Een van ’s werelds meest vervuilende landen investeert grootschalig in schone technologie. De Indiase premier Modi wil in 2030 de emissie met een miljard ton verminderen.
India haalt bijna driekwart van zijn elektriciteit uit steenkool en heeft 39 nieuwe kolencentrales in aanbouw. Het graaft en verbrandt meer van het spul dan enig ander land behalve China. Op de klimaatconferentie vorig jaar in Glasgow was het land het stinkdier op het tuinfeest en blokkeerde het pogingen om de brandstof die het meest verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde geleidelijk af te schaffen.
Die met roet besmeurde onverzettelijkheid leidt echter af van een opmerkelijke, tegengestelde trend. Terwijl zijn ondergeschikten steenkool verdedigden, deed de Indiase premier Narendra Modi in Glasgow een reeks beloften die, als ze worden nagekomen, van zijn land een groene energiecentrale zullen maken. Zijn belofte dat India tegen 2070 een ‘nettonuluitstoot’ van broeikasgassen (ghg’s) zal hebben, sprong het meest in het oog. Het betekent dat elke emissie die tegen die tijd nog niet is geëlimineerd, op de een of andere manier zal worden gecompenseerd.
Modi onderbouwde zijn streven met twee strenge doelstellingen voor 2030: de emissie met een miljard ton verminderen ten opzichte van nu. Daartoe is meer dan een verdrievoudiging nodig van de niet-fossiele energieproductie (waaronder kernenergie en waterkracht, naast wind- en zonne-energie): van ruwweg 150- naar 500GW.
Nationale missie
India veroorzaakt de op twee na grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld. Als het de doelstellingen van Modi haalt, zou het niet alleen zijn eigen energiemix radicaal hebben omgegooid, maar ook een grote impuls hebben gegeven aan de wereldwijde inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Bovendien heeft Modi het tot een ‘nationale missie’ verklaard om ‘groene waterstof’ te ontwikkelen. Dat is een schone brandstof op basis van hernieuwbare energiebronnen die industrieën die hardnekkige vervuilers blijven, kan helpen CO2-vrij te worden. Maar hoe plausibel zijn deze ambities?
India’s totale opwekkingscapaciteit, zowel schoon als vuil, bedraagt nu slechts 400GW. Modi wil dus in slechts acht jaar tijd een compleet tweede elektriciteitsnet aan groene stroom opbouwen. Om dat doel te bereiken, moet India ongeveer 500 miljard dollar investeren in schone energie en verbeteringen aan het net, aldus een schatting van onderzoeksbureau Bloomberg New Energy Finance (BNEF).
Een dergelijke prestatie zou niet ongekend zijn. China ging van 44GW aan zonnecapaciteit naar 300GW in zes jaar, en in elf jaar van 50GW aan windenergie naar 330GW. Maar het werd geholpen door een enorme productiebasis in hernieuwbare energie en door een economie die excelleert in het sturen van kapitaal naar begunstigde industrieën – voordelen die India niet heeft.
India een van de goedkoopste plekken ter wereld om zonne-energie te produceren
Hernieuwbare energie groeit razendsnel in India. De opwekkingscapaciteit voor zonne-energie is sinds 2012 vervijftigvoudigd tot bijna 50GW eind vorig jaar. In de eerste helft van 2022 kwam daar nog eens 7,4GW aan zonne-energie bij. Wat betreft nieuwe opwekkingscapaciteit hebben hernieuwbare energiebronnen de steenkool al verdrongen. De capaciteit van nieuwe zonne-, wind- en waterkrachtcentrales die vorig jaar werden gebouwd, was bijna dubbel zo groot als die van nieuwe kolengestookte centrales (zie grafiek 1).
Maar om de doelstellingen van Modi te halen, gaan de investeringen in hernieuwbare energiebronnen niet snel genoeg. De 11GW aan hernieuwbare capaciteit die in 2021 werd toegevoegd, is veel minder dan de vereiste jaarlijkse toename. Toch zijn er goede redenen om de nieuwe groene revolutie van India serieus te nemen.
Om te beginnen is het terugdringen van de uitstoot niet het enige motief om het energiesysteem van India te herzien. Modi wil ook de productie aanjagen en de kosten voor geïmporteerde brandstof terugdringen. ‘Hoe lang zullen we op het gebied van energie afhankelijk blijven van anderen?’ vroeg hij tijdens zijn toespraak op Onafhankelijkheidsdag medio augustus. India besteedde vorig jaar meer dan 4 procent van het bbp aan de invoer van fossiele brandstoffen: bijzonder vervelende kosten voor een land met een aanhoudend tekort op de lopende rekening.
Vergroening van de energievoorziening zou ook bijdragen tot vermindering van de luchtverontreiniging, een dodelijke plaag voor veel inwoners. De Wereldgezondheidsorganisatie gaat ervan uit dat de luchtverontreiniging in 93 procent van het land ver boven haar richtlijnen ligt. Het Britse medische tijdschrift The Lancet publiceerde in 2019 een studie waaruit blijkt dat jaarlijks meer dan een miljoen Indiërs sterven als gevolg van luchtverontreiniging. De verstikkende smog die vooral in deze tijd van het jaar een groot deel van Noord-India bedekt, is een eeuwig hoofdpijndossier voor de regering.
Het mooie is dat een grote verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen de kosten van elektriciteitsopwekking kan helpen drukken. Dankzij het zonnige klimaat en de lage arbeidskosten is India een van de goedkoopste plekken ter wereld om zonne-energie te produceren. In een analyse van het Internationaal Energieagentschap (IEA), waakhond annex denktank voor energieverbruikende landen, werd zelfs geconcludeerd dat, als de effecten van overheidssubsidies buiten beschouwing werden gelaten, alleen de Verenigde Arabische Emiraten met India kunnen wedijveren (zie grafiek 2). Dat betekent dat zonnecentrales een goedkopere optie zijn voor nieuwe elektriciteitsopwekking in India dan kolen- of gascentrales. Stroom uit windmolens is in India weliswaar niet de goedkoopste ter wereld, maar ook altijd nog minder kostbaar dan stroom uit fossiele brandstoffen.
Bovendien komt de Indiase regering met allerlei inventieve beleidsmaatregelen om investeringen in schone energie te stimuleren. Een van de grote obstakels voor een herziening van de elektriciteitsindustrie is de erbarmelijke toestand van de bedrijven die elektriciteit distribueren (DISCOMS). Veel van die staatsbedrijven zijn zo goed als failliet en hebben een gezamenlijke schuld van zo’n 73 miljard dollar. Het lijken niet de veiligste partijen voor investeerders die schone energie willen verkopen. Daarom heeft de regering van Modi een mechanisme ingevoerd waardoor de federale regering van India in feite fungeert als financiële buffer bij nieuwe langetermijncontracten voor de levering van hernieuwbare energie aan het net. Ook wordt het zonne- en windgeneratoren toegestaan om de DISCOMS volledig te omzeilen en energie rechtstreeks te verkopen aan fabrikanten van groene waterstof.
In augustus hield India een van ’s werelds grootste veilingen voor grootschalige batterijopslag
Om het immer aanwezige probleem van bureaucratie en NIMBY’isme [een alles-is-best-maar-niet-hiermentaliteit; ‘not in my backyard’] in India te overwinnen, zetten ambtenaren schone-energieparken op met aansluitingen op het net zorgen ze ervoor dat de nodige vergunningen snel geleverd worden. De regering maakt ook gebruik van ‘omgekeerde’ veilingen om investeringen in hernieuwbare energie tegen de laagst mogelijke kosten te maximaliseren: ontwikkelaars geven aan welke minimumprijs zij bereid zijn te aanvaarden voor de stroom die ze opwekken, en de laagste biedingen winnen. Soortgelijke veilingen zijn gehouden voor groene stroom ‘rond de klok’, dat wil zeggen: hernieuwbare energie in combinatie met een of andere vorm van energieopslag, om de wisselvalligheid van wind en zon het hoofd te kunnen bieden.
Het beleid werkt. Investeerders zoals Adani Group, een van India’s grootste conglomeraten, haasten zich bijvoorbeeld naar een park voor hernieuwbare energie in Kutch, een zonovergoten en winderige regio in de deelstaat Gujarat. Met een geplande productie van 30GW wordt dat het grootste gecombineerde wind- en zonnepark ter wereld.
India zal dit jaar bij zijn veilingen voor zonne-energie waarschijnlijk aanbiedingen ontvangen voor de bouw van opwekkingscapaciteit van meer dan 25GW. Dat is ruim tien keer zoveel als in enig ander land (zie grafiek 3). In augustus hield India een van ’s werelds grootste veilingen voor grootschalige batterijopslag.
Hardwerkende industriëlen
Het enthousiasme van investeerders is een sterke aanwijzing dat de groene ambitie van India meer is dan gebakken lucht. Mukesh Ambani, de baas van Reliance Industries, een ander wijdvertakt conglomeraat, glunderde in zijn laatste bericht aan zijn aandeelhouders: ‘We zullen in dit decennium de meest betaalbare groene energie ter wereld hebben, en dan zullen onze oplossingen naar andere landen worden geëxporteerd.’
Mundra, een drukke haven in Kutch ontwikkeld door Adani Group, vat de veranderde prioriteiten van de Indiase industriëlen samen. Het is een van de drukste kolenhavens ter wereld, die twee enorme kolencentrales in de buurt bedient. Maar er staat ook een nieuwe fabriek voor zonnepanelen, een proefinstallatie voor de bouw van windturbines van 160 meter hoog op land (behorend tot de grootste ter wereld) en nieuwe gebouwen waar apparatuur voor de productie van waterstof zal worden gemaakt.
‘Wij heten u welkom in een toekomst die wordt aangedreven door de ZONNE-REVOLUTIE’ schreeuwt een reclamebord. Adani ‘realiseert hier de hele toeleveringsketen’ voor schone energie, zegt Arun Kumar Sharma, een senior manager.
Gautam Adani, de oprichter en voorzitter van de groep – wiens persoonlijke fortuin van meer dan 100 miljard dollar hem tot een van de rijkste mensen ter wereld maakt – beweert dat tegen 2030 zijn bedrijven 70 miljard dollar zullen besteden aan groenvoorzieningen in India. Met bijna 5GW aan zonne-energiecapaciteit vanaf medio 2021 staat zijn divisie Adani Green Energy nu al op gelijke hoogte met het Italiaanse Enel Green als ’s werelds grootste ontwikkelaar van zonne-energie.
Ambani laat dat niet op zich zitten en is van plan 80 miljard dollar te besteden aan schone energie in India. Reliance heeft, net als Adani Group, munt geslagen uit fossiele brandstoffen. Maar nu ontwikkelt het een cluster voor schone energie in Jamnagar, een andere haven in Gujarat, waar ook het enorme petrochemische complex van het bedrijf is gevestigd. Ambani wil in 2025 20GW aan zonne-energiecapaciteit gebouwd hebben, die volledig door de groep zelf zal worden gebruikt. ‘Zodra het op schaal is bewezen,’ zegt hij, ‘zijn we bereid onze investeringen te verdubbelen.’ Investeringsbank Morgan Stanley omschrijft de strategie van Ambani als het ‘volledige spectrum’, dat zich uitstrekt van de productie van zonnepanelen en batterijen tot de ontwikkeling van apparaten om groene waterstof te maken en te gebruiken.
Niet alleen Indiase giganten omarmen de groene visie van Modi; ook kleinere bedrijven investeren fors. Het bedrijf Greenko bijvoorbeeld, bouwt ’s werelds grootste netwerk voor grootschalige energieopslag met behulp van een technologie die pumped hydro wordt genoemd. Daarvoor wordt stroom van zonnepanelen of windmolens gebruikt om water in hoge reservoirs te pompen. Door het water naar beneden te laten stromen, kunnen turbines aan het draaien worden gebracht om stroom op te wekken wanneer er elektriciteit nodig is. Mahesh Kolli, voorzitter van Greenko, zegt dat in 2025 het bedrijf 5 miljard dollar zal investeren om 50GW aan opslagcapaciteit te bouwen.
ArcelorMittal Nippon Steel, een Indiase joint venture van staalgiganten uit Europa en Japan, heeft onlangs een overeenkomst van 600 miljoen dollar gesloten met Greenko om een van zijn fabrieken 24 uur per dag van schone stroom te voorzien. Het bedrijf koos niet alleen voor deze optie omdat de stroom groen zal zijn, maar ook omdat het goedkoper is dan de bouw van een kolencentrale.
Op langere termijn ziet Kolli zijn technologie als de oplossing voor de wisselvalligheid van stroom die door windmolens en zonnepanelen wordt opgewekt. Hij wil een landelijke, op het net aangesloten ‘energiecloud’ bouwen, vergelijkbaar met de datacloud van Amazon. Als er geen wind is of het is in Gujarat bewolkt, dan kunnen de pompcentrales van het bedrijf in Andhra Pradesh, in het zuiden, via het nationale net een compenserende hoeveelheid schone stroom leveren aan aluminiumsmelterijen in Odisha, in het oosten, die worden geëxploiteerd door Hindalco Industries, een grote nieuwe klant. In tegenstelling tot Amerika, waar slechts beperkte verbindingen tussen regionale netten bestaan, heeft India een goed geïntegreerd nationaal net, waardoor een dergelijk idee haalbaar is. De IEA verwacht dat India in 2026 meer pompwaterkracht heeft dan enig ander land.
India begint binnenlandse toeleveringsketens voor schone energie te ontwikkelen. Pune bijvoorbeeld, een stad in de deelstaat Maharashtra, waar al een cluster van fabrikanten van auto-onderdelen is gevestigd, wordt ook een centrum voor schone energie. Siddharth Mayur, inwoner en oprichter van H2E Power en homiHydrogen, ontwikkelde accu’s voor elektrische motorscooters en autoriksja’s die wanneer ze leeg zijn, snel kunnen worden vervangen door volledig opgeladen accu’s. Hij maakt nu stacks, een onderdeel van brandstofcellen (waarmee uit waterstof elektriciteit kan worden gegenereerd), en helpt de lokale productie van andere onderdelen te bevorderen. ‘Volgend jaar zal 98 procent worden gemaakt binnen een straal van 60 kilometer van waar wij zitten in Pune,’ zegt hij.
Ravi Pandit, voorzitter van KPIT, een Indiaas softwarebedrijf dat grote, buitenlandse autofabrikanten als klant heeft, denkt dat het goedkope software- en engineeringtalent dat enkele decennia geleden India’s succes in de informatietechnologie aanwakkerde, nu ook zal helpen bij groene energie. Mede dankzij de wijdverbreide wens om de productie niet te veel in China te concentreren, wijst hij erop dat buitenlands kapitaal en technologie binnenstromen.
Het leeuwendeel van de 500 miljard dollar die nodig is om de doelstellingen van Modi te halen, moet waarschijnlijk uit het buitenland komen
Veel van de investeringen zijn gericht op groene waterstof, waarmee grote industrieën zoals de staal- en kunstmestindustrie hopelijk CO2-uitstoot kunnen uitbannen. India produceert daar nu nog bijna niets van, hoewel het wel ongeveer 7 miljoen ton gewone waterstof per jaar verbruikt. Die wordt met behulp van fossiele brandstoffen gemaakt. Investeerders denken dat India een goede plek is om groene waterstof te produceren, aangezien het proces veel schone energie vereist, die de Indiase zonne-industrie goedkoop kan leveren. India produceert ook weinig aardgas, dus er zijn weinig lobbyisten die campagne voeren tegen de ontwikkeling van een concurrerende industrie. De regering heeft beloofd steun te geven aan groenewaterstofbedrijven in een gedetailleerd plan dat binnenkort wordt bekendgemaakt.
Met de hulp van Stiesdal, een Europees bedrijf voor schone technologie, bouwt Reliance een grote fabriek in Jamnagar om elektrolyse-apparatuur te produceren. De apparaten, aangedreven door schone elektriciteit van de geplande zonneparken van Reliance, zullen vervolgens worden gebruikt om groene waterstof te produceren. Ambani beweert dat die investeringen van India binnen tien jaar het eerste land zullen maken dat groene waterstof produceert voor 1 dollar per kilo, tegen de huidige kosten van meer dan 4 dollar per kilo. Hij wuift sceptici weg door te wijzen op zijn recente succes bij het leveren van gegevens aan mobiele telefoons voor ’s werelds laagste prijs.
Indian Oil, een energiereus in staatshanden en de grootste verbruiker van vuile waterstof in het land, kondigde in augustus aan ook in de groenewaterstofbusiness te stappen. Het bedrijf is van plan om in 2046 25 miljard dollar te hebben geïnvesteerd in deze en andere schone technologieën, als onderdeel van de poging om in dat jaar nettonulemissies te behalen. ‘Wij maken van India een centrum voor groene waterstof,’ zegt S.M. Vaidya, voorzitter van het bedrijf.
Eerste elektrolytische cellen
Ook buitenlandse investeerders zijn enthousiast. John Cockerill, een Belgisch technologiebedrijf, ging met Greenko een joint venture aan om jaarlijks voor 2GW aan elektrolyseapparatuur te produceren. Ohmium, een Amerikaanse start-up die elektrolyseert, heeft zijn enige fabriek in India staan. Het hoopt tegen het einde van dit jaar een jaarlijkse productie van 2GW te behalen. Het bedrijf exporteerde onlangs naar Amerika de eerste elektrolytische cellen die India ooit produceerde en verwacht binnenkort ook zendingen naar Spanje te gaan doen.
De Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs nam een belang in ReNew Power, een bedrijf in hernieuwbare energie dat met Indian Oil samenwerkt aan de plannen voor groene waterstof. TotalEnergies, een grote Franse oliemaatschappij, kocht een kwart van een divisie van Adani Group die groene waterstof ontwikkelt.
Indiase groenewaterstofbedrijven wagen zich zelfs in het buitenland. Acme Cleantech Solutions, een pionier op het gebied van zonne-energie, stapte over op de productie van schone brandstoffen. Samen met Scatec, een Noors bedrijf voor schone energie, investeert het meer dan 6 miljard dollar in de productie van groene ammoniak (een afgeleide van groene waterstof) in Oman. Het project is het eerste in zijn soort dat als CO2-neutraal is gecertificeerd. Het kreeg ook commerciële bevestiging toen Yara, een Noorse kunstmestgigant, in juli een langetermijncontract afsloot om de groene ammoniak te kopen.
Rystad voorspelt dat India in 2025 meer dan 8GW aan elektrolyse-apparatuur per jaar zal produceren (ruwweg de helft van de geplande productie van wereldleider Europa). Investeringsbank Sanford C. Bernstein schat dat in 2030 de waterstofmarkt in India 15 tot 20 miljard dollar per jaar waard kan zijn. Hoewel hij niet zo optimistisch is als Ambani, denkt Bernstein dat ‘minder dan 2 dollar per kilo haalbaar lijkt tegen het einde van het decennium’.
Niet risicoloos
Er kan nog veel misgaan. Om te beginnen is het mogelijk dat de Indiase tycoons niet al hun grote beloften nakomen om miljarden uit te geven aan de nieuwe groene revolutie. Onderzoeksbureau CreditSights uitte zijn bezorgdheid over de hoge schuldenlast van de Adani Group. Vooral nu de rente wereldwijd stijgt, kunnen Indiase conglomeraten moeite krijgen om enorme investeringen in schone energie te financieren.
En zelfs als de miljardairs zo gul spenderen als ze hebben beloofd, zal het leeuwendeel van de 500 miljard dollar die nodig is om de doelstellingen van Modi te halen, waarschijnlijk uit het buitenland moeten komen. Buitenlandse investeerders zien India niet als risicoloos. De roepie is in de loop der jaren gestaag in waarde gedaald, waardoor het rendement voor buitenlanders is afgenomen. Modi’s neiging om sektarische spanningen aan te wakkeren, brengt politieke risico’s met zich mee. En ook buitenlandse beleggers kunnen de pijn gaan voelen als de rente stijgt en de wereldeconomie vertraagt.
Toch groeit de Indiase economie sneller dan die van China. De vraag naar elektriciteit stijgt zo snel dat het land in 2040 evenveel opwekkingscapaciteit gebouwd moeten hebben als de Europese Unie momenteel bezit, al dan niet groen. De ongeveer 30 miljard dollar die India volgens BNEF jaarlijks moet investeren in hernieuwbare energiebronnen om de doelstelling van Modi te halen, is weliswaar een ontzagwekkend bedrag naar lokale maatstaven maar is slechts een tiende van het geld dat vorig jaar wereldwijd in wind- en zonne-energie werd gestoken.
Het is nog vroeg voor India’s tweede groene revolutie, maar de eerste stappen zijn al gezet. Pandit merkt op dat het Westen een voorsprong van honderd jaar had in de conventionele automobielindustrie. Het was een lange, zware strijd voor Indiase bedrijven om hun achterstand in te halen en te kunnen concurreren. Maar op veel terreinen van schone technologie heeft India geen vergelijkbaar nadeel. Pandit voorspelt dan ook dat het land zal excelleren. ‘India gaat voor waterstof doen wat China deed voor accu’s.’

