertz: precies in het middenfrequentiespectrum, het bereik waar onze oren het gevoeligst voor zijn. Bovendien is het een zogeheten sinustoon, wat over het algemeen wordt beschouwd als uitzonderlijk irritant. Opnieuw deed CyrusOne de toezegging om 2 miljoen dollar te investeren in het inpakken van elke koelmachine in een op maat gemaakte, isolerende vinyldeken die het gezoem met 10 decibel moest doen afnemen. Ook eventuele toekomstige koelmachines zouden netjes worden ingebakerd.

Kevin Timmons, technisch directeur van CyrusOne, nam me op een golfkar mee langs de buitenkant van de belangrijkste faciliteit, waar geen binnentoers zijn toegestaan ​​zonder een ondertekende geheimhoudingsovereenkomst. Zelfs Timmons mocht sommige plekken niet zomaar betreden en moest er bewakers bij roepen voor hulp. Hij had begin 2018 voor het eerst van de geluidsklachten gehoord en zei dat de ergernis van de buren als een verrassing kwam. ‘We waren een aantal maanden vooral verbluft, terwijl we probeerden te achterhalen of dit serieus was,’ zei hij. ‘Daarna werd ons duidelijk dat we er iets aan moeten doen, of de overlast nou echt was of ingebeeld.’ Hij betreurde niet sneller te hebben gehandeld en maakte zich zorgen dat sommigen het gezoem zelfs na de zevencijferige geluidsisolatie zouden blijven horen: ‘Als je eenmaal een irritant geluid hoort, ga je daar soms bewust naar op zoek.’ Onlangs vertelde hij dat bewoners in de buurt van een CyrusOne-datacentrum in Dallas eveneens zijn begonnen te klagen over een zoemend geluid.

De koelcellen in een CyrusOne-centrum.
De koelcellen in een CyrusOne-centrum.

De week dat ik langsging had CyrusOne 24 van de inmiddels 56 koelmachines die het Chandler-complex telde ingepakt. De buren waren verdeeld over de vraag of de bedekking hielp, maar unaniem woedend dat de stad in de eerste plaats een datacentrum in hun achtertuin had toegestaan. Ze hadden nogal wat vragen over de gang van zaken: welke onderzoeken waren gedaan? Welke metingen? Geen, heb ik begrepen: de stadsplanners van Chandler hoeven bij het verlenen van vergunningen geen rekening te houden met lawaai. Bovendien was het grootste deel van de grond van CyrusOne in 1983 bestemd voor industrieel gebruik; dat was 13 jaar voordat de dichtstbijzijnde huizen, in Clemente Ranch, werden gebouwd. Maar de buren kenden allemaal de lokale geluidsregel uit het hoofd – ‘Niemand zal de rust, stilte en het comfort van de buurt verstoren door storend of onredelijk hard geluid te maken’ – en wilden weten waarom CyrusOne niet op z’n allerminst gedagvaard was om het feit dat het precies dat deed: hun vrede, rust en comfort verstoren.

Ik stelde de vraag aan commandant Edward Upshaw, een 33-jarige ervaren agent van Chandler Police Department, terwijl we over het terrein van CyrusOne reden waar een gestaag gezoem vaag boven het late middagverkeer uit klonk. ‘Een dagvaarding doen en iemand beschuldigen van een misdrijf voor dit geluidsniveau? Ondenkbaar,’ zei Upshaw. We stopten in Chuparosa Park en stonden een paar meter van de sintelstenenmuur die de grens van het terrein van CyrusOne markeerde. ‘Mensen verkopen radio’s met witte ruis of geluidsgolven die luider zijn dan dit,’ zei hij. ‘Mensen betalen daarvoor! Ik snap niet wat het probleem is.’ We reden naar Clemente Ranch. ‘Wat zou er gebeuren als je hiervoor een politieman in New York zou bellen. Vertel me dat maar eens! Wat zou er dan gebeuren?’

Het geluid van ons bestaan

De volgende avond reed ik naar het huis van Thallikar, onderdeel van een rij keurig gestucte huizen geflankeerd door kandelaarcactussen en Jeep Wranglers. We zaten in zijn woonkamer aan een glazen salontafel die vol lag met de mappen en papieren die zijn gevecht tegen de overlast documenteerden.

Na zich bij de Dobson Noise Coalition te hebben aangesloten, besloot Thallikar zijn huis nog niet te verkopen. Hij was ‘voorzichtig optimistisch’, maar wilde nog steeds weten waarom de stad dat ‘wangedrocht’ met zijn ‘verdomde machines’ niet strafte voor het verstoren van de vrede. Volgens hem kon niemand het gezoem op basis van een kort bezoek beoordelen. ‘Ze gaan even kijken wat er aan de hand is,’ zegt Thallikar. ‘Ik ervaar het dag en nacht.’ Wel erkende hij dat het geluidsniveau van CyrusOne ongeveer 20 procent minder erg was dan eerder, en hij sliep sinds kort weer in zijn eigen slaapkamer.

Maar toen CyrusOne stiller werd, ontdekte Thallikar weer een ander gezoem. Na een nieuwe reeks patrouilles wist hij het te traceren tot GM Financial, dat was uitgerust met een eigen peloton aan koelmachines. Hij legde zijn bevindingen in een powerpointpresentatie voor aan het stadsbestuur, en het ‘schadelijke geluidshinder’ werd toegeschreven aan de koelmachines en generatoren van GM Financial; het datacentrum van Digital Realty dat om de hoek stond van zijn huis; en mogelijk het opkomende Northrop Grumman-complex. (Digital Realty en GM Financial vertelden dat ze op de hoogte waren van de klachten, maar na onderzoek geen actie nodig achten; de eigenaar van het gebouw van Northrop Grumman noemde klachten over eventuele geluidsoverlast ‘ongegrond’.)

Thallikar bood me een toer aan langs zijn bronnen van ergernis, en we sprongen in een oude Toyota Camry die Thallikar naar de parkeerplaats van GM Financial reed. Daar liepen we naar een gesloten metalen poort. ‘Hoor je dat?’ zei Thallikar. UHHHHNNNNGGG, klonk vanuit de behuizing. ‘Geen idee hoeveel van die dingen ze daarbinnen hebben staan. Je hoort dit toch? ’s Avonds wordt het luider.’

Na nog een paar stops gingen we richting het terrein van CyrusOne. Meer dan een uur reden we rond het terrein, zo nu en dan stopten we. Naarmate de zon lager stond en de verkeersgeluiden afnamen, werd het gezoem sterker. Het was niet luid, maar wel aanwezig. Toen de lucht eenmaal donker was werd het ronduit irritant en was het hoge gezoem veranderd in een heldere, zeurderige, constante klank.

‘Dit klinkt deprimerend,’ zei Thallikar terwijl we op een stoep in Clemente Ranch stonden. ‘Alsof iemand pijn heeft en huilt. Constant gehuil en gekreun van de pijn.’

In stilte luisterden we naar het steunende datacentrum. In zekere zin was dat het geluid van ons bestaan: van meubels die worden gekocht, verzekeringspolissen die worden vergeleken, bestellingen die worden weggewerkt en leveringen die worden bevestigd; van beveiligingssystemen die worden geactiveerd, betaalde elektriciteitsrekeningen. In Forest City, North Carolina, waar sommige Facebook-servers gevestigd zijn, komt het gezoem van degenen die een video met vijf creatieve manieren om eieren te bereiden liken of becommentariëren, of foto’s van vrijgezellenfeestjes uploaden. Misschien komt het geluid van de buurman van Thallikar die ‘Heeft iemand anders opgemerkt hoe hard het deze week was?’ voorlegt aan de Facebook-groep van de Dobson Noise Coalition. Het is het geluid van onze zoektocht naar een middel tegen rode ogen, van het streamen van porno, het checken van de lyrics van Old Town Road. Het geluid is de uitlaat van onze activiteit. Het moderne leven – UNNNNGGGGG – neuriet constant met ons mee.

Tegen de tijd dat Thallikar me afzette bij mijn hotel, dat uitkeek op CyrusOne, klonk het gezoem als een krachtig en onverstoorbaar refrein. Ik zag een nieuw gebouw in aanbouw, plus een stuk grond met daarop ruimte voor een volgend gebouw. Verderop, aan het eind van de straat waar Thallikar woonde, was een kaal stuk grond met ruimte voor nog twee van zulke gebouwen. En er was genoeg plek voor nog 96 extra koelmachines, bijna een verdubbeling van het huidige aantal zoemende machines.

Auteur: Bianca Bosker
Vertaler: Laura Weeda

Openingsbeeld: © Irina Iriser/ Unsplash

The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 478.000

Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.


Deel dit artikel


Recent verschenen