Jack Monroe, bekend van recepten en voedingsblogs voor mensen met een klein budget, heeft de strijd aangebonden tegen inflatie. Althans, tegen de onjuiste berichtgeving daarover. Want arme huishoudens worden veel harder getroffen dan algemeen wordt aangenomen, aldus de journalist.
Het is de afgelopen dertig jaar nog niet eerder voorgekomen en het einde lijkt nog niet in zicht: afgelopen december bedroeg de inflatie in het Verenigd Koninkrijk 5,4 procent. De prijsstijgingen treffen veel essentiële sectoren in het hele land: onder meer energie, vastgoed en voeding. ‘De grens van 5 procent, die door de Bank of England pas voor april werd verwacht, werd zes maanden ervoor al overschreden’, schrijft The New Statesman, ‘en ook in de VS bedraagt de consumentenprijsinflatie al meer dan 7 procent, het hoogste niveau in meer dan veertig jaar’.
Deze hoge percentages zijn schrikwekkend, maar ze geven volgens voedseljournalist Jack Monroe geen volledig beeld van het effect van de stijgende prijzen. De drieëndertigjarige journalist, die in Groot-Brittannië bekend werd met haar recepten voor de kleine portemonnee, werd begin januari wakker in haar woonplaats Southend, luisterend naar Radio Four. Het programma Today meldde dat de inflatie vorig jaar met 5,4 proecnt was gestegen. Voor Monroe klopte er iets niet. ‘Dat cijfer van 5,4 procent begon me echt te irriteren omdat het niet representatief is voor mijn ervaring en voor de ervaringen van miljoenen andere mensen’, zei Monroe tegen The Sunday Times, die met haar sprak nadat ze er een tweet over had gepost die vervolgens leidde tot duizenden views en tot nog veel meer.
344 procent
Volgens haar berekeningen tast de inflatie de portemonnee van kansarme gezinnen veel sterker aan dan van meer gefortuneerden, zeker aan de kassa van de supermarkt. ‘Door de kosten voor haar recepten te vergelijken en met bewaarde kassabonnen ter ondersteuning, had Jack Monroe een overzicht van de laagste prijzen en van producten met een goede prijs-kwaliteitverhouding van alle grote supermarkten sinds 2012’, aldus het Londense weekblad. ‘Een jaar geleden kostte 500 gram pasta in haar plaatselijke supermarkt 29 pence, vergeleken met 70 pence vandaag; een stijging van 141 procent. De laagste prijs voor boontjes steeg met 45 procent, de prijs voor rijst steeg 344 procent. In haar stad Southend (ten oosten van Londen) kostte de inhoud van een winkelmandje in 2012 10 pond (12 euro). Tien jaar later moest voor diezelfde inhoud 17,11 pond (20,54 euro) worden neergeteld. ‘En dat terwijl de lonen en uitkeringen niet voldoende zijn gestegen om dit te compenseren’, aldus de blogger.
Jack Monroe was destijds werkloos en woonde alleen met haar tweejarige zoon. ‘Ze moest het voor elkaar boksen om met een kleine beurs te koken’, schrijft The Sunday Times, en zo kreeg het idee van ‘bezuinigingsrecepten’ vorm, evenals haar strijd tegen voedselonzekerheid waarmee veel mensen in Groot-Brittannië moeten leven.
‘De reden dat de rijken zo rijk zijn, is dat ze er in feite in slagen om minder uit te geven’
‘Jack Monroe heeft geen ongelijk’, erkent The Financial Times. Volgens de krant maken de uitgaven van de rijkste huishoudens een onevenredig groot deel uit van de totale uitgaven in het VK. ‘Daarom berust het inflatiecijfer sterk op hun koopgedrag.’ Tegelijkertijd, aldus de krant, ‘is het logisch dat de armste huishoudens, die een groter deel van hun inkomen besteden aan noodzakelijke zaken als voedsel of energie, het moeilijker hebben om de stijging van de voedselprijzen te kunnen behappen.’ De voor april geplande stijging van de gasprijzen zal die neerwaartse spiraal alleen nog maar aanwakkeren, verwacht de krant.
Monroe verwoorde het in The Observer zelf als volgt: ‘Een verzameling van zevenhonderd vooraf gespecificeerde goederen, waaronder lamsbout, slaapkamermeubels, een televisie en champagne, lijkt een bot en duister komisch instrument om de impact van gestegen supermarktprijzen in kaart te brengen, in een land waar twee en een half miljoen burgers in wanhopige omstandigheden zich in het afgelopen jaar gedwongen zagen om zich tot voedselbanken te wenden.’
De laarstheorie
Met haar tweets en de artikelen die in de pers aan haar analyse werden gewijd, trok Monroe de aandacht van het Office for National Statistics (ONS), de instantie die verantwoordelijk is voor de publicatie van de inflatiecijfers. ‘Ze werd uitgenodigd voor een gesprek’, aldus The Financial Times, ‘en vervolgens heeft de ONS besloten om zijn methode voor het berekenen van de prijsontwikkeling van verschillende voedingsmiddelen te herzien, door te kijken naar veel meer factoren.’ Tegelijkertijd besloot Monroe een eigen index te lanceren, genaamd Vimes Boots Index, met als doel om ‘de verraderlijke prijsstijging van de meest elementaire basisbehoeften in de supermarkt’, zo goed mogelijk vast te leggen, schreef ze in The Observer.
De naam Vimes Boots Index, die ze aan haar index gaf, is rechtstreeks geïnspireerd op de geschriften van de Brit Terry Pratchett, een van haar favoriete auteurs. In zijn boek Men at Arms, lanceert de hoofdpersoon, Sam Vimes, een analyse van sociaal-economische ongelijkheid aan de hand van het voorbeeld van laarzen. Die analyse gaat ervan uit ‘dat de rijken het zich kunnen veroorloven om dure, duurzame laarzen te kopen, en daardoor op de lange termijn geld besparen in vergelijking met goedkope laarzen die snel verslijten’ en die daarom dus regelmatig moeten worden vervangen. ‘De reden dat de rijken zo rijk zijn, volgens Vimes, is dat ze er in feite in slagen om minder uit te geven.’
Die theorie is tot op zekere hoogte van toepassing op kant-en-klaarmaaltijden die in verschillende Britse supermarkten worden aangeboden. De prijzen daarvoor, onbetaalbaar voor de armste huishoudens, ‘zijn min of meer stabiel gebleven’, aldus Jack Monroe. ‘Als zo’n maaltijd van 10 pond in hetzelfde tempo was gestegen als de goedkoopste rijst, zou die nu 44 pond kosten’, rekende ze voor in The Sunday Times. ‘En ik denk dat we dan in dit land een revolutie zouden zien, of iets wat daarbij dicht in de buurt zou komen.’
Lees ook:

