126786233 mediaitem126786229


‘Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek; maar tegen het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen’, schrijft deze Iraans-Amerikaanse auteur. Iraniërs – vooral vrouwen – komen massaal in opstand tegen het theocratische bewind.

Niemand kan voorspellen hoe een revolutie uitbreekt. Ook weet niemand van tevoren wanneer een misstand de woede van de bevolking zal doen ontvlammen – woede die sterker is dan angst. In 2010 zette in Tunesië een straatverkoper, Mohammed Bouazizi, een opstand in gang door zichzelf in brand te steken. Nu, in 2022 zijn na de dood van Mahsa Amini, een 22-jarige vrouw die in politiedetentie om het leven is gekomen, Iraniërs in alle hoeken van het land de straat opgegaan.

Amini en haar broer waren vanuit Saqqez, een stad in Iraans-Koerdistan, naar de hoofdstad Teheran gekomen om familieleden te bezoeken. Op 13 september werd Amini opgepakt door de zogeheten zedenpolitie, omdat ze haar hijab, of hoofddoek, niet op de juiste wijze zou hebben gedragen. Drie dagen later werd bekendgemaakt dat ze was overleden. De autoriteiten zeggen dat ze is overleden aan een hartstilstand. Volgens een in Engeland gevestigde onafhankelijke Iraanse nieuwssite zijn op CT-scans van haar schedel tekenen van fracturen zichtbaar.

Elke keer dat ik beelden van Amini zie, in coma in een ziekenhuisbed, denk ik onwillekeurig dat ik daar ook had kunnen liggen. Ik was een meisje in Iran toen er in 1981 een wet van kracht werd die alle vrouwen verplichtte een hijab te dragen. Dat was twee jaar na de Iraanse Revolutie. En ik was een tiener toen de zedenpolitie de straat opging en in het wilde weg mensen aanhield en inrekende, soms op grond van weinig meer dan een plukje haar dat onder een hoofddoek uit piepte.

Woede en solidariteit

Op een dag in augustus 1984 liep ik buiten, dik ingepakt in mijn islamitische uniform met hoofddoek terwijl het ondraaglijk heet was en alle fonteinen in Teheran waren stilgezet vanwege de ramadan, en ik betrapte me op de gedachte dat ik het niet erg zou vinden om te sterven als diegenen die ons leven tot een hel maakten ook zouden sterven. Later dat jaar verliet ik Iran, maar momenteel voel ik wat zovele Iraanse vrouwen voelen: ieder van ons is Mahsa Amini.

Sinds haar dood zijn duizenden mensen de straat opgegaan, in een vertoon van woede en solidariteit dat ongekend is, zelfs in een land dat veel van dit soort tumultueuze momenten heeft gekend. Maar deze keer is het anders dan bij eerdere opstanden tegen het regime, de beweging is nu opmerkelijk breedgedragen en inclusief. De rijke inwoners van Noord-Teheran zijn de straat opgegaan samen met de arme mensen uit het zuidelijke deel van de stad. Je ziet jongeren op straat, maar ook hun ouders, en zelfs hun grootouders. Niet alleen in de stad gaan de mensen de straat op, maar ook op het platteland.

De vrouwen van Iran hebben de mythe ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn

De vrouwen van Iran nemen het voortouw – de vrouwen die zich standvastig hebben verzet tegen de tirannie van het regime en die onvermoeid de mythe hebben ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn. De aanblik van alle mannen aan hun zijde getuigt van een vrijwel universele afkeer van de officiële misogynie van het regime. Met alle risico’s die deze burgers nemen, en met de offers die ze brengen, tonen ze haarscherp aan dat een traditie die vierentwintig uur per dag verdedigd moet worden door gewapende mannen die mensen in elkaar moeten slaan om die traditie overeind te houden, het verdient te worden afgeschaft.

Sinds de dood van Mahsa Amini komt de hele Iraanse samenleving in verzet tegen de machthebbers, ondanks meedogenloze repressie. Een beweging die weerklank vindt in het buitenland. Maar kan ze blijven voortbestaan zonder hulp van buitenaf?

107838498 58c8de45 5ba5 4d62 88ed 0204f42747f1

Iraanse promotievideo die laat zien hoe een Iraanse vrouw nadat ze aan het ‘goede voorbeeld’ wordt herinnerd bij een bezoek aan de juwelier, haar outfit aanpast en thuis een niqab aantrekt.

Zelfs beroemdheden die er in het verleden het zwijgen toe hebben gedaan, laten zich nu horen. Filmsterren en sporthelden twitteren om hun steun te betuigen aan de demonstranten – sommigen doen zelfs een oproep aan het leger om achter het volk te gaan staan en in te grijpen. De populaire musicus Homayoun Shajarian, de zoon van de grote zanger van de Perzische muziek, Mohammad-Reza Shajarian, projecteerde bij zijn laatste optreden een grote foto van Mahsa Amini achter het podium – een openlijke provocatie van het bewind. Het publiek begon vervolgens te scanderen: ‘Dood aan Khamenei’ (Irans hoogste leider).

Etnische verschillen

Alles wat er in het verleden is gezegd over etnische en andere scheidslijnen, waardoor verschillende groepen binnen Iran tegenover elkaar zijn komen te staan, is nu vergeten. Vele jaren hebben geruchten over de dreiging van separatistische bewegingen, met name in Iraans-Koerdistan, geleid tot felle discussies. Maar de aloude spanningen verdwijnen naar de achtergrond door het verdriet over de dood van deze jonge Koerdische vrouw, een verdriet dat wordt gevoeld in het hele land, zelfs op onwaarschijnlijke plekken als de Turks sprekende stad Oermia. In het licht van het alledaagse onrecht waarmee elke Iraniër te maken krijgt, lijken etnische verschillen onbeduidend.

Vandaag de dag worden er in Iran geen beeltenissen van Uncle Sam of Amerikaanse vlaggen in de fik gestoken. In plaats daarvan verbranden vrouwen op straat hun eigen hoofddoek, of ze gooien hem in een vreugdevuur dat door mannen is aangestoken. Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek zelf; hun bezwaren richten zich op het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen. Ondanks het feit dat er in de praktijk al meer dan veertig jaar nauwelijks nog betrekkingen zijn tussen Iran en Amerika, hebben twee wezenlijke Amerikaanse opvattingen – over rechten en keuzevrijheid – hun weg gevonden naar de inwoners van dit land. De mensen die de straat opgaan scanderen dit keer niet ‘Dood aan Amerika’ maar ‘Dood aan de dictator’. De mensen die Amerika ooit voor de Grote Satan hielden, de bron van alle kwaad, scanderen nu: ‘Onze vijand bevindt zich hier. Het is een leugen dat het Amerika zou zijn.’

De demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt

Drieënveertig jaar geleden vernederde Iran Amerika door ten overstaan van de gehele wereld het geblinddoekte personeel van de Amerikaanse ambassade te tonen. Vandaag de dag vernedert de Iraanse bevolking haar eigen leiders door de muurschilderingen van Ali Khamenei te bekladden en zijn foto van billboards te scheuren.

Er wordt niet langer gedemonstreerd voor lagere benzineprijzen, salarisverhoging of eerlijke verkiezingen – de eisen van zoveel eerdere protesten. Sterker nog, de demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt. 

Politiestaat

Irans ambitie om een rechtsstaat te worden dateert van ver voor de Islamitische Revolutie: meer dan een eeuw geleden vond de Perzische Constitutionele Revolutie plaats. De Amerikaanse overheid heeft bijna twintig jaar lang tientallen miljoenen dollars uitgegeven om het democratische proces in Iran te bevorderen. Die investering valt in het niet bij de miljarden die Amerika in de oorlogen heeft gepompt van twee van Irans buurlanden, Irak en Afghanistan – om nog maar te zwijgen van al het bloed dat is vergoten. Maar evengoed is de Amerikaanse steun voor de democratische droom van wezenlijk belang – en die steun lijkt nu misschien eindelijk vruchten af te werpen. 

De vraag is of Washington hier klaar voor is. Hebben de Amerikaanse sponsors van de Iraanse democratie enig idee wat te doen als hun missie slaagt?

Iran heeft zijn Oekraïnemoment bereikt, een punt waarop een volk zich realiseert dat het bereid is de prijs te betalen voor vrijheid. Iraniërs realiseren zich dat dit hun strijd is, en ze gaan – ongewapend – de straat op om de misdadigers van het regime het hoofd te bieden. Op social media hebben sommige van de bekendste activisten van deze beweging filmpjes gepost waarin ze zeggen dat ze weigeren het land te verlaten – wat de toekomst ook mag brengen, zij laten zich niet verjagen.

De Verenigde Staten moeten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten

De Verenigde Staten moeten nu, door daden en niet enkel door steunbetuigingen, laten zien dat ze net zozeer zijn begaan met het verlangen naar vrijheid van het Iraanse volk als met het in toom houden van de nucleaire ambities van het regime. Een stap die de Verenigde Staten zouden kunnen zetten, is het opschorten van hun deelname aan de gesprekken over een nieuw nucleair akkoord. Dat zou een duidelijke boodschap zijn aan de ayatollahs dat er geen sprake kan zijn van het verlichten van de economische sancties zolang de bendes van de ayatollahs de eigen bevolking doodschieten in de straten van Iran. 

Net zomin als de Oekraïners, kunnen de Iraniërs hun vrijheid veroveren zonder steun van de Verenigde Staten en andere westerse landen. Ze zijn bereid offers te brengen, maar hun bereidheid en vastberadenheid alleen zijn niet voldoende om revoluties te winnen. Amerika heeft vier decennia gewacht tot de Iraniërs de propaganda van het regime zouden verwerpen en Amerika niet langer als de vijand zouden zien. Dit is een historische kans voor beide landen om een nieuwe band te smeden, maar dan moeten de Verenigde Staten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten. Wie wil dat de democratie wereldwijd een vlucht neemt, moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen