richard r R4KR3rIvfAE unsplash scaled

Het gaat niet alleen om schermtijd: het probleem met kindermedia is dat ze steeds hectischer, luider en feller zijn geworden, aldus Natalia Kucirkova, expert op het gebied van geletterdheid bij kinderen.

Ik zit bij de gate op het vliegveld te wachten op mijn vlucht en zie passagiers met rolkoffers en kartonnen koffiebekers haastig passeren. Een jongetje zit doodstil naast zijn moeder. Hij houdt een iPad vlak voor zijn neus, alsof hij bang is dat het apparaat anders ontsnapt. Ik hoor luid geklap en hoge kinderstemmetjes, buig me voorover en zie hoe een groen figuurtje speelgoed afpakt van een roze figuurtje. Het roze figuurtje begint te huilen; uit zijn enorme ogen spatten de tranen alle kanten op. Het groene figuurtje roept vervolgens: Sorry! Meteen stopt het huilen en nog voor ik met mijn ogen kan knipperen, verschijnt er een brede glimlach op het gezicht van het figuurtje.

Ineens zitten ze daarna samen in een roeiboot, op de achtergrond klinkt een deuntje. De ogen van het jongetje schieten over het scherm: van rechts naar links, naar het midden en naar beneden. Hoewel hij zelf doodstil zit, wordt zijn aandacht voortdurend heen en weer geslingerd, van de ene prikkel naar de volgende. Dit is exact wat ik ‘het problematische tempo van kindermedia’ ben gaan noemen.

Kindermedia worden doorgaans beoordeeld op hun inhoud en op hoeveel tijd kinderen ermee doorbrengen: hoeveel minuten ze kijken en of wat ze zien educatief, leeftijdsgeschikt, divers en veilig is, commerciële elementen bevat en positief sociaal gedrag stimuleert.

Dat zijn belangrijke vragen, die ik samen met collega’s heb onderzocht. We bedachten richtlijnen, regelgeving en hulpmiddelen voor ontwerpers.

Maar een belangrijk aspect kwam daarbij niet aan de orde: de tijd die een medium een kind geeft om te verwerken en te begrijpen wat het ziet. Een programma of app kan waardevolle lessen bevatten, maar zo’n vaart hebben dat een kind geen tijd krijgt om die te verwerken.

Veel te snel

Neem de Amerikaanse educatieve animatieserie Ask the StoryBots (2016-’20). Er worden interessante onderwerpen besproken – waarom de lucht blauw is, hoe ogen werken of waar planeten vandaan komen – maar de uitleg wordt in hoog tempo gebracht, met snelle grappen, liedjes, wisselende beelden. Nog voordat een kind de tijd heeft gehad om een beeld of idee goed in zich op te nemen, is de scène voorbij en volgt een nieuwe stroom aan informatie.

Verschillende media – een digitaal prentenboek, een game, een televisieaflevering – vragen elk op hun eigen manier tijd en aandacht van een kind. Maar ongeacht het medium blijft de belangrijkste vraag: past het tempo bij de ervaring die het verhaal wil bieden? Geeft het kinderen genoeg tijd om het te volgen, het concept te begrijpen, zich in een personage te verplaatsen, emoties te reguleren of samen met iemand anders op te gaan in het spel?

Het verwerken van informatie is belangrijk. Een kind kan lachen om iemand die over een bananenschil uitglijdt, maar zich daarbij focussen op het gekke beeld zonder de opbouw en onverwachte wending te begrijpen die het voorval extra grappig maken. Een personage kan een vriend troosten, maar als alles dan meteen weer goed is krijgt een kind nauwelijks de tijd om te begrijpen wat die troost teweegbrengt, laat staan om zich voor te stellen dat het zelf een ander kind in de klas zou troosten.

Om op jonge leeftijd empathie te ontwikkelen, moet een kind leren herkennen dat een ander zich anders kan voelen dan hijzelf. Die stap naar de belevingswereld van een ander kost tijd.

In die zin is tempo veel meer dan een stijlkenmerk van kindermedia. Het verraadt welk beeld deze media van de doelgroep hebben. Is een kind een consument van wie de aandacht moet worden vastgehouden, een zenuwstelsel dat voortdurend geprikkeld moet worden, een vat dat we vullen met educatieve inhoud – of iemand die nog moet leren zijn aandacht te richten en tijd nodig heeft om indrukken te verwerken?

We weten dat personages en verhalen invloed hebben op hoe kinderen denken. Maar in deze gevallen speelt ook het tempo een rol

Ook voor kinderen wordt bij het ontwikkelen van deze media de logica van de aandachtseconomie gevolgd. De aandachtseconomie overspoelt ons met prikkels en probeert overal bovenuit te schreeuwen, zodat het scherm onze aandacht makkelijker kan sturen. Deze economie heeft allerlei kleine ontwerpkeuzes geïntroduceerd die ons tijd moeten besparen. Een bericht liken gaat sneller dan een waarderende reactie schrijven. Een voortgangsbalk vertelt ons hoeveel minuten het nog duurt om een artikel uit te lezen, nog voordat we hebben besloten of we dat überhaupt van plan zijn. En steeds vaker verschijnt bij lange documenten een AI-functie die aanbiedt de tekst voor ons samen te vatten.

Natuurlijk zijn er ook functies die het tegenovergestelde doen. Denk aan een bericht dat met enige vertraging wordt verstuurd of een pop-up met de vraag: ‘Weet je zeker dat je dit wilt verwijderen?’ Zulke functies doorbreken ons automatische handelen en dwingen ons na te denken over de volgende stap.

Onderzoek heeft ons al veel geleerd over kindermedia. Zo weten we dat educatieve programma’s als Sesamstraat kinderen kunnen helpen bij het leren. Daarnaast weten we dat sommige apps beter zijn ontworpen dan andere en dat interactieve functies in digitale boeken kunnen helpen als ze het verhaal ondersteunen, en juist afleiden als dat niet zo is. Ook weten we dat personages en verhalen invloed hebben op hoe kinderen denken over identiteit, gender en het sociale leven. Maar in al deze gevallen speelt ook het tempo een rol.

Alleen het aantal minuten dat een kind achter een scherm doorbrengt zegt dus lang niet alles. Twee kinderen kunnen allebei twintig minuten naar een scherm kijken, terwijl het ene kind een samenhangend verhaal volgt met pauzes, herhalingen en herkenbare emotionele momenten, en het andere wordt meegesleurd langs tien filmpjes, dertig personages, flitsende kleuren, plotselinge liedjes en beloningen die al verschijnen voordat het de kans heeft gehad om na te denken. De beleving is totaal anders.

Als er voldoende context wordt gegeven, kan een kind zelf verbanden leggen en gaandeweg achter de betekenis komen

Als een programma te snel gaat, kan een kind er bovendien aan gewend raken dat informatie in korte, snelle en voortdurend wisselende brokjes wordt aangediend. Daardoor kan het steeds moeilijker worden om de aandacht vast te houden bij iets dat langzamer gaat en meer concentratie vraagt.

Wat wel werkt, is wanneer series een vertrouwde band opbouwen met het kind en vervolgens bepaalde gezichten, poppen, liedjes of begroetingen steeds terug laten komen, bijna als een ritueel. Vertrouwde handelingen, begroetingen en liedjes bieden houvast, en daarmee  ontstaat er ruimte om nieuwe ideeën te introduceren.

De Australische animatieserie Bluey (2018-2024) begint bijvoorbeeld vaak in een alledaagse gezinssituatie die uitgroeit tot een fantasierijk spelletje met ouders, zus en vrienden. Hoewel het tempo best hoog kan liggen, keert dat spelelement steeds terug, waarbij samen naar oplossingen wordt gezocht en er aandacht is voor emoties.

In de Brits-Franse animatieserie The Adventures of Paddington (2019-’25) spelen kleine, onschuldige ongelukjes zich af in een wereld waarin het uiteindelijk draait om nieuwsgierigheid, beleefdheid, familie en verzoening. Humor wordt een manier om iets te leren over de omgang met anderen

Ook gesprekken tussen personages kunnen een manier zijn om nieuwe begrippen in passend tempo te introduceren. Een nieuw woord of idee hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Als er voldoende context wordt gegeven, kan een kind zelf verbanden leggen en gaandeweg achter de betekenis komen. Dat kost tijd en soms ook moeite, maar juist daardoor blijft zo’n begrip beter hangen.

Uiteindelijk gaat het er niet om kinderen weg te houden uit de digitale wereld, maar om die wereld beter op hen af te stemmen

Zo vindt Daniel het in een aflevering van Daniel Tiger’s Neighbourhood (sinds 2012), gebaseerd op Mister Rogers’ Neighborhood spannend om op de schommel te gaan. Het verhaal geeft ruimte aan dat gevoel: Daniels angst wordt erkend, komt terug in een liedje en maakt geleidelijk plaats voor zelfvertrouwen, met de hulp van zijn vriendin Jodi en haar oma.

Iets vergelijkbaars gebeurt in de op Sesamstraat gebaseerde game-app Elmo Loves ABCs. Een letter wordt overgetrokken, de klank wordt uitgesproken en herhaald, waarna de letter aan woorden wordt gekoppeld en via aanraking en spelelementen verder wordt verkend.

Dat is een groot contrast met media die de aandacht van kinderen voortdurend opnieuw prikkelen met beelden, geluiden en beloningen.

Sommige critici zullen langzame media afdoen als nostalgie: een verlangen naar de kindertelevisie van vroeger, of als iets wat alleen is weggelegd voor ouders met genoeg tijd, volle boekenkasten en een groot huis met rustige kamers. Dat idee moeten we loslaten. De aandachtseconomie heeft ons geleerd om ieder moment waarop een kind niets doet als een probleem te zien, een afdwalende blik als een teken dat de aandacht verslapt en een leeg moment als verspilde tijd. Het tegenovergestelde is waar. Rust en vertraging geven kinderen de tijd om goed te kijken, te verwerken wat ze zien, erop te reageren en er zelf betekenis aan toe te kennen. Snelle media wekken, als een soort energiedrankje, de indruk dat meer prikkels tot betere prestaties leiden. Op de lange termijn is dat niet vol te houden, en ronduit ongezond. Wat ondersteuning lijkt, kan zo omslaan in afhankelijkheid en dwangmatig gebruik in de hand werken.

Kinderen hebben media nodig die hen niet alleen bezighouden, iets leren of rustig houden. Ze hebben baat bij verhalen en programma’s die ruimte laten voor hun eigen gedachten en gevoelens, evenals voor hun contact met anderen. Uiteindelijk gaat het er niet om kinderen weg te houden uit de digitale wereld, maar om die wereld beter op hen af te stemmen.

Vertaald door Tina Papa


Deel dit artikel


Recent verschenen