Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.45.49


Georgië kampt sinds het begin van de oorlog in Oekraïne met een enorme toestroom aan Russische emigranten. Hoofdstad Tbilisi zou er 110.000 nieuwe bewoners bij hebben gekregen uit een land dat nog altijd als de overheerser wordt gezien. Dat roept de nodige spanningen op.

Dima Belysh staat met zijn oranje hoodie en groezelige witte sneakers in een verlaten amfitheater in een park. Het is november en hij is bezig met een 24 uur durende performance, gewijd aan zijn overhaaste vlucht vanuit Sint-Petersburg naar de hoofdstad van Georgië. Ik blijk de enige toeschouwer op dat moment te zijn, dus we hebben alle tijd om te praten.

‘Het is wrang,’ zegt hij. ‘Ik ben gevlucht van een plek waar ik me niet thuis voelde naar een plek waar ik niet welkom ben.’

Hij heeft zich altijd openlijk uitgesproken tégen de oorlog in Oekraïne, maar buiten Rusland was er voor hem vrijwel geen toekomstperspectief – hij had maar weinig geld en hij sprak alleen Russisch. Dus in de begindagen, na de invasie van Oekraïne in februari 2022, bleef hij zitten waar hij zat. Maar toen de Russische president Vladimir Poetin eind september een algehele mobilisatie afkondigde, kon Dima niet anders dan het land verlaten, omdat hij anders het risico zou lopen te moeten dienen in een leger dat hij niet steunde en te vechten in een oorlog waar hij niet achter stond.

Georgië was een voor de hand liggende keuze. Het was een van de weinige landen met een grens die nog open was voor Russen die zich geen vliegticket konden veroorloven. Tienduizenden Russen hadden dezelfde gedachte en de grenswachten in Larsi, een  kleine plaats in de Kaukasus, de enige grensovergang met Rusland, wisten niet wat hen overkwam.

Belysh maakt deel uit van een immense stroom Russische emigranten die sinds het begin van de oorlog zijn neergestreken in Georgië – voornamelijk in Tbilisi, een stad met 1,2 miljoen inwoners. De cijfers zijn niet zo betrouwbaar, maar de overheid vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog tot oktober 2022 al meer dan 110.000 Russen naar Georgië zijn gekomen. De toestroom legt een grote druk op de stad wat betreft huisvesting en infrastructuur, en vergroot de al langer bestaande politieke en culturele tweespalt.

Uit angst

De postsovjet-identiteit van de Georgiërs stoelt al eeuwenlang voor een belangrijk deel op de Russische overheersing – eind achttiende, begin negentiende eeuw vroegen Georgische koningen de Russen om bescherming, uit angst voor Perzische aanvallen. Niet alleen slaagden de Russen er niet in Georgië te beschermen tegen de Perzische agressie – Tbilisi werd in 1795 met de grond gelijkgemaakt – maar uiteindelijk lijfde Rusland Georgië domweg in en maakte het tot onderdeel van het Russische rijk. Dat was het startschot van twee eeuwen overheersing vanuit het noorden, waaraan pas een einde kwam in 1991, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie.

De Georgiërs hebben lange tijd volgehouden dat ze geen problemen hebben met de Russen zelf, maar met de Russische overheid. Met de inval in Oekraïne is dat onderscheid echter vrijwel geheel verdwenen. De vlucht van tienduizenden Russen die zichzelf beschouwen als slachtoffer van de eigen overheid valt precies in een tijd waarin Georgiërs meer dan ooit zijn geneigd de collectieve verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne bij alle Russen te leggen. De massale migratie heeft de Georgiërs in beroering gebracht en roept lastige morele vragen op: wie geldt als slachtoffer? In hoeverre zijn burgers verantwoordelijk voor de daden van hun land? Waar zou onze sympathie moeten liggen?

In hoeverre zijn burgers verantwoordelijk voor de daden van hun land?

De inval in Oekraïne riep bij de Georgiërs bovendien een veelheid aan emoties op: medeleven met de Oekraïners en angst dat Rusland over niet al te lange tijd opnieuw de blik zal richten op Georgië, dat al eerder, namelijk in 2008, door de Russen werd binnengevallen. Als Rusland de strijd in Oekraïne wint, zouden de Georgiërs reden hebben om te vrezen dat het Kremlin zich voldoende gesterkt zou voelen om de klus uit 2008 te komen afmaken. Een andere vrees is dat Rusland, als het de oorlog verliest, het kleine en zwakke Georgië als een makkelijke troostprijs zou kunnen beschouwen.

En dan is er nog de haat. Er verschenen teksten op muren, er werd gif verspreid op social media. Bezorgde burgers lieten een petitie rondgaan om een visumbeperking voor Russen in te stellen.

Van een vriend hoorde ik over een Rus en een Georgiër die elkaar in een kroeg te lijf waren gegaan. Op een Telegramkanaal voor Russen in Tbilisi werd een anonieme opname geplaatst van iemand die (in het Russisch, maar met een Georgisch accent) dreigde Russen in elkaar te slaan. Mede gezien het feit dat het Kremlin de Russenhaat in Oekraïne opvoert als rechtvaardiging van de oorlog, is de sfeer in Tbilisi bijzonder gespannen.

Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.46.01
© The Dial

Een twintigjarige Russische mensenrechtenactiviste die in 2021 naar Georgië is geëmigreerd, probeerde via Airbnb en Booking.com een accommodatie te huren aan de Zwarte Zee-kust. Ze werd meermaals geweigerd omdat ze Russisch is. Iemand schreef: ‘Ga lekker terug naar Rusland om voor Poetin te vechten.’ Ze probeerde uit te leggen dat ze niet terug kon naar Rusland. ‘Ik was zo kwaad. Ik schreef: “Ik ben mensenrechtenactivist. Ik ben journalist, ik heb vrienden die zijn gemarteld”,’ vertelt ze. Hij wilde bewijzen zien dat ze echt werd vervolgd, en pas toen zei hij: ‘Nou ja, misschien mag je dan toch wel komen.’

Hoewel Georgië twee eeuwen lang is overheerst door Rusland, hebben de huidige Georgische grieven tegen Rusland vooral te maken met Abchazië en Zuid-Ossetië, twee gebieden waar etnische minderheden wonen, respectievelijk de Abchazen en de Osseten. Beide gebieden hebben zich afgescheiden van Georgië tijdens onafhankelijkheidsoorlogen in de jaren negentig van de vorige eeuw; honderdduizenden etnische Georgiërs zijn het gebied ontvlucht. Deze zelfbenoemde regeringen worden nu gesteund door Rusland, dat in beide gebieden militaire bases heeft. Een veelgehoorde opmerking vandaag de dag is dat Rusland op die manier in feite 20 procent van Georgië ‘bezet’. (Op sommige muren valt tegenwoordig te lezen: ‘Weg met de bezetter’.) Georgiës poging om de controle over Zuid-Ossetië terug te krijgen leidde tot de oorlog van 2008, waarin Rusland niet alleen de Georgische krijgsmacht uit Zuid-Ossetië verdreef, maar ook kortstondig verder wist op te rukken, tot diep in Georgië, met hevige offensieven waarbij zelfs de oostelijk gelegen steden Gori en Poti werden bereikt. Volgens officiële berichten van beide kanten kwamen hierbij 224 Georgische en 162 Zuid-Ossetische burgers om het leven.

De regerende partij in Georgië lijkt bezig met een balanceeract

Veel Georgiërs zien de oorlog van 2008 en de Russische aanwezigheid in Abchazië en Zuid-Ossetië eenvoudigweg als de meest recente hoofdstukken in een eeuwenoud verhaal over Rusland dat de nationale ambities van Georgië dwarsboomt. (Die oorlog vond plaats enkele maanden na de belofte dat Georgië op termijn lid van de NAVO zou kunnen worden). De Russische invasie van Oekraïne wordt gezien als een vergelijkbare aanval op mensen die ze inmiddels als verwanten beschouwen. Een links tijdschrift is een campagne begonnen om de etnische zuivering van de Georgiërs in Abchazië te bestempelen als ‘genocide’. ‘Voor Boetsja was er Abchazië’, luidt de titel van die campagne.

De regerende partij in Georgië lijkt bezig met een balanceeract. Het streven is zorgen dat het land gericht blijft op het Westen: internationale sancties tegen Rusland handhaven, samen optrekken met het Westen op het gebied van VN-resoluties, EU-lidmaatschap aanvragen. Maar uit de mond van een van de topambtenaren klinkt een heel ander geluid. De laatste tijd heeft men zich zorgvuldig onthouden van kritiek op Rusland en heeft men zich kritischer opgesteld ten aanzien van de Oekraïense regering, en zelfs antiwesterse samenzweringstheorieën verspreid. Dit tot grote woede van veel Georgiërs die willen dat de regering zich onomwonden achter Oekraïne schaart; oppositiepartijen en andere criticasters verwijten de regering een knieval te hebben gedaan voor Moskou.

Onaangename verrassing

Poetin kwam met een onaangename verrassing: Rusland trok het verbod in op directe vluchten naar Georgië, dat in 2019 was ingesteld, en maakte tevens een einde aan de visumbeperkingen voor Georgiërs die naar Rusland willen reizen. Vóór de oorlog van Rusland met Oekraïne zou deze maatregel in Georgië met gejuich zijn ontvangen, maar nu leek het een gifbeker, bedoeld om een wig te drijven tussen de Georgische regering en haar bondgenoten in het Westen. Met succes: Amerika en de EU waarschuwden dat Georgische bedrijven sancties riskeerden als Russische luchtvaartmaatschappijen toestemming zouden krijgen om op Georgië te vliegen. Georgië heeft evengoed doorgezet, met als argument dat het hervatten van het vliegverkeer economisch voordeel oplevert. Dit besluit kon rekenen op scherpe kritiek vanuit Washington en Brussel.

De emigranten zitten klem tussen al het geharrewar. De regerende partij heeft geprobeerd de situatie te bagatelliseren door te benadrukken dat veel van de nieuwelingen in feite etnische Georgiërs zijn, en dat veel van hen Georgië enkel gebruiken als doorgangsstation op weg naar andere bestemmingen.

Punt van discussie zijn Russen met banden met de oppositie, wie de toegang tot Georgië wordt geweigerd: sinds het begin van de oorlog zouden onder meer kritische journalisten, een advocaat van oppositieleider Alexei Navalny en een lid van de activistische groep Pussy Riot de toegang tot Georgië zijn geweigerd. Voor de Georgische oppositie is dit het bewijs dat de regering danst naar de pijpen van het Kremlin. Maar het is schimmig: ik heb veel Russen gesproken die denken dat de overheid mensen weert om te voorkomen dat Tbilisi een centrum wordt van Russische oppositieactiviteiten, wat de woede van Moskou zou kunnen wekken, maar tegelijkertijd valt het aantal Russische oppositieleden dat wordt geweerd in het niet bij het aantal mensen dat wordt toegelaten. Verschillende oppositiegroepen van verbannen Russische journalisten en activisten hebben zich zonder al te veel moeite in Tbilisi weten te vestigen.

Alexander, die kort geleden in Georgië is komen wonen en die niet zijn volledige naam wil geven, leidt me langs alle anti-Russische graffiti in de wijk Vera, niet ver van waar ik woon. Hij heeft veel van zijn landgenoten horen beweren dat de graffiti afkomstig zijn van Russen, en hij probeert bewijs te verzamelen dat dat niet het geval is. Op de muur staat een variatie op de alomtegenwoordige tekst: ‘Poetin is een klootzak’. Maar hier werden een Russische ‘i’ en een Oekraïense ‘kh’ door elkaar gehaald op een manier die geen enkele moedertaalspreker van een van beide talen zou doen. Niet ver daarvandaan de klassieke tekst: ‘Dood aan het Russische oorlogsschip’. Die had ik al gezien: ‘Russisch’ is met één ‘s’ geschreven. Een foutje dat in beide talen makkelijk is gemaakt, aldus Alexander. Veelzeggender is de manier waarop sommige Cyrillische letters zijn geschreven. De Russische ‘y’ vertoont ongekend veel gelijkenis met de Georgische ‘kh,’ en de Russische ‘b’ met de Georgische ‘n’.  ‘Dit is duidelijk het werk van Georgiërs,’ zegt hij.

De Georgiërs zelf hoeven er niet van overtuigd te worden dat de graffiti van eigen makelij zijn. 

Veel van de Russen die ik heb gesproken zijn diep geschokt nu hun land zijn ware aard heeft laten zien, en voor velen heeft Rusland van het ene op het andere moment afgedaan. Collectief het boetekleed aantrekken lijkt de voornaamste reactie.

‘De Russen denken dat we nergens zijn zonder hen, maar zo is het niet’

Russische ondernemingen in Tbilisi zijn veelal te herkennen aan de Oekraïense vlag en een poster met een QR-code om geld te doneren aan de Oekraïense strijdkrachten. Als er al wordt gesproken over het feit dat de Russische emigranten onheus worden behandeld, volgt steevast de nuancering: ‘Het stelt natuurlijk niets voor in vergelijking met wat de Oekraïners doormaken.’

‘De Russen denken dat we nergens zijn zonder hen, maar zo is het niet,’ zegt Zurab Chitaia. Hij heeft een ingewikkelde identiteit: met zijn Georgische vader en zijn Russische moeder is hij opgegroeid in Abchazië, maar daar sprak hij Russisch. Tijdens de oorlog in de jaren negentig zijn vrijwel alle etnische Geor­giërs verdreven uit Abchazië, en toen Chitaia tiener was, vluchtten zijn ouders met hem naar Moskou. Een paar jaar geleden is hij teruggekeerd naar Tbilisi, waar hij inmiddels een keten heeft van goedlopende cafés.

Chitaia maakt een Russischtalige podcast over Georgië, bij wijze van tegenwicht voor de soms wel heel extreme pogingen om de inwoners van Tbilisi zo te intimideren dat ze geen Russisch meer durven te spreken. Maar hij zegt ook dat veel Russen onderschatten hoezeer de Georgiërs een hekel aan hen hebben. ‘Jonge Georgiërs hebben geen boodschap aan Rusland,’ zegt hij. ‘Ze hebben iets van: “Laat ons met rust, we kennen jullie niet, we hebben geen enkele positieve ervaring met jullie, we moeten jullie niet. We zijn zonder jullie opgegroeid en het enige wat we van jullie kennen zijn tanks, bommen en moordpartijen.” Onze ouders en grootouders waren gedwongen om zich tot Rusland te verhouden en zich op Rusland te richten. Maar wij niet.”’

Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.46.21
Toeristen staan in 2022 bij de douanecontrolepost Verkhni Lars tussen Georgië en Rusland.
– © Getty Images

Het feit dat Russen alleen maar hun paspoort hoeven te laten zien om Georgië binnen te komen, steekt veel Georgiërs. Behalve Rusland zijn er nog 94 andere landen waarvan de inwoners gebruik kunnen maken van het visumvrije laisser-fairebeleid van Georgië, maar door de toestroom van afgelopen jaar roepen de oppositiepartijen nu op tot een visumplicht voor Russen. De regering is hiertegen en beroept zich op de economische voordelen: in 2022 is het bnp met meer dan tien procent toegenomen en regeringsambtenaren schrijven dat deels op het conto van de Russische emigranten.

Huisbazen en horecaondernemers gedijen bij de komst van tienduizenden klanten uit de middenklasse

Maar de economische voordelen zijn ongelijk verdeeld. Huisbazen en horecaondernemers gedijen bij de komst van tienduizenden klanten uit de middenklasse. Ondertussen krijgen hardwerkende Georgiërs uit de arbeidersklasse te maken met de daaruit voortvloeiende inflatie. Nadat Poetin in mei aankondigde dat er weer directe vluchten zouden komen tussen Rusland en Georgië, laaide de visumdiscussie weer op, en dit keer bemoeide ook de Amerikaanse ambassade zich ermee; de ambassadeur zei dat Poetin de Russische aanwezigheid op de een of andere manier zou willen ‘gebruiken’ om zich te mengen in Georgië. En hoewel ze er een paar maanden eerder op had aangedrongen dat Georgië onderdak zou blijven bieden aan mensen ‘op de vlucht voor de Russische onderdrukking’, zei ze nu dat ‘veel Georgiërs zich zorgen maken over de honderdduizend Russen die afgelopen jaar naar Georgië zijn gekomen’.

Wie in Tbilisi woont, krijgt te maken met verschillende graden van verantwoordelijkheid en slachtofferschap, wordt deel van een hiërarchie van daders, kolonisators en gekoloniseerden. In de ogen van veel activisten trekt de toestroom van Russen een wissel op de binnenlandse politiek en bemoeilijkt ze de pogingen om af te rekenen met de eigen geschiedenis van onderdrukking van kleinere landen. Er is een verhitte discussie gaande over de aanloop naar de oorlog uit de jaren negentig, maar duidelijk is dat een aanzienlijk deel van de verantwoordelijkheid bij Georgië ligt – een feit dat wordt verdoezeld door het narratief van een ‘Russische bezetting’. In dat narratief wordt ook het aandeel van de Abchazen en de Osseten ontkend – in grote lijnen hebben zij niet het idee dat ze bezet worden, en zien ze de steun van Rusland als een noodzakelijk kwaad dat bescherming biedt tegen het in hun ogen grotere gevaar van het Georgische nationalisme. Dergelijke nuances gaan steeds meer verloren in de hoogoplopende spanningen van vandaag de dag.

‘De oorlog van Rusland en Oekraïne heeft een verlammende uitwerking op het proces waarin wordt nagedacht over onze conflicten, en zo wordt het vrijwel onmogelijk onze eigen fouten te ontdekken en onder ogen te zien’, schrijft Anna Dziapshipa, een in Tbilisi woonachtige filmmaker met een Georgische en Abchazische achtergrond.

Ondertussen duikt er steeds meer graffiti op, die ook steeds transformeren. Het is niet ongebruikelijk om boodschappen te zien die worden overgeschilderd, die worden veranderd, bijna als een publiek debat. ‘Fuck Russia’ wordt geregeld veranderd in ‘Fuck Putin’. Niet ver van mijn huis staat ‘Russians fuck off cunts’, en daar heeft iemand boven gezet ‘nationalists of all countries go fuck yourselves.’ Het begon met ‘Russians go home’, in het blauw, waarna iemand het laatste woord veranderde, met gele verf, zodat er nu (in de kleuren van de Oekraïense vlag) staat: ‘Russians go help.’ Onlangs is ook dat weer veranderd. Nu staat er: ‘Russians go to hell.’  


Deel dit artikel


Recent verschenen