thomas shaw QOJbb6yzGcg unsplash scaled

Stel dat er een pil bestond waardoor je nooit meer hoefde te slapen. Geen vermoeidheid, geen bijwerkingen en ineens uren extra tijd per dag. Zou je die nemen? Filosoof Rebecca Lowe onderzoekt waarom we zo gehecht zijn aan onze nachtrust en wat we eigenlijk zouden verliezen als we niet meer hoefden te slapen.

Stel dat iemand een medicijn ontwikkelt waardoor je nooit meer hoeft te slapen. Zou je het nemen? Laten we aannemen dat het net zo uitgebreid is getest als paracetamol, dat een jaarvoorraad minder kost dan een kop koffie en dat het geen enkele bijwerking heeft. Zou je het dan nemen? Wat ik zo interessant vind aan deze vraag, is dat veel van de redenen waarom je instinctief meteen ‘nee!’ zou zeggen, bij nader inzien vooral laten zien dat je er nog niet goed genoeg over hebt nagedacht.

Misschien is je eerste gedachte wel: ‘Maar van een goede nachtrust krijg ik juist meer energie!’ Of: ‘Maar ik vind slapen fijn!’ Het eerste argument kunnen we eigenlijk vrij gemakkelijk terzijde schuiven. Als je door het medicijn niet meer hoeft te slapen en het bovendien geen bijwerkingen heeft, ligt het immers voor de hand dat je er ook niet minder energie door krijgt.

Misschien werp je tegen dat je energieniveau afhangt van hoe goed je hebt geslapen en dat je die momenten waarop je extra veel energie hebt niet wilt missen. Maar ook dan kunnen we ervan uitgaan dat het medicijn ervoor zorgt dat je energieniveau ongeveer gelijk blijft aan wat je gewend bent, met misschien zelfs dezelfde schommelingen. Of, nog beter, dat je voortdurend evenveel energie hebt als na een goede nachtrust.

Waarom vinden we slapen fijn? Als je slaapt, ben je je er toch niet van bewust dat je slaapt?

Maar belangrijker nog: een van de voornaamste redenen, misschien wel de belangrijkste, waarom je weinig energie hebt, is simpelweg dat je moe bent. Misschien betwijfel je of je nooit meer moe zou zijn als je niet meer hoefde te slapen. Natuurlijk zijn er ook andere vormen van vermoeidheid die niets met slaap te maken hebben. Zo kun je genoeg hebben van je werk of een relatie. En na een saaie vergadering kun je je ook ‘moe’ voelen, in de zin dat je gefrustreerd of lusteloos bent.

Toch hangt vermoeidheid, in de gewone betekenis van het woord, nauw samen met onze behoefte aan slaap. Als we daarvan uitgaan, is ‘Maar van een goede nachtrust krijg ik juist meer energie!’ op zichzelf geen overtuigende reden om het medicijn af te wijzen. Het tweede, meer intuïtieve antwoord vind ik echter veel interessanter om onder de loep te nemen. Bovendien kan dat ons nog meer argumenten geven om ook het eerste antwoord te weerleggen.

‘Maar ik vind slapen fijn!’, zei je. Wat bedoel je daar eigenlijk mee? Als je slaapt, ben je je er toch niet van bewust dat je slaapt? Je ervaart het slapen zelf immers niet zoals je andere dingen ervaart. Zelfs als je lucide kunt dromen, waarbij je weet dat je droomt, ben je je bewust van je droom en niet van het slapen zelf. Misschien zeg je nu dat je het medicijn niet zou nemen omdat je graag droomt. Maar dat is iets anders dan het medicijn afwijzen omdat je graag slaapt.

Misschien kom je tot de conclusie dat je vooral geniet van de momenten vlak voor en na het slapen. Van dat heerlijke gevoel wanneer je na een lange, vermoeiende dag langzaam wegdoezelt. Of van het moment waarop je na een goede nachtrust wakker wordt, nog een beetje slaperig, maar helemaal opgefrist. Toch lijkt ook dit vooral te draaien om het feit dat slaap je vermoeidheid wegneemt en je nieuwe energie geeft. Natuurlijk kun je zeggen dat je het prettig vindt om soezerig te zijn of langzaam in slaap te vallen, los van het feit dat je daardoor uitrust en nieuwe energie opdoet. Maar dat argument houdt niet echt stand.

Gewoonten en rituelen

Een overtuigender argument is volgens mij dat je zulke momenten met iemand anders kunt delen. Denk aan hoe je naast iemand van wie je houdt in slaap valt. Je ligt nog wat te praten, de gesprekken worden steeds korter en uiteindelijk vallen jullie allebei in slaap. Of aan hoe je je kind voorleest terwijl het langzaam slaperiger wordt. Het is begrijpelijk dat veel mensen aan zulke momenten veel waarde hechten. Maar gaat het dan niet juist om de tijd die je samen wakker doorbrengt? En maakt het slapen daar niet juist een einde aan?

De gewoonten en rituelen die we rondom het slapengaan hebben ontwikkeld, zijn in de eerste plaats ontstaan omdat we nu eenmaal slaap nodig hebben. Dat we er plezier aan beleven, staat buiten kijf. Maar wat ik wil benadrukken, is dat deze gewoonten voortkomen uit een fundamentele menselijke behoefte. En juist daarom vermoed ik dat ze zouden veranderen als we niet meer hoefden te slapen.

Stel dat je partner het medicijn wel neemt en jij niet. Zou je partner dan nog steeds naast je komen liggen terwijl jij in slaap valt, alleen maar om bij je te zijn? Misschien wel, uit liefde bijvoorbeeld, net zoals een ouder bij een kind blijft zitten. Of misschien probeert je partner je juist wakker te houden, zodat jullie nog wat tijd samen kunnen doorbrengen. Maar zou je partner de hele nacht naast je blijven liggen als die zelf niet meer hoeft te slapen? Waarschijnlijk niet. Die zou de extra tijd waarschijnlijk liever ergens anders aan besteden.

Als jullie allebei het medicijn zouden nemen, zouden jullie bovendien veel meer tijd hebben om samen door te brengen. Of je zou die extra uren natuurlijk kunnen besteden aan dingen die je ieder voor zich waardevol vindt, zoals geld verdienen of nieuwe vaardigheden leren. Dat kan allerlei voordelen opleveren en er zelfs voor zorgen dat de tijd die jullie samen doorbrengen nog waardevoller wordt.

wie zou het echte leven willen inruilen voor een leven in dromen?

Daarmee komen we bij de vele voordelen van het medicijn. Het grootste voordeel ligt voor de hand: als het geen bijwerkingen heeft en je er niet meer door hoeft te slapen, houd je ineens een heleboel extra tijd over.

Vanochtend las ik een onderzoek waaruit blijkt dat we onderschatten hoeveel we eigenlijk slapen. Ik vermoed dat je bij zo’n ontdekking denkt: ‘Mooi zo! Mensen slapen dus meer dan ik dacht.’ Maar waarschijnlijk ben je daar vooral blij om omdat je weet dat mensen slaap nodig hebben en dat het nadelige gevolgen kan hebben als ze niet krijgen wat ze nodig hebben. Tegelijkertijd geldt: hoe langer je slaapt, hoe minder tijd je wakker doorbrengt. En juist wanneer je wakker bent, leef je pas echt. Dan ervaar je de wereld om je heen, leer je nieuwe dingen, bereik je doelen en beleef je mooie momenten met anderen.

Natuurlijk kun je sommige van die dingen ook in je dromen beleven, zij het in beperkte mate. Maar wie zou het echte leven willen inruilen voor een leven in dromen? Als dat je toch aantrekkelijk lijkt, probeer dan eens de ervaringsmachine van filosoof Robert Nozick [een gedachte-experiment waarin een machine je levensechte, maar kunstmatige ervaringen biedt] uit, maar zet hem wel op de stand waarbij je ook nachtmerries kunt krijgen! Mijn punt is inmiddels vast duidelijk: in een wereld waarin mensen niet meer hoeven te slapen, zou het niet automatisch goed nieuws zijn als blijkt dat ze meer slapen dan je dacht.

Een uitweg

Natuurlijk moet ik daarbij wel opmerken dat je misschien liever zou slapen als je erg ongelukkig bent met je leven, om zo even aan de werkelijkheid te ontsnappen. Je zou kunnen zeggen: ‘Alleen als ik slaap, kan ik aan mijn ellendige bestaan ontsnappen.’ Dat klinkt misschien als een goed argument, totdat je bedenkt dat je je er tijdens het slapen helemaal niet van bewust bent dat je slaapt. Slapen biedt je dus niet echt verlichting van een ongelukkig bestaan. De tijd lijkt immers voorbij te vliegen als je slaapt, juist omdat je er niets van meekrijgt.

Als slapen je toch even verlichting biedt van een ellendig bestaan, komt dat waarschijnlijk door het uitgeruste gevoel na een goede nachtrust of het prettige gevoel vlak voordat je in slaap valt. Ook hier draait het dus vooral om het verdwijnen van vermoeidheid en het opdoen van nieuwe energie. Maar misschien verlang je er juist naar om helemaal aan de werkelijkheid te ontsnappen. In dat geval is het verstandig om met een vriend of een psycholoog te praten, vooral als je bang bent dat je jezelf iets zou kunnen aandoen.

Daar komt bij dat je tijdens het slapen kwetsbaar bent. Je krijgt immers nauwelijks mee wat er om je heen gebeurt en kunt daardoor niet reageren als er gevaar dreigt. Ik vermoed dat veel mensen die in hun slaap proberen te ontsnappen aan een ellendig bestaan, ook bang zijn dat hun iets overkomt terwijl ze slapen. En die angst is vaak niet ongegrond. Bovendien denk ik dat dromen weinig troost bieden als je leven zo zwaar is.

Als iemand liever slaapt dan wakker is, kan dat een belangrijk teken zijn dat we daarin tekortschieten

Tot slot wil ik nog één ding zeggen over het argument dat je liever blijft slapen om aan een ellendig bestaan te ontsnappen. We moeten oog hebben voor mensen die het zwaar hebben en alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om hun situatie te verbeteren. Als iemand liever slaapt dan wakker is, kan dat een belangrijk teken zijn dat we daarin tekortschieten.

Al met al zijn er dus sterke argumenten om het medicijn te nemen. En dat terwijl ik nog nauwelijks ben ingegaan op de voordelen van een leven zonder slaap! Ik heb vooral laten zien dat de redenen waarom je het medicijn op het eerste gezicht zou afwijzen, meestal draaien om dingen die eigenlijk niets met het slapen zelf te maken hebben. Of om dingen die je als vervelend ervaart, maar waar je zonder slaapbehoefte helemaal geen last meer van zou hebben.

Een voordeel dat ik wel heb genoemd, is de extra tijd die je krijgt om iets nuttigs te doen. Stel je eens voor wat je allemaal met die uren zou kunnen doen! Wat je allemaal zou kunnen bereiken, hoeveel nieuwe ervaringen je zou kunnen opdoen en hoeveel mooie momenten je met anderen zou kunnen delen! En mocht je nu tegenwerpen dat die extra uren ook helemaal niet zo prettig hoeven te zijn, dan verwijs ik je graag naar de conclusie van de vorige alinea.

Maar stel dat je nog oneindig veel tijd voor je had. Zou het dan nog uitmaken of je het medicijn neemt?

Ik verwacht dat ik het medicijn nog tijdens mijn leven zal kunnen nemen, waarschijnlijk zelfs al vrij binnenkort. Toevallig heb ik zelf nu al weinig slaap nodig.Ik ben iemand die prima functioneert op vier à vijf uur slaap per nacht. En als ik wil, kan ik zelfs een nachtje doorhalen zonder daar veel last van te hebben. Dat is al zo sinds ik een baby was. Daardoor houd ik meer tijd over voor de dingen die ik belangrijk vind dan wanneer ik net zoveel slaap nodig zou hebben als de meeste mensen. Zo kan ik tot laat in de avond, of zelfs de hele nacht, blijven lezen of schrijven. En stel je voor dat de mensen om me heen ook zo weinig slaap nodig hadden. Dan zouden we al die extra uren samen kunnen besteden aan dingen die we belangrijk vinden! En als dat voor iedereen zou gelden, bedenk dan eens wat we allemaal zouden kunnen bereiken…

Tot slot wil ik je nog een andere vraag voorleggen. Wat zou het medicijn betekenen als we ook eeuwig zouden kunnen leven? Ik schreef onlangs al dat ik verwacht dat we binnenkort in staat zullen zijn om ziekten en veroudering te voorkomen. Maar stel dat je nog oneindig veel tijd voor je had. Zou het dan nog uitmaken of je het medicijn neemt? ‘Helemaal niets!’, zou je misschien denken. Totdat je bedenkt dat eeuwig leven niet per se betekent dat je ook daadwerkelijk oneindig veel tijd hebt.

Want ook als we ziekten en veroudering weten uit te bannen, kunnen we nog altijd omkomen bij een ongeluk. Bovendien zou de wereld op een dag kunnen vergaan. Maar voor onze oorspronkelijke vraag is vooral het volgende van belang: zelfs als we echt eeuwig zouden kunnen leven, omdat we niet meer door een ongeluk kunnen sterven en zeker weten dat de wereld nooit zal vergaan, zouden mensen die het medicijn nemen nog altijd meer van het leven meemaken dan mensen die blijven slapen.

Vertaald door Tina Papa


Deel dit artikel


Recent verschenen