Onderwerpen: opvoeding

  • Japans dorp geeft strijd tegen leegloop niet op

    Japans dorp geeft strijd tegen leegloop niet op

    Dankzij betaalbare woningen en subsidies voor kinderen trekt het dorp Shichikashuku op het eiland Honshū nieuwkomers aan en wordt de bevolkingsdaling afgeremd.

    Wie op de Tohoku-snelweg in het noordoosten van Japan de afslag Shiroishi neemt en vervolgens drie kwartier de provinciale weg volgt, bereikt na een reeks tunnels het dorp Shichikashuku. Door het centrum verspreid staan enkele recent gebouwde houten huizen, die qua uiterlijk sterk op elkaar lijken.

    AZ huizen compressed
    Een rij gloednieuwe vrijstaande huizen siert de straten van een complex met ‘ondersteunende huisvesting voor gemeenschapsontwikkeling’, ontworpen voor nieuwe bewoners. – © Hideaki Ishibashi

    De gemeente biedt deze huizen aan aan jonge gezinnen – stellen jonger dan veertig met kinderen in de basisschoolleeftijd – die zich in het dorp willen vestigen. De maandelijkse huur bedraagt 39.000 yen [ongeveer 220 euro]. Wie er twintig jaar blijft wonen, krijgt het huis en de grond cadeau. Omdat de woningen op aanvraag worden gebouwd, kunnen de bewoners zelf de indeling bepalen. Kazumasa Narita (47) is een van die nieuwkomers. Hij verhuisde zeven jaar geleden vanuit Sendai, de grootste stad van de regio Tōhoku, om in de regionale ontwikkeling te werken. Naast de prachtige natuur was het vooral de aantrekkelijke prijs die zijn vrouw en twee dochters over de streep trok.

    De gemeente bouwt jaarlijks twee van deze ‘woningen voor lokale ontwikkeling’. Momenteel zijn het er negentien, waarin vierentachtig nieuwkomers wonen. De twee huizen die dit jaar zijn gebouwd worden binnenkort betrokken door twee vierkoppige gezinnen.

    Ook de gunstige regelingen voor kinderen wekken belangstelling. Shichikashuku was een van de eerste gemeenten in de prefectuur Miyagi die gratis schoolmaaltijden, kinderopvang en medische zorg tot achttien jaar invoerde. Bovendien ontvangen gezinnen eenmalige toelagen bij de geboorte van een kind of bij de start van de schoolcarrière: 300.000 yen (circa 1700 euro) voor het eerste kind, 500.000 yen
    (2800 euro) voor het tweede en 700.000 yen (4000 euro) voor het derde.

    Lokaal bedrijf

    De werkgelegenheid in het dorp zelf beperkt zich tot een lokaal bedrijf dat de openbare voorzieningen beheert. Maar wie met de auto naar het werk gaat, krijgt brandstofvergoeding. Sinds de start van het woningbouwprogramma in 2016 vestigen zich jaarlijks twintig tot veertig nieuwe mensen in Shichikashuku. Vorig jaar liep het totale aantal nieuwkomers op tot 331. Daarvan woonden er 235 permanent in het dorp. Dat komt neer op ongeveer 20 procent van de totale bevolking (1176 inwoners in augustus 2025).

    AZ kleuterschool compressed
    Op de enige kleuterschool in de stad zitten meer kinderen van immigranten dan van lokale bewoners. – © Hideaki Ishibashi

    Sinds 2016 zijn er onder de nieuwkomers eenentwintig baby’s geboren. Wanneer we de enige crèche van het dorp binnenlopen, valt de levendigheid direct op. Van de dertig ingeschreven kinderen zijn er negentien van nieuwkomers.

    De oorspronkelijke bewoners zagen de nieuwkomers als buitenstaanders

    Die snelle groei ging echter niet zonder slag of stoot. De oorspronkelijke bewoners zagen de nieuwkomers als ‘buitenstaanders van wie je maar moet afwachten wat ze komen doen’. Er heerste wantrouwen.

    De nieuwkomers op hun beurt klaagden over de vijandigheid van de dorpelingen, die hen op een afstand hielden. Ongeschreven regels, bijvoorbeeld over het buitenzetten van afval of de tijden waarop je het gras mag maaien, werden niet met hen gedeeld. ‘We moeten de barrières zelf doorbreken’, besefte Keisuke Takahashi. Drie jaar geleden richtte hij met een tiental anderen de Vereniging van Nieuwe Bewoners op.

    De leden meldden zich aan bij de vrijwillige brandweer, dragen het draagbare heiligdom (mikoshi) tijdens het dorpsfeest en bemannen een suikerspinkraam op lokale evenementen. ‘In een klein dorp als dit kun je veel voor elkaar betekenen,’ aldus Takahashi. Het werkte: langzaamaan werden de nieuwkomers door de oorspronkelijke bewoners geaccepteerd.

    Financiering

    Hoe worden deze royale steunmaatregelen gefinancierd? Sinds de aanleg van de enorme Shichikashukudam ontvangt het dorp jaarlijks zo’n 300 miljoen yen (1,7 miljoen euro) aan overheidssubsidies, wat voor een stabiele inkomstenbron zorgt. Met dit geld is een speciaal fonds opgericht om de aantrekkelijkheid van het dorp te vergroten. Het woningbouwproject alleen al heeft tot nu toe 425 miljoen yen (2,4 miljoen euro) gekost. Maar is dit genoeg om de leegloop definitief te stoppen? Het tempo van de bevolkingsdaling en de vergrijzing is vertraagd. Toch is een deel van de nieuwkomers alweer vertrokken, waaronder degenen die oorspronkelijk uit het dorp kwamen en zo’n 20 procent van de mensen die zich er de afgelopen tien jaar vestigden.

    De kern van het probleem blijft immers onveranderd: jongeren verlaten het dorp voor hun studie of werk en keren nooit meer terug. Het komt er eigenlijk op neer dat zij door nieuwkomers worden vervangen.

    Burgemeester Koichi Koseki erkent dit probleem. Hij zet zich in om ontmoetingen tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers te organiseren. Hij hoopt ook dat de mensen van buitenaf voor verandering en nieuwe denkwijzen zullen zorgen.

    Kazumasa Narita, de nieuwkomer die bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij werkt, deelt de zorgen van de burgemeester: ‘Als de kinderen van de nieuwe bewoners later ook vertrekken, begint de bevolking opnieuw te krimpen. We moeten manieren vinden om hen duurzaam aan Shichikashuku te binden, bijvoorbeeld via het onderwijs. Daar willen wij zelf ook graag aan bijdragen.’

  • ‘Als ouder moet ik het leven van mijn kinderen moeilijker maken’

    ‘Als ouder moet ik het leven van mijn kinderen moeilijker maken’

    Helikopterouders, bulldozerouders en curlingouders staan in de weg van een gezonde ontwikkeling van hun kroost, dat juist moet leren zelfredzaam te zijn. ‘Obstacle parenting’ is de nieuwe opvoedfilosofie.

    Sinds kort probeer ik het leven van mijn kinderen iets moeilijker te maken. Of tenminste niet makkelijker. Als ze een probleem ervaren is de verleiding groot om er iets tegen te doen, maar die weersta ik dan. Ik help mijn huilende kleuter niet met zijn puzzel en ik geef hem geen zetje als hij het klimrek niet op durft. Ik tover in het weekend geen dichtgetimmerd activiteitenprogramma uit mijn hoed en sta dan ook geen tv toe. Ik laat hen worstelen met de existentiële vraag hoe de tijd door te brengen, een vraag die in de menselijke geschiedenis pas recentelijk is ontspoord door een cultuur van dwingende ouderlijke aandacht en nu door de graaiende klauwen van verstikkende technologie. Decennialang lieten ouders hun kinderen zonder enig toezicht in groepjes door de buurt dwalen, maar in de jaren negentig verschoof de opvoedcultuur richting ‘intensive parenting’: opvoeding met hoge betrokkenheid en ononderbroken contact, waarbij elke vorm van zelfredzaamheid als teken van verwaarlozing werd gezien. Ouders begonnen hun kleuters te schaduwen in de speeltuin, bij kinderpartijtjes waren er vaak meer ouders dan kinderen aanwezig en scholieren werden steeds vaker met de auto gebracht.

    Er is een alomtegenwoordige druk voor ouders om te presteren, een druk die diep is geïnternaliseerd. Helikopterouders – ouders die constant om hun kinderen heen zoemen in zowel de fysieke als de digitale wereld – zijn inmiddels de norm. Bulldozerouders maken elk obstakel voor hun kind met de grond gelijk; ze springen tegen iedereen in de aanval, van docenten die te moeilijke opgaven geven tot andere kinderen die te lang op de schommel blijven zitten. Ze doen dit uit liefde, maar ook uit angst; we willen dat onze kinderen gelukkig en veilig zijn, en daarnaast willen we dat andere ouders ons als verantwoordelijk en betrokken zien.

    Controle

    Elke keer dat je als ouder grijpt, elke keer dat je je best doet om een driftaanval of teleurstelling uit de weg te gaan, voelt dat misschien als de juiste keuze. Maar experts waarschuwen dat zo veel controle op de lange termijn schadelijk kan zijn voor de psychologische en emotionele ontwikkeling van een kind. En nu technologie in elk aspect van ons leven is doorgedrongen, zijn schermen er om te sussen en af te leiden, waarmee ze voldoen aan de door ouders opgelegde verwachting van voortdurende interventie.

    Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het onvermogen om ook maar een moment van verveling, ongemak of frustratie te hebben zonder te grijpen naar een scherm of zintuiglijke afleiding, de beste geesten van mijn generatie heeft geruïneerd. Maar voor de kinderen is er nog hoop: misschien moeten we niet méér doen, maar juist minder. Ik heb mezelf daarom laten leiden door een nieuwe opvoedfilosofie: ‘obstacle parenting’. Bij obstacle parenting maak je de dingen een tandje moeilijker voor je kinderen en laat je ze hun problemen zelf oplossen. Mijn kleuter is gek op computerspelletjes, dus laten we haar gamen – niet op een iPad maar op een Macintosh uit 1997. Haar spanningsboog voor spellen als Lemmings of SimTower bedraagt ongeveer een half uur, waarna ze gefrustreerd raakt of zich begint te vervelen; deze spellen, die al meer dan dertig jaar oud zijn, waren niet bedoeld om verslavend te zijn of iemand urenlang te hypnotiseren. Ook zijn ze niet zo makkelijk te beheersen voor een vijfjarige. Toch begint ze er langzamerhand beter in te worden. Van mij hoeven die spellen niet sneller en flitsender te worden. Ze hoeven niet verrijkend of vermakend of zelfs educatief te zijn. Ik wil alleen maar dat mijn kind zelf iets probeert uit te vogelen, vooral als het moeilijk is, of saai.

    Professor Jonathan Haidt van New York University, auteur van het boek Generatie Angststoornis, beargumenteert dat sociale media een ‘jeugdherprogrammering’ teweeg hebben gebracht, wat de afgelopen jaren heeft geleid tot een piek in psychische problemen en lijden onder tieners en jongvolwassenen. Haidt legt een verband tussen de verschuiving van ontdekking en vrijheid naar structuur en toezicht en de crisis onder jongeren, die volgens hem niet de kans hebben gekregen om de wereld zonder hun ouders te ontdekken en zo eigenschappen als zelfredzaamheid en zelfverzekerdheid te ontwikkelen. In plaats daarvan zitten ze thuis naar hun telefoon te staren.

    Mensen op de grond
    © Malte Mueller, Getty Images

    In Canada vormen vijftien- tot vierentwintigjarigen de eenzaamste leeftijdscategorie; een vijfde van de alle tieners die zichzelf in 2019 als mentaal gezond beschreven, voelde zich in 2023 niet langer zo. Tieners doen vandaag de dag minder aan seks en drugs, waarschijnlijk doordat ze minder tijd met hun leeftijdsgenoten doorbrengen dan vroeger. Dat er sprake is van een crisis wordt algemeen erkend, maar Haidts conclusie (dat sociale media de boosdoener zijn) wordt alom betwist. Professor Candice L. Odgers van de Universiteit van Californië in Irvine schrijft in het blad Nature bijvoorbeeld dat het bestaande onderzoek de bewering dat sociale media mentale problemen veroorzaken niet ondersteunt. Wel is het zo dat jongeren met psychische problemen deze platforms eerder op een andere manier gebruiken.

    Of Haidt het nou bij het juiste eind heeft of niet, ouders kunnen hun kinderen nooit eeuwig tegen het scherm behoeden. Onthouding is overigens nooit een effectieve strategie geweest om schade te voorkomen. De laatste jaren hebben veel overlegorganen in Canada, waaronder de Vancouver School Board (VSB), een verbod opgelegd op telefoons in het klaslokaal. Voormalig voorzitter van de VSB Patti Bacchus noemde dit soort maatregelen ‘een twintigste-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem’. ‘Deze kinderen moeten worden opgeleid tot kritische wereldburgers,’ zei ze tegen de CBC, de Canadese publieke omroep. Met zulk soort beleid wordt overwerkte docenten alleen maar meer ver- antwoordelijkheid opgelegd. Je kan het heel goed eens zijn met de verbanning van verslavende invloeden uit scholen – zo mag je op school ook niet meer roken – en tegelijkertijd erkennen dat er betere oplossingen zijn dan het simpelweg wegnemen van beeldschermen.

    Het verschil tussen 2025 en de voorspoedige jaren negentig ‘is niet dat iedereen toen beter kon omgaan met oningevulde tijd. Het zit hem erin dat tijd simpelweg oningevuld kon blijven zonder dat je meteen werd verzwolgen door gapende muil van het scherm’, aldus Kathryn Jezer-Morton in The Cut. Het is een treffende metafoor; als je je er niet tegen verzet, slokt het scherm alles om zich heen op. Rachel Kushner, die in Harper’s schrijft over haar zoon Remy en zijn passie voor oude raceauto’s, merkt op dat zijn klasgenootjes zich nauwelijks lijken te interesseren voor zijn zelfgebouwde wagens – in tegenstelling tot beveiliger op zijn school. Deze geeft aan dat de jeugd van tegenwoordig nauwelijks hobby’s heeft. Op Kushners vraag ‘Waarom niet?’ antwoordt hij: ‘Door het internet.’

    Generatieve AI

    En toen kwam generatieve AI, het ultieme zwarte gat voor alle nieuwsgierigheid. Met elk wetenschappelijk artikel dat uitkomt over de schadelijke effecten van generatieve AI raak ik steeds bezorgder over hoe afhankelijk mijn kinderen zullen worden van technologie. Op middelbare scholen en universiteiten gebruiken leerlingen sites zoals ChatGPT om hun opdrachten en essays te schrijven, waardoor creativiteit, kritisch denken en daarmee het volledige leerproces achterwege worden gelaten. Onlangs ontdekte een onderzoeker van MIT dat het gebruik van LLM’s (large language models, het soort AI dat ChatGPT ook gebruikt) voor schrijfopdrachten ‘potentiële cognitieve schade’ aanricht: in een periode van vier maanden zagen onderzoekers dat proefpersonen die LLM’s gebruikten ‘consequent slechter presteerden op neurale, linguïstieke en gedragsvaardigheden’.

    Het droevige is dat veel jongeren inzien dat deze hulpmiddelen slecht voor ze zijn, maar ze evengoed gebruiken: uit een enquête onder 423 Canadese leerlingen bleek dat 59 procent van hen AI gebruikt voor huiswerk, ondanks dat de meesten toegaven dat ze daardoor minder leerden en het gevoel hadden af te kijken. Bij een ander onderzoek uit de VS onder volwassen tussen de achttien en zevenentwintig jaar bleek dat bijna de helft zou willen dat de platforms die ze dagelijks gebruiken, zoals Twitter en TikTok, nooit waren uitgevonden. Een eerstejaarsstudent aan de universiteit van Ontario zei in een recent artikel in New York Magazine dat ze vond dat ze verslaafd was aan ChatGPT en sociale media. Door regelmatig gebruik kwam ze in een spiraal terecht: ze keek urenlang filmpjes op TikTok (‘totdat mijn ogen pijn begon- nen te doen’) in plaats van haar huiswerk te maken, en zette vervolgens AI in voor laatstgenoemde taak. Voor veel gebruikers zijn deze apps geen hulpmiddel, maar een valstrik.

    Brandende computer
    © Malte Mueller, Getty Immages

    Technologie breidt zich natuurlijk steeds verder uit. Ik weet dat als mijn kinderen pubers zijn, er vast weer nieuwe technologie is waarover ik me zorgen kan maken. En mijn kinderen zijn niet gevrijwaard van de grijpende tentakels van AI; Mattel, de fabrikant van Barbie en Hot Wheels, kondigde onlangs een ‘strategische samenwerking’ aan met OpenAI (de makers van ChatGPT) om ‘de magie van AI met leeftijdsgebonden speelervaringen te combineren’. Maar dit soort specifieke gevallen van technologische implementatie zijn minder zorgwekkend dan wat ze blootlegt en uitbuit: een gebrek aan nieuwsgierigheid, een onwil om uitdagingen aan te gaan, een tekort aan zelfvertrouwen.

    Dit zijn geen inherente eigenschappen, maar ze worden gevoed, deels door onze goedbedoelde neiging om kinderen bij elke stap bij te staan.

    Elke generatie ouders probeert te leren van de fouten van de vorige generatie. Soms levert dit onmiskenbaar resultaat – zoals de uitvinding van kinderzitjes, en het feit dat kinderen minder worden geslagen. Maar vaak ook voelt het alsof we in plaats van veiligheid een marketingstrategie aangereikt krijgen, waarbij steeds nieuwe trends opkomen om de hardnekkige, existentiële angsten van het ouderschap te sussen. De Rapley-methode bijvoorbeeld, waarmee overgewicht en kieskeurig eten voorkomen kunnen worden; of gentle parenting, waarbij de nadruk ligt op het erkennen en verwerken van emoties. Deze strategieën suggereren dat de oplossing altijd ligt bij meer betrokkenheid en participatie. Met obstacle parenting wordt een nieuwe weg ingeslagen, waarbij het mijn plicht is mijn kinderen te behoeden tegen alle technologie die hun zintuigen afvlakt. Het doel is eenvoudigweg dat ze leren hun eigen verstand te gebruiken om de uitdagingen en problemen die zich voordoen het hoofd te bieden.

    Onvoldoende vrijheid

    Ik ben lang niet de enige ouder die het zo aanpakt. Rheana Murray vertelt in The Atlantic het verhaal van een aantal ouders die in Portland, Maine collectief een vaste telefoon installeerden waarmee kinderen zelf afspraakjes konden maken of gewoonweg konden praten. ‘We vragen onze kinderen zelden om stil te zijn en met elkaar te communiceren,’ legt een ouder uit. Ook geven we ze onvoldoende vrijheid om zelfstandig te bewegen, al proberen steden hier wereldwijd verandering in te brengen door avontuurlijke speelplaatsen te bouwen die zijn ontworpen voor risicovoller en fantasierijker spel. De nauwe tunnelglijbanen en klimrekken van ontwerpen zoals de sθәqәlxenәm ts’exwts’áxwi7 (‘het regenboogpark’) in Vancouver maken het ouders moeilijker om hun kinderen achterna te gaan. Ze moeten het zelf maar uitzoeken. Uiteindelijk draait obstacle parenting om het ontwikkelen van concentratie en uithoudingsvermogen, twee vaardigheden die verloren zijn gegaan door uitbesteding aan de technologie. De ouders die vaste telefoons installeerden boekten succes doordat ze het gezamenlijk deden, en dat herinnert eraan dat we niet altijd volledig hebben vertrouwd op ouders alleen om hun kinderen groot te brengen. Er bestond een breder netwerk van vrienden en familie, buren en tieneroppassers. Tegelijkertijd kregen kinderen meer toegang tot hun leeftijdgenoten zonder dat elke interactie nauwlettend in de gaten werd gehouden. Structurele interventies, zoals de risicovollere speeltuin, helpen bij dit probleem; ze belichamen het principe dat ouders het niet allemaal zelf hoeven uit te vogelen. De verdwijning van zogeheten third places is een collectief probleem, en hetzelfde geldt voor onveilige straten die het vooruitzicht je kind alleen naar school te laten gaan angstaanjagend maken.

    Obstacle parenting draait niet alleen om het overkomen van fysieke obstakels. Ik zie het meer als oefening in ouderlijke terughoudendheid. Ik laat mijn kinderen met rust als ze zich concentreren; als ze me om hulp vragen wacht ik even en kijk ik of ze zelf met een oplossing komen. Ik laat me verrassen door wat ze zonder mijn inmenging allemaal ondernemen en bedenken. Wel brengt het de vraag met zich mee wat ik op die momenten met mezelf aan moet. Als we onze kinderen willen aanleren om de lokroep van de technologie te weerstaan, moeten we het goede voorbeeld geven. Hier hebben veel volwassenen moeite mee, zelfs degenen onder ons die moeiteloos grenzen stellen aan de schermtijd van hun kinderen. Dit heeft er deels mee te maken dat mijn telefoon zoveel essentiële functies in mijn leven vervult. Of ik nou aan het werk ben, een afspraak inplan bij de dokter, reageer op belangrijk nieuws van een naaste of een samenvatting van een horrorfilm lees op Wikipedia, mijn kinderen zien eigenlijk maar één ding: ik staar naar mijn telefoon. Mijn zoontje begint mijn gedrag al uitstekend te imiteren en kon de camerafunctie van mijn telefoon openen voordat hij zijn eerste stapjes had gezet. De uitdaging van obstacle parenting is niet zozeer om de technologie weg te houden van mijn kinderen, maar van mijzelf.

    Laatst vloog ik met mijn dochter van Toronto naar Vancouver en besefte me dat ik een schermloze vlucht voor de boeg had, of ik het nou wilde of niet; mijn telefoon was bijna leeg en ik moest het laatste beetje van de batterij gebruiken om bij aankomst mijn man te bellen, die ons zou komen ophalen. Gelukkig hadden we een boek met kleurplaten, een tekenblok en een pakje kleurpotloden bij ons, die ons het grootste deel van de vlucht door hielpen. We tekenden samen, bedachten woordspelletjes, babbelden over de leukste momenten van de vakantie en discussieerden over wat de beste manier is om een paard te tekenen: eerst het hoofd of eerst de benen?

    Vier uur na het opstijgen liep ik door het donkere gangpad richting het toilet achterin het vliegtuig. het leek alsof ieder stil gezicht, jong en oud, werd verlicht door de gloed van een scherm. Ik keerde terug naar mijn stoel. De spelletjes waren op. ‘Ik verveel me,’ zei mijn dochter. ‘Soms moet je je vervelen,’ zei ik. We deden het zonneschermpje omhoog en keken naar de wolken. Met mijn dochters hoofd leunend tegen mijn schouder wachtten we samen de landing af.

  • Club voor mensen met buitengewoon hoog IQ verwelkomt jongste lid ooit

    Club voor mensen met buitengewoon hoog IQ verwelkomt jongste lid ooit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Laatste kleinzoon van Amerikaanse president John Tyler (1790-1862) overleden

    » Iran: ayatollah Khamenei laat voor het eerst in dagen van zich horen

    Het lid is slechts twee jaar en 182 dagen oud

    Een tweejarige Britse jongen is volgens Guinness World Records het jongste lid ooit geworden van Mensa, een exclusieve club die alleen mensen met een IQ van 132 of hoger toelaat. Joseph Harris-Birtill werd op de leeftijd van slechts twee jaar en 182 dagen toegelaten, schrijft CBS News.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het werd al snel duidelijk dat hij een uitzonderlijk kind is,’ vertelt zijn moeder Rose. ‘Hij zei zijn eerste woordje toen hij zeven maanden oud was en las zijn eerste boek hardop van kaft tot kaft toen hij anderhalf jaar oud was. Hij leert morsecode, kent het Griekse alfabet en is sinds kort geïnteresseerd in het periodiek systeem. Zijn interesses zijn breed en gevarieerd, hij wil altijd meer leren en houdt van uitdagingen.’

  • Hoe overheden wereldwijd proberen het geboortecijfer weer op te krikken

    Hoe overheden wereldwijd proberen het geboortecijfer weer op te krikken

    Landen zetten babybonussen, gesubsidieerde kinderopvang en ouderschapsverlof in om het snel dalende vruchtbaarheidscijfer weer omhoog te krijgen – grotendeels zonder resultaat. Hoe overtuig je mensen om meer kinderen te krijgen?

    Sophia en haar partner aarzelen al vijf jaar over het krijgen van kinderen. Ze maken zich zorgen over de impact van de mensheid op de biodiversiteit en de klimaatverandering en over wat de toekomst voor ons in petto heeft.

    ‘Het gaat ons om twee dingen,’ zegt Sophia, een communicatiespecialist die liever niet haar volledige naam geeft. ‘Aan de ene kant: in hoeverre draagt een kind bij aan de mondiale [klimaat]crisis? Daarnaast gaat het erom hoe haar of zijn leven eruit zou komen te zien. Het verlies van de biodiversiteit raakt me diep. Ik denk veel na over de toekomst en dus ook over de toekomst van mijn kind.’

    De angst voor klimaatverandering maakt dat stellen minder kinderen krijgen. Ongeveer een op de vijf vrouwelijke klimaatwetenschappers geeft aan door de klimaatcrisis geen of minder kinderen te willen.

    Simpelweg onvoldoende

    Het klimaat is niet de enige reden voor wat door regeringen en kranten een baby-, bevolkings-, vruchtbaarheids-, vergrijzings-, demografische of economische crisis wordt genoemd. Ook de kosten van levensonderhoud, huisvestingsproblemen en een gebrek aan kansen spelen een rol. Het resultaat is dat overheden over de hele wereld bezorgd zijn dat vrouwen simpelweg onvoldoende baby’s krijgen.

    Volgens Elon Musk vormen dalende geboortecijfers een groter risico voor de beschaving dan de opwarming van de aarde. Er bestaat dan ook een groeiende beweging van zogeheten pronatalisten, die ‘veel kinderen’ willen krijgen om de wereld te redden.

    Screenshot 2025 03 31 at 15.29.42

    Het is vrij duidelijk dat vrouwen die beter opgeleid en geëmancipeerder zijn en een betere toegang hebben tot anticonceptie, minder kinderen krijgen. Wat nog onbekend is, is hoe je ze kunt overtuigen om er meer te krijgen. Goedkopere kinderopvang? Flexibelere werkplekken? Meer hulp van de mannen? Betaalbare woningen? Meer optimisme over de toekomst?

    Het rapport stelt dat ‘vrouwen tegenwoordig gemiddeld één kind minder krijgen dan rond 1990’

    Statistieken tonen aan dat de meeste landen inmiddels onder het vervangingspercentage zitten. Dat bedraagt 2,1 kind per vrouw; genoeg om de bestaande bevolking te vervangen, met een kleine buffer.

    Vijf decennia geleden leidde het boek The Population Bomb van Paul Ehrlich en Anne H. Ehrlich tot mondiale angst voor ‘massale hongersnood’ op een ‘stervende planeet’ als gevolg van overbevolking. Nu waarschuwen experts dat de vruchtbaarheidscrisis zorgt voor een afname van het aantal jongeren dat een toenemende vergrijzende bevolking moet ondersteunen, en gooien paniekerige regeringen over de hele wereld hier geld tegenaan.

    In maart veroorzaakte een artikel in The Lancet een nieuwe golf van krantenkoppen die waarschuwden voor catastrofes. Een grootschalig onderzoek naar vruchtbaarheid, uitgevoerd in 205 landen in de periode 1950-2021, van het Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME) van de Universiteit van Washington, stelde vast dat de wereld een ‘toekomst met lage vruchtbaarheid’ te wachten staat.

    Volgens het IHME-onderzoek zal in 2050 meer dan driekwart van de landen onder het vervangingspercentage zitten. In 2100 zal dit 97 procent zijn. De enige landen die tegen die tijd naar verwachting een percentage van meer dan 2,1 zullen hebben zijn Samoa, Somalië, Tonga, Niger, Tsjaad en Tadzjikistan.

    Pronatalistisch beleid

    Plaatsen met lage inkomens en hogere vruchtbaarheidscijfers – zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waar tegen 2100 naar verwachting ruim de helft van de geboorten zullen plaatsvinden – hebben behoefte aan betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en onderwijs voor vrouwen, aldus de onderzoekers. Landen met lage vruchtbaarheid en hogere inkomens, zoals Zuid-Korea en Japan, hebben behoefte aan vrije immigratie en beleid om ouders te ondersteunen.

    In het onderzoek werd ook gekeken naar het bestaande beleid om het krijgen van kinderen te bevorderen, zoals gratis kinderopvang, beter ouderschapsverlof, financiële prikkels en arbeidsrechten. Maar de bevindingen suggereren dat zelfs dit soort beleid de vruchtbaarheidscijfers niet omhoog krijgt tot het vervangingsniveau. Wel ‘kunnen [deze maatregelen] voorkomen dat sommige landen naar een extreem laag vruchtbaarheidsniveau zakken’.

    Historische vergrijzing Japan

    Behalve de dalende kinderwens speelt er ondertussen ook nog een ander probleem. Uit een grootschalige meta-analyse blijkt dat de spermaconcentratie bij mannen wereldwijd in rap tempo afneemt. De gemiddelde waarde daalde tussen 1973 en 2018 van 101 naar 49 miljoen per milliliter, wat volgens onderzoeker Shanna Swan wijst op ‘subfertiliteit’. De afname versnelt bovendien: van 1,16 % per jaar vóór 2000 naar 2,64 % sinds 2000, schrijft Le Monde.

    De oorzaak ligt volgens onderzoekers in een combinatie van leefstijlfactoren (zoals roken, obesitas en stress) en chemische vervuiling, zoals weekmakers en pesticiden. ‘Onze resultaten zijn de kanarie in de kolenmijn,’ waarschuwt epidemioloog Hagai Levine. Nieuw is dat de achteruitgang nu ook wordt vastgesteld in Afrika, Zuid-Amerika en Azië – een wereldwijd fenomeen dus. Onderzoekers pleiten voor actie, maar beleidsmaatregelen blijven uit. Volgens Swan gaat ook de vrouwelijke vruchtbaarheid achteruit, maar daar is minder aandacht voor omdat eicellen moeilijker te tellen zijn. De afname van spermakwaliteit hangt bovendien samen met andere problemen, zoals zaadbalkanker en aangeboren afwijkingen.
    (Zie ook 360-editie 215)

    Volgens Natalia V. Bhattacharjee, medeauteur van het onderzoek, zullen de trends ‘de wereldeconomie en het internationale machtsevenwicht volledig (…) hervormen en een reorganisatie van samenlevingen noodzakelijk maken’. Bhattacharjee waarschuwt ook dat sommige landen zouden kunnen proberen ‘drastischere maatregelen te rechtvaardigen’ om het recht op abortus te beperken.

    Ondertussen worden in Taiwan, waar het vruchtbaarheidscijfer inmiddels is gedaald tot 0,86, scholen gesloten. In Japan, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,21 bedraagt, overtreft de verkoop van incontinentieproducten voor volwassenen inmiddels de verkoop van luiers. In Griekenland, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,26 bedraagt, is in sommige dorpen al jaren geen kind meer geboren en worden mensen aangespoord om zes dagen per week te werken. En in Zuid-Korea, met vruchtbaarheidscijfer 0,72, zal de bevolking naar verwachting tegen 2100 zijn gehalveerd. Het vruchtbaarheidscijfer in Australië bereikte in 1961 een piek van 3,5. In 1975 – niet lang nadat de belasting op de anticonceptiepil was afgeschaft – was het gedaald tot het vervangingsniveau (2,1), en nu staat het op 1,6.

    Zelfs Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid en ouderschapsverlof, ervaren een afnemende vruchtbaarheid

    Die dip in de jaren zeventig was te danken aan de pil, zegt Liz Allen, demograaf en docent aan het Centre for Social Research and Methods van de Australian National University, maar ook aan andere grote maatschappelijke veranderingen rond gendergelijkheid, waarbij vrouwen steeds beter opgeleid werden, steeds meer gingen werken en het makkelijker werd om te scheiden.

    Er zijn mensen die besluiten dat ze geen kinderen willen. Er zijn vrouwen die het krijgen van kinderen uitstellen en uiteindelijk, omdat hun vruchtbaarheid afneemt, minder kinderen krijgen. En in Australië en andere ontwikkelde landen is er veel minder sprake van tienerzwangerschappen, wat over het algemeen als een goede zaak wordt beschouwd, maar eveneens bijdraagt ​​aan een lager vruchtbaarheidscijfer.

    Regeringen in de hele OESO – en in toenemende mate ook in de ontwikkelingslanden – proberen op allerlei manieren de vruchtbaarheid te bevorderen.

    De meeste landen met een lage vruchtbaarheid kennen een vorm van zwangerschapsverlof. Vele hebben gesubsidieerde kinderopvang en een of andere vorm van kinderbijslag, en iets meer dan de helft van de landen heeft flexibele werkuren of belastingvoordelen voor gezinnen met kinderen, aldus de Verenigde Naties. Maar zelfs de Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid, ouderschapsverlof en sociale diensten, ervaren een afnemende vruchtbaarheid.

    In China is de ‘eenkindpolitiek’ veranderd in een ‘driekindbeleid’, in combinatie met betere gezondheidszorg voor moeders en verminderde toegang tot abortus. Japanse politici proberen elkaar te overtreffen in hun pronatalistische beleid, met onder andere subsidies, gratis kinderopvang, betere werkzekerheid en steun voor vruchtbaarheidsbehandelingen. En de Zuid-Koreaanse regering heeft meer dan 200 miljard dollar uitgetrokken om gezinnen te ondersteunen bij het krijgen van kinderen.

    Maar het werkt allemaal niet. De beste bedoelingen hebben niet zozeer geleid tot een babyboom als wel tot sporadische ‘babybumps’.

    Succesvolgorde

    Neem bijvoorbeeld de Australische babybonus, geïntroduceerd door de toenmalige minister van Financiën Peter Costello met de aansporing: ‘Eén voor mama, één voor papa, en één voor het land.’

    De maatregel had enig effect, maar deskundigen beschrijven de stijging van de vruchtbaarheid meer als een kortstondige opleving. Dat heeft landen als Rusland, Griekenland en Italië er niet van weerhouden ook babybonussen in te voeren.

    Jennifer Sciubba, een Amerikaanse demograaf, politicoloog en auteur van 8 Billion and Counting: How Sex, Death and Migration Shape Our World, sprak in de Ezra Klein-podcast over het complexe samenspel van factoren die van invloed zijn op onze kinderwens. Wie de ‘succesvolgorde’ wil aanhouden – eerst een opleiding, dan een goede baan, een huis en wat spaargeld – stelt het krijgen van kinderen uit. En hebben mensen eenmaal meer geld, dan verlangen ze ook naar andere dingen in hun leven, waar kinderen afbreuk aan kunnen doen: uit eten, op vakantie, een goede nachtrust.

    Het hebben van meer dan twee kinderen kan onvoorstelbaar intensief, zwaar en duur lijken, zegt ze, maar het gaat nooit alleen om het geld. Hoe zit het met steun van de familie en de mensen in je omgeving? Religie? En logistieke zaken, zoals een nieuwe auto waar voldoende autostoeltjes in passen?

    In Oost-Azië, aldus Sciubba, verspreidt zich [onder vrouwen] het idee dat ‘je niet langer hoeft te trouwen om een ​​goed leven te leiden’. ‘Het huwelijk zou je zelfs kunnen verstikken vanwege de genderverhoudingen binnen de relatie,’ aldus Sciubba.

    Ze vraagt ​​zich af hoeveel de staat hier daadwerkelijk tegen kan doen. Zo is er ook nog de heersende cultuur; in Zuid-Korea bestaat bijvoorbeeld betaald vaderschapsverlof, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt. 

    Hongarije heeft onder Viktor Orbán gratis ivf, belastingvoordelen en leningen tegen lage rente aangeboden aan gezinnen met kinderen, en hoewel het vruchtbaarheidscijfer wel omhoog is gegaan, zijn deze maatregelen ook een dekmantel voor nationalistische identiteitspolitiek en gaan ze gepaard met beperkingen op anticonceptie en abortus.

    ‘Je kunt individuele rechten wegnemen’ om de vruchtbaarheidscijfers te verhogen, zegt Sciubba. ‘Daar ben ik niet voor.’ Ze wijst op het voorbeeld van de Roemeense Nicolae Ceaușescu, de dictatoriale communistische leider die eind jaren zestig aan de macht kwam. Hij probeerde het vruchtbaarheidscijfer te verhogen door anticonceptie te verbieden, evenals abortus voor vrouwen onder de veertig met minder dan vier kinderen. Dit leidde ertoe dat vrouwen doodgingen aan een bevalling of abortus ‘in de achtertuin’ en de weeshuizen vol raakten met achtergelaten baby’s.

    ‘Je zag het aantal geboorten toenemen… zolang hij de druk erop hield. Daarna ging het weer omlaag,’ zegt Sciubba.

    De drie belangrijkste factoren zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’

    Uit een onderzoek uit 2022, uitgevoerd door de Australian National University voor het bevolkingscentrum van de federale overheid, bleek dat financiële prikkels zoals de babybonus en het gezinsbelastingvoordeel een positief effect kunnen hebben op de vruchtbaarheid. ‘Maar dat effect is meestal klein, omdat deze subsidies slechts een klein deel van de totale directe kosten van kinderen dekken,’ aldus het rapport.

    Screenshot 2025 03 31 at 15.29.56

    De babybonus lijkt het aantal geboorten tijdelijk met ongeveer twee procent te hebben verhoogd. Andere maatregelen, waaronder betere kinderopvang en beter ouderschapsverlof, kunnen allemaal wel iets uitrichten, maar lossen het probleem niet op. De drie belangrijkste factoren die verband houden met de beslissing om al dan niet kinderen te krijgen, zo bleek uit het ANU-onderzoek, zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’.

    Allen zegt dat er rond 2054 waarschijnlijk sprake zal zijn van een natuurlijke bevolkingsafname – meer sterfgevallen dan geboorten. Immigratie zal dus belangrijker worden dan ooit om tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen en economische groei te stimuleren. Om huizen en wegen te bouwen. In Australië wordt immigratie gebruikt om het lage vruchtbaarheidscijfer te compenseren, maar erg soepel gaat beleid op dat gebied niet.

    Poortwachters

    Zonder oplossingen voorhanden, zegt Allen, vormt zich ook een ethisch probleem. Vrouwen wordt gevraagd om de kinderen te krijgen, voor de ouderen te zorgen, deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het onbetaalde werk thuis te doen. En jongeren pikken dat niet langer, zegt ze.

    Allen vertelt dat vrouwen in Australië al ten tijde van de kolonisatie onder druk werden gezet om de last van de demografische ‘crisis’ te dragen. Deze strategie maakte deel uit van het verdrijven van de oorspronkelijke bevolking en het creëren van een Europese buitenpost, zegt ze: ervoor zorgen dat de ‘juiste vrouwen’ zich voortplantten.

    De oplossing van de elite

    Nu de geboortecijfers wereldwijd in vrije val zijn, willen ‘pronatalisten’ in Silicon Valley die daling een halt toeroepen door zo veel mogelijk baby’s te krijgen.

    In reactie op dalende geboortecijfers omarmen sommige rijke en hoogopgeleide mensen het pronatalisme – de overtuiging dat het krijgen van kinderen cruciaal is voor het voortbestaan van de mensheid. In Silicon Valley groeit deze beweging, schrijft The Telegraph, met steun van techondernemers, denkers en wetenschappers. Ze maken zich zorgen dat moderne samenlevingen kinderen ontmoedigen, terwijl juist verantwoordelijke, intelligente mensen zich zouden moeten voortplanten.

    Het Amerikaanse echtpaar Simone en Malcolm Collins is het gezicht van deze trend. Ze stichtten Pronatalist.org om gezinnen te steunen die veel kinderen willen. Hun missie: een diverse, ethische gezinscultuur stimuleren als alternatief voor autoritaire of patriarchale oplossingen.

    Tegenstanders uiten zorgen over verborgen racisme en nieuwe vormen van eugenetica, waarbij genetische selectie mogelijk leidt tot sociaal wenselijke baby’s. Voorstanders benadrukken dat het vrijwillig is en gericht op kansen maximaliseren, niet op perfectie. Elon Musk, een van de rijkste mensen in het heelal, die tien kinderen heeft bij drie verschillende vrouwen, is ongetwijfeld de beroemdste persoon met pronatalistische ideeën.

    Tegenover ‘pronatalisme’, de algemene term voor overheidsbeleid dat erop is gericht het geboortecijfer op te krikken, staat ‘antinatalisme’: het idee dat het verkeerd is om een nieuwe mens op de wereld te zetten als het onwaarschijnlijk is dat die een goed leven zal hebben. De Voluntary Human Extinction Movement (VHEMT) gaat nog een stap verder: aanhangers pleiten ervoor dat mensen vrijwillig stoppen met voortplanten, zodat de mensheid uiteindelijk uitsterft – als een manier om de planeet en andere levensvormen te beschermen.

    ‘In de loop der tijd hebben we varianten van dezelfde aansporing gezien. Denk aan leuzen als “voortplanten of vergaan” (“populate or perish”), “Ga liggen en denk aan Engeland”, “Eén voor mama, één voor papa en één voor het land”, “De juiste vrouwen krijgen niet genoeg baby’s, de verkeerde vrouwen krijgen er te veel”,’ zegt Allen.

    ‘De schuld wordt bij vrouwen gelegd; ze worden gezien als hedonistisch en egoïstisch als ze geen kinderen krijgen.’

    Ze wijst op een onderzoek uit 1944 naar de Australische geboortecijfers, waarin vrouwen voor het eerst hun zegje mochten doen. Als reactie op (de zoveelste) oproep aan vrouwen om zich voort te planten of te vergaan, uitte een vrouw haar frustratie over de last die op haar schouders werd gelegd. ‘Jullie mannen kunnen vanuit je luie stoel dit soort uitspraken doen,’ zei ze. ‘Nou, ik heb me voortgeplant én ben vergaan, in de kou.’

    Sophia is nu zwanger, in de beginfase. Dat is de reden dat ze niet haar volledige naam wil gebruiken. ‘Ik was er vrij zeker van dat ik geen kinderen wilde. Daarbij speelde levensstijl een grote rol. Het verandert je leven als je verantwoordelijk bent voor een ander mens. Uiteindelijk was het een zeer egoïstische beslissing… daar kom ik voor uit. Ik wilde die extra diepgang in mijn leven. Maar het was geen makkelijke beslissing voor mijn partner en mij… het was nogal een bevalling, pun intended. Uiteindelijk besloten we dat dit was wat we wilden in ons leven.’

  • Spanje roept ambassadeur terug na uitlatingen Milei

    Spanje roept ambassadeur terug na uitlatingen Milei

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iraanse president Ebrahim Raisi omgekomen in helikoptercrash

    » Weer tientallen doden door overstromingen in Afghanistan

    De president beledigde de vrouw van de Spaanse premier

    Spanje heeft zondag zijn ambassadeur in Buenos Aires teruggeroepen, nadat de Argentijnse president Javier Milei tijdens een extreemrechtse bijeenkomst in Madrid denigrerende opmerkingen had gemaakt over de vrouw van de Spaanse premier Pedro Sánchez. Dat schrijft El País. Milei had Sánchez’ vrouw Begoña Gómez ‘corrupt’ genoemd, tijdens een door de extreemrechtse partij Vox georganiseerd forum.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel Albares, zei dat hij excuses verwachtte van Milei. Ook andere ministers veroordeelden Milei’s toespraak, waarin hij het socialisme omschreef als ‘vervloekt en kankerverwekkend’. Sánchez leidt de Socialistische Partij van Spanje. ‘Met zijn gedrag heeft Milei de relatie tussen Spanje en Argentinië in de ernstigste staat van de recente geschiedenis gebracht,’ zei Albares in een verklaring.

    Milei’s bezoek brak met het diplomatieke protocol omdat hij weigerde om de Spaanse koning Felipe VI en Sánchez te ontmoeten. In plaats daarvan gaf hij er de voorkeur aan om zijn boek te promoten op de partijbijeenkomst samen met Vox-leider Santiago Abascal. Josep Borrell, het hoofd buitenlands beleid van de Europese Unie, zei in een bericht op het sociale netwerk X dat ‘aanvallen op familieleden van politieke leiders niet thuishoren in onze cultuur’.

  • Zijn jongere vaders betere vaders?

    Zijn jongere vaders betere vaders?

    Duitse mannen worden steeds later vader. In 2022 waren ze gemiddeld 34,7 jaar oud toen hun kinderen werden geboren. In veel andere landen is er een gelijke trend te zien. Is dat een ongunstige ontwikkeling? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

    JA: ‘De fysieke conditie van jonge vaders is een groot voordeel’ 

    Onredelijk, onvolwassen, onbekwaam: wie jong en mogelijk ongepland kinderen krijgt, wordt vaak onterecht belasterd. Op de vraag of oudere mannen betere vaders zijn dan jongere mannen, is geen algemeen antwoord te geven. Maar er zijn goede argumenten om op jonge leeftijd kinderen te krijgen – vanuit medisch, psychologisch, professioneel en misschien zelfs filosofisch oogpunt.

    Vanuit medisch oogpunt is halverwege de twintig voor mannen de beste leeftijd om zich voort te planten. Uit een onderzoek blijkt dat de leeftijd van vaders een vergelijkbaar effect kan hebben op het kind als de leeftijd van moeders. Zo neemt de hoeveelheid en kwaliteit van het sperma af naarmate de man ouder wordt, waardoor het risico op een miskraam en ziekten zoals autisme, leukemie en hartaandoeningen toeneemt. Als alles goed gaat en de baby gezond ter wereld komt, speelt de fysieke conditie van de vader ook een rol. 

    Vroeg gaan werken ondanks slaapgebrek is als vijfentwintigjarige misschien gemakkelijker dan als je begin vijftig bent. Ja, een baan en een baby vormen een dubbele belasting, maar fysieke kwalen en kinderen zijn ook een dubbele belasting. Skiën en voetballen met de kinderen? Geweldig op je dertigste, maar met artrose in de knie of een hernia wordt dat een stuk lastiger.

    Het leven met kleine kinderen vereist niet alleen een vast inkomen, maar ook fantasie en gevoel voor humor

    Een van de redenen waarom de gemiddelde leeftijd van ouders stijgt, heeft te maken met de angst voor geldgebrek. Wie tijdens zijn studie voor het eerst vader wordt en nog geen vaste baan heeft en geen goede woning of auto, krijgt vaak de vraag: gaat dat wel? Het antwoord: dat gaat. Niet alles hoeft van tevoren gepland te zijn, van de kinderkamer in op elkaar afgestemde pasteltinten tot het organogram voor het gelijkmatig verdelen van de flesvoeding. In het alledaagse leven van jonge ouders valt sowieso weinig te plannen. Als het gezin wordt gesteund door vrienden en familie, is leeftijd niet echt een probleem.

    ‘Hij is zelf nog een kind,’ zeggen critici graag over jonge vaders. En dan? Misschien ben je begin twintig gewoon nog geen burgermannetje. Gelukkig maar! Want het leven met kleine kinderen vereist niet alleen een vast inkomen, maar ook fantasie en gevoel voor humor. En wat ziet er kinderachtiger uit dan een man van midden zestig die rondloopt met een baseballpet en een hip shirt om maar een jeugdige uitstraling te hebben?

    In tegenstelling tot hun leeftijdsgenoten kunnen jonge ouders zich niet uitleven en onbeperkt dingen uitproberen. Terwijl vrienden feesten en reizen plannen, moeten zij geld verdienen en voor hun kinderen zorgen. Maar twintig jaar later is de situatie omgekeerd: terwijl latere ouders om hun vijftigste met pubers te maken hebben, hebben jonge ouders dan inmiddels hun vrijheid terug – en wel in de bloei van hun leven.    

    Het belangrijkste argument ten gunste van vroeg ouderschap: overlappende levensfasen. Als je vroeg kinderen krijgt en dan nog lang gezond en hopelijk ook nog redelijk aanspreekbaar blijft, bijvoorbeeld tot halverwege de tachtig, kun je als alles goed gaat zestig jaar samenleven als gezin. Als je kinderen ziet als het belangrijkste en mooiste wat er is, dan wil je dat natuurlijk liever dan slechts tien of twintig jaar met ze zijn. In die zin is vader worden op jonge leeftijd zowel zinvol als belonend.

    Titus Arnu, geboren in 1966 in Laufenburg in Zwitserland, schrijft bij Süddeutsche Zeitung voornamelijk voor de rubrieken maatschappij, stijl en panorama. Hij werkte eerder voor het tijdschrift SZ Wissen en schreef voor SZ-Magazin, Spiegel, Geo, Natur en Mare. Hij studeerde aan de Duitse School voor Journalistiek en studeerde literatuurwetenschap en journalistiek in München.


    NEE: ‘Latere vaders hebben minder last van stress van werk’

    Je kunt de openingsvraag heel snel beantwoorden, namelijk: nee, waarom zou dat beter zijn? Of iemand een ‘goede’ vader is of niet, is geen kwestie van leeftijd. Is een vader van halverwege de twintig die met zijn kind zou kunnen voetballen, maar daar helaas geen tijd voor heeft omdat hij gestrest op zijn werk zit, een betere vader dan een vader van midden vijftig die weliswaar niet meer de snelste is, maar wel voor het avondeten thuis? 

    In 2008 schreef de Zwitserse journalist Philipp Dreyer, die zelf pas op bijna vijftigjarige leeftijd vader werd, een boek over ‘late vaders’. In een voorwoord beschreef de beroemde Zwitserse kinderarts Remo Largo, die in 2020 overleed, een belangrijk verschil tussen vroege en late vaders. In dit geval betekent een late vader iemand die na zijn vijftigste voor het eerst vader wordt. Zo iemand heeft het grootste deel van zijn professionele leven al achter de rug. Hij heeft zijn professionele doelen bereikt of hij heeft er vrede mee dat hij ze niet meer zal bereiken. ‘Nu hij de stress van zijn carrière achter zich heeft gelaten, is hij duidelijk opener van geest en ryolar. De vaders laten het kind dicht bij hen komen. Ze hebben behoefte aan sensuele ervaringen,’ schrijft Largo.

    ‘Sinds ik kinderen heb, heb ik geen zin meer in een carrière’

    Alle vaders die in het boek aan het woord komen, hebben ondanks hun verschillen één ding gemeen: hun eigen instelling is volledig veranderd als gevolg van het krijgen van een kind. Dingen die voorheen belangrijk waren voor hun zelfbeeld, zijn op de achtergrond geraakt. ‘Sinds ik kinderen heb, heb ik geen zin meer in een carrière,’ zegt een van hen bijvoorbeeld. Zou iemand van dertig dat ook zeggen?

    Kinderen brengen niet alleen veel geluk, maar vragen ook om veel opofferingen. De eerste jaren met een klein kind zijn uitputtend – ieder die iets anders beweert, houdt zichzelf voor de gek. Later, tijdens de schooljaren, zijn er weer andere dingen voor ouders om zich zorgen over te maken. Een puberende tiener is een puberende tiener, hoe oud de vader ook is. En de wanhoop vanwege de onwil om naar school te gaan, die vaak op deze leeftijd ontstaat, kan voor een vader van midden veertig, die zelf nog veel stress heeft op zijn werk, groter zijn dan voor een vader van zestig jaar of ouder die meer kalmte en relativeringsvermogen heeft.

    Als je op jonge leeftijd vader wordt, kun je accepteren dat je offers maakt, in de wetenschap dat je de achterstand later weer in kan halen. Maar een oudere vader die in zijn jongere, kinderloze jaren volop heeft geleefd zonder zulke offers te maken, zal daar ook geen problemen mee hebben omdat hij simpelweg niets in te halen heeft.

    Je moet klaar zijn voor een leven met kinderen, hoe oud je ook bent. Het is geen taak om af te vinken, zoals je op je werk doet. Ouder zijn betekent je kind helpen zijn talenten en persoonlijkheid te ontwikkelen. Het een stabiel gevoel van eigenwaarde en een moraal meegeven. Interesse tonen voor zijn vreugde en ontberingen. Antwoorden geven op vragen. Samen kleine en grote conflicten oplossen. Er zijn wanneer je nodig bent en tegelijkertijd steeds meer loslaten zodat het kind zijn eigen ervaringen kan opdoen. Vertrouwen geven en vertrouwen hebben. Dat is veel en het is niet altijd gemakkelijk. Onvermijdelijk zul je ook fouten maken. Sommigen meer, anderen minder. Een goede vader zijn en blijven: dat kan op elke leeftijd. Net zoals je op elke leeftijd kunt falen.

    Na gewerkt te hebben voor de Donaukurier, Stern, Frankfurter Rundschau en Die Woche, trad Peter Fahrenholz in december 2000 in dienst bij Süddeutsche Zeitung als politiek verslaggever. Van 2006 tot 2007 was hij plaatsvervangend hoofd van de afdeling binnenlandse politiek. Van 2015 tot 2020 hoofd van de afdeling Reizen, mobiliteit, speciale onderwerpen en van 2021 tot 2022 hoofdredacteur van de afdeling politiek.

  • Maak kennis met de ‘soft daddy’. Hoe gendernormen in animatieseries aan de kaak worden gesteld

    Maak kennis met de ‘soft daddy’. Hoe gendernormen in animatieseries aan de kaak worden gesteld

    Een nieuwe reeks animatiesitcoms toont wat voorheen zeldzaam was in het genre: goede vaders.

    Het nieuwste seizoen van de Netflix-serie Big Mouth, een animatiecomedy, verkent de mysterieuze wereld van vaderfiguren. Het resultaat is een openbaring. Elliot Birch, de vader van middelbare scholier Nick, loopt al langere tijd met een geheim rond: vroeger was hij een gevreesd tegenstander in de machovechtsport ‘Schots tepeldraaien’. Elliot is een echte lieverd, een familieman en een knuffelbeer die confrontaties uit de weg gaat. Hij is een uitgesproken feminist die zijn mannelijke vrienden op de mond zoent en zijn vrouw vaak met complimenten overspoelt. Hij is regelmatig met zijn moisturizer in de weer. Hoe zit dat dan precies? Elliot legt aan Nick uit dat hij alleen maar op de vechtsport zat om goedkeuring te krijgen van zijn eigen hypermannelijke vader. Uiteindelijk heeft Elliot dat leven achter zich gelaten. ‘Ik beloofde mezelf dat ik als vader precies het tegenovergestelde zou zijn,’ vertelt hij Nick. ‘Een soft daddy dus?’ vraagt Nick. ‘Precies. De meest zachtaardige en de meest vaderlijke,’ antwoordt Elliot.

    Elliot kwam zijn belofte na: hij is waarschijnlijk de zachtaardigste vader die er rondloopt. En niet alleen in Big Mouth, maar waarschijnlijk in de volledige canon van hedendaagse animatieseries. Dat wil wat zeggen, want cartoonechtgenoten zijn niet meer de patriarchale macho’s die ze ooit waren. Jarenlang waren cynische afschilderingen van slechte vaders in animatieseries een belangrijk stokpaardje. Om het publiek aan het lachen te maken, vertrouwden ze bijvoorbeeld op de lompheid van Fred Flintstone of Peter Griffin uit Family Guy. De soft daddy die onlangs is opgedoken, representeert een heel ander – en heel welkom – archetype: dat van huiselijke mannelijkheid.

    Soft daddies zijn geen heiligen, zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten

    In de animatiewereld van vandaag de dag maken soft daddies de dienst uit: mannen die zachtaardig, communicatief en bedachtzaam zijn. Denk aan Owen Tillerman uit Central Park, die met zijn dochter op beha-jacht gaat, aan Tatsu uit de anime-serie The Way of the Househusband, die zijn yakuza-leven gedag zegt om kroketten te gaan frituren voor zijn vrouw, en aan Greg Universe, die samen met drie aliens co-ouderschap heeft over zijn zoon Steven. Soft daddies worden niet gekenmerkt door benevelde hufterigheid, woedeaanvallen en luiheid. Het zijn geen karikaturen van mannen die niet met hun vrouw en kinderen kunnen omgaan. Ze lijken niet op Randy Marsh van South Park, die straalbezopen aan het knokken slaat bij de sportwedstrijden van zijn kinderen, op Homer Simpson, die zijn zoon Bart af en toe wurgt, of op Stan Smith van American Dad, die zich voordoet als een tienerpestkop om de middelbareschooltijd van zijn zoon te verzieken. Toegegeven, soft daddies maken natuurlijk ook fouten. Ook zij handelen uit frustratie en gedragen zich soms dwaas – ze zijn geen heiligen, net zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten. Maar over het algemeen zorgen ze ervoor dat de fictionele werelden die ze bewonen veiliger en prettiger aanvoelen.

    Animatieseries lenen zich bijzonder goed voor het aan de kaak stellen van gendernormen. Valerie Palmer-Mehta, communicatieprofessor aan Oakland University, betoogt in haar essay The Wisdom of Folly: Disrupting Masculinity in King of the Hill, dat dat deels komt doordat cartoons niet beperkt worden door realisme. Door middel van karikaturen en overdreven situaties kan hierin uitstekend sociale kritiek worden geuit. Palmer-Mehta gebruikt Hank Hill als voorbeeld in haar essay. Deze patriarch met de droevige ogen uit de serie King of the Hill illustreert hoe het medium veranderende normen en waarden onderzoekt.

    Hank is bij geen van de twee eerdergenoemde archetypen onder te brengen: hij is geen machovader, maar ook geen soft daddy. De serie, die vanaf eind jaren negentig tot aan begin jaren 2000 werd uitgezonden, schetst de spanning die er in die tijd heerste tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ vormen van mannelijkheid perfect door middel van de ambivalente relatie tussen Hank en zijn gevoelige zoon Bobby. Hank is het soort man dat, hoe geconstipeerd ook, weigert naar de dokter te gaan. Hij wil een ‘mannelijk’ stoïcisme uitstralen, maar doordat Bobby geenszins interesse heeft in traditioneel mannelijke activiteiten zoals sport, wordt hij vaak juist panisch en gestrest. Hank en Bobby belichamen beiden een komisch archetype, maar wel twee totaal verschillende. Bobby is vooral lachwekkend door zijn excentrieke hobby’s – zo wordt hij rodeoclown en later buikspreker. Hank daarentegen is grappig vanwege alle stress die hij zichzelf bezorgt door erin te blijven geloven dat zijn ‘jongen niet deugt’. Vaak eindigt King of the Hill met een verzoening, waarbij vader en zoon tot een dieper wederzijds begrip komen – dat hooguit standhoudt tot de volgende aflevering, waarin Hank weer compleet overspannen raakt.

    Diepe heteroseksualiteit

    Bob’s Burgers is in zekere zin de opvolger van King of the Hill: uitvoerend producent Jim Dauterive werkte mee aan beide series. De vader, Bob Belcher, reageert in Bob’s Burgers niet met bezorgdheid en afkeuring op het gedrag van zijn excentrieke zoon Gene, maar eerder met beleefde nieuwsgierigheid. Bob hoeft niet constant onderwezen te worden in hoe hij zich beter in zijn familie kan inleven, en hij voedt zijn kinderen niet op met patriarchale normen. Hij heeft over het algemeen een meer zachtaardige houding. Bob is dan misschien niet de beste zakenman, maar een emotionele kostwinner is hij absoluut. Hoewel het gezin altijd op de rand van de armoedegrens leeft, heerst in de serie een gevoel van geborgenheid, door de milde hand waarmee Bob zijn kinderen opvoedt en zijn vermogen om zowel samen te werken als lol te trappen met zijn vrouw Linda. Zo presteert Bob’s Burgers mede door de vriendelijke hoofdpersoon Bob iets wat in het eeuwenoude genre van de sitcom zeldzaam is: de serie schetst een portret van een gezin dat liefdevol is en goed functioneert, maar toch grappig is.

    De soft daddy moet onder andere laten zien dat een mildere vorm van mannelijkheid een keuze is, maar soms ook een uitdaging kan zijn. Elliot komt in het huidige seizoen van Big Mouth weer in aanraking met zijn vader en hun oude dynamiek, waarin ze hun liefde alleen kunnen uitdrukken door woest te tepelworstelen. (‘Maak plaats voor de nieuwe sheriff – hij treedt hard op tegen tieten!’ aldus Elliot. U raadt het al: de ironie van uitdrukkelijk heteroseksuele mannen die obsessief met elkaars tepels bezig zijn, speelt een grote rol.) Ondertussen jaagt Marty Glouberman, de vader van Nicks vriend Andrew, zijn vrouw het huis uit, doordat hij te bazig en chagrijnig is om haar interesses buitenshuis te ondersteunen. Beide mannen moeten emotionele obstakels overkomen om hun gezin bij elkaar te houden en hebben daarbij hulp nodig. De moeite die ze ermee hebben onderstreept dat het veel gemakkelijker is om boos en vervreemd te zijn dan meelevend en empathisch. Het kan intimiderend zijn om af te stappen van vertrouwde, zij het schadelijke, gewoonten – op maatschappelijk vlak, op persoonlijk vlak, en vooral op beide vlakken tegelijk. Toch kiezen de personages uiteindelijk voor zachtaardigheid. Zo suggereren deze verhaallijnen dat ‘toxic masculinity’ een zwakte is die overwonnen moet worden, en dat het overkomen van dit obstakel het makkelijker maakt om liefde te geven en te ontvangen.

    Soft daddies uiten hun liefde voor de vrouwen in hun leven door uiting te geven aan iets wat Jane Ward, professor feminisme aan UC Riverside, ‘diepe heteroseksualiteit’ noemt. Ward schrijft in haar boek The Tragedy of Heterosexuality dat echtgenoten hun vrouw niet moeten zien als een trofee om andere mannen mee te imponeren en/of een moederfiguur die zorg verleent, maar als een multidimensionaal mens met haar eigen verlangens en ambities. Tatsu, de anime-huisman, uit zijn liefde door de carrière van zijn vrouw Miku te ondersteunen en een feestmaal voor haar te bereiden wanneer ze uitgeput door alle overuren thuiskomt. Bob Belcher leert zijn drie kinderen in zijn eentje op het potje plassen, omdat Linda het niet kan opbrengen. Ook doet hij enthousiast mee aan een Downton Abbey-achtige LARP [Live Action RolePlay], omdat zij dat wil.

    Dat soort dingen lijken misschien vanzelfsprekend in elk huwelijk. Maar veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten in de woorden van schrijfster Melanie Hamlett een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven. Kunstenares Soolagna Majumdar ontwikkelde in 2017 Marge Simpson Anime, een onofficiële internetstrip waarin de huisvrouw uit The Simpsons op zoek gaat naar een nieuw leven. Aan Vice vertelde Majumdar dat ze dat had gedaan om te experimenteren met de bevrijding van een personage wiens ‘hele identiteit’ was ‘gevormd door het patriarchaat’. Het bestaan van Marge in The Simpsons wordt vooral gekenmerkt door eindeloze klusjes en verraad en kan als tragisch worden gezien. Linda en Miku daarentegen lijken een gelukkig leven te lijden: hun echtgenoten zien hen als volwaardige mensen.

    Veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven

    De manier waarop soft daddies invulling geven aan moderne mannelijkheid kan ook grappig zijn. Zoals wanneer Elliot zich afvraagt waarom iemand het etiket ‘pussy’ aanstootgevend zou vinden: ‘Sinds wanneer is het een belediging om een beeldschoon geslachtsdeel te worden genoemd?’ vraagt hij zich hardop af. Waar mensen Homer Simpson en zijn soortgenoten vooral uitlachen om hun extreme incompetentie, ligt de humor hier in Elliots overschot aan empathie. Als een onderliggende boodschap van The Simpsons is dat de Amerikaanse maatschappij lage verwachtingen heeft van mannen, dan is de observatie die ten grondslag ligt aan het soft daddy-archetype dat mannen eigenlijk zoveel meer te bieden hebben. Dit is misschien wat de soft daddy werkelijk onderscheidt van andere cartoonvaders: hij is komisch, maar ook ambitieus. Hoe grappig Homer Simpson ook is, ik zou zelf liever Elliot Birch als vader hebben.

    Luister ook:

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-de-kracht-van-de-soft-daddy?si=0f40c971bc5e4380ab48942286bb9401&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing
  • Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Om jonge Iraniërs te laten lezen over de Holocaust, en om antisemitische desinformatie tegen te gaan, zorgde filmmaker en journalist Maziar Bahari voor een Perzische vertaling van Het dagboek van Anne Frank. In stripvorm.

    De Iraans-Canadese journalist, filmmaker en activist Maziar Bahari zette zich al langer in om zijn landgenoten bewust te maken van wat er tijdens de Holocaust was gebeurd. Iraniërs die na de [islamitische] revolutie zijn geboren, hebben een verkeerde voorstelling van zaken; ze krijgen verkeerde, antisemitische informatie, zei hij tegen het Israëlische dagblad Haaretz. ‘Dat is alles wat ze horen.’ 

    Om tegenwicht aan die desinformatie te bieden werkte Bahari mee aan het Sarardi Project dat – samen met het U.S. Holocaust Memorial Museum – de Perzische vertaling van Anne Franks dagboek in stripvorm presenteerde op de Internationale Herdenkingsdag, afgelopen 27 januari. 

    Het project is in het leven geroepen om Iran bewust te maken van de Holocaust, door artikelen en video’s te verspreiden over de grotendeels onbekende rol van Iran als toevluchtsoord voor joden die in de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s waren gevlucht. Abdol Hossein Sarardi was een Iraanse diplomaat, die tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk consul in Parijs was. Ook wel bekend als de Schindler van Iran, omdat hij duizenden Joden aan een paspoort hielp. 

    cover

    Holocausteducatie

    Volgens Bahari is een  ‘Holocausteducatie’ broodnodig: ‘De ontkenning van de Holocaust moet worden tegengegaan en we moeten weerwoord bieden aan de antisemitische retoriek van de Iraanse regering.’ Zijn eerste film, The Voyage of the Saint Louis (1995), ging over het schip met joodse vluchtelingen dat in mei 1939 de toegang tot Cuba en de VS werd ontzegd en dat moest terugkeren naar Europa. Meer dan een kwart van de passagiers zou uiteindelijk omkomen. Vanaf 1988, toen Bahari naar Canada emigreerde, heeft de Holocaust hem niet meer losgelaten. Hij leerde dat ook in zijn adoptieland joden waren vervolgd: er waren quota voor joden op universiteiten en de meeste joodse vluchtelingen werden in Canada geweigerd. 

    Een historicus die als adviseur bij het project betrokken was, vertelde dat kinderen in Iran op de lagere school wel les krijgen over de Tweede Wereldoorlog, inclusief het naziregime, Hitler en de overwinning van de geallieerden, maar dat er met geen woord wordt gerept over joden. De Holocaust komt in het onderwijsmateriaal niet voor.

    Veel Iraniërs hebben er geen idee dat er destijds duizenden Joden naar Iran zijn gevlucht

    Het is belangrijk, benadrukt Bahari in al zijn werk, dat er kennis is van wat de Holocaust inhield. Veel Iraniërs hebben er geen idee van, ook niet dat er destijds duizenden joden naar Iran zijn gevlucht. Door wat hij zelf leerde over de genocide kon hij de tragedies in eigen land beter begrijpen, vooral sinds de islamitische revolutie en de machtsovername door Khomeini in 1979. ‘Dat wil ik doorgeven.’

    Bahari, ook een van de oprichters van het journalistieke platform IranWire, was dus de aangewezen persoon om te betrekken bij het Sarardi Project, schreef het dagblad Haaretz. Tot nog toe was de Holocaust niet eerder toegankelijk en interessant gemaakt voor jonge Iraniërs in Iran en de diaspora. De graphic novel van het dagboek van Anne Frank in het Perzisch veranderde de zaak. Het probleem is volgens Bahari dat de meeste Iraniërs, zelfs als ze Engels lezen, het moeilijk vinden om complexe kwesties zoals de Holocaust te begrijpen. In hun eigen taal, het Farsi of Perzisch, is dat veel makkelijker.

    Diplomaat Hossein Sardari, de naamgever van het project, verloor zijn pensioen en al zijn bezittingen aan de ayatollahs. Hij stierf in 1981 in armoede in Londen, waar hij na zijn pensionering was gaan wonen.

  • Oekraïense draagbaby’s kunnen niet naar biologische ouders in buitenland

    Oekraïense draagbaby’s kunnen niet naar biologische ouders in buitenland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peruaanse ex-president Alberto Fujimori vervroegd vrijgelaten

    » Rusland betaalt zijn schulden en voorkomt wanbetaling

    Pasgeboren baby’s zitten zonder nationaliteit

    Door de oorlog in Oekraïne kunnen pasgeboren draagbaby’s niet door hun biologische ouders opgehaald worden, meldt The New York Times. De kinderen zijn geboren uit Oekraïense draagmoeders terwijl hun biologische ouders in het buitenland zijn.

    ‘We kunnen de baby’s niet in de steek laten’, zegt Loedmila Jasjenko, eenenvijftig jaar, een van de oppassen die in de kelder van de vruchtbaarheidskliniek BioTexCom zitten ondergedoken, tegen de Amerikaanse krant. Elders in Oekraïne zitten draagmoeders vast tussen de gevechten, terwijl stellen in het buitenland zich afvragen hoe ze met hun baby verenigd kunnen worden.

    Een draagmoeder verdient gemiddeld 13.000 euro per kind

    Oekraïne is een van de weinige landen met draagmoederschap voor buitenlandse stellen. Volgens schattingen staat het land wereldwijd op nummer één in deze sector. Oekraïense advocaten stellen dat er momenteel zo’n vijfhonderd draagmoeders voor buitenlandse koppels. Het is vooral door de armoede dat deze sector het zo goed doet. Een draagmoeder verdient gemiddeld ruim 15.000 dollar (13.000 euro) per kind. Oekraïne staat geen draagmoederschap toe voor koppels van hetzelfde geslacht of voor mensen die het geslacht van hun kind willen kiezen.

    Door de oorlog is de nationaliteit van de baby’s een ingewikkeld onderwerp geworden. Ook ontstaan er problemen rondom de voogdij, aangezien volgens de Oekraïense wet de biologische ouders aanwezig moeten zijn om de nationaliteit te bevestigen. Daarnaast is er nog de kwestie van hun veiligheid: hoe kan die gegarandeerd worden, en is dat überhaupt wel mogelijk?

    Lees ook:

  • Chinese staatspers: Partijleden zijn verplicht drie kinderen te krijgen

    Chinese staatspers: Partijleden zijn verplicht drie kinderen te krijgen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije pakt oppositielid op wegens spionage voor Italië en Spanje

    » Gewapende drones geven doorslag in Ethiopische burgeroorlog

    Artikel gaat viral en verdwijnt dan

    In een hoofdredactioneel commentaar op een door de Chinese staat gecontroleerde nieuwswebsite wordt gesuggereerd dat leden van de communistische partij verplicht zijn drie kinderen te krijgen voor het welzijn van het land, dat kampt met dalende geboortecijfers, schrijft The Guardian.

    Het artikel, dat vorige maand voor het eerst werd gepubliceerd, ging deze week viral en leidde tot scherpe reacties van Chinese internetgebruikers, met miljoenen shares, views en commentaren tot gevolg. Terwijl de golf van reacties toenam, verdween het oorspronkelijke artikel van de website.

    Het stuk, gepubliceerd door een staatsmediakanaal genaamd China Reports Network, zei dat elk lid van de regerende partij – waarvan er ongeveer 95 miljoen zijn – ‘verantwoordelijk is voor de bevolkingsgroei van het land en moet handelen naar de driekindpolitiek’.

    ‘Geen enkel partijlid mag een excuus, objectief of persoonlijk, gebruiken om niet te trouwen of geen kinderen te krijgen, noch mag hij of zij een excuus gebruiken om slechts één of twee kinderen te krijgen’, aldus het artikel.

    Lees ook:

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Wie weet het beter: de ouder of de grootouder?

    Wie weet het beter: de ouder of de grootouder?

    Ouders en grootouders denken beide zeker te weten wat het beste is voor de (klein)kinderen. Dat leidt tot pijnlijke confrontaties, en niet zelden tot een breuk. Zeg je tegen je moeder: ‘Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken als jij vroeger maakte’? Of is het toch beter om je mond te houden?

    Een van de prettigste aspecten van het grootouderschap is dat je door je eigen volwassen kinderen wordt gevraagd om tijd door te brengen met je kleinkinderen. Maar die vraag kent een aantal voorwaarden, en zelfs in de meest liefdevolle families overtreden grootouders die regels regelmatig. Om vele redenen kunnen ze het niet helpen dat ze de grenzen overschrijden, of dat nu komt door ergernis dat hun eigen kinderen hen vertellen wat ze moeten doen, de oprechte overtuiging dat ze meer weten over kinderen opvoeden dan hun eigen kroost of, schrijnender, omdat ze zich verzetten tegen de harde realiteit dat ze te oud zijn geworden om de gekoesterde rol van beslisser in de familie te spelen. Dat kan leiden tot spanningen die een relatie kunnen maken of breken.

    ‘Het voelt steeds meer alsof mijn ouders moeite doen om onze zoon het christendom bij te brengen,’ zegt een 34-jarige redacteur die met haar twee zoontjes in Brooklyn woont. Zij en haar man zijn niet religieus, maar hun oudste zoontje van drie jaar ‘zingt vaak kerkelijke liedjes en zegt dingen als “God heeft ons gemaakt!” en “God let op ons!” als hij terugkomt van een verblijf bij zijn grootouders’.

    In het begin waren deze moeder (die anoniem wil blijven om haar ouders niet te beledigen) en haar man ‘er een beetje van geschrokken’. Maar nu zijn ze alleen lichtelijk verbaasd en soms geamuseerd. ‘Ik denk dat we het allebei wel grappig vinden dat twee agnostische ouders een kind hebben dat “Jezus houdt van mij” loopt te zingen.’

    Conflicten

    Ze wilde de kwestie eigenlijk met haar ouders bespreken, maar wist niet precies hoe ze dat moest aanpakken. ‘Mijn moeder schiet al snel in de verdediging over alles wat met de kinderen te maken heeft. Zelfs als ik probeer zo voorzichtig mogelijk ergens over te beginnen, en niet op een emotioneel moment, komt er veel gedoe van.’ Ze zegt dat dit zich telkens voordoet wanneer ze het ergens niet over eens zijn, bijvoorbeeld als oma haar kleinzoon omkoopt met snoepjes om hem nog een wortel te laten eten. ‘Ik bespreek die dingen nu zelden meer met haar, omdat de risico-batenverhouding nihil is.’

    Haar ouders zijn een heel eind verhuisd om dicht bij de twee kinderen – hun enige kleinkinderen – te kunnen zijn en ze hebben een liefdevolle verhouding met de jongens. ‘Onze levens zijn zo verstrengeld; we zien ze een paar keer per week. Om een moeilijk gesprek te voeren dat leidt tot een paar ongemakkelijke dagen waarin we genegeerd worden – dat is lastig en niet iets wat ik wil riskeren, tenzij het echt belangrijk is.’

    Conflicten tussen ouders en grootouders over wat het beste is voor een kleinkind kunnen variëren van ruzies over junkfood tot meningsverschillen over een pak slaag. Hoeveel grootouders weigeren niet zuigelingen op hun rug te laten slapen, zoals de ouders vragen, omdat baby’s in hun tijd op de buik werden gelegd? Hoeveel grootouders geven hun kleinkinderen toch nog een koekje of een half uur tv-kijken, zelfs als ze weten dat de ouders regels hebben over suiker en schermtijd?

    Vorig jaar ondervroeg de Mott Poll, een project van het C.S. Mott Children’s Hospital van de Universiteit van Michigan, families met tenminste één levende grootouder. Waren ouders en grootouders het soms oneens over wat het beste was voor de kleinkinderen? Ja, zei 43 procent van de ondervraagden, die allemaal ouders waren, geen grootouders. In die groep betroffen de twistpunten onder meer discipline (57 procent), voeding (44 procent), schermtijd (36 procent) en bedtijd (21 procent). (Verrassend genoeg, voor mij tenminste, was slechts 10 procent bezorgd over hoe vaak de grootouders foto’s van hun kleinkinderen op sociale media plaatsten.)

    Ouders denken soms dat klagen over oma’s voedingskeuze de moeite niet waard is, omdat ze zoveel te bieden heeft wat betreft liefde, aandacht, emotionele steun en gratis oppassen. Maar zelfs onuitgesproken conflicten kunnen een wig drijven tussen de twee generaties – reden waarom sommige ouders die ik voor dit verhaal sprak me smeekten om hun naam niet te vermelden, zelfs niet hun voornaam.

    ‘Er is geen goede manier om tegen je moeder te zeggen: “Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken die jij hebt gemaakt”’

    Veel ouders denken goed na over hoe ze hun kinderen opvoeden, en zien hierin ook een correctie van hoe ze zelf zijn opgevoed. Zij zien hun opvoedingsstijl als manier om de fouten van hun eigen ouders goed te maken. Dat kan het extra irritant maken als grootouders de regels van de ouders negeren.

    Diverse moeders die ik sprak, herinnerden zich bijvoorbeeld hun eigen onwillige eetgedrag als kind, wat alarmbellen deed afgaan toen ze zagen dat hun moeders dezelfde reactie vertoonden als vroeger, namelijk de kleinkinderen dwingen hun bord leeg te eten of erop aandringen meer te eten dan ze op leken te kunnen.

    ‘Vooral immigrantenmoeders denken dat hoe steviger het kind is, hoe gezonder,’ zei een 37-jarige ondernemer en moeder uit Chicago, wier ouders en familieleden allemaal uit het Midden-Oosten komen. ‘Ik moest een gesprek forceren en zeggen: “Je dwingt mijn kind meer te eten dan het wil; dat kan een ongezonde relatie met voedsel veroorzaken.”’

    Ze probeerde haar zienswijze, en die van haar kinderarts, uit te leggen aan haar moeder en schoonmoeder: dat kinderen gezond voedsel aangeboden moet worden, en dat eten dat na een half uur nog niet op was, moest worden weggehaald. ‘Dat hoorde toen ze ons opvoedden niet bij de cultuur. Ze zeiden dat ze daar nog nooit van hadden gehoord.’

    In plaats daarvan zette haar moeder haar driejarige kleindochter op de grond en voerde haar wel twee uur lang tot het bord leeg was. Dat irriteerde de moeder uit Chicago. Ze probeerde haar moeder uit te leggen waarom twee uur voeren inging tegen wat zij en haar man goed vonden voor hun twee jonge dochters, maar vermoedt dat haar moeder het nooit heeft begrepen. Ze heeft het gevoel dat ze misschien niet streng genoeg is geweest. Maar er ís ook geen goede manier om tegen je moeder te zeggen: ‘Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken die jij hebt gemaakt.’

    Karen Fingerman, die de relatie tussen ouders en hun volwassen kinderen bestudeert, is tot de conclusie gekomen dat onenigheid over de opvoeding van kleinkinderen een veelvoorkomend twistpunt is. De moeilijkste situatie is die waarin een grootouder met advies komt over hoe het kleinkind gevoed, gekleed, opgevoed of gedisciplineerd moet worden. ‘Het maakt niet uit wie je ongevraagd advies geeft, niemand vindt dat prettig,’ zei Fingerman, directeur van het Texas Aging & Longevity Center van de Universiteit van Texas, tegen me. Het is voor grootouders een moeilijke gewoonte om af te leren, zei ze. Ze zijn simpelweg gewend om hun volwassen kinderen raad te geven, en dat is al begonnen bij ‘toen de kinderen baby’s waren en je tegen ze zei “Niet aankomen, lieverd”, “Niet de straat oversteken”. Dat is je rol als ouder, je kind vertellen hoe ze iets beter kunnen doen.’

    Wat er moet gebeuren, is iets heel moeilijks – zowel vanuit het perspectief van de ouders als dat van de grootouders. De grootouders moeten leren een stap terug te doen en hun kinderen de beslissingen te laten nemen. En de ouders moeten leren het advies niet zo persoonlijk op te nemen. In het ideale geval, zei Fingerman, ‘zien ze dat hun ouders het niet altijd goed doen, en dat geeft niet’.

    ‘Tegen de tijd dat mensen op de grootouderleeftijd komen, is het heel moeilijk om de manier waarop je met kinderen omgaat te veranderen’

    Door de gesprekken met jonge moeders begon ik me af te vragen hoe ik er in de ogen van mijn dochter zelf als oma afkwam. Over het algemeen zijn we het eens over wat het beste is voor mijn twee kleindochters, van drie en bijna zes. Of dat denk ik tenminste. Maar zou mijn dochter, die 37 is, tegen een journalist gaan klagen over hoe ik altijd toegeef aan de vraag van mijn kleindochters om met hen naar de dollarwinkel in de buurt te gaan? Of dat ik moet lachen als ze een beetje druk zijn tijdens het eten – ze kúnnen heel grappig zijn – in plaats van te zeggen dat ze aan tafel moeten blijven zitten en zich moeten gedragen?

    En zou ik geklaagd hebben over mijn eigen moeder, die me naar mijn gevoel elke keer dat ik mijn baby borstvoeding gaf ondermijnde door te zeggen dat moeders in haar tijd werd verteld dat flesvoeding het beste was? En hoe wist ik trouwens dat ze genoeg melk kreeg?

    Ik heb nooit iets gezegd tegen mijn moeder, hoewel mijn dochter wel een keer tegen míj zei dat de aankopen in de dollarwinkel een beetje overdadig werden. (Ik heb geprobeerd het kalmer aan te doen, en toen kwam de pandemie en haalde ik mijn kleindochters niet meer van school en de dagopvang, waardoor de situatie irrelevant werd.)

    Maar zelfs een gesprek over dat grootouders misschien te ver gaan – als de ouders moedig genoeg zijn om het onderwerp aan te snijden – zou volgens de Mott Poll niet veel helpen. Slechts 43 procent van de respondenten van de enquête klaagde tegenover de grootouders over hun gedrag. Bijna de helft van de grootouders die dat soort gesprekken voerde, nam de bedenkingen van de ouders serieus, en zei dat ze zouden proberen meer hun best te doen – waarna ze volgens de ouders hun leven beterden.

    De andere helft deed dat niet. Ongeveer een derde van de grootouders die te horen kreeg dat ze de regels van de ouders niet volgden, zei dat ze er rekening mee zouden houden. Maar volgens de ouders veranderde er niets. Een verdere 17 procent weigerde botweg hun gedrag te veranderen. ‘Tegen de tijd dat mensen op de grootouderleeftijd komen, is het heel moeilijk om de manier waarop je met kinderen omgaat te veranderen,’ zegt Sarah Clark, mededirecteur van de Mott Poll.

    Comfort en veiligheid

    Naarmate mensen ouder worden, zullen ze waarschijnlijk meer comfort en veiligheid vinden in oude, vertrouwde gewoonten – en in de praktijk van de elementaire kinderzorg is nogal veel veranderd. Bovendien speelt als je voor een kind zorgt waarvan je heel veel houdt, de overtuiging mee dat jouw mening de enige is die telt.

    Maar hoe staat het met die andere grote groep grootouders van de Mott Poll en hun tegenhangers in het echte leven – diegenen wier kinderen wel klachten hebben over hoe ze met de kleinkinderen omgaan, maar ze nooit uitspreken? Hoe moeten de ouders van de redacteur uit Brooklyn weten dat hun dochter en schoonzoon zich ergeren aan de bijbelverhaaltjes voor het slapengaan als die dochter en schoonzoon dat nooit ter sprake brengen? Kijk er eens naar vanuit het standpunt van de grootouders: zij hebben meer ervaring met het opvoeden van kinderen dan hun volwassen kinderen, en ze denken ook dat ze het er vrij goed van afgebracht hebben, omdat ze nooit aanmerkingen hebben gehad van hun volwassen kinderen over de manier waarop ze met de kleinkinderen omgaan.

    Sommige van die kwesties gaan niet alleen over of de kinderen wel of niet televisie mogen kijken tijdens het eten, maar zijn zaken van welzijn en veiligheid waarover niet onderhandeld mag worden: een kinderzitje in de auto op de juiste manier gebruiken, buiten roken, het gebruik van een helm op de fiets. En als grootouders dat soort regels negeren, kan dat leiden tot een uitkomst die slecht is voor beide partijen: beperkte omgang met het kleinkind.

    Toegang beperken

    Dat overkwam Shannon, 32, die vorige zomer op het hoogtepunt van de pandemie in haar thuisstaat Colorado een baby kreeg. Zij en haar man wilden graag dat de grootouders van de baby op kraambezoek kwamen, maar eerst deden ze onderzoek om te bepalen wanneer dat veilig zou zijn. Het echtpaar besloot dat alle vier de grootouders twee maanden zouden moeten wachten voor ze het pasgeboren meisje konden zien, en dat ze eerst twee weken in quarantaine moesten, in een camper of een Airbnb, voor ze het huis in kwamen. Bovendien moesten de grootouders de twee vaccins krijgen die kinderartsen iedereen die vaak in contact komt met een zuigeling aanbevelen: een Tdap-injectie (tegen kinkhoest) en een griepprik.

    De grootouders van moederskant kwamen met hun camper vanuit het Noordwesten en volgden alle regels op. Maar Shannon vertelde me dat de grootouders van vaderskant “niet in de wetenschap geloven”. ‘Covid is in hun ogen geen echt risico. Ze hebben het virus genegeerd, gingen naar restaurants, ontmoetten hun vrienden. Ze weigeren in isolatie te gaan; ze zeggen dat alleen liberalen dat doen.’ Omdat ze niet in quarantaine wilden en zich ook niet lieten vaccineren, waren ze niet welkom. Ze hebben de baby, die nu negen maanden is, nog steeds niet gezien.

    Politieke verschillen met haar schoonouders leidden al voor de geboorte van het kind tot een nogal pijnlijke relatie. ‘We hadden meningsverschillen over klimaatverandering en vaccins, maar die hebben we min of meer achter ons kunnen laten.’ Ze dachten dat de relatie zou verbeteren als ze met de komst van de baby een nieuwe band konden aangaan. Maar toen de grootouders weigerden zich aan de regels van de ouders te houden, verdween iedere hoop op verbetering. En volgens Shannon heeft iedereen daaronder te lijden.

    Ze zei dat ze diepbedroefd is om haar dochter, die ‘had kunnen weten hoe het is om geliefd te worden door alle vier haar grootouders. En het komt niet door Covid; het komt door de politiek.’ En ze is ook bedroefd om haar schoonouders. ‘Ze missen deze hele fase; de baby is hun enige kleinkind en ze kennen haar niet.’ Ze vroegen al jaren om een kleinkind, maar hebben zichzelf min of meer buitengesloten uit haar leven. Nu hebben ze alleen nog een Facetime-relatie.

    De toegang tot kleinkinderen beperken is een extreme reactie, maar niet eens zo zeldzaam

    De toegang tot kleinkinderen beperken is een extreme reactie, maar niet eens zo zeldzaam. Uit de Mott Poll bleek dat, als ouders de moed opbrachten om op tafel te leggen wat hen dwarszat, de onverzettelijke grootouders soms de consequenties onder ogen moesten zien. Als grootouders zeiden dat ze hun leven zouden beteren maar niet echt hun gedrag veranderden, ging 32 procent van de ouders ertoe over om ze minder met de kleinkinderen te laten omgaan. Als grootouders ronduit zeiden dat ze zich niet aan de ouderlijke regels zouden houden, kreeg 42 procent van hen te maken met beperkte toegang.

    Maar de meerderheid van de ouders in de Mott Poll volgde hetzelfde pad als de mensen die ik sprak – het pad dat ook ik volgde toen ik me ergerde aan dingen die mijn eigen moeder zei en die ik ervoer als een scherp oordeel over mijn vaardigheid als moeder. Ze zeiden niets en beperkten ook niet de tijd die de grootouders met de kleinkinderen doorbrachten.

    ‘Het is zo mooi om te zien hoe hun band met mijn kinderen is gegroeid sinds ze hierheen zijn verhuisd,’ zei de moeder uit Brooklyn. In die context is de Jezus-kwestie gewoon ‘iets waarover we ons op het hoofd krabben, maar wat ons er ook toe brengt om dieper na te denken over ons eigen standpunt en de manier waarop we onze kinderen opvoeden’.

    Kortom, ouders vermijden om verschillende redenen conflicten. De gecompliceerde reden is dat er rekening moet worden gehouden met nieuwe gezagsrollen in de familie en gevoeligheden bij het geven van advies over ouderschap. En de simpele reden is de erkenning dat de relatie tussen grootouders en kleinkinderen, ook al komen er soms spanningen bij kijken, uiteindelijk een geschenk is.

  • Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn. De oorzaak moeten we zoeken in economische en sociale omstandigheden, die als onzichtbaar voorbehoedsmiddel dienen, schrijft Anna Louie Sussman. Een verklaring van de zogeheten voorplantingsmalaise.

    Keuze uit ons archief

    Nu bevolkingsrijke landen als China en India een steeds grotere middenklasse krijgen, daalt ook het wereldwijde geboortecijfer. Na het loslaten van de eenkindpolitiek in 2015, heeft China onlangs zelfs de driekindpolitiek ingevoerd om bevolkingskrimp te voorkomen. Maar zoals dit artikel van South China Morning Post stelt, zijn veel Chinese stellen door sociaal-economische factoren huiverig om een derde kind te nemen.

    Wat de grondslag achter dezelfde aarzeling in de westerse wereld om kinderen te nemen is, legt Anna Louie Sussman van The New York Times scherp bloot. Want het lage geboortecijfer ligt niet aan de afwezigheid van een kinderwens, zo schrijft Sussman, maar aan ‘het onvermogen van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.’

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 175 van 360 Magazine, februari 2020.

    In het najaar van 2015 doken ineens overal in Kopenhagen posters op. Op een ervan stond met grote, roze letters, dwars over een afbeelding van eendeneieren: ‘Heeft u vandaag uw eieren al geteld?’ Op een andere poster – een blauwige close-up van menselijk sperma – stond de vraag: ‘Zwemmen ze wel hard genoeg?’

    De posters, die deel uitmaakten van een campagne van de gemeenteraad om jonge Denen te herinneren aan het gestage tikken van hun biologische klok, viel niet bij iedereen in de smaak. De campagne werd bekritiseerd omdat jonge vrouwen gelijk zouden worden gesteld aan fokvee. De timing was ook niet al te gelukkig: Denen aanmoedigen om meer kinderen te krijgen terwijl op de televisie voortdurend beelden zijn te zien van Syrische vluchtelingen die door Europa trekken, riekt onbedoeld naar nativisme.

    © Getty Images
    © Getty Images

    Als er een land bestaat waarvan je zou verwachten dat het er wemelt van de baby’s, is het Denemarken wel. Het is een van de rijkste landen van Europa. Jonge ouders krijgen twaalf maanden doorbetaald ouderschapsverlof en de kinderopvang wordt zwaar gesubsidieerd. Vrouwen onder de veertig kunnen door de overheid betaalde ivf-behandelingen krijgen. Toch houdt het Deense geboortecijfer, met 1,7 kind per vrouw, min of meer gelijke tred met dat van de Verenigde Staten. Er is sprake van een voortplantingsmalaise in dit verder zo gelukkige land.

    Het zijn niet alleen de Denen. Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn – in landen met een gemiddeld inkomen, in arme landen, maar ook, en dat wekt misschien nog wel de meeste verbazing, in rijke landen.

    Kleine gezinnen

    Economische voorspoed gaat wel vaker hand in hand met een afnemende vruchtbaarheid en dat hoeft niet per se een slechte ontwikkeling te zijn. In het gunstigste geval betekent het betere scholing en betere kansen op de arbeidsmarkt voor vrouwen, een bredere acceptatie van de keuze om kinderloos te blijven en een hogere levensstandaard.

    Maar in het ergste geval is het een blijk van onvermogen: van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.

    In de VS is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar

    Uit onderzoeksgegevens over enkele tientallen jaren blijkt dat mensen steeds vaker de voorkeur geven aan een klein gezin. Maar ook wordt duidelijk dat in het ene na het andere land de feitelijke vruchtbaarheidscijfers sneller dalen dan de opvattingen over de ideale gezinsgrootte rechtvaardigen.

    In de Verenigde Staten is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar. De Organization for Economic Cooperation and Development heeft onderzoek gedaan in 28 verschillende landen. In 2016 wilden vrouwen gemiddeld een gezin met 2,3 kinderen en mannen wilden een gezin met 2,2 kinderen. Maar slechts weinigen wisten dat te realiseren. Iets weerhoudt ons ervan het gezin te stichten dat we willen. Maar wat is dat dan precies?

    Op die vraag zijn er net zoveel antwoorden als er mensen zijn die er al dan niet voor kiezen zich voort te planten.

    Op landelijk niveau zijn er verschillende verklaringen voor wat demografen een ‘achterblijvende vruchtbaarheid’ noemen, variërend van de opvallende afwezigheid van gezinsvriendelijk beleid in de Verenigde Staten tot genderongelijkheid in Zuid-Korea tot een hoge werkloosheid onder jongeren in heel Zuid-Europa. Dat heeft geleid tot zorgen over publieke gelden en de stabiliteit van de arbeidsmarkt en in sommige gevallen heeft het bijgedragen aan een opkomende xenofobie.

    Maar dat gaat allemaal voorbij aan het grotere plaatje.

    screenshot 2020 02 19 at 14 35 53

    ‘Laatkapitalisme’

    Onze huidige versie van het mondiale kapitalisme – waaraan maar weinig landen en individuen kunnen ontsnappen – heeft ertoe geleid dat sommige mensen stuitend rijk zijn, terwijl vele anderen met moeite het hoofd boven water weten te houden.

    Deze economische omstandigheden genereren sociale condities die niet bevorderlijk zijn voor het stichten van een gezin: onze werkweek is langer en ons inkomen is lager, waardoor we minder tijd en geld hebben om iemand te ontmoeten, diegene beter te leren kennen en verliefd te worden. Onze steeds competitievere maatschappij vereist dat kinderen veel aandacht krijgen en dure opleidingen volgen, waardoor we ons meer en meer gaan afvragen wat voor toekomst we een kind kunnen bieden. Een leven vol moderne media drijft ons juist in een andere richting: scholing, werk, reizen.

    Naast deze economische en sociale dynamiek is er nog de verslechtering van onze leefomgeving, op manieren die het krijgen van kinderen niet bepaald bevorderen: steeds meer chemicaliën en giffen sijpelen ons lichaam binnen, verstoren onze endocriene systemen. Het lijkt erop dat er altijd wel een deel van de bewoonde wereld is dat in brand staat of is ondergelopen.

    Wie zich zorgen maakt over de teruglopende geboortecijfers omdat ze het sociale vangnet dreigen te ondergraven of omdat er in de toekomst niet voldoende arbeidskrachten zullen zijn, ziet over het hoofd waar het werkelijk om gaat: de dalende geboortecijfers zijn een symptoom van iets veel ingrijpenders.

    Het lijkt duidelijk dat het ‘laatkapitalisme’, zoals wij het noemen – dus niet alleen het economische systeem, maar alle bijbehorende vormen van ongelijkheid en vernedering, kansen en absurditeiten – de voortplanting dwarsboomt. Over de hele wereld functioneren de economische en sociale omstandigheden, en het milieu, als een vrijwel onzichtbaar voorbehoedsmiddel. En ja, dat fenomeen doet zich zelfs voor in Denemarken. De Denen hebben niet te kampen met de verschrikkingen van de Amerikaanse studentenschulden, onze torenhoge ziektekostenrekeningen of het ontbreken van fatsoenlijke regelingen voor ouderschapsverlof. Studeren is gratis. De inkomensverschillen zijn relatief klein. Om kort te gaan: veel van de factoren die jonge Amerikanen ervan weerhouden een gezin te stichten spelen in Denemarken domweg geen rol.

    De sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen

    Toch gaan ook veel Denen gebukt onder de sombere gevoelens die het laatkapitalisme zelfs in rijke, egalitaire landen met zich meebrengt. De Denen hoeven zich geen zorgen te maken over hun primaire levensbehoeften en de kansen liggen voor het oprapen, maar ondertussen hebben ze toch moeite met alle beloften en de druk van hun schier onbeperkte vrijheid, waardoor het krijgen van kinderen op de lange baan wordt geschoven, of wordt gezien als een onaangename verstoring van een leven dat een heel ander soort genoegens en beloningen biedt – een interessante carrière, esoterische hobby’s, exotische vakanties.

    Natuurlijk zijn er veel mensen die ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen, en de sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen. Maar de stijging van het aantal vruchtbaarheidsbehandelingen in Denemarken en enkele andere landen (zoals Finland, waar het aantal kinderen dat met behulp van vruchtbaarheidsbehandelingen ter wereld is gekomen in minder dan
    tien jaar bijna is verdubbeld; in Denemarken gaat het om ongeveer een op de tien geboorten) suggereert dat dezelfde mensen die kinderen als een belemmering zien, ze uiteindelijk toch vaak willen.

    ‘Solomors’

    Kristine Marie Foss, een netwerkspecialist en eventmanager, had bijna haar kans voorbij laten gaan om moeder te worden. Foss, een elegante vrouw van vijftig met een innemende glimlach, heeft er altijd van gedroomd om de ware te vinden, maar met geen van haar vriendjes hield het lang stand. Ze is heel lang single geweest. Toen ze in de dertig en in de veertig was, werkte ze als interieurarchitect en heeft ze verschillende sociale netwerken opgezet (waaronder eentje voor singles, toen het nog niet ‘cool was om single te zijn’). Ze is veel vriendschappen aangegaan en heeft die verdiept.

    Pas op haar negenendertigste realiseerde ze zich dat het misschien wel eens tijd werd om serieus over kinderen te gaan nadenken. Bij een routinebezoekje aan de gynaecoloog dacht ze ineens tot haar eigen verbazing: ‘Als ik straks vijftig of zestig ben en ik heb geen kinderen, zal ik mezelf dat nooit vergeven,’ aldus Foss, die inmiddels moeder is van twee kinderen, van negen en zes, met behulp van een spermadonor. Foss maakt nu onderdeel uit van wat de Denen ‘solomors’ noemen, moeders die bewust single zijn, een groep die steeds groter is geworden sinds 2007, toen de Deense regering besloot ivf-behandelingen voor alleenstaande moeders te vergoeden.

    Er zijn mensen die de schuld voor de afnemende vruchtbaarheid op de een of andere manier bij de vrouwen proberen te leggen – omdat ze een egoïstische keuze zouden maken door het moederschap te schuwen, of omdat ze zich scharen achter een feministische visie die zich verzet tegen de beperkte rol van de vrouw. Maar het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen, is niet voorbehouden aan vrouwen. In Denemarken zal een op de vijf mannen nooit vader worden, een percentage dat vergelijkbaar is met de Verenigde Staten.

    Anders Krarup is een 43-jarige softwareontwikkelaar uit Kopenhagen die onlangs zijn liefde voor vissen heeft herontdekt. In het weekend rijdt hij vaak naar de kust van Seeland, waar hij op zeeforel vist. Als hij niet met zijn start-up bezig is, gaat hij met vrienden naar een concert. Een gezin hoeft van hem niet zo nodig. ‘Ik ben heel tevreden met het leven dat ik nu leid,’ zegt hij.

    Zijn al deze keuzemogelijkheden niet precies wat het kapitalisme ons voorhield? We kregen voorgespiegeld dat we met de juiste opleiding, het juiste arbeidsethos en de juiste visie beroepsmatig succes konden behalen en een inkomen zouden kunnen vergaren dat we konden gebruiken om uit te groeien tot de meest interessante, cultureel ontwikkelde, uitgebalanceerde versie van onszelf. Ons werd te verstaan gegeven dat dit alles – leren, werken, creëren en reizen – belangrijk was en voldoening zou schenken.

    Trent MacNamara, verbonden aan de geschiedenisfaculteit van de Texas A&M University, houdt zich al een jaar of tien bezig met de opvattingen over vruchtbaarheid en het gezin. Economische omstandigheden zijn slechts een deel van het plaatje, merkt hij op. Wat misschien wel veel belangrijker is, zijn ‘de kleine morele signalen die we elkaar geven’, schrijft hij in een artikel dat nog moet uitkomen. Het gaat om ‘signalen die hun wortels vinden in bredere opvattingen over waardigheid, identiteit, transcendentie en betekenis’. In de moderne maatschappij hebben we andere manieren gevonden om betekenis te geven, identiteiten te vormen en ons te verhouden tot transcendentie.

    ’Binnen deze context’, aldus MacNamara, lijkt het krijgen van kinderen misschien niet veel meer dan een ‘wat wereldvreemde lifestylekeuze’, bij gebrek aan sociale signalen die het idee uitdragen dat het ouderschap mensen verbindt met ‘iets wat op een unieke manier waardig, waardevol en transcendent is’. Die signalen zijn steeds lastiger op te pikken of uit te zenden in een seculiere wereld waarin een kapitalistische ethiek – onttrekken, produceren, optimaliseren, verdienen, bereiken, groeien – de boventoon voert. Op plekken waar een ander waardesysteem prevaleert, kunnen nog altijd veel kinderen worden geboren. In de Verenigde Staten zie je bijvoorbeeld dat in gemeenschappen van orthodoxe of chassidische joden, mormonen en mennonieten, het geboortecijfer veel hoger is dan het landelijk gemiddelde.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 14

    Zingeving

    Lyman Stone, een econoom die onderzoek doet naar populaties, wijst op twee karakteristieken van het moderne bestaan die verband houden met lage geboortecijfers: het opkomende workism – een term die is gemunt door Derek Thompson, een schrijver van The Atlantic – en de afnemende religiositeit. ‘Mensen hebben een verlangen naar zingeving,’ aldus Stone. Zonder religie gaan mensen op zoek naar externe bevestiging, bijvoorbeeld in werk, dat ‘inherent nadelig is voor de vruchtbaarheid’ wanneer het een dominante culturele waarde wordt.

    Denemarken is geen land van workaholics, zegt hij, maar het land is wel in hoge mate seculier. In Oost-Azië, waar het vruchtbaarheidscijfer tot een van de laagste ter wereld behoort, geldt het allebei. In Zuid-Korea heeft de regering belastingmaatregelen ingevoerd om het krijgen van kinderen te stimuleren en men heeft de kinderopvang toegankelijker gemaakt. Maar door de combinatie van ‘excessief workism’ en het vasthouden aan de traditionele rolverdeling is het ouderschap er niet makkelijker op geworden, en het is met name een onaantrekkelijk perspectief voor vrouwen, die thuis een tweede baan wacht.

    Er is een enorm verschil tussen het leven in het kleine Denemarken, met de goede sociale voorzieningen en een grote mate van gendergelijkheid, en het leven in China, waar het sociale vangnet niet zo sterk is en vrouwen stelselmatig worden gediscrimineerd. Toch hebben beide landen een geboortecijfer dat de bevolking steeds meer doet krimpen.

    Denemarken laat zien hoe de kapitalistische waarden van individualisme en zelfverwezenlijking ook voet aan de grond kunnen krijgen in een land waar de ergste gevolgen ervan zijn afgevlakt. China daarentegen is een voorbeeld van een land waar diezelfde waarden de concurrentiestrijd zodanig aanwakkeren dat ouders het water aan de lippen voelen staan en termen gebruiken als ‘winnen vanaf de start’, waarmee wordt bedoeld dat ze hun kinderen al op zo vroeg mogelijke leeftijd zo veel mogelijk kansen willen geven. (Dat kan ver gaan: een onderzoeker vertelde me dat er zelfs ouders zijn die de bevruchting timen vanwege de toelating tot bepaalde scholen.)

    Het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen is niet voorbehouden aan vrouwen

    Na tientallen jaren een eenkindpolitiek te hebben gevoerd heeft de Chinese regering in 2015 laten weten dat elk echtpaar twee kinderen mag krijgen. Ondanks deze maatregel is het geboortecijfer nauwelijks gestegen. In 2018 was het geboortecijfer in China 1,6.

    De Chinese overheid heeft lang gezocht naar manieren om de bevolking te sturen, om de kwantiteit te verkleinen teneinde de ‘kwaliteit’ te vergroten. Deze inspanningen richten zich meer en meer op wat Susan Greenhalgh, die aan Harvard onderzoek doet naar de Chinese samenleving, ‘het cultiveren van wereldburgers’ noemt, door middel van scholing en opleiding, als middel voor de Chinese bevolking en het land als geheel om een belangrijke rol te spelen in de mondiale economie.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw, zegt Greenhalgh, werd het opvoeden van kinderen in China meer en meer geprofessionaliseerd, volgens richtlijnen die werden opgesteld door experts op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en pedagogiek. Vandaag de dag is het grootbrengen van een kwaliteitskind niet langer alleen een kwestie van de nieuwste opvoedadviezen volgen; het gaat ook om de bereidheid er zoveel geld in te steken als maar nodig is.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 46

    Kwaliteitskind

    ‘Dit concept van het kwaliteitskind, een kwaliteitsmens, is doorgedrongen in de taal van de markt,’ zegt ze. ‘Het laat zich vertalen als: “Wat kunnen we voor het kind kopen? We moeten een piano in huis halen, we moeten dansles betalen, we moeten een Amerikaanse uitwisseling bekostigen.”’

    In gesprekken met jonge Chinezen die veel baat hebben gehad bij alles wat hun ouders in hen hebben geïnvesteerd, hoorde ik de woorden doorklinken van hun Deense leeftijdsgenoten. Wie over de juiste diploma’s beschikt, heeft de afgelopen decennia kansen gekregen waar zijn of haar ouders nooit van hadden kunnen dromen, en in vergelijking daarmee lijkt het krijgen van kinderen een zware last.

    ‘Ik heb het gevoel alsof ik nog maar net ben afgestudeerd, alsof ik nog maar net ben begonnen met werken,’ zegt Joyce Yuan, een 27-jarige tolk uit Beijing, die graag een MBA-opleiding wil gaan volgen buiten China. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat ik aan het begin van mijn leven sta.’

    De factoren die een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid doen zich in het hele land gelden: op het platteland, waar nog altijd 41 procent van de bijna 1,4 miljard Chinezen woont, staat men niet te popelen om een tweede kind te nemen, en beleidsmakers lijken daar weinig tegen te kunnen uitrichten. Nadat de centrale overheid in 2013 besloot dat echtparen in het geval dat een van beide partners zelf enig kind was dispensatie konden krijgen om twee kinderen op de wereld te zetten, dienden in de hele provincie Xuanwei – een gebied met zo’n 1,25 miljoen inwoners – in de eerste drie maanden slechts 36 mensen daartoe een aanvraag in. ‘De ambtenaren die zijn belast met gezinsplanning wijten dit aan de economische druk die jonge mensen voelen,’ valt te lezen in een onderzoek naar China en vruchtbaarheid.

    In stedelijke omgevingen zijn veel scholings- en carrièremogelijkheden, en er heerst dan ook een veel competitievere sfeer. Maar overal in het land reageren echtparen op de druk van de hyperkapitalistische Chinese economie, waar mensen hun hele leven op z’n kop moeten zetten wanneer ze een kind krijgen en dat kind op het juiste pad willen zetten – het verkeerde pad betekent een moeizaam bestaan vol onzekerheid.

    Mijn eigen ervaring als Amerikaanse is in bepaalde opzichten Deens, in andere opzichten Chinees. Ik ben een van de gelukkigen: dankzij beurzen en de ongekende offers die mijn moeder heeft gebracht, heb ik kunnen studeren zonder een schuld op te bouwen. Tot ongeveer mijn dertigste heb ik in die zin redelijk onbekommerd kunnen werken en in het buitenland kunnen studeren. Ondertussen heb ik twee masters gehaald en een mooie, zij het niet echt rendabele carrière opgebouwd. Toen ik tegen de dertig liep, hoorde ik over de mogelijkheid eitjes te laten invriezen. Het leek een geheim wapen, waarmee ik de beslissing voor me uit kon schuiven óf en wanneer ik kinderen wilde – een soort absolutie voor al die jaren die ik in het buitenland had gezeten zonder al te veel moeite te doen een partner te vinden.

    Tientallen jaren lang zijn mensen die net zoveel geluk hebben gehad als ik betrekkelijk ongevoelig geweest voor de zorgen van de jongeren van nu. Maar ineens worden we geconfronteerd met veel van de problemen waar vrouwen uit de arbeidersklasse, en met name vrouwen van kleur, al veel langer mee hebben te kampen. Deze vrouwen hadden vaak verschillende baantjes zonder enige vorm van zekerheid, zonder sociaal vangnet, en ze hebben kinderen moeten grootbrengen in gemeenschappen met vervuild drinkwater of met scholen die onvoldoende budget hadden. Ook vandaag de dag hebben ouders uit de middenklasse een structureel tijdgebrek, worden ze geweerd uit de buurten met de betere scholen en maken ze zich zorgen over plastic en milieuverontreiniging.

    artboard 1

    In de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkelden zwarte feministen die met bovenstaande omstandigheden werden geconfronteerd, het analytische kader dat bekend is komen te staan als reproductive justice (reproductieve rechtvaardigheid), een benadering die verder gaat dan de reproductieve rechten zoals die gewoonlijk worden begrepen – het recht op abortus en voorbehoedsmiddelen. Reproductive justice omvat ook het recht om op een humane wijze kinderen te krijgen: om ‘kinderen te krijgen, of geen kinderen te krijgen, en de kinderen die we hebben in een veilige en stabiele omgeving groot te brengen’, om de woorden te gebruiken van het collectief SisterSong.

    Het concept reproductive justice werd niet altijd helemaal begrepen, of toegejuicht, door mainstreamgroeperingen die zich bezighouden met reproductieve rechten (Loretta Ross, een van de oprichters van de beweging, zei dat een focusgroep uit de begindagen meende dat het iets van doen had met een eerlijke beloning voor kopieerbedrijven). Maar doordat er steeds meer sprake is van reproductieve onrechtvaardigheid zou de beweging wel eens aan kracht kunnen gaan winnen. ‘Wit Amerika ervaart nu de gevolgen van het neoliberale kapitalisme die de rest van Amerika altijd al heeft gevoeld,’ aldus Ross.

    Er ligt een voortplantingscrisis op de loer, en wie goed kijkt ziet overal de tekenen. Je ziet het aan de geboortecijfers die elk jaar weer een nieuw dieptepunt bereiken. Je ziet het aan de aanhoudende stroom onderzoeken die aantonen dat er een verband is tussen enerzijds onvruchtbaarheid en lage geboortecijfers en anderzijds vrijwel alle facetten van het moderne bestaan – fastfoodverpakkingen, luchtvervuiling, bestrijdingsmiddelen. Je ziet het aan de verlangende blik in de ogen van je vrienden die naar hun eerste kind kijken dat zoet zit te spelen in hun te kleine appartement, en zeggen: ‘We zouden er dolgraag nog eentje willen, maar…’ Je ziet het aan al die mensen die de top proberen te bereiken en tot de pijnlijke constatering komen dat de lat te hoog ligt.

    Vanuit dit perspectief bezien zou het debat over voortplanting even prangend kunnen – of moeten – zijn als het debat over klimaatverandering. We realiseren ons pas hoe machtig de natuur is nu het te laat is, we hebben pas oog voor de unieke schoonheid van de natuur nu ze in brand staat.

    ‘Ik zie veel parallellen tussen het kantelpunt dat mensen in hun eigen leven ervaren waar het gaat om de vraag of ze zich willen voortplanten in deze kapitalistische maatschappij en het lot van de aarde in deze kapitalistische wereld, zoals dat in bredere, meer existentiële gesprekken terugkomt,’ aldus Sara Matthiesen, een historica verbonden aan de George Washington University. Binnenkort verschijnt er een boek van haar hand over het stichten van een gezin in de tijd na Roe versus Wade (de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, in 1973, die abortus in de VS legaliseerde). Het lijkt erop dat steeds meer mensen in de hoek worden gedrukt van: ‘Oké, dit normen-en-waardenstelsel wordt letterlijk onze dood.’

    Individualisme

    De klimaatcrisis heeft het verraderlijke debat over geboortebeperking nieuw leven ingeblazen, maar tegelijkertijd ook geleid tot een nieuwe golf van activisme, geboren uit het besef dat er sprake is van een innige verstrengeling van deze twee wezenlijke componenten van het leven – voortplanting en de gezondheid van onze planeet – en dat gezamenlijk optreden is vereist om beide te waarborgen.

    De eerste stap is afstand nemen van het individualisme dat het kapitalisme zo hoog in het vaandel heeft staan, en inzien dat we van elkaar afhankelijk zijn willen we op lange termijn overleven. We rekenen erop dat ons drinkwater schoon is, en onze rivieren rekenen erop dat wij ze niet verontreinigen. We vragen onze buren om voor onze hond en de planten te zorgen als we op vakantie gaan, en bieden aan om dat ook voor hen te doen. We huren onbekenden in om onze kinderen of onze bejaarde ouders te verzorgen en we vertrouwen erop dat die onbekenden competent en zorgzaam zijn. We betalen belasting en hopen dat de politici die wij kiezen dat geld gebruiken om te zorgen dat de wegen worden onderhouden, de scholen openblijven en de nationale parken worden beschermd.

    Al deze betrekkingen – tussen mensen onderling en tussen mens en natuur – zijn het bewijs van de onderlinge afhankelijkheid die de kapitalistische logica ons wil laten loochenen.

    Voortplanting is de ultieme erkenning van onderlinge afhankelijkheid. Er zijn tenminste twee mensen voor nodig. We worden voldragen in het lichaam van een ander mens en we komen ter wereld met hulp van artsen of vroedvrouwen of familieleden. We groeien op in omgevingen en gemeenschappen die bepalend zijn voor onze gezondheid, onze veiligheid en onze normen en waarden. We moeten concrete manieren zien te vinden om deze onderlinge afhankelijkheid te erkennen en we moeten alles op alles zetten om die te versterken. 

    Schermafbeelding 2021 06 04 om 11.18.51 1