Senegal beschikt over een detectiesysteem dat ziektekiemen opspoort voordat ze zich verspreiden en niet meer te stoppen zijn. Door de bevolking routineus te testen en deze gegevens centraal te verwerken, kunnen rampen zoals de ebola-uitbraak van 2014 voorkomen worden.
In een vervallen kliniek in Dourbel, een stad op het Senegalese platteland, komt een vrouw aan met hoge koorts en hoofd- en gewrichtspijn. Zonder dat ze het weet zetten haar symptomen een proces in werking waar honderden mensen, miljoenen dollars en de meest geavanceerde ziekteopsporingstechnologie van het hele continent aan te pas komen.
In veel delen van sub-Saharaans Afrika wordt een patiënt als zij soms simpelweg naar huis gestuurd met een handjevol pijnstillers, of ze nou griep heeft, malaria, chikungunya, een hemorragische koorts zoals ebola of iets volledig nieuws.
Maar in Senegal, een klein land aan de West-Afrikaanse kust, wordt via een onzichtbaar bewakingssysteem meegekeken. Het Syndromic Sentinel Surveillance System, oftewel 4S, is een nationaal netwerk voor tijdige waarschuwing dat wordt beheerd door het Institut Pasteur de Dakar (IPD), een centrum waar besmettelijke ziekten worden onderzocht en vaccins geproduceerd. Het doel: gevaarlijke ziektekiemen herkennen voordat ze zich oncontroleerbaar verspreiden. Wij zijn in Senegal om te zien hoe dit system werkt en wat er allemaal mee kan.
Vrijwel meteen vallen ons enkele beperkingen op. Op dezelfde dag waarop we de laboratoria van de IPD in Dakar bezoeken, is 250 kilometer naar het noorden toe een van de dodelijkste ziekteuitbraken in decennia aan de gang, zonder dat het systeem dat heeft opgemerkt. Rift valley fever (RVF) is een virus dat zich van dieren naar mensen verplaatst via muggen. In Saint-Louis, een kleine landbouwregio naast de Mauritaanse grens, kostte het aan zeventien mensen het leven. Uiteindelijk zijn er negenentwintig mensen aan overleden.
79 zorgdistricten
Het 4S-systeem wordt gebruikt in iets minder dan de helft van de negenenzeventig Senegalese zorgdistricten. Hoewel er duizenden patiëntmonsters per week worden verwerkt, kan het programma niet naar meer plekken uitbreiden vanwege een gebrek aan financiering, mede veroorzaakt door de ontzegging van ontwikkelingshulp vanuit de VS. Maar waar het wel werkt, is het buitengewoon effectief.
Zorgmedewerkers op vierenveertig monitorpunten, ziekenhuizen en klinieken die bij het programma staan ingeschreven, voegen de symptomen van elke patiënt via een smartphone of laptop toe aan een gecentraliseerde database. Daarmee brengt het systeem wekelijks ziektepatronen door het hele land in kaart.
Als er pieken optreden van bijvoorbeeld koorts of diarree, worden de monsters die van de patiënten zijn afgenomen vliegensvlug met de motorfiets naar de IPD gebracht, in Dakar of een van de bijbehorende laboratoria. Daar worden ze met geavanceerde diagnosemachines geanalyseerd. Elk flesje bloed of speeksel wordt gescreend op allerlei besmettelijke ziekten: covid-19, malaria, tuberculose, zika, gele koorts, ebola en zelfs de pest.
Waar het programma werkt, is het buitengewoon effectief
De monsters worden ook onderworpen aan genoomsequencing; ze worden letter voor letter nauwkeurig bekeken om te achterhalen of er mutaties voorkomen in het DNA van het pathogeen. Eventuele afwijkingen worden naar internationale databases geüpload en gedeeld met het wereldwijde veiligheidsnetwerk van de WHO. Hierdoor worden ziekteautoriteiten door heel Afrika en daarbuiten binnen enkele uren op de hoogte gebracht dat er iets nieuws in de klinieken van Senegal is aangetroffen.
De vrouw in Diourbel blijkt malaria te hebben. De diagnose is niet alleen nuttig voor haar – ze krijgt nu antimalariamedicatie voorgeschreven – maar ook gezondheidsmedewerkers. Ze slaan het ziektegeval op en hebben weer beter zicht op hoe, waarom en waar de muggenziekte zich verspreidt, zodat ze hopelijk andere mensen kunnen beschermen.
‘Als we een positief monster hebben, wordt het genetisch in kaart gebracht, waarbij we naar mutaties zoeken: veranderingen in de structuur van het virus die een risico vormen voor de volksgezondheid,’ aldus dokter Andy Mahon, viroloog bij de IPD. ‘We voeren ook andere soorten tests uit, waaronder antigeentests. Daarbij beoordelen we hoe efficiënt beschikbare vaccins of behandelingen zijn om het opgespoorde pathogeen te bestrijden.’

Dit soort onderzoek is vooral cruciaal voor malaria, aangezien deze parasiet steeds weerbaarder wordt tegen Artemisinine, het belangrijkste strijdmiddel tegen de ziekte. In Senegal stegen de malariagevallen dit jaar met 13 procent tot ongeveer 250.000 bevestigde infecties, terwijl de mug zich voortdurend naar nieuwe gebieden verspreidt en steeds resistenter wordt tegen medicijnen en insecticide.
In 2023 ontdekten de wetenschappers van 4S een cluster malariagevallen met een nieuwe mutatie – PfKelch13R515K – onder patiënten die een kleine kliniek hadden bezocht in Kaolack, een plaats dicht bij de Gambiaanse grens. Deze mutatie toonde aan dat de parasiet genen ontwikkelde die Artemisinine konden weerstaan, en was daarmee een van de eerste waarschuwingssignalen voor een mogelijke falende behandelmethode in Afrika.
In 2025 heeft het systeem nog veel andere uitbraken aangetoond: dengue in Dakar, westnijlvirus in het zuidelijke Goudomp en een kleinere uitbraak van RVF in Gossas, in het oosten. ‘Toen 4S deze uitbraken ontdekte waren ze nog bescheiden en bevonden ze zich een vroeg stadium,’ vertelt dokter Boubacar Diallo, hoofd toezicht en uitbraakrespons van de IPD. ‘In maart 2023 hebben we een wachtpost opgericht in Pikine [de grootste buitenwijk van Dakar]. In die kliniek was nog nooit eerder een uitbraak ontdekt. Tegen het einde van het jaar waren er tweehonderd denguegevallen en twee gevallen van het krim-congovirus,’ aldus Diallo. ‘Het is makkelijk om te reageren als je het vroeg te pakken hebt… Maar als je een uitbraak laat gedijen wordt het complex.’
Volgens wetenschappers zal de volgende pandemie waarschijnlijk beginnen op een plek waar mensen in nauwer contact met dieren leven, klimaatverandering nieuwe risico’s met zich meebrengt en uitbraken vanwege zwakkere zorgsystemen moeilijker op te sporen en in te perken zijn.
Tien landen
Het 4S-systeem wordt verder uitgebreid door heel Afrika dankzij een combinatie van binnenlandse investering en buitenlandse ontwikkelingshulp. Het is al in tien omliggende landen op touw gezet – Gambia, Kaapverdië, Mauritanië, Niger, Mali, Togo, Guinee, Guinee-Bissau, Sierra Leone en Benin –, zodat een regionaal alarmsysteem ontstaat om ziektes op te sporen voordat ze de grens oversteken.
In Gambia detecteerde het systeem in 2023 de eerste chikungunya-uitbraak van het land en een paar maanden later de eerste denguegevallen. Het netwerk van Kaapverdië gaf waarschuwde al vroeg voor een grootschalige dengue-uitbraak die later dat jaar tot stand kwam en meer dan 28.000 infecties veroorzaakte. In Guinee werd het eerste lokaal opgelopen denguegeval ontdekt, slechts tien dagen na de oprichting van het systeem. Ook Mauritanië, Niger en Mali hebben inmiddels hun eerste dengueclusters vastgesteld in het laboratorium.
Er zijn veel mensen gestorven voordat we het detecteerden. Dat mag niet nog een keer gebeuren.
Dokter Boubacar Diallo vindt 4S van cruciaal belang om een herhaling te voorkomen van de vernietigende epidemieën die West-Afrika in het verleden hebben geteisterd. Hij en een klein aantal collega’s waren de eerste medische werkers op locatie in Guinee toen ebola zich in maart 2024 begon te verspreiden, een uitbraak die tienduizend mensen het leven zou kosten. Het ontbrak daar destijds aan iets van een alarmsysteem.
‘Toen we onderzoek deden naar ebola in West-Afrika, bleek dat het al vier maanden gaande was voordat het werd opgemerkt. Er zijn veel mensen gestorven voordat we het detecteerden. Dat mag niet nog een keer gebeuren. We moeten een alarmsysteem opbouwen dat landen kan helpen het pathogeen te bestrijden vanaf het moment dat we het eerste signaal oppikken,’ aldus Diallo.
Maar het netwerk heeft zijn tekortkomingen. Terwijl ik informatie verzamel in het gebied krijgen mijn collega’s in Londen steeds meer berichten van de RVF-uitbraak. Mijn gesprek met de Senegalese minister van volksgezondheid wordt tussen neus en lippen afgelast omdat hij ‘dringende zaken’ moet afhandelen in het noorden. Met meer dan honderd infecties is dit de grootste uitbraak van deze verwoestende ziekte die Senegal ooit heeft gekend. Het virus kan naast blindheid ook lever- en zenuwschade aanrichten. In zijn ergste vorm sterft 50 procent van de patiënten eraan.

Het 4S-systeem is dus nog niet feilloos, en bovendien erg duur om te onderhouden en uit te breiden. Op dit moment zijn er controleposten in iets minder dan de helft van de negenenzeventig Senegalese gezondheidsdistricten. Saint-Louis, de regio waar RVF zich nu als een lopend vuur verspreidt, is een van de regio’s die niet door 4S wordt bediend.
Dit is niet de eerste keer dat de kwetsbaarheid van systeem op pijnlijke wijze blijkt. In 2023 stierven zes van de twintig geïnfecteerde mensen bij een uitbraak van het krim-congovirus, een neef van het ebolavirus die zich via tekenbeten verspreidt. Alle gedocumenteerde sterfgevallen kwamen voor in een district dat niet door het programma werd behelsd. Volgens wetenschappers van het IPD kwam dit waarschijnlijk doordat de patiënten hun diagnose te laat kregen om nog goede behandeling te krijgen. Elders in Senegal daarentegen werden veertien wachtpostpatiënten geïnfecteerd, maar deze kregen al in vroeg stadium behandeling waardoor ze geen secundaire complicaties kregen.
‘Alle gevallen die door 4S werden gedetecteerd, werden vroeg geïdentificeerd, zodat er onder hen geen doden vielen. Maar helaas dekt het netwerk nog niet het hele land. In de zorginstellingen worden gevallen pas in een laat stadium opgemerkt, wanneer patiënten al bloedingen hebben ontwikkeld. De meesten daarvan zijn gestorven,’ vertelt dokter Diallo.
‘We leven in een land met veel concurrerende prioriteiten’
Het ministerie van Volksgezondheid heeft het IPD opgedragen om vijf nieuwe wachtposten per jaar op te richten, maar de druk op het algemene zorgsysteem in Senegal blijft hoog. Het aantal infecties en niet-overdraagbare ziekten – waaronder hiv, malaria, tuberculose, diabetes en kanker – is hoog en de recente ontzegging van USAID heeft het zorgbudget met 75 miljoen dollar verlaagd. Overheidsuitgaven voor volksgezondheid bedragen slechts 9 procent van het bnp, ver onder het doel van 15 procent, en meer dan de helft van alle medische kosten wordt direct door de patiënten betaald.
‘We leven in een land met vele concurrerende prioriteiten,’ aldus de Senegalese minister van Volksgezondheid, dokter Ibrahima Sym, met wie het tegen het einde van onze reis eindelijk lukte een afspraak te maken. ‘We proberen onze prioriteiten opnieuw te stellen zodat ze meer effect hebben en we een robuust gezondheidssysteem kunnen ontwikkelen,’ zegt hij. Hij merkt op dat de overheid het budget voor gezondheidszorg vorig jaar heeft verhoogd van 267 miljard CFA-frank [ongeveer 407 miljoen euro] naar 270 miljard CFA-frank [ongeveer 412 miljoen euro] om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse steun.
4S is tot nu toe grotendeels afgeschermd gebleven van de recente bezuinigingen. Het systeem wordt vooral bekostigd door The Global Fund, het internationale instituut dat gezondheidsprogramma’s in ontwikkelingslanden financiert middels donaties van overheden en private organisaties, maar zelfs die steun staat onder druk.
Steun
Eerder dit jaar ontzegden de VS een groot deel van de steun die ze voor 2025 aan The Global Fund hadden toegezegd en ook andere westerse landen – die veelal ontwikkelingshulp naar defensie hebben verplaatst – lopen achter in hun betalingen. Hierdoor heeft The Global Fund al 10 procent van haar Senegalese budget moeten schrappen. De achtste financieringsrons is in november en van veel landen, waaronder het VK, wordt verwacht dat ze hun steun stevig terug zullen draaien. [Dit is ook gebeurd. Van de benodigde 18 miljard dollar is er na de top slechts 11 miljard toegezegd.] Als ze de 18 miljard dollar, die ze zeggen nodig te hebben voor de gezondheidsprogramma’s in de 120 landen die er gebruik van maken, niet halen, zullen levensreddende zaken in landen als Senegal prioriteit krijgen, zoals hiv-behandelingen, klamboes voor kinderen die het grootste risico lopen op malaria en andere onmisbare attributen.
De toekomst van 4S staat op het spel, terwijl het cruciaal is voor de wereldgezondheid, aldus de onderzoekers. ‘De IPD is van onschatbare waarde,’ aldus dokter Ibrahima Socé Fall, directeur van de IPD en voormalig assistent-directeur-generaal van noodhulp bij de WHO. ‘Weinig Afrikaanse instellingen hebben zo’n capaciteit. Je hebt sterke instellingen nodig, op nationaal en regionaal niveau, om goed werk te kunnen leveren bij het snel opsporen en bestrijden van uitbraken, waarmee je uiteindelijk pandemieën voorkomt.’
Aan de overkant van de binnenplaats zijn IPD-wetenschappers bezig busjes vol te laden met testkits, draagbare sequencing-apparaten en grote voorraden persoonlijke beschermingsmiddelen. Achter hen rollen anderen flinke koffers naar buiten – mobiele laboratoria die naar de meest afgelegen gebieden kunnen worden gebracht, zodat het team flexibel inzetbaar is. Hun bestemming: Saint-Louis, waar ze zich zullen inzetten om de RVF-uitbraak in te perken. Het is niet de eerste keer dat ze dit doen, zegt een van de onderzoekers lachend, en hij knikt naar de koffer die hij in 2014 door de Guineese bossen heeft gedragen om ebola te bestrijden. En het zal niet de laatste keer zijn.


