De klimaatschuld van de rijkste landen aan landen die op het zuidelijk halfrond als eersten worden getroffen door de opwarming van de aarde betreft zo’n 170 biljoen euro.
Om economische supermachten te worden hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie zich schuldig gemaakt aan klimaatmisdaden. Ze hebben een buitensporig groot deel van de wereldwijde olie- en gasreserves verbruikt en daarmee klimaattijdbommen gecreëerd die allereerst in de armste regio’s dreigen te ontploffen.
Tegelijkertijd stoten landen als de Salomonseilanden en Tsjaad, die door stijgend water of ondraaglijke hitte worden bedreigd, relatief weinig kooldioxide uit, maar behoren ze door hun geografische ligging en hun geschiedenis evengoed tot de landen die het kwetsbaarst zijn voor de ernstigste gevolgen van de opwarming van de aarde: cyclonen, hittegolven, hongersnoden en overstromingen.
Moreel gezien is het onweerlegbaar dat de landen of bedrijven die verantwoordelijk zijn voor deze situatie – verwoeste huizen, kustgebieden die binnenkort onder water zullen staan door de stijgende zeespiegel en een dalende levensverwachting voor de betrokken bevolking – de slachtoffers schadeloos zouden moeten stellen. Volgens sommige schattingen beloopt de klimaatschuld van de rijkste landen aan de landen die het ergst door klimaatverstoring worden getroffen zo’n 170 biljoen euro.
Het is steeds makkelijker te bewijzen dat bedrijven verantwoordelijk zijn
Juridisch ligt dat ingewikkelder. In het beginstadium van het klimaatonderzoek konden de oorsprong van de kooldioxidedeeltjes in de lucht en de geleidelijke verspreiding daarvan over de wereld nog niet worden achterhaald. Bedrijven die over aanzienlijke financiële middelen beschikken nemen legioenen advocaten in de arm om de vinger op deze zwakke plekken te leggen.
Maar het tij is aan het keren. Het aantal milieurechtszaken stijgt, met name in de zuidelijke landen. Regeringen, non-profitorganisaties en inwoners van landen die het kwetsbaarst zijn voor extreme weersomstandigheden dragen voortdurend nieuwe argumenten aan bij verschillende gerechtelijke instanties, die in toenemende mate bereid zijn staten en industrieën ter verantwoording te roepen uit naam van de mensenrechten. Bovendien worden er steeds betere wetenschappelijke methodes ontwikkeld om de verantwoordelijkheid voor klimaatrampen nauwkeurig vast te stellen.
Vooralsnog heeft geen enkele rechtbank een uitstoter van broeikasgassen aansprakelijk gesteld voor klimaatgerelateerde schade. Staten ontkomen over het algemeen aan vorderingen die door andere landen zijn ingediend. Vandaar dat de meeste rechtszaken tegen de grootste particuliere vervuilers zijn gericht. Maar die laatsten beschikken over een ijzersterk argument.
Verantwoordelijkheid
Hoewel olie- en gasbedrijven fossiele brandstoffen winnen, raffineren en verkopen, komt het grootste deel van de koolstofemissies voor rekening van ‘voertuigen, energiecentrales en fabrieken die deze brandstoffen gebruiken’, benadrukken Michael Gerrard en Jessica Wentz van het Sabin Center for Climate Change Law van Columbia University in het tijdschrift Nature. Met andere woorden, deze bedrijven winnen de grondstoffen alleen maar. Wat anderen vervolgens met die brandstoffen doen, is volgens hen niet hun verantwoordelijkheid.
Slachtoffers van extreme weersomstandigheden blijven dus naar nieuwe juridische mogelijkheden zoeken. In de Filippijnen heeft een collectief onlangs een zaak aangespannen tegen oliereus Shell omdat die zou hebben bijgedragen aan het ontketenen van de supertyfoon Rai, die in 2021 aan meer dan vierhonderd mensen het leven kostte en bijna achthonderdduizend mensen dakloos maakte. De zaak berust deels op een onderzoek dat stelt dat klimaatverandering de kans op extreme neerslag, zoals in het geval van Rai, heeft verdubbeld.
Over het algemeen is het steeds makkelijker om te bewijzen dat bedrijven verantwoordelijk zijn en aan te tonen dat er een verband bestaat tussen het gebruik van fossiele brandstoffen door een specifieke onderneming en een specifieke ramp.
Beschermen
Enkele recente rechterlijke uitspraken geven een sprankje hoop. Diverse vonnissen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake milieukwesties hebben bevestigd dat staten verplicht zijn hun bevolking te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Bovendien verwierp een Duitse rechtbank weliswaar de aanklacht van een Peruaanse boer tegen een Duits elektriciteitsbedrijf omdat hij vreesde dat zijn land zou worden verwoest door een smeltende gletsjer, maar erkende ze wel dat de grootste vervuilers in principe aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die het gevolg is van klimaatverstoring.
Ten minste één rechtszaak zou van dit juridische precedent kunnen profiteren: tientallen Pakistaanse boeren wier land in 2022 onder water kwam te staan door enorme overstromingen hebben een rechtszaak aangespannen tegen twee grote Duitse bedrijven in de energie- en cementsector. Zelfs als hun aanklacht wordt afgewezen zal dat op juridische gronden zijn en niet op grond van feiten. De landen en bedrijven met de grootste koolstofemissies zijn in onevenredige mate verantwoordelijk voor rampen die verband houden met klimaatverandering.
Rijke landen blijven vervuilende bedrijfsactiviteiten aanmoedigen, ondanks de toenemende dreiging van klimaatverstoring. De grote olie- en gasbedrijven blijven de belangrijkste leveranciers van deze aan fossiele brandstoffen verslaafde wereld. Ze zijn dat willens en wetens, ondanks de enorme sociale, ecologische en menselijke tol van hun activiteiten. Hoewel ze zich volledig bewust zijn van de gevolgen blijven ze dit doen. Maar in een rechtsstatelijke samenleving zullen ze de prijs moeten betalen.
Vertaald door Peter Bergsma
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?

