pexels stephen leonardi 587681991 28134951 scaled


Sinds haar kindertijd kent deze Japanse vertaler een diepe verbondenheid met Hawaï. ‘Het is een sprong terug in de tijd, naar iets waarvan ik dacht dat ik het had achtergelaten.’

1.

Een van de interessantste vertaalopdrachten die ik ooit heb gehad, was een romanmanuscript over Ka’ahumanu, de vrouw van koning Kamehameha [de eerste koning van het verenigde Koninkrijk Hawaï]. De Japanse schrijver achter dit manuscript had al verschillende non-fictieboeken over de Hawaiiaanse cultuur gepubliceerd, die in Japan goed werden ontvangen. Hij stond vooral bekend om zijn onderzoek naar het geheime graf van koning Kamehameha, dat later werd verwerkt tot een documentaire voor NHK [de Japanse publieke omroep].

Hij gaf les aan een universiteit in de regio waar ik destijds in Japan woonde, en dit was zijn eerste fictiewerk. Het boek was toen nog niet officieel uitgegeven – of misschien had hij het in eigen beheer gepubliceerd, dat weet ik niet meer precies. Maar de professor was bijzonder enthousiast over dit project en was benieuwd hoe zijn roman in het Engels tot zijn recht zou komen. Als de gebeurtenissen van maart 2011 – de aardbeving, de tsunami en de daaropvolgende kernramp in Fukushima – ons niet hadden onderbroken, hadden we misschien geprobeerd een uitgever te vinden nadat de vertaling klaar was. Ik vond het een fantastisch boek en heb er ontzettend veel van geleerd.

Een bevriende schrijver vertelde me ooit dat de beste manier om te leren hoe je een roman schrijft, is door een boek dat je bewondert met de hand over te schrijven. Tijdens dat proces leer je, zei hij, alle kneepjes van het vak. Volgens mij gaat vertalen nog een stap verder, want wat is een diepgaandere manier om een boek te doorgronden dan het naar je moedertaal te vertalen?

2.

Als nawoord schreef de professor een uitgebreide reflectie over de diepe banden die hij zag tussen Japan en Hawaï. Hij merkte op dat Japanners altijd een bijzondere liefde voor Hawaï hebben gekoesterd, iets wat volgens mij zeker klopt. Zelf geloofde hij bovendien dat de invloed van de Polynesische cultuur op Japan veel groter is geweest dan doorgaans wordt aangenomen.

De oorsprong van de Japanse cultuur en taal ligt immers minder eenduidig vast dan vaak wordt gedacht, en sommige onderzoekers wijzen op een aanzienlijke Polynesische invloed. Taalkundig gezien delen het Japans en het Hawaïaans bijvoorbeeld een systeem van open lettergrepen zonder slotmedeklinkers (behalve de n), waardoor klinker-medeklinkercombinaties gemakkelijk uit te spreken zijn.

Toen ik Japans begon te leren, kreeg ik te horen dat ik het moest uitspreken alsof het Italiaans was. Achteraf denk ik dat Hawaïaans of zelfs Indonesisch misschien een betere vergelijking was geweest. Beide talen kennen lange klinkers – in het Hawaïaans aangegeven met een kahakō (een macron). Omdat zowel het Japans als het Hawaïaans de sterke klemtonen van het Engels missen, vertelde de professor dat Japanners die Hawaïaans leren vaak het gevoel hebben dat hun mond zich op een verrassend vertrouwde manier beweegt.

Ook cultureel zag hij opvallende overeenkomsten. Zo wees hij op het diepe respect voor bergen en het land, iets wat ook op Bali voorkomt, waar men van oudsher meer op het binnenland dan op de zee is georiënteerd, evenals op de neiging om de natuur als bezield te zien. In Hawaï en Japan bestaat echter een groot respect voor familie en ouderen, evenals een voorkeur voor indirectheid, gemeenschapszin en de verering van voorouders.

3.

Al sinds mijn kindertijd reis ik regelmatig naar Hawaï, omdat er familie van mij op Oahu woont. Mijn favoriete tante woonde daar en we gingen elk jaar op bezoek. Ik werd smoorverliefd op die plek. Zelfs uit mijn basisschooltijd herinner ik me nog de bedwelmende geur van de bloemen, het gevoel van de zilte lucht op mijn huid en hoe de levendige kleuren van het eiland leken te stralen.

Het verbaasde me niet dat mijn zoon er eveneens verliefd op werd. Als kind met een Japanse en een Europese achtergrond voelde hij zich waarschijnlijk meteen thuis op een plek als Hawaï, waar de hapa-cultuur [de cultuur van mensen met een gemengde achtergrond] zo levendig aanwezig is. Wanneer mensen daar vragen: ‘Wat is jouw achtergrond?’, gebeurt dat vanuit oprechte belangstelling voor iemands afkomst, op een manier die veel positiever aanvoelt dan waar ook ter wereld.
Het verraste me dan ook niet dat hij ervoor koos naar Honolulu te verhuizen om bedrijfskunde te studeren aan de University of Hawaï at Mānoa. Daarnaast werkt hij parttime aan de receptie van een Japans hotel in Waikiki, waar hij zijn inmiddels wat roestige Japans nog regelmatig kan gebruiken.

Sinds mijn hertrouwen reis ik steeds vaker naar Hawaii, ook wel het Grote Eiland genoemd. Mijn man is astrofysicus en werkt met een instrument op de W. M. Keck Observatory, een internationaal gerenommeerde sterrenwacht op de top van Maunakea. Hij komt er regelmatig en ik ga mee wanneer dat kan. De sneeuw op de top van Maunakea blijft me verbazen. En dan zijn er nog die glanzende zwarte lavastenen, die me telkens doen denken aan de krijgers uit de roman van de professor, die op blote voeten over hun scherpe, gladde oppervlak trokken. De vulkanen, zwarte zandstranden, watervallen, regenbogen en bloeiende bomen maken het landschap bijna onwerkelijk.

En telkens wanneer ik een honingkruiper [een kleurrijke zangvogel die alleen op Hawaï voorkomt] zie of hoor, word ik meegevoerd naar een wereld van verwondering.

4.

Eilanden hebben mij altijd aangetrokken. Mijn favoriete plekken ter wereld – van Bali tot Boracay, van Penang tot Hongkong – zijn allemaal eilanden. En natuurlijk is ook Japan een eilandnatie. Geen enkele plek heeft mijn verbeelding echter zo volledig veroverd als Hawaï.

Ja, dit is mijn korte liefdesbrief aan mijn favoriete eiland.

5.

Tijdens covid-19 dacht ik vaak dat er misschien iets goeds kon voortkomen uit al het leed. Misschien zouden Amerikanen de kans aangrijpen om hun leven opnieuw vorm te geven: minder consumeren, minder vervuilen en zorgvuldiger omgaan met de aarde. Misschien zouden we vertragen en terugkeren naar een tijd waarin de seizoenen gezamenlijk werden beleefd, sommige dagen zich onderscheidden van andere en het ritme van het gemeenschapsleven de tijd een natuurlijk verloop gaf.

Maar voor we het beseften, waren we weer terug bij het oude normaal. Sterker nog, het voelde alsof de wereld met hernieuwde kracht op gang was gekomen.

Onlangs las ik The Glorians: Visitations from the Holy Ordinary, het nieuwe boek van Terry Tempest Williams. De titel is ontleend aan een droom die zij had in de beginperiode van de pandemie. In die opmerkelijke droom bevindt Williams zich op Harvard, waar ze als gastschrijver verbonden is aan de universiteit. Ze beklimt een toren en ontmoet bovenaan een vrouwelijke collega.

Herinner je je de gelofte die je ons hebt gedaan?’ vraagt de collega.

‘Help me herinneren,’ antwoordt Williams.

‘Jouw taak is om de grote documentatie van de Glorians te creëren,’ zegt de collega.

Daarop wordt de auteur wakker. Maar wat ís in hemelsnaam een Glorian?

Voor Williams was de pandemie een periode van een ‘grote verstilling’. Een angstaanjagende tijd waarin de wereld plotseling stil werd. Zo voelde het ook voor mij in Pasadena. Het klinkt bijna ongelooflijk, maar het was de eerste keer dat ik bewust het gezang van jonge vogels in een nest hoorde. Het waren jonge junco’s [kleine Noord-Amerikaanse zangvogels], en ze klonken als tsjirpende krekels.

‘Geen enkele plek heeft mijn verbeelding zo volledig veroverd als Hawaï’

Normaal gesproken is Zuid-Californië een luidruchtige plek. Er vliegen voortdurend vliegtuigen over, politiehelikopters hangen boven de stad en overal hoor je bladblazers en het onafgebroken geluid van bouwwerkzaamheden. Maar tijdens de pandemie werd de wereld plotseling stil, vooral in de eerste weken van de lockdown. Ik herinner me nog hoe ik opschrok van een enorme grapefruit die uit een boom viel en met een doffe klap in onze achtertuin terechtkwam. Hoe had ik daar nooit eerder echt aandacht voor gehad?

De droom bleef Terry Tempest Williams achtervolgen. Wat was een Glorian? Hoe hard ze ook zocht, ze vond geen antwoord. Tot ze op een dag een mier een felroze bloemblaadje van een bloeiende wilg door haar achtertuin zag dragen. Overweldigd door de schoonheid van de wereld om haar heen, wist ze het ineens. Dat, besloot ze, was een Glorian.

Ze omschrijft een Glorian als een ontmoeting met élan vital – een ervaring van genade. Het is het ‘heilige alledaagse’ uit de titel van haar boek, iets wat ik zelf altijd de wonderwereld noem. Zoals Herman Melville schreef in Moby-Dick: ‘de grote sluizen van de wonderwereld gingen open’.

6.

Elke keer dat ik naar Hawaï kom, voelt het alsof ik een sprong terug in de tijd maak, naar iets waarvan ik dacht dat ik het in Japan had achtergelaten. Het is waarschijnlijk een van de meest afgelegen plekken ter wereld. Wat is eigenlijk het dichtstbijzijnde stuk land? Californië? Paaseiland? Of misschien Japan? Hawaï ligt werkelijk midden in de oceaan, en misschien is dat wel de reden waarom het altijd voelt als een reis naar een andere tijd.

Terwijl ik op het strand zat en de wereld aan me voorbij zag trekken, realiseerde ik me dat dit een van de eerste keren in lange tijd was dat ik niet iedereen om me heen op zijn telefoon zag kijken. De mensen naast me lazen echte boeken. Kinderen bouwden zandkastelen en anderen snorkelden in zee. Overal waren families. Alsof de tijd op dit eiland nog steeds op een andere manier stroomt.

En toen voelde ik het weer. Die deur die opengaat. De wonderwereld, vlak aan de andere kant van het gewone leven. Nog altijd daar. Wachtend.

Vertaald door Tina Papa


Deel dit artikel


Recent verschenen