ANP 451174940


Twintig jaar lang is China een van de grootste aanjagers van de wereldeconomie geweest, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Het zerocovidbeleid en het steeds restrictievere staatskapitalisme van Xi hebben ervoor gezorgd dat de economische groei stagneert – met grote gevolgen voor de rest van de wereld.

De afgelopen twintig jaar was China de grootste en betrouwbaarste aanjager van de wereldeconomie. Het land was in die periode goed voor een kwart van de groei van het wereldwijde bnp en de economie nam in negenenzeventig van de tachtig kwartalen in omvang toe. Na de dood van Mao koos de Communistische Partij grotendeels voor een praktische benadering om het land rijker te maken en markthervormingen met staatscontrole te combineren. Maar nu is de Chinese economie in gevaar.

De onmiddellijke aanleiding is het ‘zero-covidbeleid’ dat krimp heeft veroorzaakt en de economie tot een start-stoppatroon kan veroordelen. Het verergert een nog groter probleem: de ideologische strijd van president Xi Jinping om het staatskapitalisme weer in te voeren. Als China deze koers blijft varen zal het langzamer groeien en minder voorspelbaar zijn, met grote gevolgen voor zowel het land zelf als de gehele wereld.

Na bijna twee maanden wordt de lockdown in Shanghai versoepeld, maar met nieuwe uitbraken in Beijing en Tianjin is China nog lang niet covidvrij. Meer dan tweehonderd miljoen mensen zijn aan restricties gebonden en de economie wankelt. De omzet van de detailhandel was 11 procent lager dan vorig jaar en KFC, Cartier en de auto-industrie doen slechte zaken. 

Exportdaling

Hoewel sommige arbeiders tijdelijk in de fabrieken wonen, is het industriële productie- en exportvolume afgenomen. Er is kans dat China voor het eerst sinds 1990, na het bloedbad op het Tiananmenplein, dit hele jaar lang zijn best zal moeten doen om veel sneller te groeien dan Amerika. Voor Xi komt dit tijdstip uiterst ongelegen: na het twintigste partijcongres later dit jaar mikt hij op een derde presidentstermijn, een breuk met de regel dat leiders na twee termijnen aftreden.

Toch is Xi zelf in belangrijke mate verantwoordelijk voor de twee klappen die de economie heeft opgelopen. Ten eerste door zijn zero-covidbeleid, dat al achtentwintig maanden van kracht is. De partij vreest dat openstelling van de grenzen tot een nieuwe besmettingsgolf zal leiden die miljoenen levens kan kosten. Dat is misschien waar, maar ondertussen is er kostbare tijd verspild: honderd miljoen mensen van boven de zestig zijn niet driemaal ingeënt. China weigert effectievere mRNA-vaccins uit het Westen te importeren. En het zero-covidbeleid zal waarschijnlijk ook volgend jaar worden doorgezet. China heeft zich teruggetrokken als gastland van het Aziatische voetbalkampioenschap, de Asian Cup, in juni 2023. Er is sprake van permanente teststations waar tot in de eeuwigheid in neusgaten zal worden gepoerd. Aangezien omikron uiterst besmettelijk is, zijn meer uitbraken en lockdowns onvermijdelijk. Maar omdat het zero-covidbeleid met Xi wordt geassocieerd, wordt alle kritiek erop als sabotage beschouwd.

Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd

Dezelfde ideologische geestdrift heeft de tweede klap toegebracht, in de vorm van een reeks economische initiatieven die Xi zijn ‘nieuwe ontwikkelingsconcept’ noemt en die bedoeld is om ‘grote veranderingen teweeg te brengen die een eeuw lang niet zijn vertoond’, zoals een breuk van China met Amerika. De doelstellingen zijn rationeel: het bestrijden van ongelijkheid, monopolies en schulden, en ervoor zorgen dat China dominant is op het gebied van nieuwe technologie en daarmee beschermd tegen westerse sancties. Maar in alle gevallen vindt Xi dat de partij de leiding moet nemen, en de implementatie heeft vooral een bestraffend en grillig karakter. Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd, die goed is voor acht procent van het Chinese bnp. En een heftige en nog altijd voortgaande instorting van de vastgoedmarkt, goed voor meer dan een vijfde van het bnp, heeft tot een financieringscrisis geleid, een van de redenen waarom de huizenverkoop in april met 47 procent is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

De regering werkt aan een enorm stimuleringsprogramma en hoopt daarmee het officieel beoogde groeicijfer van 5,5 procent te halen en de zenuwen te kalmeren voordat het congres begint. Op 19 mei spoorde premier Li Keqiang zijn ambtenaren aan de groei door ‘krachtdadig optreden’ te herstellen en gelastte hij de centrale bank de hypotheekrente te verlagen. De partij heeft geprobeerd verontruste techtycoons gerust te stellen. Een waarschijnlijke volgende stap is een groot, met staatsobligaties gefinancierd infrastructuurprogramma.

Mislukkingen

Maar meer schuldenbergen en hectares beton zijn geen remedie tegen draconische lockdowns of de risico’s van Xi’s economische model. Dat laatste is gericht op het uitbreiden van het minst productieve deel van de economie, het deel dat in staatshanden is. Het Chinese industriebeleid heeft formidabele successen geboekt, bijvoorbeeld door wereldwijd dominant te worden het gebied van geavanceerde accu’s. Xi hoopt dat technologie en een nieuw cohort staatsinvesteringsfondsen het beslissingsbeleid wendbaarder zullen maken. Maar vergeet alle vreselijke mislukkingen niet, van metaalindustrie tot microchips.

Intussen is het productiefste deel van de economie, de privésector, ernstig aan het kwakkelen. Neem de financiële markt, waar een grote uittocht heeft plaatsgevonden. De kapitaalkosten zijn gestegen: Chinese aandelen worden uitgeruild tegen Amerikaanse met een korting van 45 procent, bijna een record. Investeerders en ondernemers gaan op een andere manier calculeren. Sommigen vrezen dat de winsten van elk bedrijf zullen worden afgeroomd door een partij die argwanend staat tegenover persoonlijke rijkdom en macht. Durfkapitalisten zeggen dat ze inmiddels op de grootste subsidies wedden, niet meer op de beste ideeën. Voor het eerst in veertig jaar wordt geen enkele grote sector van de economie geliberaliseerd. Daar zal de groei onder lijden.

China zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief

Xi’s ideologische economie heeft grote gevolgen voor de wereld. Hoewel stimulering de vraag zou kunnen aanwakkeren, zullen er waarschijnlijk meer lockdowns komen, een gevaar voor een wereldeconomie die toch al met een recessie flirt. Multinationals kunnen onmogelijk om de omvang en het hoge ontwikkelingsniveau van Chinese toeleveranciers heen. Toch zullen ze maatregelen nemen om daar steeds minder afhankelijk van te worden, zoals Apple momenteel schijnt te doen. In sommige bedrijfstakken zal China na 2030 misschien nog de boventoon voeren, maar het Westen zal steeds beduchter worden voor het importeren van Chinese producten. Diplomatiek gezien zal een minder ambitieuze en onafhankelijke privésector betekenen dat de Chinese aanwezigheid in het buitenland meer staatsgeleid en politieker van aard zal zijn. Ze zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief.

En wat te denken van het leven in een geïsoleerder China? Hoewel er online wordt geklaagd over lockdowns en banenverlies, zal dit waarschijnlijk niet tot onrust leiden dankzij het strenge toezicht, de propaganda en de brede steun voor de partijdoelen. Sommige technocraten zijn het niet eens met de ruk naar links die het land maakt maar beschikken niet over de macht en de moed om daartegen in het geweer te komen. En naar het zich laat aanzien is er in de politieke top van China voorlopig geen rivaal voor de inmiddels 68-jarige Xi. Maar in de aanloop naar een partijcongres dat hem vermoedelijk tot minstens 2027 van de macht zal, verzekeren, doemen de tekortkomingen op van een eenmansbewind in de tweede economie van de wereld.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen