We zien zoveel schreeuwende meisjes bij concerten dat we ze haast normaal zijn gaan vinden. ‘Maar een schreeuwende fan schreeuwt niet voor niets, en schreeuwen is niet alles wat een fan doet. Nu niet en in het verleden niet.’
KEUZE UIT HET ARCHIEF
Afgelopen weekend kleurde popicoon Taylor Swift de Johan Cruijff ArenA met haar Eras Tour, die nu al de geschiedenisboeken in gaat als meest winstgevende concertreeks ooit. Duizenden fans, overwegend jonge vrouwen, gehuld in glinsterende kostuums en met zelfgemaakte spandoeken, zongen en dansten mee.
De scène was er een die we al decennia kennen: een zee van jonge gezichten, verlicht door flikkerende smartphones, gericht op het podium waar een popidool schittert. Het beeld van gillende meisjes bij concerten is vastgeroest in de popcultuur en wordt vaak weggezet als hysterie of onvolwassenheid.
Maar er schuilt meer achter die gillende façade, zo blijkt uit dit artikel van The Atlantic uit het 360-archief. Fans zijn geen passieve consumenten, maar actieve deelnemers aan de creatieve beleving.
Op de ochtend van 25 augustus 2014 werd een zestienjarig meisje in wonderlijke toestand binnengebracht bij het University of Texas Southwestern Medical Center. Ze was kortademig, maar had geen pijn op de borst. Ze had geen longaandoeningen in haar medische voorgeschiedenis en haar ademhaling klonk niet abnormaal. Maar toen de dienstdoende arts op de spoedeisende hulp op haar nek en borstkas drukte, hoorde hij iets wat leek op het geknisper van Rice Krispies in een kom met melk. Ruimtes achter haar keel, rond haar hart, tussen haar longen en in de wand van haar borstkas zaten vol met luchtzakken, en haar longen waren enigszins ingeklapt, zo bleek uit een röntgenfoto.
De dokters stonden voor een raadsel, totdat het meisje vertelde dat ze de avond ervoor uren had staan schreeuwen bij een concert van One Direction in Dallas. Die inspanning, veronderstelden ze, had een klein gaatje in haar luchtwegen veroorzaakt. Het was niet heel ernstig. Ze kreeg extra zuurstof en werd een nacht opgenomen ter observatie, maar verdere behandeling was niet nodig.
De behandelend arts schreef dat een dergelijk geval ‘nog nooit in de medische literatuur was beschreven’
Drie jaar later werd er een artikel gepubliceerd in het Journal of Emergency Medicine over deze casus, inclusief alle uitzonderlijke en plastische details. De behandelend arts schreef dat een dergelijk geval ‘nog nooit in de medische literatuur was beschreven’. Artsen waren bekend met luchtmachtpiloten, duikers en gewichtheffers die hun luchtwegen overbelasten, maar dit geval bewees voor het eerst dat ook ‘krachtig schreeuwen tijdens een popconcert’ in staat was fysieke schade aan te richten.
Het nieuwtje leverde een voor de hand liggende krantenkop op en een afgezaagde grap over de overdreven toewijding van tienermeisjes. De vleesgeworden parodie, die met de grootste ernst werd opgetekend voor de eeuwigheid in een medisch tijdschrift. Ik weet verder niets over het meisje dat zo van One Direction hield dat haar longen ervan in elkaar klapten. Haar dokter schreef me dat hij destijds haar toestemming had gevraagd om over het voorval te twitteren naar Jimmy Fallon, met als argument dat ze One Direction dan misschien zou kunnen ontmoeten. ‘Maar ze was te verlegen! Typisch een tiener,’ zei hij, en hij voegde er een huilen-van-het-lachenemoji aan toe.
Ik zal nooit weten wie ze is of persoonlijk van haar horen waarom ze zo gilde. In dit specifieke geval komt dat door privacywetten op medisch gebied, wat een goede zaak is. Maar het is ook tekenend voor het gebrek aan informatie over mensen die zich gedragen zoals zij. We hebben al zo veel schreeuwende meisjes gezien dat we ze haast normaal zijn gaan vinden. Maar een schreeuwende fan schreeuwt niet voor niets, en schreeuwen is niet alles wat een fan doet. Nu niet en in het verleden niet.
‘Opgewonden meute’
Toen de Beatles voor het eerst in Dublin optraden, in 1963, meldde The New York Times dat ‘in de enorme chaos jonge ledematen als twijgjes knapten’. Toen ze in februari 1964 in New York aankwamen – iets meer dan een maand nadat I Want to Hold Your Hand de Amerikaanse hitparade was binnengekomen – werden ze op het vliegveld opgewacht door vierduizend fans (en honderd agenten) en werd melding gemaakt van een ‘opgewonden meute’ bij het Plaza Hotel.
‘De hele dag zette lokale discjockeys kinderen aan tot spijbelen’
‘De hele dag zetten lokale diskjockeys kinderen aan tot spijbelen, door voortdurend te berichten over de reisplannen van de Beatles, hun vluchtnummer en de verwachte aankomsttijd,’ meldde NBC-nieuwslezer Chet Huntley op de avond dat de Beatles arriveerden. ‘Zoals het een goede nieuwsorganisatie betaamt stuurden wij er drie cameraploegen op af om tussen de krijsende jongeren te gaan staan en de beelden en geluiden vast te leggen voor het nageslacht.’ Die beelden werden uiteindelijk niet uitgezonden; ze werden te frivool bevonden voor het avondnieuws.

Media waren in die tijd nog niet in staat de Beatlemania te doorgronden. Ze zagen niet in waarom zo veel meisjes zo duidelijk in de war waren. In The New York Times probeerde voormalig oorlogscorrespondent David Dempsey een ‘psychologische, logische, antropologische’ verklaring te vinden voor het fenomeen. Hij haalde een beroemd essay aan van de Duitse cultuurtheoreticus Theodor Adorno over de uniformiteit en hersenloosheid van de danseressen in de jazzclubs van Harlem.
‘Ze noemen zichzelf jitterbugs’, verkondigde Adorno in dat essay, dat een van zijn minder tijdloze bleek te zijn, ‘alsof ze hun verlies van individualiteit en hun transformatie tot gefascineerd ronddraaiende kevers tegelijkertijd willen bevestigen en bespotten.’ Dempsey citeerde Adorno verkeerd, ging aan de haal met de keverwoordspeling en meende de tienermeisjes te verdedigen door hun hartstocht weliswaar dom maar onschadelijk te noemen. Hij wist niet of herinnerde zich niet dat Adorno jitterbugs juist gevaarlijk vond en hun bewegingen vond lijken op ‘de reflexen van verminkte dieren’.
Bijna alle teksten over de Beatles in de belangrijkste Amerikaanse media werden geschreven door gevestigde, witte, mannelijke journalisten. Al Aronowitz, de rockrecensent die vooral bekend is geworden doordat hij in de zomer van 1964 (tegelijkertijd) marihuana en Bob Dylan bij de Beatles introduceerde, meldde dat tweeduizend fans ‘de vergrendelde metalen poorten van Union Station bestormden’ toen de Beatles in Washington D.C. optraden. Toen de band daarna naar Miami kwam, veroorzaakten zevenduizend tieners een file van 6,5 kilometer op de luchthaven en werden ‘23 ramen en een glazen deur’ verbrijzeld door fans. Een glazen deur!
Meeslepende beelden
Het zijn meeslepende beelden, maar ik wilde de details in sommige verslagen over de Beatlemania beter kunnen doorgronden. Veel ervan leken me onwaarschijnlijk, of op z’n minst moeilijk te bewijzen. Er was niet alleen sprake van de hysterie van de fans, zo leek het, maar ook van mythevorming rond die hysterie. Volgens vroege verslagen zonder bron probeerden sommige steden de Beatles vanwege de beveiligingskosten te weren van hun luchthaven. De overlevering wil dat tapijten en beddengoed soms uit de hotelkamers van de band werden gestolen door ondernemende lieden die ze in duizenden stukken sneden om ze vervolgens te verkopen, voorzien van certificaat van echtheid. Naar verluidt werd de inhoud van een heel zwembad in Miami waarin de Beatles hadden gezwommen gebotteld en geveild.
Media die weinig wisten te melden over de muziek van de Beatles, weidden uit over de vrouwen die ervan ‘door het lint’ gingen. Na het debuut van de band in de Ed Sullivan Show had Anthony Burton van New York Daily News het over ‘uitzinnig gekrijs, alsof het Dracula was die op het podium verscheen’. Een paar dagen later recenseerde redacteur Alan Rinzler van Simon & Schuster het optreden van de Beatles in Carnegie Hall voor The Nation met een vernietigende beschrijving van wat veel later het gangbare beeld zou worden van het boybandpubliek:
‘De overvolle zaal was grotendeels gevuld met jongedames uit de hogere middenklasse, stijlvol gekleed, zorgvuldig opgemaakt en met auto’s of bussen uit de voorsteden naar de stad gekomen om een avondje te janken, zich uit te leven, te gillen, te botsen, te draaien en in extase naar zichzelf te grijpen in het licht van de schijnwerpers, zodat iedereen het kon zien, en met de volledige zegen van elke vorm van gezag: toegeeflijke ouders, profiterende zakenlui, jubelende nationale media en zelfs de politie (…) Na afloop gaan ze allemaal weer naar huis om net zo te worden als hun mammie, maar dit was hun kans om een veilig en besloten moment van extase te beleven.‘
Het verbijsterde disdain van de media voor vrouwelijke fans was al in botte afwijzing aan het omslaan
Het zit er allemaal in: de minachting, de neerbuigendheid, het ontzag, de paniek en natuurlijk het gegil. Er valt zelfs, te midden van de spot, misschien een greintje sympathie te ontwaren: ‘dit was hun kans…’ Het verbijsterende dédain van de media voor vrouwelijke fans was al in botte afwijzing aan het omslaan.
‘Fan-zijn wordt sterk geassocieerd met vrouwelijke excessen, met mensen uit de arbeidersklasse, mensen van kleur, mensen wier emoties als ongecontroleerd worden beschouwd,’ zegt Allison McCracken, universitair hoofddocent en opleidingscoördinator American Studies aan DePaul University. ‘Daartegenover staat de witte, heteroseksuele man, die de emoties en het lichaam onder controle heeft.’
De crooner
McCracken is expert op het gebied van de geschiedenis van de crooner in de Amerikaanse cultuur. In haar boek uit 2015, Real Men Don’t Sing, beschrijft ze Rudy Vallée en Bing Crosby in de late jaren twintig en vroege jaren dertig als de aartsvaders van de popsensatie. In de American Radio Archives in het Californische Thousand Oaks bestudeerde McCracken Vallées persoonlijke archief met brieven van fans, dat teruggaat tot 1928. Het fascineerde haar omdat die brieven zo vol vragen zaten – de vrouwen die Vallée schreven, verbaasden zich zelf over hun emotionele reactie op zijn muziek en begrepen niet goed hoe ze verliefd konden zijn op een stem die ze alleen via de radio hadden gehoord. ‘Ze schreven bijvoorbeeld: “Ik begrijp niet waarom ik zo gelukkig en blij ben en waarom u me zo ontroert”,’ zegt McCracken. ‘Ze schreven hem met de vraag: “Kunt u uitleggen wat er met me gebeurt?”’
Ze schreven ook naar journalisten, op een manier die iedereen die weleens een Twitter-ruzie tussen een blogger en een fanschare heeft gevolgd, bekend zal voorkomen. In 1929 schreef Mark Hellinger, columnist bij de New York Daily News, een stuk over Vallée, waarin hij hem weerzinwekkend noemde en de hoop uitsprak dat vrouwen hem snel zouden vergeten en hun aandacht zouden verleggen naar iemand anders. (‘Hij laat vrouwen van vijftig in de rondte stuiteren alsof ze vijftien zijn,’ klaagde hij.) ‘Je bent jaloers. Je bent dom. Je bent duidelijk krankzinnig,’ wierp een vrouw tegen. Fans schreven hem met duizenden tegelijk. Sommigen dreigden met geweld of zeiden dat hij zichzelf moest ophangen. Toen Ben Gross van New York Sunday News een negatieve column over Vallée publiceerde, schreef een fan hem naar verluidt: ‘De mooiste muziek zou voor mij de mars zijn die Rudy op jouw en Hellingers begrafenis zou spelen.’
Hoewel sommige psychologen de adolescentie al aan het begin van de twintigste eeuw beschreven als een unieke levensfase, werd het woord ‘tiener’ pas algemeen gebruikt tegen het einde van de jaren veertig, aldus McCracken. En dan vooral door gretige marketeers. Zij realiseerden zich in de naoorlogse jaren dat veel minder kinderen vervroegd van school gingen om geld te verdienen voor het gezin, en dat veel meer kinderen zakgeld te besteden hadden en over veel vrije tijd beschikten. In de jaren vijftig en zestig werden steeds meer producten expliciet voor tieners gemaakt, wat vaak het idee versterkte dat zij een aparte groep mensen waren met een identiteit die losstond van die van hun ouders. Met de opkomst van op tieners gerichte producten kwamen er ook op tieners gerichte tv-programma’s, waarin reclame voor die producten kon worden gemaakt.
Aangezien tieners als lucratieve doelgroep werden gezien, voorzag de industrie hen graag van een tieneridool
Aangezien tieners als een lucratieve doelgroep werden gezien, voorzag de industrie hen graag van een tieneridool. Journalisten en critici begonnen deze idolen te bespreken – zij het met enige minachting. Toen Justin Bieber in september 2010 voor het eerst optrad voor een uitverkocht Madison Square Garden, kreeg het stuk in The New York Times van muziekrecensent Jon Caramanica de kop ‘Send in the Heartthrobs, Cue the Shrieks’ [‘Laat de hartenbrekers maar komen, het is tijd voor gegil’]. Caramanica schreef dat Bieber ‘het publiek bij vlagen plaagde met regelrechte emotionele manipulatie’.

Twee jaar later streed One Direction met Bieber om de nummer-1-positie in de Amerikaanse hitlijsten en om de harten van Amerikaanse tieners, en begon Caramanica ook aan die band aandacht te besteden. Hij noemde hun tweede album uit 2012, Take Me Home, ‘een gegarandeerde krijs-opwekker voor meisjes die nog niet hebben besloten dat krijsen niets voor hen is’. Hij hekelde het album Midnight Memories uit 2013 en schreef: ‘Ze spelen hun rol haast verontwaardigd, met de houding van mensen die beter weten (…) Het is moeilijk te zeggen of de gillers onder hun fans dit doorhebben.’ Hij doorziet hoe de industrie werkt en plaatst zichzelf op één lijn met de gemanipuleerde jongens van de boyband. Wanneer die worden belaagd, geeft hij impliciet de schuld aan de meisjes die hen aanbidden. En hij maakt zijn punt zonder dat hij het hoeft te maken; we weten allemaal hoe krijsende meisjes eruitzien.
Geschokte, betraande gezichten
Het is gemakkelijk om foto’s te vinden van jonge Beatles-fans met uitgestrekte handen en vertrokken, geschokte, betraande gezichten. Het is ook makkelijk om nagenoeg identieke foto’s te vinden van Backstreet Boys-fans, Justin Bieber-fans, One Direction-fans en BTS-fans – en toch is het in mijn ogen niet erg bevredigend om ze allemaal over één kam te scheren. Het beeld werkt wel, maar de constatering dat een schreeuw tijdloos is, is nou niet echt opzienbarend.
Elke schreeuw heeft een context. Maar daar horen we zelden iets over.
Een meisje dat bij een concert heeft staan krijsen, kan na afloop naar huis gaan en de opnamen die ze heeft gemaakt in stukken knippen om er gifs en memes van te maken die vele anderen zullen zien, waardoor ze een heel andere en totaal bizarre lading krijgen. Krijsende meisjes die ook fanfictie schrijven maar die als het om One Direction gaat geen genoegen nemen met tijd, plaats en omstandigheden, kunnen de bandleden bijvoorbeeld laten werken in een koffietentje in een voorstad, of ze in de jaren zestig plaatsen, in de tijd van die andere beroemde Britse band. Of ze duiken achter de schermen, beelden zich details in en schetsen wat zij zien als de emotionele gevolgen van roem of, universeler nog, de kwellingen van een geheime liefde. Schrijver Zan Romanoff interviewde vrouwen die zich à la Harry Styles kleden en uitgebreid aan cosplay doen: een blijk van toewijding, maar eveneens een manier van creatieve uiting.
Beatles-fans schreven enkele van de vroegste ‘real person fan fiction’ (RPF)
Beatles-fans schreven enkele van de vroegste versies van ‘real person fan fiction’, die in die tijd via brieven circuleerde binnen kleine groepjes. Ze konden zelfbewust en erg grappig zijn. Zo richtte een groep meisjes in Encino, Californië, in 1964 een organisatie op die ze Beatlesaniacs noemden. Ze prezen deze aan als ‘groepstherapie’ en boden ‘ontwenningsliteratuur’ aan voor Beatles-fans die hun emoties niet langer onder controle leken te hebben. Life Magazine doorzag de ironie niet en besteedde serieus aandacht aan de groep, ondanks hun absurdistische regels, zoals ‘Noem het woord Beatles (of beetles) niet’, ‘Noem het woord Engeland niet’, ‘Spreek niet met een Engels accent’, en ‘Spreek geen Engels’. Het beeld van de schreeuwende fangirl is zo gestigmatiseerd en zo sterk gelinkt aan hysterie, dat buitenstaanders erin trapten.
Maar al decennialang genieten fans niet alleen passief of gillend van het onderwerp van hun fanschap. Ze zijn ook met hun idolen aan de haal gegaan en hebben ze als inspiratie gebruikt voor onvoorstelbaar veel – en grotendeels onbekende – nieuwe werken. Mensen wachten hun idool op het vliegveld op en leren tientallen liedjes uit hun hoofd, maar wenden hun fan-zijn ook aan om kunst, verhalen en grappen te maken.
Transformational fandom
De term transformational fandom is afkomstig van Dreamwidth – een blogplatform dat in 2008 werd opgezet naar het voorbeeld van LiveJournal, nadat de nieuwe eigenaar daarvan draconische richtlijnen had doorgevoerd met betrekking tot de inhoud van posts. De term werd bedacht door een anonieme schrijver van fanfictie die een verklaring zocht voor het voortdurende conflict tussen de houders van auteursrechten en de amateurs die zich delen van hun eigendom toe-eigenden door ermee aan de slag te gaan. Het gaat ‘om het toe-eigenen van de bron om die in te zetten voor de fans’, schreef deze in 2009. ‘Dat kan bij de minste provocatie al voor problemen zorgen; hoewel er meerderheids- en minderheidsstandpunten zijn, gaat het hier grotendeels om democratisering van smaak; iedereen heeft de mogelijkheid om het bronmateriaal te interpreteren, en om het vervolgens radicaal te herinterpreteren.‘
Transformational fandom onderscheidt zich van ‘bevestigend’ of ‘nabootsend’ fanschap, waarbij de ‘canon’ wordt gevierd zoals hij is door middel van exacte replica’s of nauwkeurige cosplay. Soms vertoont transformational fandom een speels gebrek aan respect, en niet iedereen kan het zomaar begrijpen. In de praktijk neemt deze variant vele vormen aan, en van buitenaf lijkt het misschien niet eens om de liefde van de fans te gaan. Zo was het One Direction-fanschap zoals ik dat begin jaren tien op Tumblr ervoer, soms op humoristische wijze venijnig en een stuk grover dan je zou verwachten.
De beelden die ik me het best herinner, waren surrealistisch – soms zelfs griezelig of onsmakelijk
De beelden die ik me het best herinner waren surrealistisch, en soms zelfs griezelig of onsmakelijk. Zo was daar bijvoorbeeld Niall Horan die op de een of andere manier door de lucht vloog in kastanjebruine skinny jeans terwijl hij een spagaat deed. Het bovenlichaam volledig stram, de blik strak naar voren gericht, een wazige still uit een al lang vergeten video. Daar zweeft hij dan, in een donkere hoek van een betonnen constructie, met op de voorgrond twee bundels stokken, waarvan de betekenis onduidelijk bleef. Of een close-up van zijn tanden van voordat hij een beugel had, of die vreemde teen aan zijn linkervoet, in de vorm van een limaboon. Meisjes op Tumblr gebruikten deze beelden net zo makkelijk als woorden.
Volgens het essay van Adorno uit 1938, geciteerd in het artikel uit The New York Times over de Beatlemania, zijn fans van liveoptredens lege vaten: ‘Hun extase heeft geen inhoud.’ Met een vleugje sympathie voegt Adorno eraan toe dat ze ‘vrije tijd en weinig vrijheid’ hebben. Het is een vreemde gevolgtrekking uit de verschillende observaties. De One Direction- of Beatles-fans – de schreeuwende meisjes die na afloop naar huis gingen en zich in hun slaapkamers verschansten om te maken wat ze in hun buitensporig emotionele toestand maar wilden maken – hadden inderdaad veel vrije tijd en ‘weinig vrijheid’. Maar dat hun extase persoonlijk was, en verwarrend, maakt deze nog niet inhoudsloos. Je kunt iets pas vinden als je ernaar zoekt.

